De oorlog van de gelovigen
Het dragen van de bepantsering van licht in de duisternis van deze wereld.
door
Clyde L. Pilkington Jr.

Deel 1 - Het geloofsgevecht

“10 Voor het overige: wordt bekrachtigd in de Heer en in de macht van Zijn kracht.
11 Doet de wapenuitrusting van God aan, opdat jullie kunnen standhouden tegen de krijgslisten van de Lasteraar,
12 want aan ons is niet de worsteling tegen bloed en vlees, maar tegen de soevereiniteiten, tegen de autoriteiten, tegen de wereldmachten van deze duisternis, tegen de geestelijke machten van de boosheid onder de hemelingen.
13 Daarom: neemt de wapenuitrusting van God op, opdat jullie kunnen weerstaan in de boze dag en, alles gedaan hebbend, blijven staan.
14 Staat dan, jullie lenden omgord zijnde met waarheid en aandoende het borstharnas van de rechtvaardigheid,
15 en de voeten onderbindend met de bereidheid van het evangelie van de vrede,
16 in alles het grootschild van het geloof opnemend, waarmee jullie alle brandende pijlen van de boze kunnen doven.
17 En ontvangt de helm van de redding en het zwaard van de geest, dat is het woord van God.”

(Efe, 6:10-17;SW)

Het geloofsgevecht.

Als gelovigen staan we midden in een geloofsgevecht, en Paulus moedigt ons aan: “Strijd de goede strijd van het geloof” (1Tim. 6:12;SW)

De vijand zou wel willen dat wij ons bezighielden met ons leven en denken , met alles, behalve met geloof. Hij zou willen dat wij ons geloof verlieten voor gevoelens, menselijke gezichtspunten – alles, behalve God te vertrouwen.

Oude oorlogsvoering.

Dit is een gevecht dat helemaal terug gaat naar de hof die God plantte in Eden. Hij gaf toen opdracht met betrekking tot het leven in de hof:

“En JAHWEH Elohim onderwijst de mens, zeggend: “Van iedere boom van de tuin zul jij etend eten, en van de boom van de kennis van goed en kwaad, van hem zul jij niet eten. Want in de dag dat jij van deze eet zul jij stervend sterven.“
(Gen. 2:16,17;SW)

Dan betreedt de slang het toneel en presenteert een tegengesteld gezichtspunt:

“Jullie zullen niet sterven om te sterven…”
(Gen. 3:4;SW)

Tegengestelde gezichtspunten.

Er zijn nu twee tegengestelde gezichtspunten in de hof. Het ene was goddelijk, het andere satanisch. Het paar had de keuze. Ze hadden twee uitspraken voor zich liggen. Zo begon de strijd om de mensheid.

We zouden er goed aan doen er speciaal op te letten dat de strategie van de slang een beroep doet op de gevoelens.

“En de vrouw ziet dat de boom goed voor voedsel is en dat hij aantrekkelijk is voor de ogen en dat de boom te begeren is omdat men verstandig wordt. En zij neemt van zijn vrucht en zij eet. En zij geeft bovendien aan haar man en hij eet met haar.”
(Gen. 3:6;SW)

Modus operandi.

De “goede strijd van het geloof” is altijd dezelfde geweest. God verklaart de waarheid; de vijand liegt terwijl hij een beroep doet op onze gevoelens. Alles wat nodig is om het “geloofsgevecht” te laten plaatsvinden, is een uitspraak van God. Dan begint de strijd door het opduiken van satanische tegen-informatie.

Zo worden we, als we de uitspraken van God leren, gelanceerd in een arena van oorlogsvoering die zo oud is als de mensheid zelf.

Jakobus schreef hierover:

“het testen van jullie geloof..”
(Jak. 1:3;SW)

Let goed op! We leren geen waarheid van God die niet aangevochten wordt! De mens werd geschapen en geplaatst in het middelpunt van een theater van een bestaand conflict. Wanneer we er voor kiezen het Woord van God te omarmen, dan moeten we de reactie van de vijand verwachten.

De Here Jezus Christus zei tot Simon Petrus:

“Simon, Simon, zie! De Satan eist jullie op om jullie te ziften als het graan. Doch Ik smeekte over jou dat jij jouw geloof niet zal verspelen en jij, eenmaal teruggekeerd, jouw broeders zal versterken."
(Luk. 22:31,32;SW)

..waarover Petrus later in zijn eerste brief schreef:

“Weest nuchter! Waakt! Jullie aanklager, de Tegenstander, loopt rondt als een brullende leeuw, iemand zoekend om opgeslokt te worden, die jullie weerstaan, vast in het geloof, hetzelfde lijden waargenomen hebbend, gecompleteerd wordend in jullie broederschap in de wereld.”
(1Pet. 5:8,9;SW)

Petrus zet ons geloofsgevecht in een juist perspectief:

“opdat het testen van jullie geloof, veel kostbaarder dan goud, dat vernietigd wordt, maar door vuur getest zijnde, gevonden moge worden tot lof en heerlijkheid en eer in de openbaring van Jezus Christus”
(1Pet. 1:7;SW)

Petrus plaatst onze geloofsbeproevingen boven de waarde van goud. Wat een gezichtspunt! Dat is gezichtspunt van geloof. We zouden zeker niet mopperen, jammeren en klagen over het ontvangen van een overvloed aan goud. Zo zouden we ook niet moeten mopperen, jammeren en klagen over de waardevolle beproevingen van ons geloof!

Het gouden geloofstrio.

Geloof is dat waarmee God ons heeft groepen te leven:

“De rechtvaardige zal leven uit geloof”
(Rom. 1:17;SW)
“De rechtvaardige zal leven uit geloof”
(Gal. 3.11;SW)
“De rechtvaardige zal leven uit geloof”
(Hebr. 10:38;SW)

Hier hebben we het gouden geloofstrio. Wij, die zo heerlijk gerechtvaardigd zijn (rechtvaardig zijn verklaard), dienen te leven uit geloof.

Geloof moet ons leven zijn. Het is de essentie van waarom en hoe we leven. Het is de basis van goddelijk leven dat vrijelijk werkzaam is in onze dagelijkse wandel – de verwezenlijking van het leven van God in onze eigen leden.

Wat is geloof?

“Geloof nu is de aanname van het verwachte, een overtuiging van het niet gezien zijnde”
(Hebr. 11:1;SW)

Geloof is de afwezigheid van zicht of andere menselijke zintuigen.

“Want wij wandelen door geloof, niet door waarneming”
(2Kor. 5:7;SW)

Ook is het niet te vinden in menselijk verstand en wijsheid:

“opdat het geloof van jullie niet zou zijn in de wijsheid van mensen, maar in kracht van God”
(1Kor. 2:5;SW)

De vader van geloof.

Abraham wordt door Paulus gepresenteerd als onze vader op het gebied van geloof.

“opdat hij vader zou zijn van alle gelovigen”
(Rom. 4:11;SW)
“het geloof in acht nemen in de voetsporen van onze vader Abraham”
(Rom. 4:12;SW)

Dit is terecht, want de Schrift zegt over Abraham:

“Maar de belofte van God werd niet betwijfeld door ongeloof, maar hij werd versterkt door geloof, heerlijkheid aan God gevend”
(Rom. 4:20;SW)

Wat een voorbeeld heeft onze vader van geloof voor ons achtergelaten! Hij werd niet opstandig. Nee, hij was sterk in het geloof. Het is niet dat hij een sterk geloof had, maar dat hij kracht vond in zijn geloof – hij was sterk in geloof.

Wat doet geloof uiteindelijk? Het geeft God heerlijkheid – “heerlijkheid aan God gevend”. God wordt verheerlijkt wanneer wij Hem geloven boven alles wat naar ons lonkt.

Geloof is wat God een genoegen doet:

“Doch zonder geloof is het onmogelijk te behagen, want die nadert tot God moet geloven dat Hij de Beloner is en wordt van die Hem zoeken.”
(Hebr. 11:6;SW)

In onze geestelijke oorlogsvoering is geloof de overwinning!

“En dit is de overwinning die de wereld overwint: ons geloof”
(1Joh, 5:4;SW)

Uiteindelijk gaat geloof helemaal niet over ons. Het gaat niet over de kwaliteit of kwantiteit van geloof. Het gaat over de bron en doel van het geloof: de Heer, Jezus Christus! Geloof is gewoon naar Hem kijken, de Vader vertrouwend voor alle zaken van het leven.

“uitziende naar de Inwijder en Volmaker van het geloof, Jezus, Die, in plaats van de vreugde die voor Hem ligt, het kruis verdraagt, de schande verachtend, en gezet is aan de rechterkant van de troon van God”
(Hebr. 12:2;SW)



Naar het volgende deel: 2. Het centrum van onze geestelijke veldslagen



Dit artikel is hier geplaatst met de toestemming van Clyde L. Pilkington Jr.
© www.hetbestenieuws.nl