Controleer uw wapenrusting
15. Ontvang de Efezische helm van redding
door Herman H. Rocke

- We zijn allemaal bekend met het citaat uit Jesaja dat Paulus gebruikt in Romeinen 11:26 om de toekomstige redding van heel Israel te bewijzen:

- "En de schuld inlossende Verwant komt tot Sion en tot die terugkeren van de overtreding in Jakob, zegt JAHWEH met nadruk "(Jes. 59:20).

- Het deel in Jesaja waaruit dit vers werd genomen gaat over "Redding, IEUE's werk" en is opgedeeld in kleinere eenheden, met twee er van onder het subkopje "IEUE verwijdert kwaad." Voor nu zijn we alleen geïnteresseerd in vers 20 (zoals hierboven geciteerd), en in de verzen 16 tot 18, aangezien zij de balancerende coupletten vormen onder hetzelfde kopje, alsook het subkopje. Een van de centrale coupletten (17a) leest:

- "En Hij zal rechtvaardigheid aandoen als het harnas en de helm van redding is op Zijn hoofd."

- In twee prachtige spraakfiguren wordt rechtvaardigheid vergeleken met een harnas en goddelijke redding met een helm. Zo herinnert dit deel van Jesaja ons aan het feit dat alle redding God's werk is dat Hij verricht door kwaad te verwijderen.

- Paulus, die zo vaak naar Jesaja verwijst, heeft dezelfde spraakfiguren gebruikt in Efeziërs 6:14 en 17. De context is natuurlijk anderS, want de wapenrusting van God is aan ons gegeven opdat wij een hedendaagse redding van de aanslagen van de geestelijke krachten van boosaardigheid onder de hemelingeN en van de strijdlisten van de Tegenstander kunnen genieten. De grondgedachte is echter dezelfde: Redding door kwaad te verwijderen.

DE THESSALONISCHE HELM OPZETTEN

- Terwijl onze hemelse status de onderliggende gedachte is in Efeze 6, is het algemene thema in 1 Thessalonicenzen onze ontmoeting met de Heer in de lucht. Deze plaats van ontmoeting zal ons een redding uit de komende verontwaardiging brengen die over de Aarde zal gaan wanneer Israel door de dagen van grote verdrukking zal gaan. Geen lid van het lichaam van Christus zal echter achtergelaten worden wanneer de Heer ons de lucht zal roepen. Ook al zouden we dommelen in plaats van uit te zien, zal God Zich niet tegen ons keren, aangezien we onder genade zijn, want Hij heeft ons niet aangesteld Zijn verontwaardiging te ondergaan, maar veeleer om deel te nemen aan de opname.

- Wij worden hier herinnerd aan Romeinen 5:8-10. "...maar God beveelt Zijn liefde tot in ons aan, ziende dat, toen wij nog zondaars waren, Christus ten behoeve van ons stierf. Veel meer dan, nu gerechtvaardigd wordend in Zijn bloed, zullen wij door Hem gered worden vanaf de boosheid. Want indien wij, vijanden zijnde, verzoend werden met God door de dood van Zijn Zoon, veel meer zullen wij, verzoend wordend, gered worden in Zijn leven."

- God's verontwaardiging is niet bedoeld voor Zijn vroegere vijanden die nu met Hem verzoend zijn en samen leven met Christus, in geest (terwijl ze wandelen in nieuwheid van leven) op Aarde, en die in feite na de opname samen met Hem zullen leven in het hemelse gebied. Voortdurend bewust zijn van deze waarheid zal ons vernieuwde denken beschermen (als een helm) tegen alle verstorende gedachten, dat iemand ooit onze redding in gevaar zou kunnen brengen. Dit wordt krachtig uitgedrukt door Paulus' spraakfiguur in 1 Thessalonicenzen 5:8-10. "Maar wij, die van de dag zijn, wij zullen nuchter zijn, het borstharnas van geloof en van liefde aantrekkend en de helm van de hoop van redding, want God plaatste ons niet tot in boosheid, maar tot in verwerving van redding door onze Heer, Jezus Christus, Die ten behoeve van ons stierf, opdat, hetzij wij zullen waken, hetzij wij zullen sluimeren, wij tegelijkertijd samen met Hem zouden leven."

- Er is een punt van overeenkomst tussen de helmen van Thessalonicenzen en Efeziërs. Beide zijn bedoeld om het denken van de gelovige te beschermen tegen krachteloos makende ideeën die niet voortkomen uit God's Woord voor vandaag. Anders dan dit merken we alleen punten van verschil op; het meest opmerkelijke is het feit dat de Thessalonicenzenhelm opgezet moet worden, terwijl die in Efeziërs er een is die ontvangen moet worden. Met andere woorden, we moeten met de Heer meewerken terwijl we de waarheid eigen moeten maken die in 1 Thessalonicenzen 4:13-5:10 staat; we moeten onszelf vertrouwd maken met deze waarheid en ze in gedachten houden. Er is echter niets in Efeziérs 6:17a dat gedaan moet worden; hier kunnen we niet de helm nemen om die op ons hoofd te zetten. We moeten wachten totdat we die uit de handen van onze Heer krijgen, Die ze aan ons heeft beloofd.

ONDER MILITAIRE BEWAKING

- Zelfs als ons begrip van de Efezebrief beperkt is, zullen we moeten toegeven dat ze de grootste van alle Paulinische brieven is, aangezien nergens anders in God's Woord het licht en de kracht van goddelijke waarheid meer geconcentreerd is dan daar. Deze feiten zijn zelfs nog indrukwekkender wanneer we de omstandigheden in gedachten nemen waaronder Efeziërs werd geschreven.

- Paulus was in die tijd een gevangene onder militaire bewaking. Lukas rapporteert (Hand. 28:16, 30, 31) dat het de apostel was toegestaan om op zichzelf te wonen, samen met een soldaat die hem moest bewaken. Hieruit schijnt het dat hij voor de periode van twee jaren niet beperkt was tot de muren van de Praetoriaanse barakken, omdat het verslag zegt dat hij in zijn eigen gehuurde huis woonde en het hem was toegestaan bezoekers te ontvangen en zonder beperkingen het koninkrijk van God te verkondigen. De meeste uitleggers geloven dat Paulus geketend was aan de soldaat die hem bewaakte, aangezien zij aannemen dat Hij Efeziérs en Filippenzen tijdens deze twee jaren schreef(Efe. 6:20 en Filip. 1:13).

- Maar aangezien Lukas zijn banden niet noemt zou het kunnen zijn dat de apostel onder een lichtere vorm van militaire bewaking was, met een soldaat die hem dag en nacht vergezelde, maar niet aan hem was geketend. Zoveel toegefelijkheid was niet aan Paulus toegestaan in de tijd dat hij zijn gevangenisbrieven samenstelde, want hij verwijst naar zichzelf als een ambassadeur in ketenen, wat betekent dat zijn rechterarm geketend was aan de linker van een soldaat, vier-en-twintig uur per dag (hoewel de keizerlijke bewakers elkaar bij deze taak aflosten). Het is natuurlijk mogelijk dat Lukas deze strengere vorm van militaire bewaking in gedachten had, ook al noemde hij de keten niet in dit verslag aan het einde van het boek Handelingen.

- Dat waren de omstandigheden toen Efeziërs werd geschreven. Er was niet alleen het voortdurend rammelen van ijzeren banden die elke beperkte beweging van de geboeide hand van de apostel accentueerden, er was ook de voortdurende aanwezigheid van een Praetoriaanse soldaat, wat het complete verlies van privacy betekende. Ons wordt niet verteld hoeveel Paulus had te lijden van de grofheid en grillen van zijn bewakers; maar we weten dat de symbolen van militaire bewaking het toneel domineerden toen hij de middelen en manieren beschreef die leiden naar een huidig genieten van de hemelse status, in geest.

- Uiterlijk was het leven van de apostel gevuld met militair vertoon en geluiden; het is dan ook geen wonder dat hij de gelovige in diens hemelse strijd vergeleek met een soldaat met een gordel om zijn lendenen, want de gordel maakte het in één blik duidelijk dat de soldaat dienst had. En zo ging Paulus verder met het beschrijven van de verschillende delen van de wapenrusting langs de lijnen die worden verondersteld door de Romeinse stijl van uitrusting waarmee hij zo bekend was geraakt. De nauw passende helm was heel anders dan die vandaag door de militairen en ander personeel wordt gebruikt. Onder normale omstandigheden zou de soldaat die zelf opzetten (zoals wordt verondersteld in 1 Thessalonicenzen 5:8), zeker als hij behoorde tot de gewone rangen.

- Om het feit te benadrukken dat de Efezehelm niet genomen maar ontvangen moet worden, vragen wij de gunst van onze lezers om een gelijkenis uit moderne tijden te mogen introduceren.

DE HELM VAN EEN DIEPZEEDUIKER

- De mens is geschapen om op het land te leven en de lucht in de lagere atmosfeer in te ademen; hij is zeker niet uitgerust om blijvend in de hogere lagen of in de diepten van de zee te verblijven. Geen mens met een gezond verstand zou denken in één van deze richtingen te gaan zonder afdoende bescherming tegen de gevaren die hem in een vijandige omgeving zouden omringen, of het nu de hogere luchtlagen of de lege ruimte daar voorbij zijn, of in de duisternis ver onder de oppervlakte van de zee.

- Wanneer we vandaag over duiken spreken, zou je denken dat een duikpak alles is wat iemand voor dit doel nodig heeft. Maar een duikersbril en een aqualong zijn alleen geschikt voor ondiepe duiken. Wanneer duiken tot een paar honderd voet gedaan worden, is een ondiep water uitrusting niet langer passend. Duiken van enige omvang, zoals reddingwerk, en dat soort zaken, vereisen een diepzee uitrusting, bestaande uit een compleet waterdichte bedekking, inclusief een paar met gewichten verzwaarde laarzen, een flexibel duikpak met een metalen ring rond de nek waarop een koperen helm is geschroefd, afgesloten met een veiligheids slot.

- Er zijn vandaag zelfs een paar gepantserde duikerspakken in gebruik die omlaag en omhoog gebracht worden door een kabel en de duiker toestaan beperkte bewegingen te maken. Zo'n pak aantrekken zou onmogelijk zijn zonder de volledige medewerking van de duiker. Hij zou dat zeker moeten doen om er in te komen. Maar zodra dit gedaan is, moet hij de helm ontvangen van de helpende handen van andere leden van de groep. Zij zullen die op zijn hoofd plaatsen en volledig verantwoordelijk zijn voor het veilig en strak aanbrengen op zijn metalen borstplaat. Dan zullen ze samen controleren om te zien of de luchttoevoer en het communicatiesysteem aan de achterzijde van de helm werken. Dit alles is van belang vanwege de gecombineerde water- en luchtdruk die de duiker zal tegenkomen wanneer hij op een aanzienlijke diepte onder de oppervlakte gaat.

- Het zou zelfs voor de meest ervaren "kikkerman" een extreem gevaarlijke onderneming zijn om te werken op een diepte waar de druk hoger is dan het onbeschermde menselijk lichaam kan verdragen. En een onvolledige diepzee uitrusting zou net zo gevaarlijk zijn als helemaal geen. Geen enkele duiker zou ooit proberen een paar honderd voet naar beneden te gaan met de helm als zijn enige bescherming en de rest van zijn uitrusting vergeten. De helm heeft geen nut als die niet vastgemaakt kan worden aan de borstplaat, die een integraal deel is van het duikerspak. Als hij geen laarzen met loden zolen had, geen zware metalen platen, één over zijn borst en een andere over zijn rug, zou hij zelfs niet in staat zijn zijn evenwicht te bewaren en naar de diepte te gaan die nodig is. Hieruit zien we het belang van een complete duikuitrusting, inclusief een helm die de duiker van zijn groep zal ontvangen als hij al zijn duikerspak heeft aangetrokken.

DE EFEZISCHE HELM

- Gelovigen van vandaag die gericht zijn op dat wat boven is, zullen zichzelf op deze Aarde in vreemde omgevingen vinden. Wanneer zij proberen nu hun hemelse status te genieten, terwijl ze nog steeds in dit lagere gebied zijn, zullen zij de vijandigheid ervaren van de leider die hier het gezag heeft, en die probeert hun toevoer van geestelijke vitaliteit van boven af te snijden, waar Christus is, zittend aan de rechterhand van God. Zulke geestelijke kracht is voor ons net zo van belang als de luchttoevoer en het communicatiesysteem dat zijn voor de diepzeeduiker; indien hij zijn helm ontvangen heeft zal een voortdurende luchtstroom aan hem geleverd worden en kan hun communiceren met zijn medewerkers. Op een gelijke wijze zal aan ons een voortdurende stroom van geestelijke vitaliteit gegeven worden wanneer we de helm ontvangen nadat we de andere delen van God's wapenrusting aangetrokken hebben.

EEN HEMELSE BELOFTE VOOR VANDAAG

- In een eerder artikel in deze serie hebben we geprobeerd aan te tonen dat drie verschillende werkzaamheden noodzakelijk zijn om de kracht van de Heer voor ons beschikbaar te maken:

- (1) onze medewerking
- (2) de werkzaamheid van de Heer
- (3) gebed en verzoek

- We hebben gevonden dat onze medewerking verplicht is op vier punten:

- (1) toeëigening van het Woord van de Waarheid
- (2) toeëigening van rechtvaardigheid
- (3) bereidheid van het evangelie van vrede
- (4) het opnemen van het grote schild van geloof

-Deze vier delen van onze medewerking zijn de vereisten van de werkzaamheid van onze Heer in de volgende twee punten:

- (1) het aan ons geven van de helm van redding
- (2) het aan ons geven van het zwaard van de geest

- Is dit niet een heerlijke goddelijke belofte? Voor zover het de laatste twee punten betreft is aan onze kant geen enkele inspanning vereist. Net zoals de diepzeeduiker vertrouwt op zijn medewerkers bij het ontvangen van zijn helm, zo kunnen wij volkomen vertrouwen op onze Heer, van Wie wij de Efezische helm zullen ontvangen die onze wapenrusting compleet zal maken en ons voorzien van de versterkende macht van Zijn kracht, zodat we kunnen staan op ons hemelse lotdeel, in geest, en alle vijandige aanvallen kunnen weerstaan.

EEN PAKKET AAN INSTRUCTIES

- Instructies worden gegeven zodat ze stap voor stap uitgevoerd kunnen worden in de volgorde waarin ze gegeven zijn. In het geval van de diepzeeduiker worden geen details overgelaten aan de discretie van het individu, aangezien niet slagen om te voldoen aan de regels vrijwel zeker fatale gevolgen zal hebben. Elke grote duikoperatie op de bodem van de zee, zelfs met de beste door de mens gemaakte uitrusting, en terwijl men de instructies streng opvolgt, betekent het riskeren van een mensenleven, want er kan altijd iets gebeuren dat buiten de controle van de medewerkers aan de oppervlakte valt.

- Er is voor ons echter geen risico wanneer we proberen te staan en te weerstaan langs de lijnen die in Efezïërs 6:10-17 zijn aangegeven. De belofte van onze Heer (om ons te versterken met de macht van Zijn sterkte) is van kracht zolang wij Zijn instructies stap voor stap opvolgen, exact op de wijze waarop ze aan ons gegeven zijn. Hun goddelijke volgorde zou niet veranderd moeten worden, noch zou een stap ooit weggelaten mogen worden. We hebben al het pakket van verzoeken in Kolossenzen 1:9-11 besproken en we hebben aangeduid dat we niet het gezag hebben willekeurig er uit te halen wat we voor ons als weldadig beschouwen. Hetzelfde is toepasbaar op het "pakket" van instructies in Efeziërs 6:1-17; we moeten ze allemaal gehoorzamen als we de effectiviteit van onze wapenrusting niet teniet willen doen.

- Een soortgelijke lijn van denken werd ontwikkeld in een artikel dat ons magazine vele jaren geleden publiceerde (jaargang XXIII, pagina 398) onder de titel "Het Hemelse Conflict," waaruit we de volgende twee paragrafen willen citeren.

DE HELM VAN REDDING ONTVANGEN

- Neem de helm van redding niet! We zouden de wapenrusting en het schild moeten nemen, maar het is pas nadat wij de rest genomen hebben dat we de helm mogen dragen. De gordel en het kuras moeten aangetrokken worden. Het schild moet hoog gehouden worden. Alleen dan, en pas dan, mogen we de helm ontvangen die redding is. Het is God's beloning voor hen die omgord zijn met waarheid en beschermd door rechtvaardigheid, en geschoeid met vrede, en beschut door geloof. Zonder deze moeten onze hoofden blootstaan aan de aanvallen van onze tegenstanders. Met hen dragen wij de helm die ons onkwetsbaar verklaart.

-Deze helm is geen redding van onze zonden of van onszelf, maar van boze hemelse menigten. Indien dit allemaal nodig zou zijn om ons te redden van zonden, wie zou er dan gered worden? Deze redding is beperkt tot onze contacten met onzichtbare geestkrachten. Ze is beperkt tot de verdediging van ons hemels lotdeel. Het is de verlossing van de machtige krachten van duisternis die proberen ons te beroven van het genieten van ons lotdeel temidden van de hemelingen. Laten we ons herinneren dat dit het op God gerichte aspect van Efeziérs is. Het houdt zich niet bezig met onze relatie met Christus als leden van Zijn lichaam, of onze plaats in de nieuwe mensheid. Deze zijn de op Christus en op de mens gerichte aspecten van Efeziërs. Hier hebben we een speciale redding van de boosaardige wereld van hemelse geesten.

- De inleidende citaten van de profeet Jesaja hebben ons herinnerd aan het feit dat alle redding het werk van God is, dat Hij verricht door kwaad te verwijderen. Door ons te voorzien van een geestelijke wapenrusting houdt Hij ons beveiligd tegen alle kwade konkelarijen van de geestelijke krachten van boosaardigheid temidden van de hemelingen en tegen de strijdwijzen van de Tegenstander. Op die manier verwijdert God deze boze geesten nu niet van het toneel (Hij zal dat op een later moment doen), maar Hij houdt ze op afstand zodat ze ons geen kwaad kunnen doen.

- Afsluitend willen we nogmaals citeren uit Unsearchable Riches, jaargang XXVI, pagina 122.

- Wij kunnen de helm van redding niet nemen, zoals de King James vertaling ons wil doen geloven. In al haar aspecten is redding een geschenk. Wij mogen die ontvangen. Het is duidelijk dat niemand iets van de bewapening die hier geleverd wordt kan dragen, tenzij hij "gered" is in de gebruikelijke zin waarin wij dit woord gebruiken. In dat geval zou het het eerste stuk bewapening zijn om aan te trekken. Hier is het het laatste! Het is alleen van ons zolang als waarheid, rechtvaardigheid en geloof ons onbeschadigd houden van de aanslagen door de geestenwereld. Het is een huidige redding van onzichtbare geestvijanden, niet een voorbije verlossing van zonde of een toekomstige verlossing van kwaad. We hebben niet het recht het te nemen. Het zal aan ons gegeven worden wanneer we onszelf uitrusten met het kuras, de gordel en het schild. We hoeven niet bezorgd te zijn over ons hoofd. Mogelijk is dit suggestief voor het feit dat Christus, ons Hoofd, Overwinnaar is.

Door naar deel 16


Dit artikel werd hier geplaatst met toestemming van
©Concordant Publishing Concern
en mag niet zonder toestemming van deze worden overgenomen
in druk of op het internet.