De redding van alle mensen

door
Clyde L. Pilkington Jr.

Niets zal verloren gaan!
"Als zij nu gevuld zijn, zegt Hij tot Zijn discipelen: "Verzamelt de overtollige brokken, zodat niets verloren zal gaan"
(Joh. 6:12;SW)

Nadat onze Here Jezus Christus op wonderlijke wijze "de vijf duizend" had gevoed, was er nog steeds voedsel over. Hij voorzag in voorraad voorbij het heden, en Hij gaf Zijn discipelen opdracht de restanten te verzamelen "zodat niets verloren zal gaan."

Albert Barnes (1798-1870) schreef in zijn commentaar op de Schrift dit verslag:

"Het laat de zorg van Jezus zien dat er niets verloren zou gaan. Hoewel Hij de macht had iedere hoeveelheid van God te verkrijgen, leerde Hij ons hier dat de gaven van de Voorzienigheid niet verspild moeten worden. In alle dingen geeft de Heer ons een voorbeeld... Als Hij zo aan het sparen was, gaat het ons, afhankelijke schepselen, niet aan de gaven van een goeddaardige Voorzienigheid te verkwisten... De broden en vissen die geschapen waren door de Redder, waren Zijn gift ... niet aan hen gegeven om te verspillen... Alles zou toegepast moeten worden op het passende einde, en niets zou verkwist of verloren moeten gaan."

Wat leren we rijke lessen van het aardse leven en bediening van onze kostbare Redder. Hier onthulde Hij de ware aard en het karakter van onze Vader; en wat leren we hier een eenvoudig en toch ver reikend principe: het hart van de Vader wil "dat niets verloren gaat."

Ja, deze "dat niets verloren gaat" waarheid was nu juist het thema van de gelijkenissen van de verloren dingen in Lukas hoofdstuk 15: het verloren schaap, de verloren munt, en de verloren zoon.

Let op de gevolgen van Jezus' opdracht aan Zijn discipelen om de restanten te verzamelen:

"Zij dan verzamelen ze en zij stoppen twaalf manden boordevol met brokken van de vijf gerstebroden die overtollig zijn voor die gevoed waren. De mannen dan, het teken waarnemend dat Hij doet, zeiden: Dit is echt de Profeet Die komt in de wereld!"
(Joh. 6:13,14;SW)

Het is verbazingwekkend wat er allemaal over bleef! Dit overblijfsel was een vitaal deel van het wonder! Want de Schrift stelt dat nadat zij de restanten hadden bijeen gebracht: "dan, het teken waarnemend..."

De verduisterde menselijke geest, eigenzinnige samenleving en cultuur, en de invloed van religieuze systemen van deze wereld, hielden het echte karakter en aard van de Vader van ons weg. De Here Jezus kwam om dit te corrigeren door de Vader Zelf aan ons te onthullen. Alles over de Zoon van God was een onthulling van de ware God. Want, inderdaad, we lezen "dat God in Christus de wereld verzoenende was naar Zichzelf"(2Kor. 5:19;SW)

De woorden van de Here Jezus, Zijn leven, dood, opstanding en hemelvaart waren slechts een uiting van de Vader. Het voeden van de vijfduizend was geen uitzondering.

Het grootste wonder van het universum is niet dat God slechts een voorziening heeft gemaakt om tegemoet te komen aan de huidige waargenomen behoefte aan redding van de mensheid nu, maar dat al wat "over blijft" aan het einde "verzameld zal worden" naar God toe, voor Zijn heerlijkheid, zodat "niets verloren zal gaan."

De redding die we tegenwoordig ervaren en genieten, is maar het eerste deel van Gods grote plan van verlossing. We zijn slechts de "eerste vertrouwers", de "eerstelingen" van Zijn volle oogst. Er zal geen verspilling zijn van iets van Gods schepping. Hij schiep niets tevergeefs, daarom zal uiteindelijk niets van Zijn gift verspild worden of verloren gaan. Het "overblijfsel" zal "bijeen gebracht" worden bij de Vader, bij Zijn hoogtepunt: Alles in allen!"

De verzoening van alle dingen

"en door Hem het al met Zich terug te verzoenen, vrede makend door het bloed van Zijn kruis, door Hem, hetzij dat op de Aarde, hetzij dat in de hemelen"
(Kol. 1:20;SW)

Ook al is de Bijbel een boek dat specifiek gaat over de details van menselijke verlossing, Paulus' ondubbelzinnige getuigenis is de verzoening van "alle dingen" die vervreemd zijn van God - niet alleen de mens!

Volgens Paulus zullen "alle dingen" met God verzoend worden, "alle dingen ... op de Aarde" en "alle dingen in de hemelen." We weten dat wat op de Aarde is vervreemd, verzoend moet worden met God; maar wat dan "in de hemelen"? Wat is daar vervreemd dat ze behoefte hebben aan verzoening? Nou, Satan en de gevallen hemelse kracht, natuurlijk!

Satan en de gevallen hemelse krachten zijn precies wat het achterdoek van Kolossenzen 1:20 omvat. Luister naar Paulus, een paar verzen eerder:

"Want in Hem is geschapen het al in de hemelen en op de Aarde, het zichtbare en het onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij soevereiniteiten, hetzij autoriteiten, het al is door Hem en tot Hem geschapen"
(Kol. 1:16;SW)

Nogmaals, het is zuivere onthulling die aan Paulus werd gegeven dat er een verzoening zal zijn van "alle dingen" - alle dingen dien vervreemd zijn geraakt. De context is meer dan helder: de "alle dingen geschapen" ZIJN de "alle dingen" VERZOEND.

Specifiek ingesloten hier in die "alle dingen" zijn precies dezelfde tegenstanders - de "heerschappijen" en "soevereiniteiten" - waartegen we op dit moment worstelen volgens Efeze 6:11,12. God zegt dat ook zij verzoend zullen worden. God zal geen enkel hoekje van Zijn uitgebreide universum buiten Zijn niet falende liefde laten vallen.

Daarom omvat de context van de verzoening uit Kolossenzen, hoofdstuk 1, ook gewoon Satan en de gevallen hemelse krachten. O, de grote genade, liefde en het mededogen van God, die overvloedig gedemonstreerd en verheerlijkt worden in de volle omvang van hun bereik, zelfs tot aan de verzoening van Satan en de gevallen, hemelse krachten.

Paulus herhaalt deze heerlijke, triomferende waarheden in Efeze 1.10:

"in de bediening van de volheid van de era's, om het al in de Christus samen te vatten, al dat is in de hemelen en dat op de Aarde"
(Efe. 1:10;SW)

Opnieuw zal u de context opvallen van "hemel" en "Aarde". Deze tweevoudige sfeer wordt ook in Filippenzen 2:10,11 herhaald:

"opdat in de Naam van Jezus iedere knie zou buigen, van hemelingen en van aardsen en van onderaardsen, en iedere tong zou belijden dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God, de Vader."
(Filip. 2:10,11;SW)

Deze verzoening is echt universeel! Geen enkel schepsel zal er buiten gelaten worden. Niets zal vervreemd gelaten worden of onverzoend zijn met God. Er zal een totaal, universeel "herstel van alle dingen" komen.

"Want uit Hem en door Hem en tot Hem is het al"
(Rom. 11:36;SW)
"En wanneer Hem het al zal zijn onderschikt, dan zal Hij, de Zoon, worden onderschikt aan Hem die Hem het al Onderschikt, opdat God zij alles in allen."
(1Kor. 15:21-28;SW)

De overwinning van kwaad door goed

"Wees niet overwonnen door het kwaad, maar wees het kwade overwinnende door het goede!"
(Rom. 12:21;SW)

Gods plan en doelstelling voor Zijn universum zal uiteindelijk al het kwaad - al Zijn tegenstanders - overwinnen met goed. In Gods plan om "alle dingen met Zichzelf te verzoenen", zal Hij niet slechts in Satan Zijn werk bereiken, de gevallen hemelse machten, en het overgrote deel van de mensheid tot het laatste oordeel (het goddelijk keerpunt) van de "Poel des vuurs."

Op dat moment zullen zij eindelijk en heerlijk onder het rechtvaardig beheer van de ecclesia zijn, het Lichaam van Christus, omdat wij de wereld en de engelen zullen oordelen (1Kor. 6:1-3), met Satan onder ons bewind.

"De God nu van de vrede zal de Satan met snelheid onder uw voeten vermorzelen. De genade van onze °Heer Jezus zij met jullie."
(Rom. 16:20;SW)

Dit is een zeer verlichtend vers. Het woord "vermorzelen" is Strongs Greek lexicon "4937, suntribo, dat, en dat is interessant, door de King James Vertaling in Lukas 4:18 wordt weergegeven als "brokenhearted" (diep bedroefd). Het woord "voeten" is Strongs Greek Lexicon #4228, pous, dat door de King James vertaling in Mattheüs 5:35 wordt weergegeven als "footstool" (voetenbankje), wat overheersing aangeeft. Zelfs nog interessanter is het dat "pous" hier in het boek Romeinen vertaald wordt met de zinsnede "are the feet of them" (zijn hun voeten).

"hoe aantrekkelijk zijn de voeten van die het evangelie van het goede brengen!"
(Rom. 10:15;SW)

Satan zal diep bedroefd zijn onder het voetenbankje (dwz. het rechtvaardige beheer door Christus' Lichaam), onder de voeten van hen die het evangelie [goede nieuws] van vrede brengen.

Het is dan ook geen wonder dat Paulus Romeinen 16:20 begint met "De God nu van de vrede zal de Satan..." Paulus zei niet: "De God nu van toorn...", want Satan ("de Tegenstander") en de gevallen hemelse krachten zullen niet langer vervreemde vijanden zijn. Na door God te zijn gebruikt om Zijn elementaire doelstelling te vervullen, zullen zij hersteld worden tot een gewillig, nederig dienstbetoon van dankzegging aan God. Dan, omdat Satan vrede met God zal hebben, zal zijn titel "Tegenstander"(Satan) niet langer van toepassing zijn.

C.S. Lewis schreef eens:

"De grootste verrassing voor Satan zal plaatsvinden wanneer hij leert dat hij al die tijd perfect de wil van God heeft gedaan. Net zoals God Farao en zijn opstandigheid gebruikte voor Zijn Eigen doel, zo gebruikte Hij Satan! "

Exact dezelfde "allen"

De eerste passage die echt mijn aandacht vestigde op het feit dat God overwinnend zou zijn bij het terugbrengen van heel Zijn schepping bij Zichzelf, was Romeinen 5:18...

"Zo dan, omdat het door één overtreding voor alle mensen kwam tot veroordeling, zo komt het door één rechtvaardige daad voor alle mensen tot rechtvaardiging van leven."
(Rom. 5.18;SW)

Het viel mij op dat dezelfde "alle mensen" op wie oordeel kwam EXACT DEZELFDE "alle mensen" waren op wie de gratis gift kwam. De eerste daad werd geproduceerd door Adam, de tweede door Jezus Christus. Het gevolg van de eerste was "veroordeling," en het gevolg van de tweede was "rechtvaardiging."

Wat kon Paulus nog meer zeggen om zo'n ultieme overwinning te onthullen?

Nog een exact dezelfde "allen"

"Want evenals in Adam allen stervend zijn, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden."
(1Kor. 15:22;SW)

Dit is een van de volgende verzen die mijn hart en aandacht aanpakten. Ik zag dat de "allen" die in Adam sterven, EXACT DEZELFDE "allen" zijn die in Christus levend gemaakt worden. Ik realiseerde mij dat de passage niet zegt wat ik dacht dat ze zei, namelijk dat "allen die in Christus zijn levend gemaakt worden." Ik zag dat er stond "zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden." Ik merkte dat mijn hart een vreugdesprongetje maakte! Paulus onderwees dat God de ultieme overwinning zal hebben door het terugwinnen van heel Zijn schepping naar Zichzelf.

Langzaam aan begon ik me bewust te worden dat Paulus hier aan het onderwijzen was dat het verlossende werk van onze Here Jezus Christus er was voor ieder mens - niet in potentie, maar effectief.

Ik zag de grote waarheid dat Jezus Christus is: "het Lam van God, die de zonde van de wereld wegneemt."(Joh. 1:29;SW). Hij regelde zaken niet zo dat de zonde van de wereld weggenomen zou kunnen worden. Nee, HIJ doet het. Als die weggenomen is, is er niet langer een punt. Paulus herhaalt deze waarheid:

"hoe dat God in Christus de wereld verzoenende was naar Zichzelf, aan hen niet hun °overtredingen toerekenend en in ons het woord van de verzoening plaatsend"
(2Kor. 5:19;SW)

Ik werd me bewust dat de bevrediging van de schuld van de zonde veilig gesteld was door Jezus Christus voor "heel de wereld"

"En Hij is de verzoening betreffend onze zonden, doch niet alleen betreffend de onze, maar ook betreffend de hele wereld"
(1Joh. 2:2;SW)

Het werd me duidelijk dat "het loon van de zonde is de dood"(Rom. 6:23) en niet de hel, zoals mij was geleerd; dat de dood een straf was die Christus voor allen heeft voldaan. Dat was Paulus' evangelie, "dat Christus stierf voor onze zonden"(1Kor. 15:6), zodat "door de genade van God, Hij zou proeven van de dood ten behoeve van iedereen"(Hebr. 2:9;SW). Ik moest nadenken. Stierf de Heer Jezus Christus werkelijk voor ieder mens? Voldeed Hij werkelijk de straf voor de zonde voor ieder mens?

Als wat de Schrift leerde echt waar was (en dat is zeker zo!), hoe kan een mens dan verantwoordelijk worden gehouden voor een schuld die al lang geleden ten volle is betaald? Zou er niet een verdubbeling van verplichtingen zijn als zondaren vereist werden een betaling te voldoen voor zonde die de Here Jezus Christus al had voldaan? Zou er niet een dubbele tegenprestatie zijn als de zondaar verantwoordelijk zou worden gehouden? Als iedereen zou moeten betalen voor hun eigen zonde, dan zou het niet mogelijk kunnen zijn dat onze Heer in werkelijkheid de zonde van de wereld wegnam.

Het was eenvoudig: Of Hij stierft voor allen, of Hij stierf niet voor allen. Of Hij nam de zonden van de wereld weg, of Hij deed het niet.




Dit artikel is hier geplaatst met de toestemming van Clyde L. Pilkington Jr.
© www.hetbestenieuws.nl