Zelfs onder hen die grote nadruk leggen op Paulus, met zijn unieke apostelschap en boodschap, is er een verbazingwekkende veronachtzaming van een van zijn meest markante boodschappen, die te vinden is in het boek Handelingen. Ik doel op zijn boodschap die hij op de Aeropagus in Athene bracht, in Handelingen 17.
Er schijnt een grote bekendheid te zijn met het eerste verslag dat in dit hoofdstuk wordt gebracht: Paulus in de stad Berea, over hen die op edele wijze dagelijks de Schrift onderzochten. Maar wanneer het aankomt op de volgende stad die Paulus bezoekt, komt er niet zo veel aandacht als men zou verwachten.
Paulus ging van Berea naar Athene, en terwijl hij daar was gaf hij een van zijn meest opmerkelijke toespraken. De inhoud van zijn boodschap aan deze groep ongelovige heidenen is veel te lang over het hoofd gezien. Deze woorden van Paulus bevatten een rijke boodschap. Bewaard in de Schrift weten we dat het niet alleen een uitdaging voor de heidenen van Athene was, maar we zullen zien dat het ook een uitdaging is voor de leden van het Lichaam van Christus. De echte uitdaging voor ons in de boodschap die hij gaf, zal zijn of we wel of niet een juist begrip hebben van Paulus' kern boodschap.
In dit artikel zullen we een kijkje nemen in Paulus' boodschap, zoals die opgeschreven is in Handelingen 17:22-31. Het zal zeker geen diepgravend kijkje zijn. Ik bedoel dat ook niet. Wat ik in dit artikel wil doen is gewoon wat licht laten schijnen op een paar van de verwaarloosde zaken die Paulus uitlegde. Dit betekent dat we bewust voorbij gaan aan vele heerlijke uitspraken van Paulus. Sta niet toe dat dit artikel voor u het einde van de zaak is. Bestudeer de hele passage voor uzelf, zonder ook maar een korreltje te missen van de grootheid die er in opgesloten is.
Het eerste dat we over deze passage willen opmerken is wat Paulus niet zei in zijn belangrijke toespraak. Een van de meest opvallende dingen in deze hele boodschap is de totale afwezigheid van enig gebruik van de Schrift. Paulus citeert zelfs niet één maal uit de Schrift. Misschien net zo belangwekkend is dat het enige citaat dat Paulus geeft er een is van een heidense dichter.
Wat er nu zo opvallend hieraan is, is dat wij vaak geleerd zijn dat de enige God-erende methode van communiceren met de verloren zijnden ("getuigen," "evangeliseren," "zielen winnen," "preken," etc.) zou zijn om onze "boodschap" te doorspekken met zoveel Schriftverwijzingen als maar mogelijk is. In sommige kringen kan iemand's geestelijkheid beoordeeld worden op de hoeveelheid Schrift die men uit het hoofd heeft geleerd en gebruikt tijdens zo'n "evangeliserende" gelegenheid.
Echt, denk er eens over na: Kunt u zich Paulus indenken die verloren heidenen toespreekt zonder ook maar één maal een passage uit de Schrift te citeren? Als we zelf zo'n gelegenheid zouden hebben, zouden velen van ons zeker geloven dat we ontrouw en verzuimend zouden zijn als we er niet in slaagden zoveel van de Bijbel te gebruiken als we maar zouden kunnen.
We bedoelen niet aan te geven dat het delen van de Schrift nooit gedaan moet worden met die verloren zijn, want Paulus deed het zeker op andere plaatsen. Maar misschien zouden we hier iets van Paulus kunnen leren, en onze gesprekken met verlorenen niet tot een demonstratie van Schriftcitaten maken. Misschien zouden we, net als Paulus hier, simpelweg iets gemeenschappelijks met hen moeten zoeken in iets dat zij kennen en begrijpen, iets dat in hun begripveld ligt, iets dat voor hen van belang is, net zoals hij deed met hun beeld voor de "Onbekende God" en hun heidense dichtkunst.
Misschien zouden we moeten leren met onze "Atheners" te spreken over sport, films en andere culturele en sociale interesses die zij kunnen hebben, en in deze dingen een goddelijke betekenis voor het leven vinden, net zoals Paulus dat in die dag met deze mensen deed.
Paul Veira moedigt ons in zijn boek "Jesus Has Left The Building" langs deze lijnen aan, lijnen waarin hij naar verwijst culturele belezenheid:
"Wij hebben geleerd te leven zonder contact met de wereld. Wij hebben een kunstmatige omgeving geschapen die verder gaat dan de eenvoud van een Christelijke gemeenschap. Met haar eigen taal en gewoonten, ondervinden zij die deze "kerk cultuur" van buitenaf binnengaan in veel gevallen een vorm van cultuurschok.
Hoe goed kunt u de cultuur lezen? Weet u hoe u de taal kunt spreken van de cultuur? Begrijpt u de persoon echt met wie u werkt of naar school gaat? Wat is de schreeuw in het hart van mensen die in uw straat wonen? Ze zullen niet op dezelfde manier spreken als een gelovige doet. Ons vermogen om de wereldbeelden van anderen te verstaan, zal ons in staat stellen effectiever met hen te communiceren. Cultuur is de leraar van wereldbeelden en geeft de taal waarmee we in staat zijn te spreken.
Hoewel we als Christenen in een nieuwe cultuur verblijven die het Koninkrijk van God wordt genoemd, moeten we nog steeds de cultuur kennen die ons omringt. We zijn in de wereld, maar er niet van. Indien we effectief willen zijn bij ons communiceren met hen die zich bewegen binnen de grenzen van hun cultuur, moeten we in staat zijn met hen te spreken in een taal die zij kunnen verstaan.
Wat de apostelen hielp bij het bepalen van een stem naar het volk van hun cultuur was dat zij wisten hoe zij hun taal konden aanpassen aan hem die luisterde. Een illustratie hiervan is te vinden in hoofdstuk zeventien van het boek Handelingen. Paulus deed zijn huiswerk tijdens zijn verblijf in Athene!
Zou het zo kunnen zijn dat er mensen in ons leven zijn die er naar verlangen met God verbonden te zijn, maar gewoon niet weten hoe? Zijn er dingen in onze cultuur die een springplank leveren voor het evangelie om gepredikt en aangetoond te worden? Ik geloof dat God in iedere cultuur rond de wereld uitgangen heeft voorzien. Dat zijn subtiele doorgangen om God te vinden, daar waar cultuur en het Koninkrijk elkaar raken. We kunnen het inzicht bezitten deze portalen te vinden. Het zijn gewoon de ingangspunten die ons de gelegenheid geven Christus te delen.
Vaak zijn deze punten te vinden in de artistieke delen van de cultuur. Paulus begreep dit toen hij de Griekse dichters citeerde in zijn boodschap, die dag op de Aeropagus: "Want in Hem leven wij en bewegen wij en zijn, zoals ook sommige van jullie poëten verklaard hebben: 'Want ook wij zijn van dat ras.'" (Hand. 17:28;HBN). Het is interessant te zien dat Paulus niet één maal de Bijbel citeert bij zijn beroep op de Atheners. Ze zouden nooit enig punt van verband hebben gehad waar het de Hebreeuwse Schriften betreft. Paulus moet de geschriften van de Griekse filosofen en dichters doorzocht hebben om in staat te zijn met die cultuur te spreken. Paulus gebruikte hun eigen, vertrouwde bronnen als basis voor het brengen van het evangelie van Jezus aan deze mensen.
Wie zijn de vertrouwde bronnen van onze cultuur? Stephen Spielberg, John Lennon, Sting, Michael Jordan, Bono, Eminem, Jennifer Lopez, Larry en Andy Wachowski, J.R.R. Tolkien, en George Lucas, om er maar een paar te noemen. Dit zijn de dichters, muzikanten, artiesten en verhalenvertellers van onze tijd. Of u er nu mee instemt of niet, dit zijn de vertrouwde bronnen van onze hedendaagse cultuur. Verborgen in de liedjes, boeken, films, sportgebeurtenissen en culturele uitingen, zijn poorten te vinden. Gedachten, ideeën, plaatjes en metaforen die gelijk opgaan met de waarheid in de evangelieboodschap, wachten op ons om geïnterpreteerd en uitgesproken te worden. De volgelingen van Jezus zijn de interpreteerders van de goddelijke onthulling dat God doorheen de cultuur spreekt. Zonder ons ligt de waarheid onontdekt. Het kostbare gaat onopgemerkt voorbij in de berg van het waardeloze.
Paulus' benadering op de Aeropagus is zeer behulpzaam voor gelovigen. Paulus stelt God voor in een allesomvattende wijze. Hij is niet slechts de God van een bepaalde godsdienst of etnische groep; de ware en levende God is de God van alle mensen. Christenen worden in deze dagen vaak gezien als bekrompen en buitensluitend.
Paulus ontmaskerde door zijn uitspraak de gedachte dat God opgesloten kan worden in een gebouw: "De God, Die de wereld maakt en al dat daarin is, Deze Heer behoort hemel en Aarde, verblijft niet in handgemaakte tempels,"(Hand. 17:24;HBN). Paulus predikte een God die buiten het gebouw was. Paulus' God was universeel en vlakbij het hart van iedere mens op de planeet."
Nu zullen we onze korte reis beginnen in een enkele van de verwaarloosde aspecten van Paulus' boodschap aan hen op de Aeropagus.
Paulus begint te spreken tot de heidenen op de Aeropagus over iets waarin ze kennelijk een extreme belangstelling hadden: afgoden. Het interessante is wat hij tot hen zei. Hij zei dat ze God aanbaden, de ware en levende god, maar dat zij dat onwetend deden.
"Voor deze dan zijn jullie onwetend eerbiedig."
(Hand. 17:23;HBN)
Hij wilde met hen praten over de God Die zij aanbaden, al was het in onwetendheid. Het woord "onwetend" is een bijwoord dat ons vertelt hoe zij God aanbaden. Dat ze Hem aanbaden is zeker, maar het werd in onwetendheid gedaan. Dat zei Paulus. Hou dat in gedachten. Indien wij daar met Paulus waren geweest, zouden wij dan de Atheners beschuldigd hebben van het God helemaal niet aanbidden, omdat zij dat voor afgoden deden?
Laten we dit inbrengen in onze eigen cultuur. Zouden we de katholieken (of hen van de verschillende protestantse denominaties) beschuldigen van het God niet aanbidden, alleen maar omdat zij dat misschien ontwetend doen? Aanbidden zij niet, net als die op de Aeropagus, zelfs al is het in onwetendheid?
En hoe zit het dan met de Jehovah's Getuigen of de Mormonen? En hoe met de Joden? Of durven we Moslims te zeggen? Zouden deze allemaal "slechtere" aanbidders zijn dan de afgoden dienende mannen in Athene? Is het niet waar dat ze God aanbidden, maar dan onwetend?
Wat geeft dit een ander perspectief op zaken! Paulus zei: "Deze verkondig ik aan jullie."(Hand. 17:23;HBN). Dit zou zeker op-en-top godslastering lijken voor iemand die opgegroeid is in christelijk fundamentalisme. Ik weet het! Ik zou nooit gedacht hebben zaken op deze manier te bekijken; maar hier hebben we de woorden en het voorbeeld van Paulus zelf.
Zij die "aanbidden" in onwetendheid aanbidden desalniettemin de ware en levende God. Gelukkig is onwetendheid geneesbaar, en vroeger of later "alle knie ... buigen en alle tong zal God prijzen." (Rom. 14:11;HBN).
Deze waarheid zou de denominatiale en religieuze verdeling en vijandigheid uit het hart van de gelovige wegnemen. Ik spreek hier niet van eucumenialisme, maar over het buiten alle religieuze barrières en banden zijn, over het vrij zijn om lief te hebben, de ander te aanvaarden en te dienen, precies waar ze zijn.
"24 De God, Die de wereld maakt en al dat daarin is, Deze Heer behoort hemel en Aarde, verblijft niet in handgemaakte tempels,
25 noch wordt Hij bediend door mensenhanden, alsof Hij iets nodig heeft, Hijzelf aan allen leven gevend en adem en alles."
(Hand. 17:24,25;HBN)
Paulus vertelde de Atheners dat God niet in door de mens gemaakte gebouwen verblijft. Nou, deze uitspraak zou in staat zijn de meerderheid van het Christendom in alle staten van opstand te brengen. Maar ze is wel waar! God leeft NIET in door mensen gemaakte structuren van welke soort dan ook. Punt! Uit!
"Deze Heer ... verblijft niet in handgemaakte tempels"
(Hand. 17:24;HBN)
Zou Paulus het hedendaagse Christendom, met haar wijdverbreide "Huizen van God" en "Heiligdommen", niet rekenen onder de heidense tempels van Athene? Zijn deze christelijke "Huizen van Aanbidding" niet net zo heidens als die van Athene? Zou hij ook ons niet berispen?
En toch is er in dit alles echt goed nieuws! God leeft niet in menselijk bedachte architectuur. Wij hoeven niet ergens heen te gaan om Hem te ontmoeten. Het goede nieuws is:
"Want in Hem leven wij en bewegen wij."
(Hand. 17:28;HBN)
"26 [God] maakt uit één iedere natie van de mensheid, om te wonen op heel het oppervlak van de Aarde, specificerend de vaststelling van de seizoenen en de grenzen van hun woongebied,
27 opdat zij God zoeken, als zij mogelijk Hem zoeken en vinden, en zeker, Hij is niet ver van ieder van ons.
28 Want in Hem leven wij en bewegen wij en zijn, zoals ook sommige van jullie poëten verklaard hebben: 'Want ook wij zijn van dat ras.'"
(Hand. 17:26-28;HBN)
In het voorgaande deel leerden we dat God niet in tempels woont. De reden dat er geen noodzaak is voor door mensen genaakte tempels (of andere plaatsen van aanbidding), is omdat God al dichtbij ons is.
Nu gaan we kijken naar vier belangrijke punten die Paulus maakt.
"[God] maakt uit één iedere natie van de mensheid, om te wonen op heel het oppervlak van de Aarde"
Paulus onderwees dat alle mensen uit dezelfde familie afkomstig zijn - "uit één". Deze waarheid zou alle sociale en raciale verdeling en vijandigheid weg moeten doen die er in het hart van de gelovige is.
"als zij mogelijk Hem zoeken"
Sommige van onze merken van het Christendom konden deze woorden van Paulus niet op prijs stellen. Mensen werden door God gesteld en geplaatst op een manier dat zij naar Hem zouden zoeken.
Het "Christendom in een doos" is er vaak snel bij om het werk van God in de levens van hen die buiten hun eigen groepsnormen leven af te waarderen. God's trekken van de mensheid is een levenslang werk - en zelfs daarna (in de opstanding). We moeten er niet te snel bij zijn om hen te veroordelen, die in onwetendheid, toch naar Hem zoeken.
"Hij is niet ver van ieder van ons"
We zouden niet verbaasd zijn indien we dit gesproken hoorden tot de rechtvaardige, godvrezende Efeziërs; maar dit werd niet tot hen gesproken. We vinden deze boodschap niet opgetekend in de brief aan de Efeziërs, of aan enig andere groep van heiligen dan ook. Nee, dit werd tot de verloren, heidense Atheners gesproken!
We denken dat God zeer nabij is aan ons (en onze groep), maar net zo ver van hen (en hun groep), maar het is een feit dat Paulus de heidenen van Athene vertelde dat God "niet ver van ieder van ons" is.
Paulus' boodschap was dat God nabij is aan iedereen. Maar dat is niet alles. Paulus zei niet: "iedereen van jullie." Hij zei: "iedereen van ons." Paulus plaatste zichzelf, samen met de Atheners, in de enkelvoudige, wereldwijde "ons" klasse van de mensheid.
God is dichtbij iedereen van "ons". Dat is zo omdat God...
"in Christus de wereld verzoenende was naar Zichzelf,"
(2Kor. 5:19;HBN)
De waarheid hiervan doet de "ons" en "hen" verdeling en vijandigheid weg uit het hart van de gelovige.
"in Hem leven wij en bewegen wij en zijn"
Nogmaals: we zouden niet verbaasd zijn als we zouden lezen dat dit tot de Efeziërs werd gesproken, maar ook dit werd tot ongelovigen gesproken! Men kan het nauwelijks geloven en we zouden het ook niet doet, ware het niet dat het uit de mond van Paulus komt, onze apostel.
Het simpele feit is dan ook dat alle mensen al in de aanwezigheid van God zijn: we leven daar! Het is niet een plaats waar we heen gaan, het is een plaats waar we gewoon zijn. HIJ is waar we, allemaal, leven en bewegen en ons bestaan hebben.
Wat is het wonderlijk te "leven" in de Vader. Wat is het een verbazingwekkend iets in Hem te "bewegen". Wat een ontzagwekkend iets is het in Hem te "zijn".
Een ieder van ons heeft het voorrecht te leven in de werkelijkheid van deze eenheid met onze Vader, net zoals iedere dag begint en zich ontvouwt. Het zijn de gelovigen die leven in het verstaan van deze heerlijke waarheid. Wat is het een zegen je bewust te mogen zijn van onze eenheid met Hem, voortdurende gemeenschap met Hem te genieten, van hart tot hart. Deze eenheid al ten volle de onze, zeker gesteld en in stand gehouden door Zijn Eigen aard.
Wat een invloed heeft dat op ons leven als we dit in eenvoudige geloof omarmen!
"Want ook wij zijn van dat ras."
We hebben al opgemerkt dat de woorden die Paulus sprak op de Aeropagus, niet aan gelovigen gericht waren, maar aan heidense ongelovigen.
Kunnen we geloven dat Paulus zou zeggen dat deze heidenen God's nakomelingen waren? Veel Christenen zouden geen spier vertrekken als Paulus dit van heiligen zou hebben gezegd; maar dat hij een heidense dichter citeert en dan stelt dat in waarheid "wij" - nogmaals: Paulus groepeert zichzelf met de heidenen - allen nakomelingen van God zijn (want van dat ras), is absoluut verbluffend.
"zoals ook sommige van jullie poëten verklaard hebben: "Want ook wij zijn van dat ras." Het ras dan, behorende bij God, ..."
Paulus' punt is niet te missen. Het woord "dat ras" wordt in de King James vertaling ook vertaald met "kindred/nageslacht" (Hand. 4:6; 7:19), "van de stam" (Hand. 13:26; Filip. 3:5) en "geboren" (Hand. 18:2, 24).
Denk je eens in! "Het ras van God!".
Konden we maar de diepte waarnemen van zo'n wereldwijde uitspraak: "wij zijn van dat ras"!
De King James vertaling passend volgend, hebben we:
"wij zijn de nakomelingen van God"
"wij zijn het nageslacht van God"
"wij zijn van de stam van God"
"wij zijn geboren uit God."
"Nageslacht" is het Griekse woord "genos." Noah Webter geeft de definitie van "nageslacht" als "generatie." Hij geeft de etymologische betekenis van "vader" als "voortbrenger." Mijn vader was Clyde L. Pilkington, Sr,; zijn vader (Richard Pilkington) was ook mijn vader (mijn grootVADER), enzovoorts, helemaal terug naar Adam, wiens vader God was (Die dan ook mijn vader is).
"van Enos, van Seth, van Adam, van God."
(Luc. 3:38;HBN)
God is de Vader van allen, omdat Hij de Schepper, de Voortbrenger, van allen is!
"Hebben wij niet allen een Vader? Heeft niet een God ons geschapen?"
(Mal. 2:10;SV)
God is "Elohim van de geesten voor alle vlees," (Num. 16:22; verg. Hebr. 12:9). Hij is de Vader van allen OMDAT HIJ GOD IS.
"één God en Vader van allen, Die boven allen, door allen en in allen is"
(Efe. 4:6;HBN)
Laten we dan de moed van het geloof hebben, zodat ook wij, samen met Paulus, hen die wij ontmoeten kunnen vertellen dat zij bij God horen, dat zij Zijn kinderen zijn, en dat Hij, in waarheid, hun Vader IS. De waarheid hiervan zou ook zeker alle manier van verdeling en vijandigheid wegdoen uit het hart van de gelovige.
"30 Inderdaad dan, de tijden van onwetendheid door de vingers ziende, draagt God nu alle mensen op, overal, berouw te hebben,
31 aangezien Hij een dag vaststelt waarin Hij de bewoonde Aarde gaat oordelen in rechtvaardigheid door de Mens Die Hij specificeert, geloof gevend aan allen, Hem doen opstaand uit de doden."
(Hand. 17:30,31;HBN)
"draagt God nu alle mensen op, overal, berouw te hebben,.."
De Paulinische oproep tot "berouw" is de roep om alles wat we nu denken te heroverdenken in het licht van de waarheid van God. Het is de oproep om het goddelijke gezichtspunt te aanvaarden boven het menselijke gezichtspunt, een radicale verandering van denken.
Het woord "berouw" in deze passage is Strong's Greek Lexicon #3340, metanoeo, wat "anders denken/heroverwegen" betekent.
"Het woord berouw, van het Griekse woord metanoia, betekent eigenlijk een verandering van denken, een radicale herziening en transformatie van ons hele denkproces .. het ontvangen van een nieuw denken." Jim Palmer, Wide Open Spaces (2007), p. 75.
Het woord "opdragen" is Strong's Greek Lexicon #3853 paraggello,, en betekent "het overbrengen van een boodschap, gelasten, bevelen." Noah Webster zegt over "gelasten/bevelen":
"Een ouder gelast zijn kinderen de taak van gehoorzaamheid" - American Dictionary of the English Language, 1828.
In de context van Paulus' woorden hier, vertelt hij zijn toehoorders dat hun Vader hen gelast een andere manier van denken over Hem te hebben! Uiteraard betekenden de woorden van Paulus een totaal andere manier van denken! Dit berouw was niet alleen nodig voor de mannen op de Aeropagus. Ik veronderstel dat voor hen die vandaag denken dat ze hun Bijbel kennen, we ook zien dat wij op vele manieren een God aanbidden die we niet erg goed kennen, en dat we zelf ook behoorlijk onwetend zijn over Hem.
"de bewoonde Aarde gaat oordelen in rechtvaardigheid"
We worden er vaak toe geleid over het woord "oordelen" te denken als in termen van veroordeling. Het woord "oordelen" hier is Strong's Greek Lexicon #2919 krino, en betekent "onderscheid maken - beslissen." Het feit is dat het woord voor "oordelen" gewoon "heersen - regeren" betekent. Het is hetzelfde Griekse woord dat in Mattheüs 19:28 wordt vertaald met "oordelend", waar de twaalf apostelen zullen zitten op twaalf tronen, de twaalf stammen van Israel oordelend (heersen/regerend). Het is precies op de dezelfde wijze gebruikt als waar in het Oude Testament Israel "Richters" had, als hun nationale leiders.
Voor nu ligt de hele wereld in boosaardigheid (1Joh. 5.19), maar...
"aangezien Hij een dag vaststelt waarin Hij de bewoonde Aarde gaat oordelen in rechtvaardigheid door de Mens Die Hij specificeert, geloof gevend aan allen, Hem doen opstaand uit de doden."
(Hand. 17:31;HBN)
"geloof gevend aan allen"
God geeft "geloof aan allen" - "zoals God toebedeelt naar de maat van het geloof"(Rom. 12:3;HBN). Het is de blindheid van onwetendheid die dit geloof weerhoudt van het omarmen van de ware natuur van hun Vader. Op een dag zal de onwetendheid volledig verdreven zijn en dit geloof zal berouwen (anders denken), dus...
"10 opdat in de Naam van Jezus iedere knie zou buigen, van hemelingen en van aardsen en van onderaardsen,
11 en iedere tong zou belijden dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God, de Vader. "
(Filip. 2:10,11;HBN)
Wat een boodschap van hoop! Wat een boodschap van vertrouwde zekerheid! Paulus' boodschap op de Aeropagus geeft getrouw het heerlijke goede nieuwe weer dat aan hem was gegeven voor heel de mensheid over God's werk in Zijn Zoon, de Here Jezus Christus.
Het evangelie van onze Heer en Redder, Jezus Christus, toevertrouwd aan Paulus, de apostel, is echt beter nieuws dan iemand van ons ooit gedacht zou kunnen hebben! Het is veel heerlijker dan de religie ons ooit zou kunnen laten geloven!
God's soevereine doelstelling van de tijden zal pas compleet zijn wanneer Zijn volle creatieve buit hersteld zal zijn, zodat Hij is...
"Alles in allen"
(1Kor. 15.28)
Ik vertrouw er op dat u de vrijheid heeft religieuze voorbeelden terzijde te leggen om te genieten van de verbazingwekkende rijkdommen van Christus' voltooide werk aan het kruis!