Controleer uw wapenrusting
4. Goddelijke uitspraken
door Herman H. Rocke

- Wanneer we ons gedrukte Woord van God openen en op de eerste pagina van Efeziërs komen, zullen velen van ons het goed versleten vinden door het vele lezen. We zouden mogelijk naar dit eerste hoofdstuk wijzen als we gevraagd zouden worden om te laten zien waar de meest kostbare goddelijke uitspraken voor ons vandaag te vinden zijn. Sommigen van ons hebben deze verzen uit het hoofd geleerd en hebben ze geciteerd in onze gebeden, in de ochtend en in de avond, bij tijden van verdrukking, wanhoop en turbulentie, wanneer we dingen in hun juiste perspectief wilden zien, niet alleen God en Zijn Christus, maar ook onszelf en anderen, alsook de gebeurtenissen om ons heen.

- Zolang we in it lichaam van vernedering zijn zullen we altijd nodig hebben onszelf steeds weer te herinneren aan de goddelijke uitspraken waarnaar in Efeze 6:17 verwezen wordt als het zwaard van de geest. Wanneer we biddend ons vernieuwde denken concentreren op onze hemelse zegeningen, dan laten we het vleselijke en zielse niveau achter ons en zijn, in geest, onze voeten al in ons hemelse lotdeel. Dat is waarom we de Allerhoogste lofprijzen met Zijn eigen sublieme woorden:

- "Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus
Die ons zegent met elke geestelijke zegen temidden van de hemelingen, in Christus."

HET MYSTERIEUZE MYSTERIE

- Alle zegeningen zijn gezamenlijk de onze en ze zijn in geest. Om er grondig mee op de hoogte te komen, zullen we een dagelijkse inspanning moeten doen, zorgvuldig deze woorden van geloof en van het ideale onderwijs bestuderend. Misschien zijn er een paar onder ons voor wie de hemelse zegeningen nog verpakt lijken in een mysterieus mysterie; maar wij allen zullen geïnteresseerd zijn in een artikel onder deze titel dat gepubliceerd werd in jaargang 21, beginnend op pagina 561. Nog meer licht wordt op dit onderwerp gegeven in ons boekje "To enlighten all as to the Secret."

PAULUS' EERSTE EFEZE GEBED

-Biddend bestuderen van de eerste helft van Efeziërs en de bovengenoemde commentaren zullen zeker helpen met een vollere bewustwording van het Efeze-geheim dat feitelijk niet langer een geheim is sinds Paulus was opgedragen al zijn lezers er over in te lichten (Efe. 3:9).
-Laten we de apostel bijstaan in zijn eerste Efeze-gebed (1:16-23) aan de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader van heerlijkheid, dat Hij ons een geest van wijsheid en onthulling zal geven in de bewustwording van God, dat we die allemaal mogen waarnemen.
- (1) wat is de verwachting van God's roeping?
- (2) wat zijn de rijkdommen van de heerlijkheid van God's lotdeel onder de heiligen?
- (3) wat is de allesoverstijgende grootheid van God's kracht voor ons die geloven?

IN DE HEER

- Aan het begin van de tweede helft van Efeziérs is Paulus niet langer een apostel van Christus Jezus, zoals in 1:1, noch de gevangene van Christus Jezus, zoals in 3:1; hij spreekt nu als de gevangene van de Heer (4:1), die zijn lezers oproept waardig te wandelen naar de hemelse roeping waarvan hij tevoren gesproken had. Hij verwijst naar hen van de natiën die wandelen in de ijdelheid van hun denken (4:17); wij, echter, zouden geen verdriet moeten veroorzaken aan de geest van God, maar zouden veeleer genadevol omgaan onder elkaar (4:30,32) en wandelen in liefde, als imitatoren van God, als kinderen van licht, wijs de era opeisend (5:1,2,8,16).

- In de eerste helft van de brief had de apostel onze nieuwe status als gezamenlijke genieters van een hemels lotdeel besproken, aangezien wij leden van een gezamenlijk lichaam zijn en gezamenlijke deelnemers aan de belofte in Christus Jezus. Dit alles komt onder het leerstellige deel van Efeziërs in de hoofdstukken 1 t/m 3. Maar elkaar verdragen in liefde, streven om de eenheid van de geest te bewaren met de band van vrede, allen laten groeien in Hem, en de nieuwe mensheid aandoende (4:,2,2,15,24), begint met hoofdstuk vier; zo zijn alle zegeningen die de onze zijn in Christus in de hoofdstukken één tot drie in balans door onze houding (in de hoofdstukken vier tot zes); en hier tonen de paginas van ons gedrukte Woord van God gewoonlijk minder bewijs of herhaalde studie.

- Beginnend met 5:21 worden onze relaties met anderen in detail behandeld. Paulus laat het ideale gedrag zien van de vrouwen, de echtgenoten, de kinderen, de vaders, de slaven en de meesters, eindigend met de uitspraak dat er geen partijdigheid is bij de Heer, aangezien iedereen door Hem beloond zal worden voor elk goed ding dat men zal doen, of men nu slaaf is of vrij (6:8,9). Uit deze uitspraak zou blijken dat de apostel nu alles bedekt heeft in de lijn van gedrag .... of wie anders zou speciale interesse tonen in ons en in het feit dat we een hemelse status hebben en we geacht worden overeenkomstig te wandelen?

GEESTELIJKE KRACHTEN IN HET HEMELSE GEBIED

- Op deze splitsing worden we herinnerd aan Romeinen 8:38,39. "Want ik ben overtuigd dat noch dood, noch leven, noch boodschappers, noch overheden, noch tegenwoordig zijnde dingen, noch de op het punt staande dingen, noch machten, noch verhevenheid, noch diepte, noch enig andere schepping ons zal kunnen scheiden vanaf de liefde van God, de liefde in Christus Jezus, onze Heer."

- We herinneren ons ook dat Paulus aan de Korinthiërs had geschreveN (1 Kor. 4:9): "Want ik meen dat God ons, de afgevaardigden, als laatsten aantoont, als vlakbij de dood, zodat wij een theater waren geworden voor de wereld én voor boodschappers én voor mensen." En we mogen er aan denken dat Petrus wist van hun belang in Christus' lijden en heerlijkheden, want hij zei: "... doorzoekend tot in wat of welke periode de geest van Christus in hen duidelijk werd gemaakt, tevoren getuigend van de lijdenssmarten van Christus en de heerlijkheden na deze dingen. Aan wie het werd onthuld dat niet voor zichzelf, maar voor jullie, zij deze dingen bedienden die nu aan jullie werden verkondigd door hen die jullie evangeliseren, heilige geest afgevaardigd wordend vanaf de hemel, waarin boodschappers begeren te bukken om te kijken." (1 Petrus 1:11,12). En hij wist ook dat boodschappers en gezaghebbers en krachten onderschikt zijn aan Jezus Christus, die aan God's rechterhand is (1 Petrus 1:11,12; 3:22). Want Christus' hemelse verhoging werd aan zowel Petrus als Paulus onthuld. Het bestaan van hemelse gezaghebbers en krachten, echter, was voor Petrus' lezers van minder belang, aangezien hun Messias de allerhoogste plaats op Aarde zal hebben waar ze met Hem zullen regeren.

DE BOZE DAG

- Onder de meest kostbare goddelijke uitspraken in Romeinen is de volgende (5:8,9). "maar God beveelt Zijn liefde tot in ons aan, ziende dat, toen wij nog zondaars waren, Christus ten behoeve van ons stierf. Veel meer dan, nu gerechtvaardigd wordend in Zijn bloed, zullen wij door Hem gered worden vanaf de boosheid." En in dit alles beveelt God Zijn liefde aan ons aan. En zoals we al eerder lazen, niets zal ons ooit scheiden van Zijn liefde (Rom. 8:35-39). Geen boodschappers, geen soevereiniteiten, geen krachten, noch enige ander schepping kan het feit uitwissen dat God Zichzelf gerechtvaardigd heeft en dat Christus ten behoeve van ons pleit. God's liefde blijft ons begeerde bezit, zelfs als onze levens gevuld zijn met droefheid of wanhoop of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of het zwaard. "Nee, in al deze zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons liefheeft!" Dit betekent dat onze bewustheid van Zijn liefde ons in staat zal stellen niet alleen onze wanhoop te verdragen, maar er zelfs van te genieten. God wil niet dat de hardheden van het leven ons overweldigen en overwinnen. Onze zielen zullen ze voelen, maar onze geesten zouden er bovenuit stijgen met het oog op God's niet te vermurwen liefde, zo ons meer dan overwinnaars maken in dit gebied van aanval.

- Wanneer zelfs ons basisgeloof in God's liefde, zoals getoond in rechtvaardiging en verzoening, in gevaar is onderschikt te worden aan gebeurtenissen om ons heen en aan krachten die boven onze waarneming uit gaan, hoeveel meer tegenstrijdig zal de houding van bepaalde hemelse krachten naar ons toe zijn met het oog op onze hemelse status? Want in geest zijn we al samen gezeten met de hemelingen in Christus Jezus. Daar is ons lotdeel. We kunnen het nu al genieten als we het in geloof vasthouden. We zullen in feite binnengaan in het gebied wanneer de Heer ons boven zal roepen, waar Hij gezeten is aan God's rechter hand, hoog boven elke macht (Efe. 1:20,21; 2:6). De vijandelijke houding van de geestelijke krachten van boosaardigheid onder de hemelingen is te wijten aan deze feiten. Ook waakzaamheid is noodzakelijk vanwege de krijgslisten van de Tegenstander, die weet dat de God van vrede hem snel zal vernietigen onder onze voeten, zoals Paulus schreef aan de Romeinen (16:20). Deze zijn de redenen waarom we geacht worden de wapenrusting van God aan te doen om zo te kunnen weerstaan en te staan in het hemelse conflict. Ook hier mogen we meer dan overwinnaars zijn als we trouw blijven aan de regels zoals die neergelegd werden in Efeziërs 6:10-18.

ALLESOVERSTIJGENDE RIJKDOMMEN VAN GENADE

- In het hemelse gebied is Christus' positie ver boven elke soevereiniteit en gezag en kracht en heerschappij verheven, en boven elke naam die genoemd wordt. Hij is hoger dan welke van deze geestelijke krachten dan ook, zelfs die van boosaardigheid. Aangezien God ze allemaal onder Zijn voeten onderschikt en Hem geeft als Hoofd over allen aan de ecclesia die Zijn lichaam is, is het duidelijk dat wij als de leden nooit onderschikt zullen zijn aan enige van deze hemelse potentaten. Wij zullen er veeleer op toezien dat ook zij allen Christus als hun Hoofd aanvaarden. Dit zal bereikt worden door het vertoon van God's genade aan het hele universum, en wij zullen zijn vertoonmateriaal zijn. Het volgende citaat uit UNSEARCHABLE RICHES, jaargang XL, pagina 92, zal helpen onze hemelse status helder te maken.

- In de aankomende aionen zullen we niet langer zwak zijn en zachte stervelingen, maar groots en heerlijke onstervelingen, de speciale voorwerpen van God's vriendelijkheid, wiens eerdere onvermogen en zondeloosheid een perfect spoor zijn voor de allesoverstijgende rijkdommen van God's genade. En dit is niet van ons door vermogen in ons, maar vanwege de heerlijkheid die het aan God brengt, in de ogen van hemelse gastgevers.

- Onze harten zullen op God gericht zijn, totaal geabsorbeerd door Zijn genade en heerlijkheid, en volledig ingenomen, niet alleen door het Hem aanbidden, maar met Zijn grote plan van het in aanbidding brengen van elke knie. Dit zal niet alleen door woorden die we spreken onthuld worden, maar door dat wat we zijn en wat we zijn geworden. Volkomen onwaardig aan ons hoge station in onszelf zullen we de prijsvertoning van God's genade zijn, de onthulling van de kracht van Zijn liefde.

- Dit zal onze gelukkige functie zijn in de komende aionen. Tijdens het millennium en de nieuwe hemelen en de nieuwe Aarde die er op volgt - de laatste twee aionen - zal God Zijn allesoverstijgende genade doorheen ons tentoonspreiden. Dit zou ons nederig moeten maken in het stof, want genade vraagt niet onze werken of onze waarde, maar volkomen nederigheid. Indien wij enige heerlijkheid van onszelf zouden hebben, dan zou dat dit vertoon vernietigen.

- Op dit moment is er zeer weinig uiterlijk zichtbaar van wat God voor ons heeft gedaan. Innerlijk kunnen onze geesten in de heerlijkheid van Zijn genade, maar dit is niet duidelijk aan de hemelse menigten. Ja, het is nu nodig dat zij bekend worden met ons gemiddelde toestand, dat zij de diepte van onze vernedering bewust worden, zodat het contrast duidelijk zal worden wanneer we verheerlijkt zijn.

GOD DOET ONS GEZAMENLIJK ONDER DE HEMELINGEN ZITTEN

- Geen kracht, geen hoogte, geen diepte, kan het heerlijke feit wegnemen dat in de toekomende aionen God ons gezamenlijk zal doen zitten temidden van de hemelingen. Maar de uitspraak in Efeze 2:6 houdt zelfs meer in, want de "feit" vorm, zetels, houdt zowel het heden als verleden in. Het is in verband met het gezamenlijk lotdeel dat God ons koos in Christus Jezus, vóór de nederwerping van de wereld. Aangezien dit feit waar is voor alle tijden, zegt de Schrift nadrukkelijk: "Hij verkoos ons." Alle zegening waren de onze zelfs voordat we bestonden en zondigden! Daarom, in God's ogen, toen Christus stierf, stierven we met Hem. Wij waren ook in Hem toen God Hem opwekte uit de doden en het Hem deed zitten aan Zijn rechterhand, boven alle hemelse soevereiniteiten (Efe. 1;4,20,21). Daarom werden ook wij levend gemaakt en gezeten temidden van dezelfde hemelingen, lang, lang voordat we zelfs maar geboren waren. Dit feit staat vandaag nog steeds, dus zijn wij, in geest, daar nu gezeten, ook al verduren onze huidige vernederde lichamen lijden door verdrukkingen, spanningen en woelingen.

- DE ALLESOVERSTIJGENDE GROOTHEID VAN GOD'S KRACHT

- God leert ons te bidden voor een geest van wijsheid en onthulling, zodat we onze zegeningen waarnemen, één waarvan de allesoverstijgende grootheid van Zijn kracht voor ons is, vandaag, terwijl we al Zijn kostbare beloften geloven voor zover ze van toepassing zijn voor de huidige geheime bedeling van genade. De meesten, zo niet allen van ons, geloven dit op sommige punten niet.

-Misschien geloven we dat we zullen heersen samen met Christus, ook al kunnen we niet stil blijven wanneer we gewond raken of bedrogen worden door onze broeders. We mogen gewillig zijn om anderen te dienen, maar we kunnen vernedering niet uitstaan. Wanneer we terugmeppen zijn we net zo onrechtvaardig als onze uitdagers en zullen we geen enkel lotdeel in de soevereine kracht van God's koninkrijk genieten; alleen wanneer we nu verduren zullen we ook samen regeren (1 Kor. 6:7-9). De leden van Christus' lichaam zullen zeker een verscheidenheid aan functies uitoefenen, in overeenstemming met hun hoge hemelse status, terwijl ze de allesoverstijgende rijkdommen van God's genade tentoon zullen spreiden. Dit zal zeker door verschillende wegen en middelen gedaan worden. Ieder van ons zal een ander verhaal van genade te vertellen hebben. Tot nu toe schijnen de lotdelen gelijkaardig te zijn. Maar in toevoeging zullen sommigen van ons samen met Christus heersen in de hemelse gewesten en zo een ander lotdeel genieten dan sommige anderen. We geloven niet in 2 Timotheüs 2:12 wanneer we denken dat de lotdelen allemaal identiek zijn.

- De allesoverstijgende grootheid van God's kracht is voor ons die geloven en niet op de een of andere wijze ongelovig zijn. Een fractie ongeloof zal de uitstorting van deze goddelijke kracht verhinderen die door het Woord van God tot ons komt. Enige mate van ongeloof zal ons ook doen vergeten God voor alles te danken en Hem vooruit te danken, zelfs voor het ons zenden naar een school van verdragen. Indien er aan onze kant ongeloof is, zoals aan enige van de hemelse zegeningen in Efeziérs, dan zullen we er niet in slagen God voor hen te prijzen zoals we dat zouden moeten, en onszelf beroven van het genieten er van.

GODDELIJKE UITSRPAKEN ZIJN GEEST EN LEVEN

- Onze Heer vertelt ons in Johannes 6:63 dat de uitspraken die Hij gedaan heeft geest en leven zijn. Aanvullend geestelijk leven - dit is wat de allesoverstijgende grootheid van God's kracht voor ons betekent. Daarom geven Zijn uitspraken ons energie en vitalizeren ze ons geestelijk. Ze hebben geen rechtstreeks effect op onze lichamen, maar zij brengen nieuw leven aan onze geest. Er is in ons vlees geen bewijs voor onze hemelse status, en de altijd veranderende gevoelens van onze zielen grijpen onze zegeningen niet aan, want God zegent ons met alle geestelijke zegeningen temidden van de hemelingen in Christus. Wij kennen God en Zijn genade alleen door woorden, maar het zijn God's woorden en dit is waarom ze onze geesten opladen met goddelijke vitaliteit en ons verzekeren van onze hemelse status.

- Het zou zeer dwaas zijn te claimen dat elke zin in de Bijbel een soortgelijk doel zou kunnen dienen. Want er zijn veel menselijke woorden; nogal wat woorden van God zijn verkeerd vertaald in de bekende versies, en naast dit werden vele goddelijke uitspraken gesproken tot ander heiligen in andere bedelingen en hebben geen betrekking op ons. Daarom kunnen ze ons niet verzekeren van onze plaats in God's doel.

- Laten wij daarom wijzen op één van God's meest krachtige uitspraken voor ons, vandaag: "maar God, rijk zijnde in ontferming, vanwege Zijn vele liefde waarmee Hij ons liefheeft, maakt ook ons, die doden zijn door de misstappen en door de begeerten, samen levend in Christus (in genade zijn jullie geredden), en Hij wekt samen en Hij doet samen zitten te midden van de ophemelsen in Christus Jezus, opdat Hij, in de opkomende aionen, de overtreffende rijkdom van Zijn genade zou betonen, in vriendelijkheid naar ons in Christus Jezus. Want in de genade zijn jullie geredden, door geloof, en dit niet vanuit jullie zelf; het is het naderingsgeschenk van God."(Efe. 2:4-8). Deze goddelijke uitspraak is een fontein van geestelijke vitaliteit voor ons die geloven, zodat we inderdaad kunnen ervaren wat de allesoverstijgende grootheid van God's kracht voor ons is. Hem zij alle heerlijkheid!

Door naar deel 5


Dit artikel werd hier geplaatst met toestemming van
©Concordant Publishing Concern
en mag niet zonder toestemming van deze worden overgenomen
in druk of op het internet.