Controleer uw wapenrusting
16. Het zwaard van de geest
door Herman H. Rocke

- Waarom is het woord van God levend?
- Waarom is het werkzaam?
- Waarom is het scherper dan een tweesnijdend zwaard?
- Waarom is het doordringend (Hebr. 4:12)?

- Het antwoord schijnt te zijn, omdat het een geestelijk zwaard is, of zoals het Griekse idioom het stelt, het zwaard van de geest, wat een uitspraak van God is (Efe. 6:17). Wat de passage in Hebreeën zegt over het Woord van God zal in het algemeen ook goed passen bij elke uitspraak van God, passend bij de speciale situatie waarin het hier in Efeziérs 6:10-17 in beeld is. Het zwaard, als deel van de wapenrusting, wordt geleverd door God's geest. Door middel van dit zwaard is God's geest (of kracht) in en door ons werkzaam, om ons te verzekeren van het genieten van onze hemelse status.

- Aangezien dit een strikt geestelijke zaak is, worden onze lichamen en zielen nooit rechtstreeks aangesproken, want dit zwaard is doordringend, zelfs tot aan het scheiden van het zielse van het geestelijke aan toe. Het is goed ons te herinneren dat het onze geest is die in de Heer versterkt wordt en in de macht van Zijn kracht, ook al zal het bewijs dat door onze ziel en onze emoties gegeven wordt geheel het tegendeel doen geloven. Wij mogen ons in geest verheugen terwijl ons lichaam pijn doet en onze ziel huilt. In geest opgewekt zijnde met Christus mogen wij zoeken wat boven is, waar Christus is, zittend aan de rechterhand van God. In geest kunnen we geneigd zijn tot dat wat boven is, zelfs als lichaam en ziel met al hun gevoelens en emoties aangesproken worden door dingen op Aarde. Het is deze geestelijke ervaring die ons aardse leven waard maakt geleefd te worden, want wij zijn bevoorrecht om te mogen bijdragen aan de lof van de heerlijkheid van God's genade, zelfs als er geen tastbaar bewijs is waar het onze lichamen of onze zielse emoties betreft. In feite heeft onze huidige en toekomstige bestaan maar alleen deze ene betekenis: tot lof van Zijn heerlijkheid.

- Onze aandacht voor dit doel zou afgeleid kunnen worden door wat gaande is in het fysieke gebied, in de sfeer van het zielse, en met het oog op het vijandige, zoals dat door de wereldmachten van deze duisternis op ons afgevuurd wordt. Maar ondanks al deze tegenstand zal de Heer ons helpen de wapenrusting van God aan te trekken (zolang we meewerken), en, daar bovenop, ons het zwaard van de geest geven (wanneer we die nodig hebben), die een uitspraak van God is, passend om alles weg te doen dat niet bijdraagt aan de lof van Zijn heerlijkheid.

HET VOORKOMEN VAN GEEST IN EFEZIËRS

- De term "geest" komt veertien maal voor in de brief van Paulus aan de Efeziërs/

1:13 - in Wie ook, gelovend, jullie verzegeld worden met de geest van de belofte
1:17 - een geest van wijsheid en van onthulling, in besef van Hem
2:2  - van de geest die nu inwerkt in de zonen van de ongezeglijkheid
2:18 - in één geest de toegang tot de Vader
2:22 - samengebouwd worden tot woonplaats van God, in geest
3:6  - in geest, dat de natiën mede-lotbezitters ... zijn
3:16 - krachtig gemaakt te worden door Zijn geest tot in de innerlijke mens
4:3  - de eenheid van de geest te bewaren in de band van de vrede
4:4  - één lichaam en één geest, zoals ook jullie werden geroepen
4:23 - maar verjongd te worden in de geest van jullie denken
4:30 - En maak de heilige geest van God niet bedroefd
5:18 - maar word vervuld met geest
6:17 - ontvang de helm van het redden en het zwaard van de geest
6:18 - in geest, ook tot in het waakzaam zijnde in alle volharding en smeekbede

- We zullen deze veertien voorvallen van het woord geest opgesomd vinden in de Keyword Concordance van de Concordant Version, op de paginas 282 en 283, onder de volgende beschrijvende termen:

- Goddelijke kracht zoals gemanifesteerd in het vervullen van uitspraken (5:18).
- Goddelijke kracht zoals gemanifesteerd in het verzegelen voor veiligheid (1:13).
- Kwaliteiten van geest zoals gemanifesteerd door een gelovige (1:17).
- Kennelijk God's geest (2:18; 2:22; 4:3; 4:4; 4:23; 6:17).
- Geest van de vader of Christus' geest (3:16).
- Heilige geest van God (4:30).
- Menselijke geest (2:2).
- Andere - onbepaald [onzichtbaar, ontastbare pracht of actie, leven en verstand] (3:6; 6:18).

- De eerste proefversie van de Keyword Concordance (die gepubliceerd werd in een Duitse editie van de Concordant Version in 1939) heeft een ietwat andere lijst. Het brengt 4:23 onder "Menselijke geest," en 3:16 onder "Kennelijk God's geest," terwijl de voorvallen in 1:17, 2:18, 2:22, 4:3 en 4:4 gegeven worden onder "andere - onbepaald."

- Het schijnt dat beide manieren van het beschrijven van de verschillende soorten van geest zo z'n eigen verdienste heeft. Iemand zou meer nadruk kunnen leggen op een ander aspect van de geest en zo iets andere conclusies kunnen trekken.

- Terwijl we er mee instemmen om het oneens te zijn op punten of de nadruk ligt op de geest van God, of van de Vader, of van Christus, of van de heilige geest van God, of in sommige gevallen meer op het geestelijke gebied als onderscheiden van het zielse en lichamelijke. vertrouwen we er op dat er toch complete eenheid is over de basisconcepten van de term geest.

- Efeziërs 6:17 gaat over het zwaard dat de geest van God levert; het is het zwaard waardoor Zijn geest werkzaam is. Dit is een feit dat we alleen kunnen waarnemen voorzover onze menselijke geest aangedreven wordt door Zijn geest.

- Voor hen onder onze lezers die geïnteresseerd zijn in een meer gedetailleerde benadering van deze definities, zouden we ons boekje "GEEST, GEESTEN EN GEESTELIJKHEID" willen aanbevelen, wat zich ook met aanverwante onderwerpen bezighoudt.

DEFINITIES VAN GEEST

- Geest is onzichtbare, ontastbare kracht van actie, leven en verstand. Het is een verstandelijk principe van actie (Luk. 8:55; 2 Kor. 12:18), als de geest van zachtmoedigheid (1 Kor. 4:21), van profetie (Openb. 19:10), van geloof (2 Kor. 4:13), van zoonschap (Rom. 8:15), van kracht en liefde en gezond verstand (2 Tim. 1:7), van slavernij (Rom. 8:15), van bedwelming (Rom. 11:8), en van de wereld (1 Kor. 2:12). Het wordt gebruikt voor het levensprincipe dat gelijk is aan de dieren (Pred. 3:21) en de mensheid (Gen. 6:17). Het wordt ook toegepast op metafysische wezens (2 Kron. 18:20) zonder vlees of beenderen (Luk. 24:39), die gewoonlijk onrein of boosaardig zijn (1 Tim. 4:1), alsook demonen (Luk. 4:33) en boodschappers (Openb. 4:5).

- Het hoogste gebruik geeft de goddelijk kracht aan zoals gemanifesteerd in Zijn onzichtbare, ontastbare werkingen (Joh. 4:24), de geest van God, die heilige geest (Matt. 1:18; Joh. 3:8; Hand. 13:2), die op mensen komt voor kracht (Hand. 1:8), doopt voor reiniging (Hand. 1:5) en vereniging (1 Kor. 12:13), vullend voor het spreken van andere talen (Hand. 2:4; Efe. 5:18), verzegelend voor veiligheid (1:13) en onderdak gevend voor blijvende gemeenschap (1 Kor. 3:16).

- Geest wordt tegengesteld aan de letter (niet van de Schrift, maar-) van de wet (2 Kor. 3:6; Rom. 7:6), en wordt ook tegengesteld aan het vlees (Gal. 5:17). Iedere mens heeft zijn of haar eigen geest (1 Kor. 2:11) en kan de geest van God hebben (1 Kor. 2:12). Een mens kan ook afwezig zijn in het lichaam, maar aanwezig in geest, in ruimte (1 Kor. 5:3) of in tijd (Openb. 1:10), en hij kan bezeten zijn door een boze geest (Luk. 6:18), terwijl een gelovige bepaalde kwaliteiten van geest kan tonen (Efe. 1:17).

EEN GELEIDELIJKE BEWUSTWORDING

- Toen wij kinderen waren in de oude Zondagschool, zongen we: "God is liefde, Hij houdt ook van ons!" Later werden wij ons bewust van het grote verlangen in Zijn hart naar de gemeenschap met en aanhankelijkheid van Zijn schepselen. In onze beproevingen leerden wij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus te zegenen, Hem kennen lerend als de Vader van mededogen en de God van alle vertroosting, Die ons troost in alle beproeving om ons in staat te stellen anderen in alle aanhankelijkheid te troosten door de vertroosting waarmee wij zelf door God vertroost worden, ziende dat, zoals het lijden van Christus in ons allesoverstijgend is, zo door Christus onze vertroosting ook overvloedig is, want God is liefde.

- De volle kracht van deze bijvalsbetuiging daagt geleidelijk aan ons op, naarmate we de gevolgen langer overwegen. Wij zijn ons bewust dat God alles doet medewerken ten goede van hen die God liefhebben, die geroepen zijn naar het doel dat, die Hij tevoren kende, Hij ook tevoren bestemde, om één gemaakt te worden aan het beeld van Zijn Zoon, om Hem de Eerstgeborene te doen zijn onder vele broeders. Die Hij tevoren bestemde, dezen roept Hij ook, en die Hij roept, dezen rechtvaardigt Hij ook. Die Hij nu rechtvaardigt, dezen verheerlijkt Hij ook. Zo werkt Hij alles in overeenstemming met de raad van Zijn wil, opdat wij tot lof van Zijn heerlijkheid zouden zijn ... vanwege Zijn grote liefde waarmee Hij ons liefheeft.

GOD IS LIEFDE

- "En wij hebben gekend en hebben de liefde geloofd die God in ons heeft. God is liefde en die in de liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem." Wanneer wij deze goddelijke uitspraak in 1 Johannes 4;16 citeren, zijn we ons bewust van het feit daT wij figuurlijk spreken. God is niet letterlijk liefde, want Hij is meer dan een abstracte kwaliteit, ook al is het de meest kostbare van al Zijn kenmerken. Menselijke liefde is maar een zwakke weerspiegeling van goddelijke liefde. Maar zelfs dan is het de meest blije van menselijke ervaringen. Wij genieten er van en worden er door verblijd. Maar wanneer we God aanbidden komen we bij de bron van ware liefde. Al zijn werkzaamheid is gericht op het onthullen van Zijn liefhebbende hart, zelfs aan de meest onwaardige van Zijn schepselen. Perfecte liefde is als God en God is als perfecte liefde. Maar hoeveel krachtiger is de beknopte goddelijke uitspraak: God is liefde!

GOD IS LICHT

- Indien er geen beproevingen waren, geen droefheden, en er geen haat zou zijn, zouden we dan ooit God's grote liefde op prijs kunnen stellen? Sinds de dagen van Adam leren we door middel van tegenstellingen. We moeten enige kennis van duisternis hebben om het licht op prijs te kunnen stellen dat de voorwerpen zichtbaar maakt waaruit het komt of door wordt weerspiegeld. Zo is onze dagelijkse ervaring bedoeld om ons te helpen naar een beter begrip van goddelijk licht dat geestelijk licht mogelijk maakt.

- Het is opleidend zulke feiten op te merken zoals die vermeld worden in 2 Petrus 2:4 en Judas 6, die aangeven dat de Heer de activiteit en kracht van zondigende boodschappers inperkt door middel van onwaarneembare banden, onder duisternis. Daarom zijn hun bewegingen beperkt vanwege de afwezigheid van licht, dat hun bron van energie en vitaliteit schijnt te zijn.

- De invloed op de mensheid zoals uitgeoefend door andere boze geesten (die nog steeds rondgaan) is een bekend feit; alleen de leden van het lichaam van Christus zijn niet onder hun bewind. Alle anderen worden geregeerd door krachten waarvan zij zich niet bewust zijn. Vandaar de omschrijvende term "autoriteit van de duisternis" in Kolossenzen 1:13, die goed gekozen is. Vanwege de afwezigheid van goddelijk licht en vitaliteit is de mensheid blootgesteld aan de invloed van duistere krachten, die mensen doen handelen tegen hun eigen instincten. Zij willen vrede, maar bereiden zich voor op oorlog. Ze streven er naar honger en ziekte uit te bannen, terwijl zij tegelijkertijd de lagere atmosfeer en de grond en het water vergiftigen.

WANDELEN ALS KINDEREN VAN LICHT

- Klagen over deze toestanden heeft geen zin. Ook wij waren eens duisternis, maar nu zijn wij licht in de Heer. Aangezien de vrucht van het licht is in alle goedheid en rechtvaardigheid en waarheid, zouden we er naar moeten streven te testen wat de Heer een genoegen doet en wandelen als kinderen van licht. De allesoverstijgende grootheid van God's opstandingskracht is de rijke bron van al onze geestelijke energie en vitaliteit, want Hij schijnt altijd in onze harten, met een blik op de verlichting van de kennis van de heerlijkheid van God met het zicht op Jezus Christus. De god van deze aion kan niet langer ons begrip verblinden of ons in duisternis houden, want de verlichting van het evangelie van de heerlijkheid van Christus, Die het Beeld is van de onzichtbare God, heeft onze harten verlicht.

- Figuurlijk gesproken is dat licht, dat geestelijk zicht mogelijk maakt, als God; in het geestelijk gebied is God op sommige manieren zoals licht in het fysieke gebied. Maar hoeveel krachtiger, hoeveel mooier is het dit alles samen te vatten in één korte, pakkende zin: God is licht!

- Terwijl we in dit lichaam van onze vernedering zijn hebben we geen waarnemingsorganen voor geestelijke waarheden. Daarom spreekt God er over in termen van het fysieke en het materiaal dat wij kunnen begrijpen vanwege onze dagelijkse ervaring in het aardse gebied. God is liefde, God is licht. Dit zijn niet echte feiten, maar spraakfiguren die zeer kostbare en belangrijke geestelijke waarheden verklaren.

GOD [IS] GEEST

- Dit is geen spraakfiguur, maar een echt feit. Voor de Engelse lezer lijkt de uitspraak "God is licht" te behoren tot dezelfde categorie als "God is liefde" en "God is licht." Er is echter in het originele Grieks een verschil dat het "is" weglaat om aan te geven dat er geen spraakfiguur wordt bedoeld, maar eerder een feitelijke uitspraak: "God [is] geest." Hier hebben we de enige echte bewering aangaande Zijn wezen.

- De mens is, net als Adam, nu een levende ziel. De Tweede Mens, de laatste Adam, echter, is bij uitstek geestelijk, zoals het de eniggeboren Zoon van God past. Het was voortbrenging door heilige geest die Hem de Zoon van de Allerhoogste maakte. Lukas 1:35 maakt duidelijk dat de heilige geest van God hetzelfde is als de kracht van de Allerhoogste. Dit verklaart de nauwe relatie tussen de Vader en Zijn Zoon. Wij herinneren ons dat onze Heer tot de Samaritaanse vrouw zei: "God [is] geest en zij die Hem aanbidden moeten aanbidden in geest en waarheid" (Joh. 4:24).

- God, Die geest is, doordringt het universum; deze waarheid gaat menselijk begrip te boven, zoals het feit dat wij Hem nooit zullen zien. Want God is absoluut onzichtbaar, niet alleen in relatie met onze huidige krachten van waarneming. Er zijn, speciaal in de Hebreeuwse Schrift, een aantal passages die God in menselijke taal beschrijven als ware Hij zichtbaar en Hij Zich gedraagt als een mens, als had een menselijk lichaam en menselijke trekken. Zelfs in Mattheüs 18:10 spreekt onze Here Jezus over het gezicht van Zijn Vader, en Paulus, in een soortgelijke spraakfiguur, verwijst naar de rechter(hand) van God om zo de hoogste plaats van gezag te beschrijven, die God aan de verrezen Christus heeft gegeven.

BEELD EN STRALING

- Maar er is niet langer enige noodzaak om de Godheid menselijk weer te geven om Hem beter te begrijpen, want Christus is het Beeld van de onzichtbare God geworden en de Straling van Zijn heerlijkheid (Kol. 1:15; Hebr. 1:3). Als we naar Christus kijken, dan zien we God, Die geen mens ooit gezien heeft noch ooit kan zien. God's heerlijkheid is buiten menselijk bevattingsvermogen, maar we kunnen een glimp van Christus krijgen, Die het enige perfecte Beeld van God is, aangepast aan onze middelen van bevatting. Dit is waarom onze Heer Jezus eens tegen Filippus zei: "Wie Mij gezien heeft heeft de Vader gezien" (Joh. 14:9). Want Hij had eerder benadrukt: "Ik en de Vader zijn één" (Joh. 10:30).

- God vaardigt de geest van Zijn Zoon af in onze harten (Gal. 4:6), aangezien ook wij één gemaakt moeten worden aan Zijn Beeld. Christus is de grote Eerstgeborene, en wij zijn Zijn kleine broers. Wij dragen nog steeds het beeld van de eerste mens, de zielse, maar we zullen het beeld van de tweede Mens dragen, de Heer uit de hemel, de Hemelse (1 Kor. 15:47-49). Deze transformatie is al aan de gang, ook al laat het lichaam van onze vernedering het nog niet zien. We leggen de oude mensheid al af, samen met de praktijken er van, en wij doen de jonge mensheid aan, die vernieuwd wordt in herkenning, om overeen te stemmen met het Beeld van Degene Die het schept (Kol. 3:9,10).

TRANSFORMATIE ALS VAN DE HEER, DE GEEST

- Wij, de kleine broers, zien altijd de heerlijkheid van God's Eerstgeborene, Die kwam om de wil te doen van Hem Die Hem zond. Onze Heer Jezus zei eens tot Zijn discipelen: "Mijn spijs is opdat Ik de wil zou doen van Die Mij zendt en Ik Zijn werk tot volmaaktheid zou brengen" (Joh. 4:34). Hij zei hen: "Ik kan vanaf Mijzelf niets doen. Zoals Ik hoor, oordeel Ik. En Mijn beoordeling is rechtvaardig, want Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil van Die Mij zendt"(Joh. 5:30). Paulus, als spreker voor de verrezen Christus, heeft deze goddelijke uitspraken als volgt versterkt: "want alles onderschikt Hij onder Zijn voeten. Maar wanneer ook maar Hij zal zeggen dat alles onderschikt is, dan is dat duidelijk buiten Hem Die aan Hem het al onderschikt. En wanneer ook maar aan Hem alles zal worden onderschikt, dan zal de Zoon ook zelf onderschikt worden aan Hem Die Hem alles onderschikt, opdat God zal zijn alles in allen"(1 Kor. 15:27,28).

- God is al Alles in de verrezen Christus. Hij gaat Alles zijn in de leden van het lichaam van Christus. Deze waarheid wordt duidelijk omdat de eniggeboren Zoon voornamelijk geestelijk is en God de geest van Zijn Zoon in onze harten delegeert om zo de jonge mensheid te scheppen die bedoeld is om overeen te stemmen met het Beeld van de Onzichtbare God. Deze transformatie is strikt geestelijk, ze is als van de Heer, de geest. "En wij allen, die een gezicht hebben waarvan de bedekking is weggenomen, die de heerlijkheid van de Heer weerspiegelen, wij worden omgevormd in dezelfde afbeelding, vanaf heerlijkheid tot in heerlijkheid, net als vanaf de Heer, de geest" (2 Kor. 3:18).

- Voor de leden van het lichaam van Christus zal dit transformatieproces voorbij zijn na de zitting voor de daïs, wanneer God zal beginnen het universum te vullen met beelden van Zichzelf in de laatste fases van universele verzoening. Dan zullen wij, de kleine broers, onder het Hoofdschap van de Eerstgeborene, God's presentatie vormen voor een hemels publiek, om zo de allesoverstijgende rijkdommen van Zijn genade tentoon te spreiden in Zijn vriendelijkheid aan ons in Christus Jezus (Efe. 2:7).

GEESTELIJKE ZEGENINGEN

- Zoals de skeletstructuur van de Efeze-brief laat zien, worden de verzen 10-20 in het zesde hoofdstuk gebalanceerd door de verzen 3-19 in het eerste. Zo houdt het begin van deze brief zich bezig met onze hemelse zegeningen en een gebed voor een geest van wijsheid en onthulling, terwijl het einde van de brief in beslag wordt genomen door een beschrijving van de wapenrusting en een verwijzing naar geestelijke waakzaamheid in ieder gebed en verzoek.

- In hoofdstuk 1 geven de verzen 3-19 ons de hoogtepunten van onze hemelse zegeningen. Maar hun belang wordt alleen gegrepen wanneer we bidden zoals Paulus deed in de verzen 15-19. Deze zegeningen zijn al van ons, of we ze nu begrijpen of niet, zelfs indien ons bevattingsvermogen deels verdoofd of tijdelijk verblind is door de wereldmachten van deze duisternis. Met andere woorden, het is niet onze toekomstige bestemming die op het spel staat, maar eerder ons bewust zijn er van. De geestelijke krachten van boosaardigheid zullen nooit in staat zijn God's plan voor ons noch voor hen te dwarsbomen, maar ze doen hun uiterste best de publikatie van God's waarheid voor vandaag te voorkomen en de heiligen te weerhouden van het nu genieten van hun hemelse status.

- Met het oog op deze tegenstand worden we uitgenodigd samen te werken met de Heer, de wapenrusting van God aantrekkend en met volharding biddend voor de publicatie van het geheim van het evangelie, de Verzoening (Efe. 6:10-20). Onze volledige medewerking is vereist met betrekking tot de gordel van waarheid, het kuras van rechtvaardigheid, de sandalen van vrede en het grote schild van geloof. Zolang we niet falen langs deze lijnen volledig samen te werken, zal onze Heer ons de helm geven die een huidige redding van de geestelijke krachten van boosaardigheid is, die anders ons denken zouden imponeren met valse gedachten over het belang van aardse dingen en gebeurtenissen in het aardse gebied.

- Indien ons denken passief is worden we een gemakkelijke prooi voor de wereldmachten van deze duisternis. Maar zolang we ons vernieuwde denken actief houden in passende waarheid, rechtvaardigheid, vrede en geloof, heeft onze Heer niet alleen de reddende helm beloofd, maar ook het zwaard van de geest, waarmee we misleidende ideeën kunnen afweren. Zo zullen we in staat zijn op ons hemels lotdeel te staan en alle aanvallen van de geestelijke menigten te weerstaan. In geest kunnen we onze hemelse status genieten. Er is op dit hoge geestelijke niveau geen gevaar, aangezien we versterkt zijn in de Heer en in de macht van Zijn kracht, door de bescherming die door de wapenrusting van God wordt gegeven. Op het zielse niveau, echter, zijn we kwetsbaar, want onze gevoelens schommelen en onze emoties worden altijd blootgesteld aan allerlei soorten indrukken uit de wereld om ons heen. Maar het zwaard dringt door, zelfs tot aan het scheiden van het zielse van het geestelijke, ons herinnerend aan het feit dat het onze geest is die versterkt wordt.

- De volgende details over het zwaard van de geest zijn overgenomen uit jaargang 26, beginnend met pagina 123, en jaargang 23, pagina 399.

GODDELIJKE UITSPRAKEN

- Onze geestelijke strijd is een conflict tussen onze geesten en boze geesten. We voeren geen oorlog met ons vlees. We zijn niet voorzien van enige materiële wapens. Maar de geest van de heilige is ruim bewapend. Ze is slechts één wapen gegeven, een goddelijke uitspraak. Het zou fijn zijn als we nooit een andere proberen!

- Zonder de goddelijke inspiratie van alle Schrift te ontkennen zouden we scherp onderscheid moeten maken tussen dat wat God's rechtstreekse onthulling is en dat wat een geïnspireerd verslag is van wat fout en vals is. Job's vrienden brachten een enorme hoeveelheid menselijke filosofie naar voren die ten voordele van ons is opgetekend, maar ze is volkomen nutteloos als zwaard in dit conflict. God's feitelijke uitspraken of die van Zijn profeten, als Zijn sprekers, bevatten ons arsenaal. Geen geest kan een goddelijke uitspraak weerstaan.

- Onze Heer gebruikte het zwaard van de geest in Zijn beproeving in de wildernis. De Tegenstander probeerde eerst een zwaard te gebruiken door af te leiden van het Woord. Onze Heer redeneerde niet met hem, maar antwoordde: "Er staat geschreven!" De discussie ging niet verder. God's Zoon kan stenen in brood veranderen, maar het is niet God's wil (Luk. 4:4). Toen eiste de Tegenstander brutaal de kracht op die de Schrift hem toestaat, en eiste de verering op die ermee overeen komt. De Heer bestreed deze macht over anderen niet, maar zette de Tegenstander achter Hem door God's eigen Woord over aanbidding te citeren (Luk. 4:8). Dan citeert de Tegenstander zelf uit de Schrift. Nu zal Hij toch zeker doen wat Satan voorstelt! Christus zal niets overkomen als Hij Zijn voet aan een steen stoot. Waarom zou Hij het niet doen? Er staat geschreven: "Jij zal de Heer, jouw God, niet uitproberen" (Luk. 4:9-13).

- Zo is het zwaard van de geest. De Efezebrief is vol met goddelijke uitspraken, broodnodig voor deze oorlogsvoering. Buiten Paulus' brieven zijn er menigten aan uitspraken, net zo goddelijk, maar net als die welke door de Tegenstander tegen onze Heer in de derde beproeving werd geciteerd, niet toepasbaar op God's hedendaagse processen. De vakkundige hanteerder van het zwaard is hij die een verkeerd gebruikte passage weet te pareren met een ware. Hij ziet een mogelijke afleiding van het Woord niet aan voor een rechtstreekse uitspraak. Onze kracht om te weerstaan of ons te verzetten hangt helemaal af van onze bekendheid er mee en ons vermogen het zuivere Woord van God te gebruiken.

GEEST EN VLEES

- De oorlogsvoering die we overdacht hebben is strikt geestelijk. Ze tast ons vlees niet rechtstreeks aan. We voeren geen oorlog naar het vlees (2 Kor. 10:3). Daarvoor hebben wij geen wapenrusting, helm of zwaard. Het verhaal van Job laat zien dat de geestenwereld het vlees van God's heiligen kan aantasten. Is hen toegestaan ons in de huidige era fysiek aan te raken? Nederigheid en zachtmoedigheid zijn de eerste en hoogste waarden in deze bedeling (Efe. 4:2). Paulus is ons patroon. Toen hij de allesoverstijgende onthullingen ontving die in Efeziërs bekend werden gemaakt, werd hem een splinter [in] het vlees gegeven, opdat hij zich niet zou verheffen (2Kor. 12:7). Dit wordt uitgelegd als een boodschapper van Satan. Het lijkt duidelijk dat een bovenmenselijke geestkracht werd toegestaan zijn vlees aan te raken, zodat hij ziek werd.

- Paulus maakte niet de fout het schild van geloof te gebruiken, want juist de onthullingen die hij had ontvangen namen van hem alle recht weg op hedendaags welzijn. Hij greep niet het zwaard van de geest om de boodschapper van Satan te slaan, want er was geen uitspraak van God beschikbaar. Paulus kon geen enkele goddelijke belofte van zegen voor zijn vlees vinden. Hij had geen gordel voor dit doel, want de waarheid die hij nu ontvingen had gaf het vlees geen kracht. In feite is er op dit punt een opvallend contrast. Dezelfde waarheid die zijn geest versterkte verkondigde de zwakheid van zijn vlees.

- Laten we onze geestelijke oorlogsvoering niet verwarren met boze geesten, met God's gebruik van hen in het tuchtigen van ons vlees. Hij zou ons sterk in geest willen hebben, maar Hij zou het ook goed kunnen vinden ons zwak in het vlees te maken. Dit is in het bijzonder waar voor hen die dezelfde onthulling ontvangen die Paulus ontving, die zonder enige twijfel samenvalt met het geheim dat nu bekend gemaakt is in Efeziërs. We weten niet precies wat Paulus' doorn of splinter in het vlees was. Ja, het is maar beter dat we op dit punt geen informatie hebben, want hetzelfde effect wordt in anderen door andere middelen voortgebracht. Alles wat we zeker weten is dat het een lichamelijke zwakte was, aangebracht door Satan, om zo een geestelijk voordeel voort te brengen.

- Paulus' enige toevlucht was gebed. Drie maal vroeg hij om de verwijdering van de vreemde, bovennatuurlijke zwakte die zijn vlees aantastte (2 Kor. 12:8). Hij redeneerde zonder twijfel dat zijn werk er onder zou lijden als hij gehandicapt zou raken. Het lijkt er op dat zijn eerste en tweede verzoeken geen antwoord kregen. Bij zijn derde verzoek, echter, protesteert de Heer: "Mijn genade is jou genoeg, want Mijn kracht wordt volbracht in zwakte!" Vanaf toen verheerlijkte Paulus in zwakheden en spanningen ten behoeve van Christus, want zijn zwakheid was zijn kracht. We mogen er zeker van zijn dat deze ervaring niet terug keek op Paulus' eerdere bedieningen. Ze kwam tot hem onmiddellijk nadat hij zijn eerste blik op deze bedeling had gekregen. Het is het patroon voor ons vandaag. Het is, negatief gesteld, de grote sleutelwaarheid voor het heden. We zijn begenadigd met geestelijke zegeningen, niet met fysieke. Maar laten we niet de conclusie trekken dat elke lichamelijke hindernis een doorn in het vlees is. Paulus werd gegeseld en gestenigd en was ziek, maar hij stelt niet dat deze ervaringen te wijten waren aan geestelijke machten. Hij leed lichamelijk door de handen van ongelovige mensen en door de destructieve omstandigheden waaronder het menselijk lichaam bestaat sinds de intrede van zonde.

- Het zwaard, net als de helm, moet ontvangen worden, niet genomen. Alleen zij die meetbaar gekwalificeerd zijn zouden het hanteren. Met God's uitspraken kunnen we al onze vijanden onderuit halen die ons lotdeel betreden. Israel veroverde, zelfs onder Salomo, nooit al het land dat God aan Abraham gaf. Gelovigen bezitten vandaag nauwelijks iets van de grond die volgens God's Woord van hen is. Er is geen ander middel om onze verloren erfdeel terug te krijgen. Het eerste hoofdstuk van Efeziërs is het ongebroken zwaard dat ons lotdeel zal zuiveren van alle indringers.

- Het zwaard is niet tegen heiligen of zondaren, maar tegen geesten. Laten wij het niet gebruiken om onze medegelovigen te snijden. Laten wij geen oorlog voeren tegen onze medemens. Onze vijanden vieren een grote overwinning wanneer zij oproer kunnen zaaien in de citadel van de heiligen. Zij verkrijgen een enorm voordeel wanneer wij de scherpe kant er van keren tegen onze medemens. Het is zeer verwoestend wanneer wij de zinsnede "het zwaard van de geest" wegnemen uit haar context en God's Woord gebruiken als een zwaard om alles en iedereen te vernietigen. De snijdende en dodende kracht er van is alleen voor hen die God acht als Zijn vijanden.

DE HEMELSE OORLOGSVOERING

- Samenvattend: onze oorlogsvoering is niet met vlees en bloed, maar met de soevereiniteiten, met de gezaghebbers, met de wereldmachten van deze duisternis, met de geestelijke krachten van boosaardigheid temidden van de hemelingen (Efe. 6:12). Het hemelse lotdeel (Efe. 1:3,11) dat de huidige geheime bedeling kenmerkt, is nog steeds in handen van tegenwerkende geestkrachten, die pas na de dag van verlossing uit hun macht ontzet zullen worden. Deze vijanden van ons zijn actief in het tegenstaan van elke inspanning van geloof om het erfgoed er van te pakken en de hemelse standplaats er van te handhaven. Gedrag dat overeenkomt met deze waarheid, alle verkrijgen van de uit-redding, zoals de apostel het stelt in Filippenzen, zal zware tegenstand oproepen van de duistere geestkrachten. Om hen te weerstaan worden we voorzien van de wapenrusting, de helm en het zwaard. Zo kunnen we blijven staan.

- Ons gedrag ten opzichte van deze duistere geestkrachten zou het tegendeel moeten zijn van ons gedrag tegenover onze medemens. Er is een zwaard voor de eersten en een olijftak voor de laatsten. Mensen kunnen door deze geestkrachten gebruikt worden om ons tegen te staan, maar laten we altijd voorbij zien aan de menselijke agenten. Het zwaard is niet voor hen. Als we van deze vijanden gered willen worden, laten we dan onze wapenvoorraad voorzien van de gordel van waarheid, het kuras van rechtvaardigheid, de sandalen van vrede en het grote schild van geloof; dan zal God ons voorzien van de helm van redding en het zwaard van de geest. Laten we dan staan, net als Shammah, een van David's machtigen, met al onze wapenrusting aan, met het schild en het zwaard in de hand, en onze hemelse velden verdedigen tegen de duistere geestkrachten die proberen ons te beroven van het genieten van ons hemels lotdeel.

Door naar deel 17


Dit artikel werd hier geplaatst met toestemming van
©Concordant Publishing Concern
en mag niet zonder toestemming van deze worden overgenomen
in druk of op het internet.