Controleer uw wapenrusting
14. Blus alle vurige pijlen!
door Herman H. Rocke

- "Sta dan, ... het deurvormig-schild van het geloof opnemend, waarmee jullie alle gloeiend gemaakt zijnde projectielen van de boosaardige kunnen uitdoven" (Efe. 6:14,16)

- De enige bescherming tegen de vurige pijlen van EfeziŽrs 6:16 is het grote schild van geloof. Dit betekent dat we redding moeten zoeken achter dat wat van ons is in Christus, terwijl we wijs in de Heer wandelen, want we zijn betrokken bij de tweede helft van EfeziŽrs, dat zich met onze houding bezig houdt. Dat is waarom deze serie loopt onder de gebiedende titel: Controleer uw wapenrusting!" In de voorafgaande artikelen onder deze titel hebben we gepoogd de belangrijke schriftuurlijke substructuur aan te tonen die z'n climax vindt in de gevangenisbrieven. Aanvullend hebben we geprobeerd te laten zien dat onze actieve medewerking op vele punten noodzakelijk is. We worden aan deze noodzaak herinnerd door een rij van gebiedende zaken in EfeziŽrs 6:10-20. Op dit moment willen we alleen de eerste drie noemen:

- Doe de wapenrusting van God aan!
Neem de wapenrusting van God ter hand!
Sta ... met allen, het grote schild van geloof opnemend!

- Hier hebben we drie besliste opdrachten die we altijd zouden moeten gehoorzamen als we op dit moment werkelijk, in geest, onze hemelse status willen genieten. Natuurlijk weten we dat het hemelse lotdeel het onze is, want God heeft dat gezegd. Na boven geroepen te zijn om onze Heer in de lucht te ontmoeten, zullen we dat deel van het lotdeel ontvangen waarvoor de Vader ons geschikt heeft gemaakt (Kol. 1:12). Maar nu dienen we mee te werken, zodat we door geloof kunnen staan en weerstaan.

- Het is zeker waar dat onze relatie met Christus zo nauw is als maar ingedacht kan worden; dit is waarom het wordt uitgebeeld door het figuur van een lichaam en de leden er van (niet door takken die van de wijnstok afgehakt zouden kunnen worden). In onze relatie met Hem hebben we geen werk te doen, want Hij heeft het allemaal Zelf volbracht (Kol. 2:10). Ook al ziet Christus, als het Hoofd van heel het lichaam, er op toe dat de leden hun geestelijke onderhoud krijgen om zo te groeien, wij worden opgeroepen ware liefde uit te oefenen bij het allen doen groeien in Hem (Efe. 4:15).

- Het lijkt zeker dat, zelfs met ons vernieuwde denken, wij nooit in staat zullen zijn al de rijkdommen van de heerlijkheid van het genieten van van God's lotdeel te midden van de heiligen te peilen. Maar om een paar van deze rijkdommen van nu, in geest, te genieten, moeten wij krachtig gemaakt worden met God's machtige kracht en Zijn beschermende wapenrusting aandoen (Efe. 6:10; 14-16).

EEN LEVENSLANGE ERVARING

- De betekenis van "wapenrusting" is complete bewapening; en tot dusverre hebben we ons beziggehouden met de eerste vier stukken er van, de gordel van waarheid, het kuras van rechtvaardigheid, de sandalen van vrede, en het grote schild van geloof. In alle gevallen is God de Gever, maar wij worden verondersteld ons het geschenk toe te eigenen als we het ten volle willen genieten. Dit kan beslist niet bereikt worden door een zo nu en dan lezen van EfeziŽrs 6:10-20, of zelfs heel EfeziŽrs. Een grondige kennis van al Paulus' geschriften en activiteiten is vereist, in aanvulling van onze kennis van de rest van het Nieuwe Testament en delen van het Oude.

- Dankzij de broosheid van het menselijk denken moeten we regelmatig een bepaalde hoeveelheid tijd opzij zetten om tot een goed begrip van God's Woord te komen. Dit zal zeker meer dan een jaar duren; eerder meer dan tien of twintig of zelfs vijftig jaren.

- De complete wapenrusting van God aantrekken zal blijken een levenslange ervaring te zijn en zal een levenslange hemelse zegen opleveren voor die onbeschaamde werkers die druk bezig zijn zichzelf gekwalificeerd voor God te presenteren, het woord van de waarheid recht snijdend en zichzelf regelmatig en voldoende voedend met de woorden van geloof en het ideale onderwijs van Paulus (1 Tim. 4:6; 2 Tim. 2:15). Dit is de manier waarop we onze geesten kunnen vitaliseren en energie geven.

- We zijn altijd in gevaar onze veilige positie in Christus te verwarren met onze inspanningen in de Heer en de werking van de macht van God's kracht met onze medewerking met Hem. We zijn ook in gevaar ťťn kant van de waarheid teveel te benadrukken en een ander aspect te minimaliseren dat net zo belangrijk is. We kunnen er over roemen dat we niet langer onder de wet zijn en tegelijkertijd vergeten de liefde te beoefenen die het complement van de wet is (Rom. 13:10). We mogen blij zijn dat Paulus niet het geven van tienden voorschrijft, maar ons niet bewust zijn van het feit dat genadevol geven, zoals gepraktiseerd door Paulus en zijn helpers, neerkomt op veel meer dan alleen een tiende van het inkomen of tijd van een gelovige, of zelfs beide.

- God is niet zozeer geÔnteresseerd in de feitelijke hoeveelheid van een gift, als Hij dat is in de betrekkelijke maat en de mate waarin het de gever er in betrekt, zoals we zien in het geval van de arme weduwe (Mar. 12:43). Dezelfde regel is toepasbaar op de hoeveelheid tijd die we apart zetten voor het bestuderen van Zijn Woord en het delen er van met anderen. Het is ons voorrecht niet alleen de dimensies van God's genade in Zijn Woord te onderzoeken, maar ook die in onze levens en in ons dienstbetoon voor Hem in praktijk te brengen. Slecht weinigen van ons zijn in staat door spreken de waarheid te verspreiden, maar vrijwel allen van ons kunnen het gedrukte woord gebruiken. Laten we ons inspannen bekend te raken met de pamfletten en tractaten en brochures die in onze Concordant Literature Catalogus opgesomd worden, voordat we ze aan anderen geven. Laten we deze prachtige gelegenheid van het uitoefenen van ons ambt and ambassadeur van vrede, evangelist, leraar, of wat het ook mag zijn, of wat de gelegenheid vraagt, niet voorbij laten gaan. Iedereen wordt geroepen tot een bepaald soort dienstbetoon; waarvoor zijn anders de sandalen van vrede? En iedereen zal, in de loop van de tijd, zich specialiseren in een bepaald soort van dienstbetoon en zal het in de Heer aanvaarden om het te vervullen (Kol. 4:17). Waar is anders onze kennis van het Woord van Waarheid voor nodig, onze bekendheid met rechtvaardigheid, of de aanpassing die we ontvingen voor ons gebied van geloof? Indien wij volledig deze geestelijke genades willen genieten, moeten we ze delen met anderen (Rom. 1:11). Door dat te doen mogen we er zeker van zijn dat genade de waarde van ons dienstbetoon zal vermenigvuldigen, alsook onze giften, zelfs als onze inspanningen in de Heer maar zwakjes zijn.

GOEDE PRAKTIJKEN

- Hoewel de wapenrusting zoals die door God geleverd wordt voornamelijk bedoeld is om bescherming te leveren tegen alle sinistere aanvallen door geestelijke krachten (Efe. 6:11,12), heeft onze recente studie van de eerste vier delen van dit geestelijke kostuum van wapenrusting het feit onthuld dat heel ons leven als gelovige er bij betrokken is, samen met al onze ervaringen op het gebied van geloof, beginnend bij het kruis van Golgotha en een hoogtepunt bereikend in onze inspanning om te staan, in geest, op het geestelijk lotdeel, en zo in staat gesteld te worden onze huidige hemelse status te genieten. Daarom kunnen we nooit EfeziŽrs 6:10-20 scheiden van de voorafgaande hoofdstukken van deze brief, noch van Paulus' andere geschriften en activiteiten, noch van de rest van God's Woord. Er is altijd een relatie tussen doctrine en houding, het oordelen van onze mede-mens en het oordelen van hemelse boodschappers (1 Kor. 6:2-9), onverstandig wandelen in het algemeen en het toegeven aan druk die door de wereldmachten van deze duisternis wordt uitgeoefend (Efe. 5:15; 6:10-12).

- We zijn er snel bij de brede reeks van informatie te vergeten die aan Paulus tijdens zijn leven ter beschikking stond (1 Kor. 15:3-10; 2 Tim. 4:13b). Zelfs toen de periode van zijn verscheiden nabij was en hij zijn loopbaan had voltooid, verminderde zijn interesse in heel de Schrift (zoals die in zijn dagen beschikbaar was) niet, want hij vroeg om zowel "de boeken" (wat papyrusrollen waren) als de perkamenten (mogelijk zijn eigen van aantekeningen voorziene kopieŽn van bepaalde Oud Testamentische boeken). De papyri kunnen (onder andere) kopieŽn van zijn eigen brieven bevat hebben, alsook verslagen van de bedieningen van onze Heer. Ook al kennen we deze details niet zeker, er kan geen twijfel over bestaan dat hij, tot het einde van zijn loopbaan, geÔnteresseerd was in een aantal papyri en in een aantal perkamenten. In Paulus' dagen was papyrus het gebruikelijke materiaal om op te schrijven, terwijl perkament werd gebruikt voor het bewaren van de tekst van zeer belangrijke documenten. Het is niet moeilijk een conclusie te bereiken over waar de bejaarde apostel aan dacht toen hij de dood onder ogen moest zien in een Romeinse gevangenis en om zijn "boeken" of rollen vroeg, en speciaal zijn perkamenten. Om welk leesmateriaal zouden wij vragen als wij in een soortgelijke situatie zouden zijn?

- Wie zou niet een bepaalde hoeveelheid tijd apart zetten voor het bestuderen van Jesaja na, bijvoorbeeld, onder de indruk te zijn gekomen door de manier waarop de goddelijke logica in Romeinen wordt ondersteund door citaten van deze en andere profeten? Zo maakt een grondige studie van een bijzonder deel van de Schrift het nodig dat wij ons bekend maken met een ander deel, enzovoort. "Elk Geschrift is door God geÔnspireerd en heeft ook baat voor onderwijzing, voor weerlegging, voor correctie en voor discipline, die in rechtvaardigheid, opdat de mens van God toegerust zal zijn, volkomen toebereid zijnde, voor alle goed werk" (2 Tim. 3:16,17).

- Zoals we al eerder hebben gezegd, om dezelfde reden dat we Paulus' gevangenisbrieven niet zouden willen scheiden van de rest van God's Woord, zouden we houding niet van doctrine kunnen scheiden, speciaal omdat kwade praktijken onverenigbaar zijn met hemels dienstbetoon. Om ons punt te kunnen benadrukken willen we citeren uit Unsearchable Riches, jaargang 39, beginnend met de paginas 50 en 59.

UITGEBALANCEERDE GELOVEN

- De allesoverstijgende waarheden die onze harten overweldigen en onze geesten overladen zijn te heerlijk voor sterfelijk denken om te bevatten. Ze kunnen ons gemakkelijk leiden tot extreme inzichten en ideeŽn, omdat de mensheid niet gewend is aan zulke hoge hoogten van denken. Als een machine zonder bestuurder, of als een klok zonder balans, kan het wild ronddolen, kan het een grillig bestaan leiden, want het ontbreekt aan controle. Ik heb me soms moeten testen om niet uit de bocht te vliegen als ik de diepten onderzocht en hoogten in ging van God's laatste onthullingen.

- Maar God heeft ons niet zonder betrouwbare testen voor deze toestand gelaten. Zijn waarheid is altijd uitgebalanceerd. Dit wordt buitengewoon tentoongespreid in Paulus' laatste brieven, in het bijzonder in EfeziŽrs. Als onze hoofden rondzweven in de hemel in de eerste drie hoofdstukken, zijn onze voeten in de laatste drie stevig op de Aarde geplant. Als we in het begin door geloof gezeten zijn temidden van de hemelingen, staan we aan het einde in feite op sandalen temidden van de aardsen. Onze zegeningen zijn boven, maar onze oorlogsvoering is beneden. Het een spreekt het ander niet tegen. Beide zijn waar. Het een moet niet van het ander gescheiden worden. Laten we God aanbidden voor het eerste en voor mensen wandelen in het laatste.

- Ik veronderstelde eens dat niemand zo ver kon gaan dat hij er op stond dat wij feitelijk, letterlijk gezeten zijn in de hemelen, maar ik ben voor mijn ongeloof zwaar bekritiseerd geworden, omdat ik er op stond dat onze voeten op de Aarde zijn. Maar er is in ons allen een neiging een passage van de Schrift zo gepassioneerd te "geloven" dat wij die in botsing brengen met een andere. Zij die het feit zeer waarderen dat wij in Christus vůůr de nederwerping werden uitverkoren, zijn geneigd de nadruk te leggen op gebed voor hen die proberen het geheim van het evangelie aan ongelovigen te brengen. Ik werd hiervan alleen gered omdat ik zo'n overweldigend verlangen had het evangelie bekend te maken nadat ik herontdekt had wat het werkelijk was.

-Hoe vreemd het ook moge schijnen, het staan op de grote en heerlijke waarheden die via Paulus tot ons komen, kunnen in feite het geloof omverwerpen. We hebben zojuist zo'n geval gelezen. De schrijver staat er op dat vleselijke gelovigen niet kunnen zien dat wij in feite met Christus zijn opgestaan. Dit, zo zegt hij, is een feit, daarom zullen wij nooit opgewekt worden en zouden we nooit moeten uitzien naar de komst van de Heer, want we zijn al in de hemel gezeten! Deze zelfde leer verstoorde reeds de heiligen in Paulus' dagen. Hij veroordeelde het zonder meer: "Maar ga om de onheilige, lege klanken heen, want zij zullen de oneerbiedigheid nog meer doen vorderen, en hun woord zal gangreen als weide hebben, van wie zijn HymeneŁs en Filetus, die afwijken aangaande de waarheid, zeggend dat de opstanding reeds is gebeurd. En zij werpen het geloof van sommigen omver"(2 Tim. 2:16-18). Moge de Heer ons bewaren voor het verwisselen van beelden met feiten. In geest zijn we al met Hem, maar niet in het vlees. En dit maakt ons niet vleselijk, maar geestelijk.

- Moge ieder van ons onze leer testen door de rest van openbaring. De houding van de tweede helft van Efeziťrs is de beste balans voor de leer van de eerste. De neiging om opgeblazen te zijn door de allesoverstijging van de openbaringen, kan grotendeels gecorrigeerd worden door ons falen waardig te wandelen als geoordeeld door de overeenkomende oproep. De verleiding te denken dat wij superieur zijn aan andere heiligen en een apart lichaam zijn, wordt gecontroleerd door zwakheid en nederigheid, pogend de eenheid van de geest te bewaren met de band van vrede. Toen ik onder de Broeders was (zo'n zestig jaar geleden) achtten wij onszelf hoog verheven boven alle andere heiligen, een select gezelschap vanwege onze kennis. Maar, als ik nu terug kijk, wat wisten we eigenlijk weinig! We waren ons zeker niet God's genade bewust! Moge niemand die deze zinnen leest zijn balans verliezen zoals wij deden!

KWADE PRAKTIJKEN

- Onze relatie met God en met onze medemens zou in ons denken helemaal gescheiden gehouden moeten worden als we de dais overdenken. Er is niets tussen ons en God dat zo'n zitting vereist, maar er is veel tussen ons en onze medemensen dat door de verlichting van die dag geregeld moet worden. Niet alleen moeten onze valse en vluchtige doctrines het vuur ondergaan, maar onze goede en kwade praktijken, voor zover het onze medemensen betreft, moeten afgerekend worden (2 Kor. 5:10).

- Hoewel zonde noch zonden genoemd worden in verband met de dais, is het voor ons moeilijk te voorkomen dat ze ingebracht worden. Ja, is het niet logisch dat kwade praktijken zonden moeten zijn? En als we verantwoording zullen geven over onszelf, zou dat dan niet vele fouten inhouden? Zulk redeneren, ook al schijnt het logisch, is niet verstandig, omdat het niet uit geloof is. Geloof zou eerder afleiden dat, aangezien het woord zonde (of zonden) niet voor de dais wordt gebruikt, het karakter van onze daden zoals die daar gezien worden anders moet zijn en overeenstemmen met de termen die gebruikt worden. Als dit zo is, dan is er niet zoiets als de berechting van zonden voor de dais. We zullen voor de dais niet in deze zin zondaren zijn, want op dat moment zullen we onsterfelijk zijn en geen neiging tot zonde hebben. Het lichaam dat we dan zullen bezitten zal een onvergankelijk, krachtig, heerlijk, geestelijk lichaam zijn (1 Kor. 15:42-44).

- Wij zijn voor God gerechtvaardigd door het werk van Christus, maar we zijn door onze eigen werken niet onder de mensen gerechtvaardigd. Het een was lang geleden geregeld en is altijd durend. Het andere kan pas vastgesteld worden als onze loopbaan gelopen is en we voor de dais gepresenteerd worden. We moeten niets vůůr de tijd beoordelen, want de aanleiding voor menselijk handelen en de complexiteit er van zijn voor ons verborgen en liggen buiten ons rechtsgebied. Laten wij nu niet oordelen, maar wachten tot de dag van berechting, wanneer allen beloond zullen worden in het licht van perfecte kennis en zonder het minste gevaar van zonde

- Wanneer we elkaar slecht behandelen, of zelf beschadigd worden, blijft dit onrecht bestaan, voor zover het ons betreft, ondanks onze relatie met God en Christus. Goed of slecht, dankzij de activiteit van het vlees of de grillen van de Tegenstander aan de ene kant, en de trouw en het leiden van God's geest aan de andere, hebben gezorgd voor ontelbare schulden en verdiensten die ingebracht moeten worden op de rekening van God's heiligen en dienaren, die nooit betaald zijn geworden. Al deze moeten in balans gebracht worden en de boeken voor de dais gesloten, want er zullen geen kwade of slechte daden zijn om in te brengen, en het goede zal zonder uitstel beloond worden, want God hoeft ons niet langer pijn te doen en nederig te maken, want we zullen in staat zijn Hem een genoegen te doen en Hem zonder hindernis te dienen.

HET GROTE SCHILD VAN GELOOF

- Elke discussie over individueel geloof (vanaf de tijd dat we voor het eerst geloofden tot aan onze presentatie voor de dais) en het hele gebied van geloof (wat we geloven) zou onvolledig zijn zonder de speciale taak te noemen van het grote schild van geloof in Efeziťrs 6:16, waarmee we in staat zullen zijn alle vurige pijlen van de boze uit te doven. Hoewel het grote schild zeker meer is dan alleen de Efezische waarheid (zoals we in deze serie geprobeerd hebben aan te tonen), zijn de vuige pijlen echter bedoeld om ons uit ons hemelse lotdeel te verjagen. Dit is hun hele doel: onze aandacht afleiden van het genieten van onze hemelse status zoals die in Unsearchable Riches, jaargang 51, pagina 225, is beschreven.

- Tijdens zijn loopbaan ging Paulus door allerlei vervolgingen, droefenissen en roerige tijden heen, die hij in detail beschrijft in zijn tweede brief aan de KorinthiŽrs (6:4-10; 11:23-33; 12:7-10). Naar ons beste weten, echter, heeft niets van dit lijden zijn ogen ooit afgeleid van de geestelijke waarheden over zijn hemelse status, om zo volledig in beslag genomen te worden door de benauwing van zijn ziel en de uitkomst van zijn eigen zaken. Vanuit zijn hemels waarnemingspunt was de apostel in staat aardse dingen in hun juiste perspectief te zien.

- Jaren daarvoor had hij aan de Romeinen geschreven: "Wie zal ons scheiden vanaf de liefde van God die is in Christus Jezus? Verdrukking of benauwdheid of vervolging of honger of naaktheid of gevaar of het zwaard? ... Want ik ben overtuigd dat noch dood, noch leven, noch boodschappers, noch overheden, noch tegenwoordig zijnde dingen, noch de op het punt staande dingen, noch machten, noch verhevenheid, noch diepte, noch enig andere schepping ons zal kunnen scheiden vanaf de liefde van God, de liefde in Christus Jezus, onze Heer"(Rom. 8:35,38,39).

-In Paulus'geval waren zulke droefheden, vervolgingen en lijden zeker geen vurige pijlen in de betekenis van Efeze 6:16. Maar er waren in zijn tijd pogingen (zoals die er nu zijn) die bedoeld waren om de voortgang van het evangelie te hinderen, hoewel ze voor het onervaren oog er uitzagen als echte pogingen met het oog op, misschien door andere methoden, voorthelpen van de verkondiging van het woord der waarheid. Er waren broeders die Christus verkondigden uit partijschappen en niet uit een zuiver hart, om droefheden in Paulus' banden op te wekken. Er waren anderen die kennelijk brieven onder zijn naam lieten rondgaan die hij nooit had geschreven. Weer anderen gooiden het geloof van onschuldige gelovigen omver (Rom.16:17,18; Gal.3:1; Filip.1:17; Kol.2:16-23; 2 Thess.2:2; 1 Tim.6:20; 2 Tim.2:18).

- Er waren golven van brandende pijlen toen de eenzame apostel leerde, terwijl hij de dood voor ogen had, dat niet ťťn, niet twee, niet drie, maar al zijn ecclesias in de provincie Asia de speciale waarheden hadden verlaten die hij hen in de voorbije jaren had onderwezen. Zulk nieuws zou voor Paulus een vurige marteling zijn geweest, als er niet het grote schild van geloof was geweest, waarmee hij in staat was deze vurige pijlen uit te doven. Anders zouden zij hem onvoorstelbaar mentaal lijden bezorgd hebben en lijden van de geest. Dankzij zijn persoonlijk geloof en zijn kennis van de waarheid (bereik van geloof) was hij in staat zich te realiseren dat zijn echte tegenstanders niet die afwijkende broeders in Klein-AziŽ en elders waren, maar veeleer de onzichtbare geestelijke krachten achter hen. Aan het einde van zijn loopbaan herkende Paulus dat zijn vroegere vrienden in Efeze, Laodicea, Kolosse (waar zijn gevangenisbrieven waren rondgegaan) en in Derbe, Lystra en Iconium (die "stabiel in het geloof" waren genoemd - Hand. 16:5), als gereedschap gebruikt waren door de geestelijke krachten van boosaardigheid onder de hemelingen om het werk van de Heer te hinderen.

- Toen de apostel, de gevangene in de Heer, de afsluitende zinnen van EfeziŽrs schreef, was hij zich misschien niet volledig bewust van de omvang van de toekomstige afval onder de ontvangers van deze rondzendbrief, hoewel hij enige geloof verleidende activiteit in Efeze had voorzegd (Hand. 20:28-32). We mogen er echter zeker van zijn dat Paulus al een uitgebreide ervaring met vurige pijlen had toen hij de zinnen over de wapenrusting schreef.

- EfeziŽrs 6:10-20 zal op vele manieren dienen als een herinnering, aangezien dit heel het gebied van individueel geloof schijnt te dekken en ook het gebied van geloof. Elke broeder of zuster zal in staat zijn zijn of haar eigen tekortkomingen te herkennen, wanneer het controleren van de wapenrusting deel uitmaakt van ons regelmatig lezen en onze gebedsgewoonten. Dit zal nooit een eenvoudige taak zijn als het dag na dag op juiste wijze gedaan wordt, maand na maand, jaar na jaar. Hem nu Die alleen in staat is allesoverstijgend te doen boven alles wat wij vragen of verlangen naar de kracht die al in ons werkzaam is, Hem zij de heerlijkheid!

Door naar deel 15


Dit artikel werd hier geplaatst met toestemming van
©Concordant Publishing Concern
en mag niet zonder toestemming van deze worden overgenomen
in druk of op het internet.