Controleer uw wapenrusting

2. Het gebed van geloof

door

Herman H. Rocke

(1908-1996)


De wapenrusting God's aandoen is iets dat niet bereikt kan worden zonder bij elke gelegenheid te bidden (Efe. 6:18). Dit geeft aan dat de verschillende fasen (de lendenen omgorden, het kuras aantrekken, etc.) elk vergezeld zouden moeten gaan van zulke gebeden en verzoeken als door Paulus en de zijnen gepraktiseerd werden. Voordat we verder gaan in de zaak van de wapenrusting kan het behulpzaam zijn meer te ontdekken over Paulus' stijl van bidden.

- Sommige mensen zijn van mening dat een gebed niets meer is dan de opening van hun hart naar God, net zoals een bloem opent naar het licht. Zij zien dit als hun uiterste inspanning. God zal de rest moeten doen. Tot op zekere hoogte kan dit correct zijn in een geval van grote persoonlijke verdrukking. Indien dit echter onze permanente houding zou worden, dan zouden we in het gebied van de emotie blijven in plaats van het pad te volgen dat leidt naar de hoogste lof van God waartoe de menselijke tong in staat is. We zouden onze uiterste best moeten doen om onafhankelijk te worden van onze gevoelens, zodat we grondiger leren hoe te bidden met het vernieuwde denken. Dit betekent dat we elke passieve houding in gebed moeten verlaten en zo actief worden als we maar kunnen. Het punt zou benadrukt moeten worden dat bidden is als het verrichten van een taak waarvoor we onszelf moeten voorbereiden. Volwassen gebed verlangt onze ongedeelde aandacht naast geestelijke wijsheid en bewustwording van God. Indien de woorden vaag en algemeen zijn, dan is dat een teken dat er iets ontbreekt.

- Misschien hebben we al God's beloften die met ons verband houden nog niet ten volle begrepen. Ze zouden steeds weer bestudeerd moeten worden en zo grondig als mogelijk, anders is ons geloof in gevaar. Het kan overschaduwd worden door vrome fantasieŽn, ons er toe brengend te geloven dat dit of dat urgent is en bruikbaar in het werk van de Heer. Het is niet juist zulke eigenmachtige verzoeken in gebed bij God te brengen, zelfs als ze goed bedoeld zijn en de goedkeuring van vrome traditie krijgen.

- De Heer heeft alle details van Zijn werk onder ons gepland, en Hij verwacht dat wij onze uiterste best zullen doen in Zijn dienst, maar alleen langs de lijnen van de beloften die vandaag voor ons gelden. Jezus was Zich ten volle bewust van wat op Hem toepasbaar was tijdens Zijn aardse bediening, toen Hij de vorm van een slaaf had aangenomen (Filip. 2:7), en Hij wilde niet tot de steen spreken zodat die brood zou worden (Luk. 4:3). Dertig jaren lang was Hij in afzondering gebleven, deze dingen lerend, voordat Hij Zijn drie jaren van publieke bediening begon die eindigden met zes uren van complete onderschikking aan de wil van Zijn Vader. Mozes had veertig jaren van hoge opvoeding in Egypte gehad, en nog eens veertig jaren in de afzondering van Midian, voordat hij voor Farao verscheen. Ook al verkondigde Saulus in Damascus, na zijn bekering, onmiddellijk Jezus als de Zoon van God, hij ging drie jaren weg naar ArabiŽ om daar meer gedetailleerde instructies van zijn verhoogde Heer te ontvangen. Later hervatte hij zijn bediening in Damascus, totdat de discipelen van die stad hem hielpen ontsnappen aan een aanslag van de Joden (Hand. 9:20,24; Gal. 1:17).

- Deze voorbeelden dienen er toe te bewijzen dat we eerst bekend zouden moeten worden met de wil van de Heer, voordat we proberen onze uiterste best te doen in Zijn dienst. We zouden moeten weten wat Hij van ons verlangt in deze bediening en we zouden gehoor moeten geven aan Zijn waarschuwingen voor de vallen van de Tegenstander. Het is waar dat de Heer zei dat niemand in staat is de discipelen uit de hand van de Vader te rukken (Joh. 10:29) en dat niets zal ons scheiden van de liefde van God in Christus Jezus (Rom. 8:35), maar het is ook waar dat Satan zelfs de apostelen opeiste, om hen als graan te zeven. De Tegenstander was gerechtigd Job's geloof te vernielen. IEUE zei tot Satan: "Hij is in jouw hand!" Maar er was een beperking: "Alleen, spaar zijn leven" (Job 2:6).

- Zelfs vandaag vraagt de Tegenstander om zulk gezag, speciaal om te voorkomen dat de meest fervente van de gelovigen zal groeien naar volwassenheid. Als hij hun geestelijke groei niet door Job's plagen kan verhinderen, dan zal hij steeds weer proberen God's Woord voor hun geestelijke ogen te verdraaien, zodat zij niet komen tot een bewustwording van de waarheid en niet ontnuchterd worden uit de val van de Tegenstander (1 Tim. 2:25,26). Dit is de reden waarom zoveel kinderen van God gevangenen van de misleiding blijven, ook al kan Satan hen niet uit de hand van de Vader rukken, noch hen scheiden van de liefde van God.

- De meest algemene misleiding is aan te nemen dat de vertaling van de Bijbel geÔnspireerd is en daarom onfeilbaar. Daarom zijn mensen onwillig enige waarheid te aanvaarden die duidelijk alleen in de originele Hebreeuwse of Griekse Schrift aanwezig is, maar niet in hun eigen Bijbel.

- Anderen verlustigen zich in de misleiding dat zij van God alles kunnen vragen wat zij maar in staat zijn te geloven, en dat, zelfs als dit onmogelijk is, God het hen uiteindelijk zal schenken. Zij weten niet dat wat God niet geeft, Satan snel zal leveren als deze voorziening dient om hen in misleiding vast te houden.

- Alleen door onszelf dagelijks te voeden met de woorden van geloof en van het ideale onderwijs (1 Tim. 4:6), kunnen we de val van het vragen om dingen die God niet voor vandaag heeft beloofd vermijden. Het gebed van geloof is daarom in de eerste plaats gebaseerd op de woorden van geloof en onderwijs die de verhoogde Christus Paulus voor ons had laten opschrijven. Ons concentrerend op de Paulinische brieven zouden we echter niet moeten voorbij zien aan het feit dat het pad leidt van onvolwassenheid in KorinthiŽrs naar volwassenheid in Efeziťrs.

GOD EN VADER VAN ONZE HEER JEZUS CHRISTUS

- Als we, biddend met een vernieuwd denken, de Allerhoogste met deze paar woorden aanspreken, dan zou Hij ze meer superieur achten dan tienduizend ongecontroleerde woorden, wanneer we onze emoties met ons op de loop laten gaan en er niet in slagen de Allerhoogste te verheerlijken zoals we dat zouden moeten doen. Met de aanroeping  "God en Vader van onze Heer Jezus Christus" erkennen we dat het Jezus was Die de zonde van de wereld wegnam en gehoorzaam werd tot de dood van het kruis op Golgotha; daarom is er niet langer een barriŤre tussen God en ons. In toevoeging daarop zijn we gehoorzaam aan onze Heer Jezus Christus en dienen Hem totdat alles aan Hem is onderschikt (1 Kor. 15:28). Tenslotte is Christus het Beeld van de onzichtbare God, Eerstgeborene van elk schepsel, want in Hem is alles geschapen en Hij maakt vrede door het bloed van Zijn kruis om allen met Hem te verzoenen, of het nu die op Aarde zijn of die in de hemelen (Kol. 1:15-20). Christus is ook het Hoofd van de ecclesia die Zijn Lichaam is, het complement waardoor alles in allen gecompleteerd wordt (Efe. 1:23).

- Wanneer we verzoeken doen voor iets dat de vermogens van zwakke stervelingen overstijgt, dan zouden we God, de Almachtige, de allerhoogste Onderschikker, de Bron van alle kracht, wijsheid en liefde moeten aanspreken. In feite kunnen we nauwelijks bidden en Hem negeren Die alles is en alles heeft en alles doet waar we naar verlangen. Iemand anders kanaliseert alleen maar de geschenken die van Hem af komen. Dit is waarom we altijd terug moeten gaan naar de Fontein, naar God zelf, om Hem alle lof en dank en heerlijkheid te geven die alleen Hem toekomen.

- Wanneer Jezus zegt "Ik ben de Weg ... niemand komt tot de Vader dan door Mij"(Joh. 14:6), dan bedoelt Hij dat er dus geen andere weg naar God leidt. Tot die tijd had Israel haar IEUE benaderd door middel van een goddelijk ritueel van verschillende offers. Sinds Golgotha is de situatie anders. Nu naderen we de Almachtige via de nieuwe Weg die Christus is Die voor ons geofferd werd. Doorheen Hem hebben we nu rechtstreeks toegang tot Zijn Vader, in geest.

- Laten we, om deze reden, ruim gebruik maken van deze aanroeping: God en Vader van onze Heer Jezus Christus! Paulus deed het en hij zou het geweten moeten hebben, want hij had herhaaldelijk de verhoogde Christus gezien (Hand. 26:16) en was Zijn woordvoerder geworden voor de hoogste onthullingen. Wanneer hij God wilde verheerlijken met de meest sublieme woorden die hij tot zijn beschikking had, gebruikt hij deze aanroeping en hij voegt zo af en toe "Vader van mededogen" of "Vader van heerlijkheid" toe (2 Kor. 1:3; Efe. 1:3,17; Kol. 1:3).

- Hij is ook zeker ůnze God en Vader. Wanneer wij Hem aanspreken als "God en Vader van onze Heer Jezus Christus," dan verlenen wij Hem onze hogere eren en grotere heerlijkheid, omdat we tegelijkertijd onze eigen onwaardigheid en onderschikking erkennen, alsook onze volste instemming met alles wat God deed doorheen Christus, niet alleen in de schepping, maar ook in de verzoening, niet alleen voor ons, maar ook voor de rest van de mensheid en de geestelijke wezens.

- Sommige mensen zijn bang om God direct aan te spreken en geven er de voorkeur aan hun gebeden te beginnen met de woorden: "Beste Jezus." Dit kan zijn door een gevoel of aanname dat Hij Die deze Aarde bewandelde en voor onze zonden stierf, dichterbij ons zou staan en ons misschien beter zou begrijpen dan Zijn God en Vader. Er is echter geen reden voor zulke schuwheid. Integendeel, Jezus zei dat de Vader hen zoekt die Hem aanbidden (Joh. 4:23). God wil dat wij groeien in de bewustwording van Zijn wil (Kol. 1:9,10), totdat wij eindelijk zien dat Hij in feite en oorspronkelijk alles is waarvan Christus het Beeld werd (Kol. 1:15). Onze bekendheid met het Beeld zou ons helpen onze gedachten over God zelf te corrigeren en Hem op een passende manier lief te hebben.

- Wanneer echter dingen ons overweldigen kan er voor ons geen tijd zijn om te bidden met het vernieuwde denken. Dan zullen we misschien in onszelf zuchten en kreunen en bidden op de wijze die we onder soortgelijke spanning altijd deden. God zal onze woorden onder zulke omstandigheden nooit wegen, want Hij leest de gedachten van onze harten, ongeacht of we nu "Beste Jezus" uitroepen of "Mijn God en Vader" of wat anders onze gewoonte was geweest.

PLEIDOOIEN EN DANKZEGGING

- Het gevolg van bidden zou altijd moeten zijn dat we alle vervreemding tussen God en onszelf weghouden. Wanneer we de Allerhoogste aanspreken kunnen we gemeenschap met Hem hebben, gelijk aan die welke iedereen ten volle in de toekomst zal gaan genieten wanneer God Alles in allen zal zijn (1 Kor. 15:28). In onze gebeden vandaag, zelfs als Hij nog niet alles in ons is, is Hij tenminste iets in u en mij. Wanneer verzoeken worden gedaan in de ecclesia en allen die aanwezig zijn zeggen: "Amen," dan is God tenminste iets in hen. Hoe volwassener het gebed, des te beter; indien de toehoorders in staat zijn de trend van denken er van te volgen, zal God zelfs meer in hen zijn, Waar zijnde, en, in liefde, allen doen groeien in Hem Die ons Hoofd is, Christus (Efe. 4:15), kunnen wij, in geest, steeds dichterbij komen naar de voleinding, wanneer God Alles ook in ons zal zijn. Zo zullen de uren die leiden tot vervreemding van Hem leiden steeds minder worden, en voortdurende harmonieuze gemeenschap met Hem zal de dominante factor in onze levens worden.

- In gebed zullen onze gedachten uitgaan naar onze medemensen, onze superieuren en gezaghebbers in dit land en elders. In Paulus' dagen was de algemene toestand zeker niet vredig. Onder de heerschappij van Keizer Claudius werden alle Joden uit Rome verdreven. De jonge ecclesia in Thessalonica ging door zulke zware vervolgingen en onderdrukking dat zij opgejaagd en bang waren, denkend dat mogelijk de dag van de Heer al daar was. Zij dachten dat ze misschien de opname gemist hadden. Paulus' loopbaan werd gemarkeerd door: "veel verduren in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, in slagen, in cellen, in ongeregeldheden, in moeiten, in slapeloze nachten, in vasten" (2 Kor. 6:3-10).

- Het is onder de invloed van zulke gebeurtenissen tijdens deze rusteloze jaren, en ook onder de leiding van God's heilige geest, dat Paulus aan TimotheŁs, en ook aan ons, een gebedsgids geeft die betrekking heeft op zowel onze innerlijke vrede als de uiterlijke situatie in relatie met de mensen om ons heen. Paulus beveelt krachtig verzoeken en dankzeggingen voor hen allen aan, inclusief de boven hen staande gezaghebbers (1 Tim. 2:1-4). Aangezien hij dit doet voor de ogen van de Romeinse regering van zijn tijd, voor de ogen van boosaardige mensen, zouden we er meer voor moeten voelen hem in zijn houding te imiteren.

- Alleen op voorwaarde van dagelijkse voeding met de woorden van geloof en van het ideale onderwijs (1 Tim. 4:6), echter, zullen we in staat zijn ons te verheugen in verzoeken en dankzegging voor hen die schijnbaar toevoegen aan de tegenspoeden in het leven. Zolang we ons niet volledig bewust zijn van de goddelijke waarheden voor vandaag zouden we geneigd kunnen zijn onze superieuren en onze gezaghebbers te weerstaan, Petrus in die mate citerend dat we God meer zouden gehoorzamen dan mensen. Maar Handelingen 5:29 is niet van toepassing op de politieke heerschappij of op de Romeinse militaire regering die in die tijd aan de macht was, maar op het Sanhedrin, een Joodse raad die bestond uit oversten, schriftgeleerden en oudsten. Het was aan hen dat Petrus en de apostelen antwoordden: "Men moet God meer gehoorzamen dan mensen." De woorden van ideaal onderwijs met betrekking tot onze hedendaagse relatie met superieuren en gezaghebbers zijn te vinden in Romeinen 13:1-7; EfeziŽrs 6:5-8; Kolossenzen 3:22-25 en Titus 2:0,10.

- Onze gebedsgids (1 Tim. 2:1-4) vertelt ons dat een leven in alle eerbiedigheid en eerbaarheid ideaal is en welkom in de ogen van God, dat wil zeggen, een kalm en rustig leven. God is niet alleen ůnze Redder, maar Hij wil dat hťťl de mensheid gered zal worden en tot een bewustwording van de waarheid zal komen. Deze waarheid wordt nogmaals in dezelfde brief naar voren gebracht (4:10): "want tot in dit zwoegen wij en worden wij gesmaad, omdat wij gehoopt hebben op de levende God, Die redder is van alle mensen, vooral van gelovigen." Kolossenzen 1:20 stemt overeen met dit feit: "en door Hem het al wederzijds te verzoenen tot in Hem, vrede makend door het bloed van Zijn kruis, door Hem, hetzij de dingen op de aarde, hetzij de dingen in de hemelen."

- Deze woorden van geloof en van het ideale onderwijs bevatten een belofte die het lijden verlicht dat voortkomt uit ons contact met de wereld daarbuiten. Het is God's onweerspreekbare wil dat iedereen gered zal worden en komen tot een bewustwording van de waarheid over God en over zichzelf. Wij zijn ons wel bewust dat dit niet in onze dag zal gebeuren, maar na de aionen, wanneer alle wezens met Hem verzoend zullen zijn in de voleinding. Dan zal Hij inderdaad Alles in allen zijn en niet alleen in hen die vandaag geloven.

- Op het pad naar dit doel heeft iedereen zijn individuele ervaring met bitterheid, furie, boosheid, angst, misbaar, lastering en boosaardigheid. Deze ervaring kan meer of minder grondig zijn. Ze kan actief of passief ondergaan worden, totdat allen deze dingen net zoveel verachten als God dat doet. Voor dit doel zullen mensen hun levens moeten overzien voor de grote witte troon (Openb. 20:11-15), om het objectief te kunnen evalueren, om het te zien met God's ogen en in te stemmen met Zijn oordeel. Later zal elk schepsel geen ander verlangen hebben dan God's liefde te genieten en te weerspiegelen.

- Als gelovigen is het ons immense voorrecht nu al te mogen weten hoe intens God zonde haat omdat het voorkomt dat Zijn schepselen genieten van echte blijdschap. Onze manier van leven kan inderdaad vredig, mild en rustig zijn wanneer we overwegen dat zonde een gereedschap is dat God gebruikt om Zijn schepselen te helpen zich bewust te worden van hun absolute afhankelijkheid van Hem, totdat zij alle leven zonder Hem zozeer verafschuwen dat zij naar Zijn hart gedreven worden. Wanneer wij deze goddelijke lijn van denken hebben (h)erkend zullen we in staat zijn dezelfde houding naar alle mensen aan te nemen als die welke de Vader van mededogen nu aan ons toont.

- Zolang we ons bewust zijn van de woorden van geloof en van het ideale onderwijs zoals hierboven geciteerd, zullen we ons er altijd in verheugen, heel de mensheid insluitend in onze verzoeken, met dankzegging, niet koningen vergetend en allen in een superieure positie. Wij kunnen een rustig en stil leven lijden, niet omdat God boosaardige mensen zal verwijderen en valse broeders en woelingen, maar omdat we naar hen beginnen te kijken zoals Hij doet. Wij zullen in alle details instemmen met Zijn plannen en in alle dingen onderschikt zijn aan Zijn wil. Daarom kunnen we niets anders doen dan Hem voortdurend loven.

ZORGEN EN DANKZEGGING

- Als we voorbijzien aan onze eigen verlangens en alle menselijke plannen, maar God's beloften geloven, dan winnen we begin en einde van onze verzoeken met dankzegging, en zal voor ons 1 TimotheŁs 2:1-4 een echt gebed van geloof worden. Vandaag verlangt God niet van ons dat we een speciale lichamelijke houding aannemen, maar veeleer het geestelijke tegendeel in onze houding ten opzichte van Hem en naar andere mensen, wat we zojuist besproken hebben.

- Wij zullen ons alleen God's antwoord op dit gebed bewust worden wanneer we de waarheid op prijs stellen die bevat is in vers vier en onze medemensen en de gebeurtenissen om ons heen vanuit dit goddelijke standpunt bezien. Wanneer God's belofte (dat heel de mensheid gered zal worden en komen tot een bewustwording van de waarheid) onze harten en vernieuwde denken vult, zullen we des te meer willen Hem alle lof te geven; deze kostbare kennis zal niet alleen vrede en rust brengen in onze levens, maar ook vreugde over het prachtige doel dat in de voleinding bereikt zal worden. Samen met hen die vandaag volkomen onbekend zijn met dit feit, zullen we belijden dat Jezus Christus Heer is, voor de heerlijkheid van God de Vader.

- Dit genoegen zal universeel zijn. Maar we zijn bevoorrecht vooruit te mogen lopen op de vreugde van verwachting, want we zijn bekend met Zijn uiteindelijke doel en stemmen volledig in met Zijn methode van het verkrijgen. Dit is waarom onze volgende gebedsgids (Filippenzen 4:4-7) ons oproept met de inleidende woorden:

"Verheug je in de Heer, altijd!
Weer zal ik uitspreken:
verheug je!"

- Deze zinnen zouden ons altijd moeten herinneren aan de reden van ons verheugen in de Heer (in wandel en dienstbetoon). In geest kunnen we nu hemelse zegeningen genieten en verwachten wat van ons zal zijn in de voleinding. Maar het is onze taak alle details heel grondig te bestuderen zoals we die opgetekend vinden door Paulus, die ze had ontvangen van de verheerlijkte Christus. Alleen zijn brieven bevatten de woorden van geloof en van het ideale onderwijs dat voor vandaag geldig is.

- Niemand heeft meer reden voor overstijgende vreugde dan wij. Wij zijn de ontvangers van God's overvloedige genade die Hij over ons uitstort. Iedere geestelijke zegen temidden van de hemelingen in Christus is voor ons. Geen gelovige is uitgezonderd die het woord van waarheid hoort en gelooft, het evangelie van onze redding (Efe. 1:3,8,13), zoals uiteengezet in de laatste tien verzen van Romeinen drie, de eerste helft van Romeinen vijf, en elders. Wij zijn gezamenlijke deelnemers van de belofte in Christus Jezus (Efe. 3:6). Dit is geen mysterie, hoewel het een geheim was voordat Christus het Paulus het voor ons liet opschrijven in EfeziŽrs. Sinds die tijd is alle genade en zegen voor een ieder die gelooft dat "Christus ten behoeve van ons stierf terwijl we nog zondaren waren" en dat "gerechtvaardigd zijnde in Zijn bloed, wij, door Hem, gered zullen worden van verontwaardiging."

- "Dan gerechtvaardigd wordend vanuit geloof, zullen wij vrede hebben naar God, door onze Heer, Jezus Christus, door Wie wij ook, in het geloof, de toegang hebben gehad tot in deze genade, in welke wij staan en roemen op de hoop van de heerlijkheid van God. En niet alleen dat, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, waargenomen hebbend dat de verdrukking het verduren bewerkt "(Rom. 5:1-3).

- Als we niet ophouden te vragen om God's geest van wijsheid en onthulling (Efe. 1:17), zullen Zijn gedachten onze harten vullen en ons vernieuwde denken bezetten zodat er geen ruimte overblijft voor zorgen, triestheid en duister denken. Zo zal onze vreugde over alles wat in Christus van ons is toenemen: onze vreugde over rechtvaardiging, verzoening en geestelijke zegeningen (Gal. 2:17; 2 Kor. 5:18; Efe. 1:3).

- Christus is onthuld als Hoofd over het hele universum (Efe. 1:10; Kol. 1:17). Zijn heerschappij zal zowel de hemelse gebieden als de Aarde omvatten. Als we Hem erkennen als de Redder Die door God is aangesteld om allen met Hem te verzoenen, zij op de Aarde en zij in de hemelen, "vrede makend door het bloed van Zijn kruis" (Kol. 1:20), alleen dan zullen we enig idee krijgen van de volle invloed en het belang van de uitdrukking "in Christus."

- In Christus Jezus vormen allen die geloven een eenheid. Daarom mogen we allen blijdschap tonen en God loven voor dat wat het onze is in Christus. In dit opzicht is er niet langer een verschil; iedereen heeft toegang tot deze gaven van God, of men nu oud is of jong, slaaf of vrije, man of vrouw (Gal. 3:28).

- Wat echter wandel en dienstbetoon betreft blijven al zulke verschillen bestaan; hier is het sleutelwoord "in de Heer." De onderschikking van een vrouw aan haar echtgenoot, kinderen aan hun ouders, werknemers aan werkgevers wordt benadrukt als zijnde in de Heer (Kol. 3:18-25). De laatste uitdrukking wordt ook herhaaldelijk gebruikt in het tweede deel van EfeziŽrs, beginnend bij 4:1. We zouden in dit verband kunnen noemen dat de eerste zin van Filippenzen Paulus en TimotheŁs laat zien als slaven van Christus Jezus, aangevend dat de brief niet door Paulus de apostel is geschreven die nieuwe leerstellige waarheid te onthullen had. In feite houdt deze brief zich niet bezig met iets op de manier van leer, maar veeleer met wandel en dienstbetoon waarvoor de Heer Zelf het beste voorbeeld is (2:7). Het komt perfect overeen met het onderwerp van deze brief dat Paulus meer dan een dozijn keer naar zijn Heer verwijst.

- Onze redding is in Christus, want we hebben zaad. Wanneer hij spreekt van tot gevolg brengen, namelijk in wandel en dienstbetoon, gebruikt Paulus, de slaaf, steeds weer de uitdrukking "verheugen," omdat alles wat van ons is in Christus zou leiden tot een wandel die de Heer waardig is (Kol. 1:10). Onder wanhopige omstandigheden en in ontmoedigende ervaringen met anderen mogen ook wij ons verheugen in de Heer, als onze harten overvloeien met het evangelie van de genade van God. Duisternis kan ons omringen en onze toestand kan gelijk zijn aan die van Paulus en Silas in de binnenste kerken (Hand. 16:24,25), toch zullen we bidden en psalmen zingen tot God zoals zij deden.

- Zij konden hun knieŽn niet buigen, zij konden zelfs hun voeten niet bewegen die in de balken vastgezet waren. Hun geestelijke houding (in de Heer), echter, compenseerde voor enig tekort aan eerbiedige lichamelijk houding, want God lofprijzen in een toestand als deze toont de volste onderschikking aan Zijn wil en bedoeling. Wanneer we ons er van bewust zijn dat God alles doet medewerken ten goede van hen die Hem liefhebben (Rom.8:28), zullen we altijd in staat zijn ons in de Heer te verheugen. We zijn niet langer alleen in onze droefenis, want de Heer is nabij. De bewustwording van dit feit zal ons helpen mild te zijn tegenover anderen.

- Toen Paulus zijn loopbaan bijna had volbracht, rapporteerde hij aan TimotheŁs over zijn verschijnen voor het hof van de Keizer in Rome. "Bij mijn eerste verdediging kwam niemand samen erbij tot mij, maar allen lieten mij in de steek." Maar hij klaagde niet over deze broeders; hij handelde net zo genadig met hen als God met hem had gedaan, en hij zei: "Moge het hen niet worden aangerekend. Maar de Heer stond mij bij en Hij maakte mij bij machte." (2 Tim. 4:16,17). Dit voorbeeld laat de praktijk van de apostel zien, die overeenkomt met de volgende zinnen uit zijn gebedsgids:

"Verheug je in de Heer, altijd!
Weer zal ik uitspreken: verheug je!
Laat jullie welwillendheid bekend worden aan alle mensen.
De Heer is nabij!
Wees in niets bezorgd!
(Filippenzen 4:5,6,7)

- Wij herinneren ons dat Jezus zei (Matt. 6:25,32) "Wees toch niet bezorgd over jullie ziel [namelijk, over je zielse benodigdheden zoals:], wat jullie zullen eten of wat jullie zullen drinken, ook niet over jullie lichaam, wat jullie zouden aantrekken. ... Want jullie Vader, de Hemelse, heeft waargenomen dat jullie al deze dingen nodig hebben." Het is ook niet nodig je zorgen te maken over onze redding, aangezien wij niet ophouden het woord van waarheid te horen, het evangelie van onze redding, en aangezien we niet ophouden het te geloven, want we zijn verzegeld met de heilige geest van de belofte. Met andere woorden, Efeze 1:13 is het bewijs dat onze redding veilig is en de grote goddelijke Notaris heeft dit feit bevestigd met Zijn zegel. Het is niet nodig zorgen te maken over het lot van onze geliefden die ongelovigen zijn. Zij zullen op hun tijd naar God's hart gedreven worden. Ja, niets zou ons zorgen moeten maken, omdat wij verlangen de Heer waardig te wandelen (Kol. 1:10).

- Indien we met heel ons hart met deze punten instemmen, kunnen we God loven dat Hij alles doet werken in overeenstemming met de raad van Zijn wil (Efe. 1:11). En alles betekent ook echt alles om ons heen, de grote gebeurtenissen alsook de kleine dingen in het leven. Zelfs als er veel lijden en spanning is, onrust en strijd, laster en zwartmaking, zal de vrede van God nooit ophouden onze harten en gedachten te bewaken in Christus Jezus; ook wij zullen deze vrede genieten zoals Paulus en Silas dat deden in de binnenste kerker.

- Zo'n geestelijke houding is zeker een geschenk van de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, hoewel we actief deelnemen door onze verzoeken, pleidooien en dankzegging. En Zijn vrede zal dag en nacht bij ons blijven en onze permanente ervaring worden. Ook al kunnen we niet altijd onze knieŽn buigen, of onze gezichten in verdriet, pijn en schaamte verbergen of onze ogen en handen opheffen voor lofzegging en verzoek, toch kunnen we een overeenkomende geestelijke houding aannemen door Hem niet alleen te danken voor alles wat Hij geeft, maar ook alles wat Hij niet geeft. Want Hij weet het beste wat voordelig voor ons is. Niet langer zullen wij enige verzoeken en pleidooien voor Hem brengen zonder te beginnen met lofprijzing en af te sluiten met dankzegging. Wij zijn bevoorrecht om onze dankbaarheid uit te drukken voordat Hij antwoord. En we laten het aan Hem over hoe te antwoorden, of dat nu bevestigend of negatief is. Alleen zo zal de vrede van God, die superieur is aan alle denkzin, onze harten en bevattingsvermogen innemen in Christus Jezus.

Maar laat in alles, door gebed en verzoeken,
MET DANKZEGGING,
uw verzoeken bekend gemaakt worden aan God!
IN OVEREENSTEMMING MET WAT MOET ZIJN

- We weten niet "wat moet zijn'(Rom. 8:26), namelijk wat voor ons het beste is. Wij hebben geen voorkennis van de nabije toekomst met alle details er van die onze dagelijkse levens vormen. We zijn blij dat ze voor onze ogen verborgen zijn, want als we zouden weten van de uitkomst van al onze persoonlijke zaken en van te voren zouden weten hoe God ze gepland had, dan zou er weinig motivatie zijn voor onze verzoeken en pleidooien en geen aanleiding voor onze lofprijzing en dankzegging. Vaak schieten de juiste woorden tekort om God onze vage gedachten te vertellen met het oog op een moeilijke situatie die buiten onze controle valt. Onze enige wil is dat Zijn wil gedaan zal worden. Misschien zullen we de een of andere beslissing moeten nemen en weten we niet wat te doen omdat de situatie te ingewikkeld is en we de mogelijke gevolgen niet kunnen overzien. Het is dan dat we zullen pleiten met onuitspreekbare kreunen, of veeleer zal de geest zelf onze zwakte helpen en dit voor ons doen (Rom. 8:26), zeker als er geen tijd over is om onze woorden verstandelijk samen te stellen. Misschien zullen we alleen maar uitschreeuwen "Abba, Vader!" of iets soortgelijks. Zo gaat ons hart uit naar God en blijven we in harmonie met Zijn geest, Zijn wil en Zijn vrede. Alleen Hij weet wat voor ons weldadig is, ook al kan het bitter smaken en niet naar onze zin zijn.

- Hij heeft ons zo geschapen dat we Hem voortdurend kunnen loven zonder onze dagelijks taken te verzuimen. Want het is mogelijk een geestelijke houding in te nemen die ons in staat stelt, zelfs zonder bewuste inspanning, voortdurend met Hem in harmonie te blijven; zo kan al ons werk gedaan worden in een atmosfeer van de volste onderschikking aan Hem. Deze onuitgesproken houding van onze geest zal haar uitdrukking vinden in gedachten van gebedswoorden, zodra een gelegenheid zich voordoet. We zullen wakker worden uit de slaap met woorden van lof en gebed op onze lippen, zeker wanneer we in slaap zijn gevallen in vrede met God en de mensen.

- Voortdurende harmonie met God genieten betekent voortdurend bidden, ook al is onze mond stil en zijn hoofd en handen druk bezig met andere dingen. Maar wanneer we een ogenblikje niet druk zijn zullen we ons weer bewust worden van onze harmonieuze relatie met God. Wanneer we een seconde of een minuut voor onszelf hebben, zijn er geen speciale inspanningen nodig om contact te leggen met de Allerhoogste. Het is er al, en onze spontane lofprijzing en gebed zullen dit feit bevestigen. In geest kunnen we altijd deze houding hebben en zo de volste gemeenschap met God genieten, zelfs wanneer we rondgaan in onze dagelijkse levens.

- Een algemeen verstaan van God's universele plannen is de beste basis voor in overeenstemming zijn met Zijn wil. Waar zouden we voor bidden in persoonlijke zaken, "wat zijn moet, dat zijn we ons niet bewust", voor zover het details betreft, hoewel we alle informatie hebben die we nodig hebben over de uiteindelijke uitkomst die duidelijk zal worden bij de voleinding. Het is alleen met het oog op God's grote doelstelling dat we kunnen leren hoe te bidden in overeenstemming met wat moet zijn. Hiervoor heeft Hij in Zijn Woord zaken onthuld. Een blijvende studie in de woorden van geloof en van het ideale onderwijs zal ons helpen onze gebeden steeds meer aan te passen aan het goddelijk woordenboek.

- Wij weten van Zijn diepste verlangen en wij verlangen te zien dat het vervuld wordt, dus zullen we in overeenstemming er mee bidden. Wij zijn ons bewust van Zijn plannen voor het universum. Ooit mogen we gedacht hebben dat Hij zeer wel in staat is ze uit te voeren en er voor te zorgen en dat we ons er daarom niet mee bezig hoeven te houden. Maar nu is dit onze diepste zorg, dat de uitkomst er van perfect zal zijn. Zijn universele programma van liefde zal in toenemende mate van belang voor ons worden, zal onze verlangens er mee samen laten vallen, wanneer we leren over onze rol er in als leden van Christus' lichaam. De realisatie van God's wil zal, in alle wijsheid en geestelijk verstaan, onze verlangens samen laten vallen met die van Hem, en onze gebeden hebben hun oorsprong in Zijn Woord. Verzoeken, gebeden, pleidooien en dankzegging langs deze lijnen hebben hun bron in God, dezelfde als de goede werken die God tevoren gereed heeft gemaakt, opdat wij in hen zouden wandelen (Efe. 2:10).

HET SYSTEMATISEREN VAN DE WAARHEID

- Efeze 4:14 verwijst naar minderjarigen, namelijk die gelovigen die "op en neer golvend en rondgedragen worden in elke wind van onderwijzing, in de willekeur van de mensen in sluwheid naar de methode van de dwaling." Voordat we dit onderwerp ter hand nemen zouden we het feit willen benadrukken dat dit soort dwaling het beste tegengegaan kan worden door het systematiseren van de waarheid, en speciaal door de woorden van geloof en van het ideale onderwijs. Er is langs deze lijnen al veel gedaan door de Paulinische regels te volgen: "Heb een patroon van gezond zijnde woorden" en "het woord van de waarheid correct snijdend" (2 Tim. 1:13; 2:15). De gevolgen worden weerspiegeld in onze Keyword Concordance. onze Concordant Versions en ook in onze literatuur; het boekje "The Divine Calendar" is maar ťťn voorbeeld. Op dit moment zijn we speciaal geÔnteresseerd in het geloofsgebed. Ook over dit onderwerp zijn systematische commentaren beschikbaar.

- We hebben zeer belangrijke artikelen gepubliceerd uit een serie over LOFPRIJZING EN GEBED, die onze vrienden zeer behulpzaam vonden. Daarom zal een hernieuwde studie er van zeer aanbevolen worden (jaargang XL). Zo hebben we meer dan voldoende materiaal over dit onderwerp naast wat we in de Schrift zelf vinden; en we zouden er een punt van moeten maken grondig bekend te worden met alles wat God heeft gezegd over lofprijzing en gebed, zodat onze gedachten steeds meer gericht worden op het hoogste doel van ons leven: de lof van Zijn heerlijkheid.

- Tijdens onze studie-uren kunnen we God's boodschap aan ons in de meeste van de details vatten en genieten, maar tijdens de druk en spanning van alledag worden onze herinneringen soms mistig en herinneren we niet de kostbare waarheden wanneer we die het meest nodig hebben. Terwijl we in Paulus' geloofsgidsen lezen vinden we dat zij behulpzaam zijn en instructief en elke mogelijke situatie beslaan; maar wanneer droefheden, spanningen en turbulenties oprijzen slagen we er soms niet in de woorden van geloof en van het ideale onderwijs te herinneren, in het bijzonder wanneer we blootgesteld zijn aan ijdel gepraat en vals geroddel. Paulus waarschuwde TimotheŁs er eens voor ver te staan van werelds gebabbel zoals dat soms gebruikt wordt door hen die het woord der waarheid niet correct snijden. "Beijver je jezelf welbeproefd te presenteren voor God, als een werker die zich niet hoeft te schamen, het woord van de waarheid correct snijdend. Maar ga om de onheilige, lege klanken heen, want zij zullen de oneerbiedigheid nog meer doen vorderen, en hun woord zal gangreen als weide hebben, van wie zijn HymeneŁs en Filetus" (2 Tim. 2:15-17).

- Ons lichamelijk lichaam kan niet leven als de bloedtoevoer geblokkeerd wordt. Als bijvoorbeeld de bloedtoevoer van en naar de tenen afgesneden is, zal hun weefsel achteruit gaan alsof ze aan het sterven waren. Op soortgelijke wijze heeft ons geloofsleven een voortdurende aanvoer van geestelijke vitaliteit nodig die tot ons komt door het biddend lezen van de geloofswoorden en van het ideale onderwijs. Wanneer de toevoer geblokkeerd raakt zal de Tegenstander door zijn sluwheid proberen ons te misleiden en onze geestelijke kracht aftappen. Zijn systeem zal van tijd tot tijd en van persoon tot persoon veranderen, want iedereen heeft zijn of haar individuele zwakke punten, die hem zeer goed bekend zijn.

- Zoals er al eerder op is gewezen, Satan werd het gezag gegeven om de discipelen als graan te zeven (Luk. 22:3), en vandaag zeeft hij gelovigen, speciaal hen die wensen te groeien in de bewustwording van God's wil (Kol. 1:10). Niemand is uitgezonderd van deze oorlogsvoering en zijn aanvalsmethoden zijn zo ingenieus ontworpen dat de meest gelovigen ze zelfs niet als zodanig herkennen. Daarom willen we het feit benadrukken dat we ons altijd bewust moeten zijn van zijn strijdwijzen en de noodzakelijke defensieve maatregelen nemen. Het zou uiterst dwaas zijn te wachten tot nadat de Tegenstander ons in de val heeft laten lopen en dan een manier te bedenken om de val te ontlopen. Een wijs mens is altijd voorbereid. Daarom rijst de vraag heel natuurlijk: "Wat kunnen we doen om de aanval van de Tegenstander te voorkomen?"

GEORGANISEERDE WEERSTAND

- Onze plaats in Christus zal ons niet vrijwaren van de aanvallen van de boze, noch zal de studie van God's woord op zich dat doen, noch gebed op zich, noch een smetteloze wandel (als die er is), hoewel al deze dingen samen het materiaal vormen dat nodig is om onze verdediging te leveren. Om weerstand succesvol te maken moet die georganiseerd worden, in plaats van op goed geluk; we moeten waakzaam zijn om een afdoende en voortdurende voorraad van geestelijke vitaliteit te handhaven. Maar hoe kunnen we efficiŽnt de verschillende functies van ons leven in de gaten houden zodat we niet de geloofswoorden en het ideale onderwijs verzuimen, niet vergeten dagelijkse verzoeken, gebeden, pleidooien en dankzegging te doen, en de Heer ten allen tijde waardig te wandelen? Voor de meesten van ons is de dagelijkse routine te gecompliceerd, en er kunnen teveel dingen gebeuren die buiten onze controle vallen. Alle menselijke verdedigingsplannen zijn daarom niet van belang Maar we hoeven ons geen zorgen te maken. God heeft in Zijn wijsheid een complete wapenrusting geleverd die een heel afdoende bescherming biedt tegen de strijdwijzen van de Tegenstander. Ook op dit gebied is Hij in staat allesovertreffend te doen boven alles wat wij vragen of verwachten, naar de kracht die in ons werkzaam is. Hem zij de heerlijkheid!

Door naar deel 3


Dit artikel werd hier geplaatst met toestemming van

©Concordant Publishing Concern

en mag niet zonder toestemming van deze worden overgenomen

in druk of op het internet.