Controleer uw wapenrusting
11. Geloof in woorden van geloof
door Herman H. Rocke

- De term geloof komt 244 maal voor in het hele Nieuwe Testament en 142 maal alleen in Paulus' brieven. Zelfs nog meer opvallend is het feit dat er 40 gevallen zijn in Romeinen, exact hetzelfde aantal als in MattheŁs, Marcus, Lukas, Johannes en Handelingen samen. Dat wat de apostel uitlegt in de eerste helft van zijn brief aan de Romeinen slaat op individuele gelovigen. Zoals we eerder in deze serie hebben gezien bedoelt hij niet commentaar te geven op ieder's individuele geloof, want het geloof van de Romeinse gelovigen was op dat moment in heel de wereld rond de Middellandse Zee algemeen bekend. Maar er waren nog steeds tekortkomingen in het bereik van hun geloof die bijgesteld moesten worden. Daarom gaat Paulus in de eerste acht hoofdstukken van de brief aan de Romeinen uitgebreid in op individuele rechtvaardiging, individuele verzoening en God's soevereiniteit, waar dit slaat op de individuele gelovige. Dan worden dezelfde drie onderwerpen, hoewel in omgekeerde volgorde, in de tweede helft van de brief ter hand genomen, maar nu is het bereik nationaal; hier zijn Israel en de natiŽn als zodanig in beeld. Van de veertig voorvallen van de term geloof in Romeinen worden alleen dertien gevonden in de hoofdstukken 9 tot en met 16. We zullen nu bespreken welk soort geloof wordt bedoeld in Romeinen 10.

REDDING DOOR AANROEPING

-Romeinen hoofdstuk 10 slaat op Israel, dat als natie gered zal worden wanneer zij Hem zien Die zij doorstoken hebben en Hem erkennen als hun Rechtvaardigheid. "Want Christus is het einde van de wet, tot rechtvaardigheid voor elk die gelooft" (Rom. 10:4). In die dag zullen de uitspraken van Christus aan hen gepresenteerd worden voor hun geloof. "Dus is het geloof vanuit het gehoorde, maar het gehoorde door de uitspraak van Christus" (Rom. 10:17). Wanneer goddelijke wraak de aarde doortrekt zal de Naam van de Heer de enige schuilplaats zijn. In toevoeging aan het hartegeloof zal in die dag mondelinge belijdenis verplicht zijn. "Maar wat zegt zij? Nabij jou is de uitspraak, in jouw mond en in jouw hart; dit is de uitspraak van het geloof dat wij proclameren, dat in het geval dat jij in jouw mond de uitspraak zou belijden dat Jezus Heer is en zou geloven in je hart dat God Hem wekt vanuit doden, jij gered zal worden. Want in het hart wordt het geloofd tot in rechtvaardigheid en in de mond wordt het beleden tot in redding" (Rom. 10:8-10). Dan zal iedereen in Israel en elders, waar ook maar de Naam van de Heer aangeroepen zal worden, gered worden. Er zal geen onderscheid zijn tussen Jood en heiden (of Griek); iedereen die in Hem gelooft zal niet beschaamd worden, want Dezelfde is Heer van allen, rijk voor allen die Hem aanroepen (de verzen 11-13).

JOňL WORDT ZOWEL DOOR PETRUS ALS PAULUS GECITEERD

- Het korte citaat uit JoŽl in Romeinen 10:13 herinnert ons aan het langere van dezelfde profeet, zoals gegeven door Petrus in zijn Pinkster proclamatie (Hand. 2:17-21). God had door JoŽl gezegd (2:28-32) dat Hij in de laatste dagen van Zijn geest zal uitstorten op alle vlees, dat er wonderen zullen zijn in de hemel boven en tekenen beneden op Aarde, bloed en vuur en rook, en dat de zon donker zal worden en de maan als bloed, vůůr de komst van de dag van de Heer, de grote en komende dag. "En het zal zijn dat elke die zal aanroepen in de naam van JAHWEH zal ontsnappen" (JoŽl 2:32a).

- De oudsten van de groep waartoe ik behoorde toen ik een teenager was, geloofden dat Romeinen 10 op ons, vandaag, betrekking had. Hun idee van redding kwam neer op het volgende: Het vereiste van geloof is dat als jij met jouw mond belijdt dat Jezus jouw Heer is, Die voor jou stierf aan het kruis van Golgotha, en dit in jouw hart gelooft, jij gered zal worden; als jouw geloof echt is zal het bewezen worden door mondeling belijden. De oudsten wezen ook op 2 TimotheŁs 2;12 en MattheŁs 10:33 en stelden dat beide passages hetzelfde betekenden, met andere woorden: 'Als wij Jezus ontkennen voor de mensen, dan zal Hij ook ons ontkennen voor Zijn Vader Die in de hemel is.'

- Ik wilde voldoen aan de wensen van de oudsten, dus maakte ik er een punt van tenminste elke dag met ťťn ongelovige te spreken, hem vertellend dat ik gered was door het bloed van Jezus dat Hij voor mij stortte. Mijn dagelijkse quotum vullend werd na enige tijd moeilijk, toen ik klaar was met mijn onderwijzers en medestudenten op school en andere kennissen. Toen probeerde ik alles om de boodschap van het kruis van Golgotha aan vreemden te brengen, niet individueel, maar getuigenis gevend op straathoeken, samen met andere teenagers. Hier was minder moed voor nodig, ook al werden er meer mensen bereikt. Ik sprak zelfs met jonge mensen op opwekkingsbijeenkomsten, waar ik een publiek van duizend of meer had, totdat ik begon te aarzelen om redding vrijelijk aan te bieden wanneer het kennelijk op ieder moment ingetrokken kon worden als de gelovige er niet in slaagde zijn geloof te bewijzen door regelmatige mondelinge belijdenis.

- Wij zagen toen niet dat geloof een ophouden van zelf-inspanning is en rustig blijft, zelfs temidden van menselijk falen. In het licht van God's doel kijkt geloof altijd naar God, niet naar de mens, aangezien het alleen op Zijn Woord is gebaseerd. Er zijn geen tegengestelde passages als we voor Israel laten wat aan Israel is geschreven. Wat onze Heer Jezus zei in MattheŁs 10:33 past bij de situatie zoals die in Romeinen 10 is beschreven, waar mondelinge belijdenis verplicht is.

DE GEZINDHEID VAN CHRISTUS JEZUS VERLOOCHENEN

- Paulus spreekt in 2 TimotheŁs 2:12 niet van een mondeling belijden. Waar de King James vertaling zegt "Indien wij Hem ontkennen...", is het woord  "Hem" cursief gedrukt, om zo aan te geven dat het niet in het Grieks is. Hier leest de Concordant Version: "Indien wij verloochenen, zal ook Hij ons verloochenen." Dit is niet een zaak van het ontkennen van onze Heer Jezus voor mensen, maar veeleer het verloochenen van de gezindheid van Christus Jezus en van er niet in slagen ware nederigheid te tonen, met andere woorden een ander superieur achten aan zichzelf, niet een ieder lettend op het zijne, maar ook op dat van anderen (Filip. 2:1-8). Al het falen Christus' gezindheid te imiteren is een slechte zaak en zal afgehandeld worden voor de daÔs (2 Kor. 5:10), zoals we later in onze studie zullen zien.

- De liefde van God die in onze harten is uitgestort is de enige krachtige stimulans die we aan anderen moeten vertellen over de genade waarin we staan. Er niet in slagen dit te doen zal onze redding nooit in gevaar brengen, maar zal veeleer het huidige genieten van onze status van genade inperken wanneer we het geheim houden.

HET GEHEIM VAN GELOOF UITBREIDEN

- We hebben uit Efeze 6:14,15 begrepen dat onze volledige medewerking nodig is om onze lendenen te omgorden met waarheid, bij het aantrekken van het kuras van rechtvaardigheid en de sandalen van bereidheid voor het evangelie van vrede. Er kan geen twijfel aan bestaan dat elk van deze drie stappen individueel geloof in God en Zijn Woord vereist. De kennis van de waarheid, het najagen van rechtvaardigheid en de toeŽigening van vrede zijn holle frasen, behalve wanneer geloof niet uit ons is, maar uit God (Efe. 2:8).

- Individueel geloof is, zoals we hebben gezien, slechts ťťn aspect en gaat over het functioneren van geloof in het hart en het vernieuwde denken van de gelovige. Om deze functie te verbreden voorzag Paulus de ecclesia van de ene kostbare waarheid na de andere, zoals de Heer die aan hem onthulde. Zo het bereik van het geloof uitbreidend, presenteerde de apostel van de natiŽn ons speciale geloof (in EfeziŽrs), dat wil zeggen de speciale waarheid voor vandaag, voor ons die leden zijn van Christus' lichaam. Zo de Heer wil zullen we op een later moment hier meer op ingaan. Maar laten we eerst zeker maken dat we de onderscheiden karakteristieken van EfeziŽrs en Kolossenzen begrijpen zoals die in Unsearchable Riches, jaargang 31, beginnend op pagina 37, voorkomen.

ZIJN EREN EN ONZE ZEGENINGEN

- Christus en Zijn hoogste eer komen tot ons in Kolossenzen, net zoals de heiligen en hun hemelse zegeningen het thema zijn van EfeziŽrs. In EfeziŽrs worden de allesoverstijgende waarheden van de huidige geheime bedeling naar voren gebracht zoals zij de gelovigen onder de natiŽn betreffen, die gelijken worden van een uitverkiezing uit Israel in geestelijke, hemelse waardigheden. In Kolossenzen zijn deze geweldige waarheden een erekrans op het voorhoofd van Christus. Zijn heerlijkheden als de Messias van Israel op de Aarde worden vergroot tot universumwijde dimensies. Alles werd in Hem in het begin geschapen, en alles wordt met Hem verzoend bij de voleinding (Kol. 1:16-20). Op Aarde is Hij op dit moment niet beperkt tot Israel in het vlees, maar wordt in geest gevonden onder de natiŽn. Dit is de basis van hun toekomstige zaligheid (1:27).

- Kolossenzen en Efeziťrs lijken erg veel op elkaar, want zij leren dezelfde waarheid, hoewel vanuit andere standpunten. Om deze brieven volledig te waarderen en genieten, die twee van de meest kostbare delen van God's onthulling zijn voor ons in deze geheime bedeling, is het nodig dat we helder het onderscheiden beeld grijpen dat in elk gepresenteerd wordt. Net zoals Filippenzen alleen verstaan kan worden in het licht van dienstbetoon, zo kan Kolossenzen alleen helder zijn voor hen die zien dat het zich bezig houdt met de relatie van Christus met het heden, net zoals EfeziŽrs speciaal betrokken is met de plaats van de heiligen, in het bijzonder de Onbesnedenheid.

- In verwijzing naar het lichaam van Christus zijn de twee brieven aanvullend. In EfeziŽrs ligt de nadruk op de leden van het lichaam, terwijl Kolossenzen het hoofdschap van Christus over de ecclesia benadrukt. EfeziŽrs wijdt uit over de relatie van de leden met God en met elkaar, alsook met Christus Zelf. Kolossenzen is grotendeels beperkt tot onze band met Hem alleen.

- In EfeziŽrs gaat het merendeel over een ordelijke en positieve presentatie van de waarheid. Kolossenzen, echter, bestemt de overeenkomstige ruimte aan de correctie van het vertrek er van.

- EfeziŽrs is algemeen, zonder lokale toespelingen. Kolossenzen houdt zich met een speciale toestand bezig en met een bepaalde ecclesia.

- In EfeziŽrs bestaat het geheim uit het gezamenlijk genieten van het lotdeel temidden van de hemelingen, het gezamenlijk lidmaatschap in het lichaam, en de gezamenlijke deelname in de beloften door de heiligen temidden van de natiŽn. In Kolossenzen wordt dezelfde waarheid uitgedrukt door Christus temidden van de natiŽn te stellen, in plaats van in Israel, aan wie Hij tot dan toe was beperkt (Kol. 1:27).

- Het geheim van Christus, dat Hij heel het universum zal samenbrengen (Efe. 1:10), was deels bekend gemaakt aan de profeten in oude tijden, hoewel niet in hun volheid, "zoals het nu werd onthuld"(Efe. 3:5). Dat deel van dit geheim dat zij bekend maakten, Zijn Messiasschap voor Israel, wordt in Kolossenzen als achtergrond gebruikt. Zijn toekomstig Koninkrijk op de nieuwe Aarde wordt gebruikt om Zijn huidige geestelijke heerschappij uit te beelden, "het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde" (Kol. 1:14). Het geheim van Christus omvat de schepping van allen in Hem bij het begin en de verzoening van allen door Hem bij de voleinding (Kol. 1:14-20).

ONS BIJZONDERE GELOOF

- In Kolossenzen 1:4 lezen we: "horend van jullie geloof in Christus Jezus en de liefde die jullie hebben voor al de heiligen," dat erg eenvoudig is en gemakkelijk te verstaan. Waarom dan zouden we in Efeze 1:15 vinden "horend overeenkomstig jullie geloof in de Heer Jezus en de liefde tot al de heiligen?" Deze laatste brief is toegewijd aan het bijzondere geloof dan ons aangaat in deze bedeling als onderscheiden van de waarheid voor andere tijden, en, daarnaast, schijnt het geen belang te hebben voor enige bijzondere groep van heiligen. Indien alle heiligen in Christus voor ons staan en de apostel verwijst naar dat lichaam van geloof dat speciaal het hunne is, dan is deze verwoording - 'overeenkomstig jullie geloof' - niet alleen passend, maar noodzakelijk om deze gedachte uit te drukken. Wat hier in beeld is, is niet het individuele geloof van de gelovige, maar veeleer het hele bereik van geloof voor alle heiligen die nu een gezamenlijke verwachting hebben en daarom ťťn geloof (Efe. 4:5).

- In Efeze 1:15 voegen de meeste handschriften de woorden "de liefde" toe. Daarom vertaalde de King James vertaling "uw geloof in de heer Jezus en liefde aan alle heiligen." Maar de oudste handschriften, de drie die gebruikt zijn in het samenstellen van de Concordant Version, hadden deze woorden niet. Zij werden toegevoegd in de SinaÔticus door een latere bewerker. Bij vele gelegenheden zijn de toevoegingen van deze bewerker van grote waarde, maar in Efeze 1:15 schijnt hij de pogingen van vroege verklaarders op te tekenen om deze brief begrijpelijk te maken nadat de boodschap er van verloren was gegaan en er meer dan drie eeuwen voorbij waren gegaan sinds de dagen van Paulus.

- De gedachte dat wij een bijzonder geloof hebben is zo vreemd aan de theologie, dat deze passage veel verbijstering heeft veroorzaakte bij vertalers. De American Standard Version (ASV) voegde de woorden "jullie tonen" toe: "het geloof ... dat onder jullie is, en dat [jullie tonen] naar alle heiligen." Maar hoe kunnen wij geloof tonen aan de heiligen? Indien dit het individuele geloof van de gelovigen zou zijn en niet dat wat zij geloven, hoe zouden wij dan geloof in de heiligen kunnen hebben? Deze passage kan nauwelijks begrepen of vertaald worden zolang het door elk uitgeoefende geloof in beeld is. Maar zodra we zien dat deze zeldzame en bijzondere uitdrukking gebruikt wordt om de dingen aan te duiden die alleen door Paulus' lezers geloofd moesten worden, net zoals de wet alleen door Israel gehoorzaamd moest worden, en in ieders geval in overeenstemming was met hun bijzondere plaats in God's doel, is alles duidelijk.

- Met dit begin van het gebed van de apostel bezitten de volgende verzoeken, voor een geest van wijsheid en onthulling, meer pointe. Hij bidt, in feite, dat zij in staat gesteld mogen worden om te begrijpen wat hij in deze brief aan hen schrijft. Dat dit zeer toepasselijk is wordt bewezen door het feit dat, zelfs als het door de eerste ontvangers er van werd begrepen, er maar weinig was om aan te tonen dat het sindsdien door een aanzienlijk aantal heiligen werd begrepen. Het is door de onderwijzers van het Woord maar zelden zijn juiste plaats gegeven. De afval van Paulus begon al tijdens zijn leven en is sindsdien alleen maar doorgegaan.

GELOOF IN DE WOORDEN VAN GELOOF

- Het grote schild van geloof opnemen is een activiteit die beschreven kan worden als het wijder maken van de functie van ons individueel geloof. Dit wordt gedaan door het aannemen van de Paulinische waarheden die het hele bereik van geloof vormen voor de ecclesia die Zijn Lichaam is. Zo wordt ons individuele geloof gevoed door middel van de woorden van geloof en van het ideale onderwijs. Zonder regelmatige en afdoende geestelijke voeding, zoals die in de Paulinische brieven wordt geleverd, zou er nooit een ideale dienaar zijn geweest (2 Tim. 4:6).

- Feitelijk is elke gelovige een dienaar en bieden wij allemaal goddelijk dienstbetoon in de geest van God en verheerlijken wij in Christus Jezus en hebben wij geen vertrouwen in het vlees (Filip. 3:3). Daarom willen wij onze lichamen presenteren als een levend en heilig offer, God een genoegen doende, wat ons logische, goddelijk dienstbetoon is (Rom. 12:1).

- De ideale dienaar is er een die geloof in geloofsgehoorzaamheid najaagt. Dit is een spraakfiguur waarin de gehoorzaamheid aan God's wet vervangen wordt door geloof in Zijn Woord. Hoe meer ons individuele geloof levend gemaakt wordt door middel van goddelijke uitspraken (die woorden van geloof zijn), des te beter zullen we in staat zijn God een genoegen te doen en Zijn applaus verdienen Wiens kracht in ons werkzaam is en Die, bij de daÔs, ons falen zal rectificeren.

- De volgende paragrafen over ons logische goddelijk dienstbetoon en de vrijspraak voor de daÔs zijn genomen uit Unsearchable Riches, jaargang 31, paginas 205 en 208.

GEHOORZAAMHEID AAN GELOOF IS ONS GODDELIJK DIENSTBETOON

- Heiligen, hoewel gezegend door God, gaan voort te leven in de wereld (1 Kor. 5:10). Zij zijn niet uitgesloten van de gewone relaties en taken met andere mensen. In feite maakt hun geloof heel hun leven echt tot een goddelijk dienstbetoon. Hier raken we het aspect aan dat maar weinig wordt gewaardeerd, want we hebben een zekere neiging goddelijk dienstbetoon te beschouwen als alleen toepasbaar op het specifiek meewerken in de taak van pastores, leraren en evangelisten (Efe. 4:11). Dezen geven beslist dienstbetoon aan God en Zijn heiligen, maar toch is het een speciale, aparte gave van God (1 Kor. 9:17). In de eerste overweging bestaat goddelijk dienstbetoon uit onze gehoorzaamheid aan het geloof; het is ons praktisch leven van het evangelie met betrekking tot onze mede-heiligen, met onze vijanden, met mensen in het algemeen, en met de staat.

GOD KAN WAAR WIJ GEFAALD HEBBEN

- Is het niet onze vreugde te verstaan dat onze God, in Christus Jezus, elke mogelijkheid tot veroordeling van ons heeft weggenomen? Hij heeft onze redding zeker en veilig gemaakt, en toch heeft Hij er in voorzien dat alle daden van Zijn heiligen recht gemaakt worden. Voor die daden in ons handelen die juist zijn in Zijn ogen, zullen we de compensatie van onze lotdelen hebben. Maar wat schadelijk is in ons gedrag, ook dat zal kwijtgescholden worden (2 Kor. 4:10). En zouden wij, als Zijn heiligen, het anders willen hebben? Het evangelie brengt ons de geest die ons leidt naar verlangen en doen dat iedere gedachte, woord en daad in onderschikking is aan Hem als onze Heer (2 Kor. 10:5). Indien wij er in de minste graad faalden dat te bereiken wat overeenkomt met de rechtvaardigheid van het nieuwe leven, dan wensen we zeker dat zulk falen gerectificeerd wordt, ook als zal het ons verlies brengen. En zelfs hiervoor zullen wij Hem danken en ons verheugen dat Hij kan waar wij gefaald hebben.

- Laten wij het feit verwelkomen dat God ons voorzieningen heeft gegeven voor de tekortkomingen in ons doen en laten door ontslagen te worden door Zijn rechtvaardigheid en vermogen (1 Kor. 4:5). Alleen zo kunnen we op juiste wijze en met vertrouwen vooruit kijken naar het applaus van onze grote God en redder met betrekking tot ons goddelijk dienstbetoon. In de tussentijd maken we vol gebruik van Zijn mogelijk makende genade!

Door naar deel 12


Dit artikel werd hier geplaatst met toestemming van
©Concordant Publishing Concern
en mag niet zonder toestemming van deze worden overgenomen
in druk of op het internet.