Controleer uw wapenrusting
3. Leer en houding
door Herman H. Rocke

- Wanneer we ons richten op het skelet van de Efezebrief in onze Keyword Concordance, pagina 341/410/367, dan leren we dat de eerste helft van deze brief verwijst naar leer en de tweede helft naar houding (of gedrag). Het is vanuit deze twee hoeken dat de onderwerpen in de centrale kolom van het skelet worden benaderd. Zo wordt het onderwerp "gezamenlijke genieters van een lotdeel" eerst ter hand genomen met een blik op onze geestelijke zegeningen (1:3-14) en dan met betrekking tot onze geestelijke oorlogsvoering (6:10-17). Wat van ons is wordt in balans gehouden door onze wandel en dienstbetoon die in de Heer zijn. Dit werd benadrukt in een artikel dat dit magazine 28 jaren geleden publiceerde (vol. XXIII, pag. 387) onder de titel "Het hemelse conflict," waaruit we citeren:
- "Voor hen die contexten verwarren is God's Woord vol van tegenstellingen. Een van de grote waarheden van een eerder deel van Efeziërs is dat we gezamenlijk gezeten zijn temidden van de hemelingen (Efe. 2:6); er is ontspanning en rust. Dit schijnt nu tegengesproken te worden, want in Efeze 6:14 worden we opgeroepen te staan, bekleed met alle kleding van conflict. Er is waakzaamheid en oorlogsvoering. Beide zijn waar, maar in hun contexten. Beide zijn fout buiten hun contexten. Als verbonden aan Christus Jezus, als leden van Zijn Lichaam, hebben we geen werk te doen, want Hij heeft het allemaal Zelf volbracht. Maar als verbonden met God, als genieters van een lotdeel temidden van de hemelingen, hebben we nodig versterkt te worden met God's machtige kracht en te staan in Zijn beschermende wapenrusting. Het lotdeel is van ons. We zullen feitelijk binnengaan in de behuizing wanneer we naar boven geroepen worden. Maar nu moeten we er door geloof aan vasthouden. Daar is waar het gevaar ligt. Daar kan falen op de loer liggen.
- Om overeen te komen met onze zwakte is onze wapenrusting samengesteld uit vijf delen: waarheid, rechtvaardigheid, vrede, geloof en redding. Deze worden uitgebeeld door een gordel, een kuras, een sandal, een schild en een helm. Laten we er aan denken dat dit alles "in de Heer" is en niet "in Christus." Onze bestemming is niet aan de orde. Het is geheel een zaak van gedrag en het huidige leven. Wij hebben alle geestelijke genades die deze bewapening in Christus vormen. In Hem zijn wij rechtvaardig en gerechtvaardigd. In Hem hebben wij vrede met God. Maar dat is hier niet in beeld. Om met deze verdediging te winnen moeten we de waarheid kennen, moeten we recht handelen, moeten we vrede met onze medemensen praktiseren, moeten we geloof beoefenen, en dan zullen we een huidige redding genieten van de aanslagen van de krachten van de duisternis.
- We moeten maar weinig waarheid weten om van zonde gered te worden. We hebben echter een grondige bewustwording van God's onthulling nodig om tijdens ons huidige leven gered te worden van de Tegenstander. ... Hoewel we gered zijn van onze zonden, en gered wórden van zonde, hebben we nog steeds redding nodig in de hemelse gebieden."
- Het bovenstaande citaat uit UNSEARCHABLE RICHES laat ons de noodzaak zien van een gebedsgid met betrekking tot God's wil, want we zijn ons allen bewust van het feit dat alleen een biddende studie van de Schrift ons kan helpen waar te nemen wat Hij in Zijn Woord onthuld heeft voor de huidige bedeling van genade, of, zoals Paulus het stelt, de woorden van geloof en van het ideale onderwijs (1 Tim. 4:6). De context in Efeziërs zes laat zien dat onze geestelijke wapenrusting ter hand genomen zou moeten worden en aangetrokken tijdens elk gebed en verzoek, terwijl we bidden bij elke gelegenheid, in geest er waakzaam voor zijnde (6:18). En de apostel voegt toe dat het verzoek alle heiligen zou moeten betreffen.

EEN GEBED MET EEN BELOFTE

- Paulus' gebedsgids in Kolossenzen past precies bij de gelegenheid. Daarom is het ons voorrecht om de apostel na te doen en voor onszelf en onze mede-heiligen te bidden:
- dat we allen volkomen gevuld mogen worden met de bewustwording van God's wil
- in alle wijsheid en geestelijk verstaan
- dat we allen de Heer waardig mogen wandelen om Hem in alle dingen een genoegen te doen
- dat we allen vrucht mogen dragen in alle goed werk
- dat we allen mogen groeien in de bewustwording van God
- dat we allen met kracht bekleed mogen worden
- in overeenstemming met de macht van Zijn heerlijkheid
- namelijk met kracht voor alle verduren
- en met kracht voor geduld, met vreugde.

- Het dagelijks biddend lezen van deze woorden in het eerste hoofdstuk van Kolossenzen zal bijdragen aan de energie en de vitaliteit van onze geesten, op dezelfde manier als zij Paulus' geest bezielden toen hij gevangene was in Rome. We vinden hem de God en Vader van onze Heer Jezus Christus dankend in vers drie, en weer dank brengend aan de Vader in vers twaalf. Bij een latere gelegenheid, zo de Here wil, kunnen we de details bespreken die de dankbaarheid van de apostel voortbrachten; maar nu willen we het feit benadrukken dat de gebedsgids in Kolossenzen begint met dankzegging en eindigt met dankzegging. En daartussen hebben we de heerlijke verzen negen tot elf. Hier leert de Heer ons hoe te bidden! Dit is een gebed met een belofte en Hij zal elk verzoek er in beantwoorden! Daarom is er geen aanleiding voor ontmoediging en depressie met het oog op onze tekortkomingen en mislukkingen, ons onvermogen en onze onmacht in wandel en dienstbetoon, en ons gebrek aan het verstaan van God's Woord en het realiseren van Zijn onthulling.
- Deze gebedsgids zal ons leren hoe God's voldoendheid en almacht te ervaren, zolang we er maar om vragen, dag na dag. Israel werd tijdens hun reis door de wildernis uit Egypte naar het beloofde land ondersteund door een dagelijkse aanvoer van manna over een periode van veertig jaren. Hen werd niet toegestaan voorraden aan te leggen voor langere perioden van tijd (hoewel het manna niet op een sabbat ingezameld kon worden). Op gelijke wijze zal God ons ons dagelijks geestelijk voedsel geven zolang we er dagelijks om vragen. Wanneer we verzuimen dit te doen kan onze groei in de bewustwording van God's wil verminderen. Het is onmogelijk voorraden van kracht voor volharding aan te leggen die een maand, een week, of zelfs twee dagen duren, en in de tussentijd dit gebed vergeten.

EEN BIDDENDE HOUDING

- Deze bewustwording van God's wil en deze heerlijke kracht voor volharding en geduld zullen de onze zijn, maar alleen zolang we blijven in de houding van verzoekaanbieders, heel de dag, totdat er een andere gelegenheid zal zijn om te bidden langs de lijnen van Kolossenzen 1:9-11. Zo'n houding zal ons er aan doen herinneren de Schrift te lezen wanneer we volledig gevuld willen worden met de bewustwording van God's wil. Zo zullen we een dagelijkse inspanning leveren om de woorden van geloof en van het ideale onderwijs te bestuderen. Zo'n houding zal onze zielse verlangens regeren en het diepste verlangen in ons hart om de Heer waardig te wandelen, Hem een genoegen doende in alles wat we doen. Zo'n houding zal ons bemoedigen af te zien van ijdele ondernemingen en helpen vrucht te dragen in elk goed werk.

- Met andere woorden, de goddelijke gedachten van de Kolossenzen-gebedsgids zullen dag en nacht met ons mee gaan, zelfs onbewust. Dit is wat Paulus "op ononderbroken wijze bidden" noemt. Wij vinden deze term in 1 Thessalonicenzen 5:15-18: "Zie er op toe dat niemand kwaad in plaats van kwaad zal teruggeven, maar jaag altijd het goede na, én tot elkaar én tot allen. Verheug je, altijd! Bid op ononderbroken wijze! Dank in alles, want dit is de wil van God in Christus Jezus voor jullie." Deze goddelijke uitspraak bevestigt het feit dat zulk ononderbroken gebed ons de tevredenheid, de troost, de vreugde en het gejubel zal leveren die God ons wil geven door Zijn Woord, samen met de bewustwording van Zijn wil en alle kracht voor volharding en geduld met vreugde. Want Hij is in ons werkzaam om zowel te willen als te werken, te leren, te studeren en te bidden ten behoeve van Zijn genoegen (Filip. 2:13).

DE GENADE VAN GOD SAMEN MET MIJ

- Dit alles komt overeen met Paulus' belijdenis: "Maar in de genade van God ben ik wat ik ben, en Zijn genade, die in mij is, was niet leeg geworden, maar ik zwoeg bovenmatiger dan zij allen. Echter niet ik, maar de genade van God, die samen met mij is" (1 Korinthe 15:10). Wij kennen de Allerhoogste en Zijn genade alleen door woorden; maar aangezien ze Zijn woorden zijn laden ze onze eigen geesten op met goddelijke vitaliteit. We hebben een ononderbroken contact met God's geest nodig, zodat Hij in ons werkzaam kan zijn om te willen en te werken. Het is alleen door geloof dat we zulk contact kunnen vestigen, en het kan alleen door onze geest gedaan worden, waarin de goddelijke uitspraken nieuw leven zullen aanbrengen.

- God's genade in Paulus kwam niet tevergeefs; in deze genade was hij een verzoeker die de Heer een genoegen deed, biddend langs de lijnen die Hij hem had geleerd. Genade dringt er nu bij ons op aan de bewustwording van God's wil te vragen, om ons zo te leiden in het de Heer waardig wandelen. En zo'n wandel zal ons in staat stellen te groeien in de bewustwording van God. Het is de onophoudelijke herhaling van deze goddelijke opeenvolging(bewustwording-wandel-bewustwording) die resulteert in de heerlijke gave die in vers 11 wordt beschreven: "... in alle macht machtig gemaakt wordend overeenkomstig de kracht van Zijn heerlijkheid, tot in alle verduren en geduld, met vreugde"(Kolossenzen 1:11).


(1) Niet ophoudend
gebed voor allen
|
|
|
kracht
voor volharding
in
gebed
|
|
|
(2) Bewustwording van God's wil
(3) De Heer waardig wandelen
(4) Vrucht in ieder goed werk
(5) Groeien in de bewustwording van God
(6) Kracht voor volharding en geduld met vreugde
(7) Dankzegging aan de Vader

- Bovenstaande opsomming onthult iets als een kettingreactie, beginnend met (1) onophoudelijk bidden voor allen, (2) de bewustwording van God's wil vragend, (3) de Heer waardig wandelen, (4) vrucht dragend in elk goed werk, (5) groeien in de bewustwording van God, (6) kracht voor volharding en geduld met vreugde, en (7) dankzegging aan de Vader.

KRACHT VOOR VOLHARDING IN GEBED

- Volharding is kracht om ellende te kunnen weerstaan, en ook het vermogen om door te gaan; in ons geval om dag na dag door te gaan met het Kolossenzen-gebed. De genade van God die in ons is dringt er bij ons op aan de bovenstaande verzoeken te herhalen die Hij voor ons heeft voorbereid, opdat wij op die wijze zouden bidden tot dat heerlijke moment wanneer de Heer ons zal roepen om Hem in de lucht te ontmoeten (1 Thess. 4:17). Daarom zegt Paulus: "...houden wij niet op ten behoeve van jullie te bidden en te verzoeken"(Kolossenzen 1:9). De herhaling van de goddelijke serie (bewustwording-wandel-bewustwording) zal ons kracht geven voor volharding in gebed, om het zo ononderbroken te maken.

- Niemand, behalve Jezus in Zijn aardse leven, heeft ooit volharding in goede werken getoond (Rom. 2:7), en volharding in het geloofs-gebed is iets zeldzaams. Laten we de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader van heerlijkheid, loven dat Hij de ogen van ons hart voor ons heeft verlicht om waar te nemen hoe Zijn genade in ons werkt. Het drong Paulus om dit gebed voor ons op te schrijven in overeenstemming met de macht van Zijn heerlijkheid, voor alle volharding en geduld, met blijdschap. We weten uit 2 Timotheüs 3:16,17 dat alle Schrift door God geïnspireerd is, en dat zijn ook de gebedsgidsen die de verhoogde Christus Paulus voor ons liet opschrijven. En we mogen er aan toevoegen dat ze weldadig zijn voor de correctie van onze gebedsgewoonten, opdat de man van God toegerust kan worden met de juiste woorden voor verzoeken, pleidooien en dankzegging.

DE GODDELIJKE REEKS VAN VERZOEKEN

- De Allerhoogste heeft ons de reeks van gedachten gegeven in Kolossenzen 1:9-11, en wij worden verondersteld de regels te volgen zoals ze hier zijn neergelegd. Daarom zou het onwijs zijn alleen voor nummer 2 en 5 te vragen (bewustwording van God's wil en groeien in de bewustwording van Hem). Het zou ook niet wijs zijn alleen om nummer 3 en 4 (de Heer waardig wandelen en vrucht dragen in elk goed werk) te vragen. En het zou gewoonweg dwaas zijn om om kracht te vragen (6) en de andere verzoeken te vergeten. Ze worden ons alle in een pakket en in goddelijke rangorde gegeven; daarom zijn we niet gerechtigd willekeurig er uit te pikken wat we als voordelig voor ons achten. God heeft ons geschapen zoals we zijn. Hij kent al onze behoeften en doet alles samenwerken voor ons eigen goed. Hij brengt de juiste gedachten van gebed in ons hart zodat we onze verzoeken in de juiste volgorde kunnen doen. Hij zal ze beantwoorden en zo alles doen medewerken ten goede voor ons alsook voor Zijn verheerlijking. Alle kracht voor volharding en geduld met blijdschap is voor ons beschikbaar als de reeks van verzoeken niet onderbroken wordt.

- We kunnen nooit teveel het belang van deze combinatie van goddelijke gedachten voor ons geestelijke leven in het algemeen benadrukken. Dit is des te meer waar vanwege de soortgelijke reeks die verband houdt met ons hemelse conflict (Efe. 6:14-17), die ook niet onderbroken zou moeten worden als we de effectiviteit van onze wapenrusting teniet willen doen.

- Terwijl het Kolossenzen-gebed ons leidt naar de bewustwording van God's wil, wordt de geestelijke wapenrusting aan ons gegeven voor het speciale doel van de geestelijke krachten van boosaardigheid onder de hemelingen, zoals we eerder aangeduid hebben. Voor deze speciale redding in de hemelse gebieden, echter, hebben we een grondige bewustwording van God's wil en onthulling nodig. Hier zal het Kolossenzen-gebed ons behulpzaam zijn. Laten we daarom de God en Vader van onze Heer Jezus Christus danken, laten onze verzoeken aan Hem bekend zijn en laten we Hem opnieuw danken (Kolossenzen 1:3,9-12a).

- Een woord van troost is nodig voor hen die zich bewust zijn van hun eigen tekortkomingen en falen. U mag er zeker van zijn dat wij voor u bidden langs de lijnen van Kolossenzen 1:9-11, zelfs als we uw naam en problemen niet kennen. Mogen wij nogmaals citeren uit Unsearchable Riches, jaargang XXXII, pagina 245:

-"Belijdenis alleen zou ons niet nederig maken in het stof, maar zou leiden tot ontmoediging en depressie. Met het oog op God's genade is er hiervoor geen oorzaak, want vernedering is alleen een voorloper van verhoging. Bovendien leidt het tot echt gebed en lofprijzing. Ons verzoek welt spontaan op uit een nederig hart, niet alleen bewust van haar eigen tekortkoming en onafdoendheid, maar van de voldoendheid en liefde van God. We worden verdreven van ons onvermogen in de armen van Zijn almacht. We doen een beroep op God voor de verlossing van de wereld, het vlees, en de tegenstander, en alles wat daarmee verbonden is, en smeken om kracht om Zijn wil te vervullen. Iedere ademtocht van de man van God zou vergezeld moeten gaan door een onbewuste herhaling van de woorden van onze Heer: "Niet Mijn wil, maar de Uwe!" En elke harteklop zou een noot van lofprijzing moeten zijn. Het maakt ons dankbaar voor alles wat we uit Zijn handen ontvangen, en voor alles wat Hij voor ons is. Wij loven Hem in afwachting van de toekomst en voor de voorbereiding van het heden. Moge alle toenemende lofprijzing opstijgen uit de harten van allen die deze zinnen lezen!"

Door naar deel 4


Dit artikel werd hier geplaatst met toestemming van
©Concordant Publishing Concern
en mag niet zonder toestemming van deze worden overgenomen
in druk of op het internet.