"onder welke ook jullie zijn, de geroepenen van Jezus Christus"
Rom. 1:6;SW)
"Jullie nu zijn het lichaam van Christus, en de leden zijn daarvan deel."
(1Kor. 12:27;SW)
Ik ben een lid van Zijn lichaam.
Dat is wie en wat Vader zegt dat ik ben.
In 1 Korinthe 12 maakt Paulus een vergelijking tussen mijn fysieke lichaam en het Lichaam van Christus. In vers 12 gebruikt hij wat voor velen een zeer verbazingwekkende zinsnede is: "zo ook de Christus." Door dat te doen noemt Paulus het Lichaam van Christus gewoon: "Christus".
In dit vers verwijst Paulus niet naar de feitelijke persoon van Christus Zelf, maar bespreekt hij de vele leden tellende Christus - Gods ecclesia. Door dat te doen onderstreept hij de goddelijk belangrijke relatie tussen Christus en de gelovige: tussen Christus en de leden van Zijn Lichaam.
Ik ben één met de Here Jezus Christus. Ik ben zo in eenheid met Hem, en zo volkomen geïdentificeerd met Hem, dat Paulus mij bij Jezus' titel noemt: "Christus".
Een gelijksoortig voorbeeld is te zien in de relatie tussen Adam en Eva. Ons wordt verteld:
"Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen en Hij zegent hen en Hij noemt hun naam, Adam, in de dag dat zij geschapen werden."
(Gen. 5:2;SW)
Eva was een met Adam, haar echtgenoot. Adam en Eva hadden voor God een verenigde identiteit.
"en de twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet langer twee, maar één vlees zijn"
(Marc. 10:8;SW)
"de twee zullen tot één vlees zijn."
(1Kor. 6:16;SW)
"... een mens de vader en de moeder verlaten en zal samengevoegd worden met zijn vrouw en de twee zullen tot één vlees zijn."
(Efe. 5:31;SW)
Zo is het ook met de Here Jezus Christus en mij:
"Maar die verenigd is met de Heer is één geest."
(1Kor. 6:17;SW)
Er is de Here Jezus Christus en er is de vele leden tellende Christus, en er is een onscheidbare eenheid. Het vele leden tellende Lichaam van Christus is één met de Here Jezus Christus - Hij is het Hoofd.
De vele leden tellende Christus was een geheim. Het wordt het "geheim van Christus" genoemd. Nu was het niet Christus' persoonlijke geheim, maar het was een niet geopenbaard aspect van Christus. Dat er zelfs een vele leden tellende Christus zou zijn, was aan niemand geopenbaard vóór "de onthulling van het geheim"(Rom. 16:25) dat aan Paulus werd toevertrouwd.
"3 die naar openbaring aan mij is bekend gemaakt, het geheim waarvan ik eerder in het kort schreef,
4 waartoe jullie, lezend, mijn inzicht kunt begrijpen in het geheim van de Christus,
5 dat tijdens verschillende generaties niet bekend is gemaakt aan de zonen van de mensen, zoals het nu werd geopenbaard aan de heiligen, Zijn apostelen en profeten, in geest,
6 dat de natiën gezamenlijk lotdeelgenieters zijn en een gezamenlijk lichaam en gezamenlijk deelnemers aan de beloften, in Christus Jezus, door het evangelie.."
(Efe. 3:3-6;SW)
De vele leden tellende Christus werd door Paulus niet alleen omschreven als "het geheim van Christus", maar hij noemde het ook "een groot geheim", een dat ging over "Christus en de ecclesia". Paulus wijdt uit over dit "grote geheim":
"28 Zo moeten ook de mannen hun vrouwen liefhebben als hun eigen lichaam. Wie de eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief.
29 Want niemand haat ooit het eigen vlees, maar hij voedt en koestert het, zoals ook Christus de ecclesia,
30 omdat wij leden van Zijn lichaam zijn.
31 In plaats daarvan zal een mens de vader en de moeder verlaten en zal samengevoegd worden met zijn vrouw, en de twee zullen tot één vlees zijn.
32 Dit geheim is groot, maar ik spreek van Christus en van de ecclesia."
Het gaat bij dit "grote geheim" over:
"zo zijn wij, de velen, één lichaam in °Christus"
(Rom. 12:5;SW)
"Maar die verenigd is met de Heer is één geest."
(1Kor. 6:17;SW)
"En Hij is het hoofd van het lichaam"
(Kol. 1:18;SW)
"Hoofd over allen, aan de ecclesia, die Zijn lichaam is."
(Efe. 1:22,23;SW)
"want de man is hoofd van de vrouw, zoals ook Christus het hoofd is van de ecclesia."
(Efe. 5:23;SW)
"het Hoofd, uit Wie heel het lichaam is"
(Kol. 2:19;SW)
In Zijn kruisiging: "medegekruisigd"(Rom. 6:6;SW)
In Zijn dood: "Want als wij sterven met Christus"(Rom. 6:8;SW)
In Zijn begrafenis: "tezamen begraven met Hem "(Rom. 6:4 HBN - Kol. 2:12)
In Zijn troonsbestijging: "zet ons tezamen in Christus Jezus te midden van de hemelingen"(Efe. 2:16;SW)
De vele leden tellende Christus maakt me niet slechts een met de Here Jezus Christus, het verenigt mij ook met elk ander lid.
"zo zijn wij, de velen, één lichaam in Christus, maar afzonderlijk leden van elkaar."
(Rom. 12:5;SW)
"12 Want zoals het lichaam één is en vele leden heeft, maar al de leden van het lichaam, velen zijnde, zijn één lichaam, zo ook de Christus.
13 Want ook in één geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn begoten met één geest.
14 Want ook het lichaam is niet één lid, maar vele."
(1Kor. 12:12-14;SW)
"20 Maar nu zijn er inderdaad vele leden, doch één lichaam.
...
27 Jullie nu zijn het lichaam van Christus, en de leden zijn daarvan deel."
(1Kor. 12:20,27;SW)
"een ieder met zijn nabije, omdat wij leden van elkaar zijn.
...
omdat wij leden van Zijn lichaam zijn"
(Efe. 4:25; 5:30;SW)
"Want jullie zijn allen één in Christus Jezus."
(Gal. 3:28;SW)
Paulus noemt ons "Christus." Christus is niet de echte naam van Jezus. Christus is in feite één van Zijn officiële titels. Wat betekent het woord "Christus"? Het woord betekent "gezalfde". Ik maak deel uit van het vele leden tellende Lichaam van de Gezalfde.
"Maar de ons samen met jullie in Christus bevestigende en ons zalvende, is God"
(2Kor. 1:21;SW)
Als deel van de vele leden tellende Christus heeft de Vader mij gezalfd. "De ons ... zalvende, is God." "Gezalfde" is Strong's Greek Lexicon #5548, chrio, en betekent: "inwijden in een ambt". Chrio is de wortel van Christos, het Griekse woord dat in de Bijbel met "Christus" wordt vertaald. In de Bijbel, in het Oude Testament, werden profeten, priesters en koningen gezalfd in hun dienstbetoon.
Als lid van het Lichaam van Christus - het Lichaam van de Gezalfde - ben ik gezalfd geworden, samen met mijn Hoofd, de Here Jezus Christus, om met Hem te dienen in de nog komende tijden. Ik ben ingewijd voor een goddelijk ambt in de hemelse plaatsen.
Toch ben ik in feite veel meer dan slechts een dienaar van God. De vele leden tellende Christus - het Lichaam van Christus - is voorbestemd om alles te krijgen wat God bezit. Mijn Hoofd is tot lotdeelgenieter gemaakt van alle dingen die van Zijn Vader zijn.
"Die Hij stelt tot lotdeelgenieter van alle dingen"
(Hebr. 1:2;SW)
Door mijn eenheid met de Zoon van God, ben ook ik in het zoonschap gekomen, ben ik lotdeelgenieter van de Vader. Ik ben nu gesteld als mede-lotdeelgenieter met Hem.
"Maar indien zoon, dan ook lotdeelgenieter door God!"
Gal. 4:7;SW)
"Maar indien kinderen, dan ook lotdeelgenieters; jazeker, gezamenlijk lotdeelgenieters van God en van Christus."
(Rom. 8:17;SW)
Samen met de Here Jezus Christus, mijn Hoofd, ben ik tot gezamenlijk-lotdeelgenieter gemaakt van heel het universum van de Vader.
Als gevolg van alle hierboven staande waarheden, zal Christus' vele leden tellende Lichaam het regerend Lichaam van het universum zijn:
"indien wij volharden zullen wij ook samen heersen"
(2Tim. 2:12;SW)
Het Griekse woord dat wordt gebruikt voor "regeren" of "heersen", is Strong's Greek Lexicon #4821, sumbasileo, en betekent: "mede-regent." Webster definieert "regent" als "een gouverneur"; een heerser, iemand die bekleed is met plaatsvervangend gezag."
Ik zal mee regeren als een mede-regent met de Here Jezus Christus, omdat Vader mij één met Hem heeft gemaakt. Dit is een "groot geheim" - "het geheim van Christus" - mijn eenheid met Hem als lid van Zijn Lichaam. Het is dan ook geen wonder dat Paulus aan de Korinthiërs kon schrijven over hun aardse, vleselijke en onvolwassen gedrag:
"Of hebben jullie niet waargenomen dat de heiligen de wereld zullen oordelen?"
(1Kor.6:2;SW)
"Hebben jullie niet waargenomen dat wij boodschappers zullen oordelen?"
(1Kor. 6:3;HBN - boodschappers= engelen
Door Gods mateloze en niet te evenaren genade ben ik tot deel gemaakt van Christus' geheime Lichaam, Zijn verenigde Lichaam, Zij gezalfde Lichaam, het Lichaam van Zijn lotdeelgenieting en Zijn regerend Lichaam, vanuit de "hemelse gewesten", in de "toekomende aionen." Het is allemaal van Hem!
"Waar dan is het roemen? Het is uitgesloten! Door welke wet? Van werken? Nee! Maar door de wet van het geloof"
(Rom. 3:27;SW)
"26 Want zie de roeping van jullie, broeders, dat niet velen wijzen naar het vlees waren, niet velen machtigen en niet velen aanzienlijken,
27 maar God kiest de dwazen van de wereld, opdat Hij de wijzen zou beschamen, en God kiest de zwakken van de wereld om de sterken te beschamen.
28 En God kiest de onaanzienlijken en verachten van de wereld, die niets zijn, opdat de wel iets zijnden terzijde gelegd zouden worden,
29 opdat geen enkel vlees zou roemen voor God.
30 Maar jullie zijn uit Hem, in Christus Jezus, Die ons wijsheid van God is geworden, rechtvaardigheid en heiliging en verlossing,
31 opdat, zoals werd geschreven: Die roemt, laat hem in de Heer roemen!"
(1Kor. 1:26-31;SW)
Ik ben wie en wat Vader zegt dat ik ben.
Ik ben een lid van Zijn Lichaam!
"Hebben jullie niet waargenomen dat jullie een tempel van God zijn en de geest van God in jullie woning maakt?"
(1Kor. 3:16;SW)
"in Wie jullie ook zijn samengebouwd tot verblijfplaats van God, in geest."
(Efe. 2.22;SW)
Wat een geweldige uitspraken!
Ik ben de tempel, de woonplaats van God!
Dat is wie en wat Vader zegt dat ik ben.
God verblijft niet in een gebouw dat ergens staat, maar in mij! Dat is iets om echt opgewonden over te raken!
Er is een te waarderen beweging in ons land [de USA], die huizen bouwt voor hen die minder bevoorrecht zijn. Het wordt "Habitat for Humanity" genoemd; maar er is een veel groter huizenbouw project aan de gang! Het begon twee millennia geleden. Het is de "Habitat for Divinity" (woonplaats voor Godheid). God is bezig een huis te bouwen voor Zijn eigen verblijfplaats. Een tempel, niet van stenen en cement, gebouwd door handen, maar die bestaat uit mensen.
"De God, Die de wereld maakt en al dat daarin is, Deze Heer behoort hemel en Aarde, verblijft niet in handgemaakte tempels,"
(Hand. 17:24;SW)
"Hebben jullie niet waargenomen dat jullie een tempel van God zijn en de geest van °God in jullie woning maakt? "
(1Kor. 3.16;SW)
"Of hebben jullie niet waargenomen dat jullie lichaam een tempel is van heilige geest die in jullie woont, die jullie hebben van God?"
1Kor. 6:19;SW)
"Want wij zijn de tempel van de levende God"
(2Kor. 6:16;SW)
"21 in Wie het gehele gebouw, samengevoegd zijnde, groeit tot een heilige tempel in de Heer,
22 in Wie jullie ook zijn samengebouwd tot verblijfplaats van God, in geest."
(Efe. 2:21,22;SW)
Ik ben de verblijfplaats van God! God is bij mij komen inwonen. Habitat voor Godheid: wat een wonder, wat een verbazende genade!
Voor velen is hun ware identiteit als tempel van God, het huis van God, van hen gestolen, al jaren voordat ze geboren werden. Menselijke organisaties en instituten, samen met hun stenen- en gepleisterde gebouwen, hebben eigen wegen gegeven, alsof zij de identiteit van de kerk, het Lichaam van Christus, in bezit hadden.
De "Reformatie" bevrijdde nooit de leden van Christus' Lichaam van dit soort van religieuze slavernij en tirannie. Eeuwen later, ondanks alle waarheid waaraan het Lichaam van Christus werd blootgesteld, is het nog steeds de algemene praktijk om onze ware identiteit over te leveren aan het religieuze systeem:
- "Waar ga jij naar de kerk?"
- "Denk er wel aan dat dit Gods huis is!"
- "Welkom in het huis van God."
- "Wees eerbiedig wanneer je het heiligdom binnen gaat!"
Ik ben wakker gemaakt voor mijn ware identiteit en heb die terug genomen. Ik leef in de volheid van wie en wat ik werkelijk ben.
"één God en Vader van allen, Die boven allen, door allen en in allen is."
(Efe. 4:6;SW)
Dus, waar is God? De God van het universum leeft in mij! Ik ben vandaag Zijn verblijfplaats op Aarde en ik neem Hem mee, overal waar ik ga, daarmee iedere daad van mij tot een daad van aanbidding makend. Wat een gezegend voorrecht! Als mensen God gaan ontmoeten, gaan ze Hem ontmoeten in mij.
Jim Palmer bracht deze waarheid prachtig in het brandpunt, toen hij schreef:
"God is in onze buurt omdat ik Zijn goddelijk leven in mij draag. Ik breng God ... in nauwe nabijheid met anderen. Met God in mij, is gewoon aanwezig en beschikbaar zijn "bediening."
Ik ben het belang gaan zien dat mijn ontmoetingen met mensen hen niet op God wijzen, maar in feite een uitdrukking van God zijn. De "Lichaam van Christus" metafoor, is voor mij van groter belang geworden - dat Christus Zijn aanwezigheid en bediening op Aarde in, door en als ons voortzet.
God is niet ergens in de lucht: Hij leeft Zijn Leven in en door ons, het Lichaam van Christus, in de buurten waar we wonen, de plaatsen waar wij werken en spelen, en de mensen die we dagelijks tegenkomen.
(Wide Open Spaces - 2007, page 34-35, 43)
Wat een heerlijk geheim wordt er door Paulus onthuld; één dat hij "het grote geheim" noemt; "het geheim van de godsvrucht."
"Dit geheim is groot, maar ik spreek van Christus en van de ecclesia."
(Efe. 5:32;SW)
"aan wie God wil bekendmaken wat de rijkdom is van de heerlijkheid van dit geheim onder de natiën. Dat is: Christus in jullie, de verwachting van de heerlijkheid"
(Kol. 1:27;SW)
"En uitgesproken groot is het geheim van de godsvrucht, die werd geopenbaard in vlees, werd gerechtvaardigd in geest,"
(1Tim. 3:16;SW)
Godsvrucht is niet de een of andere religieuze code die gevolgd moet worden; het is veeleer God die geopenbaard is in het vlees. God is de enige betekenis en definitie van godsvrucht. Christus is de Enige Die het godvruchtige leven kan leven. Ik ben Gods verblijfplaats, en de Vader zoekt de bekendmaking van het leven van Zijn Zoon in mijn sterfelijke vlees.
"10 altijd het sterven van Jezus in het lichaam meedragend, opdat het leven van Jezus ook in ons lichaam openbaar zou worden.
11 Want wij, die leven, worden in de dood overgeleverd, omwille van Jezus, opdat het leven van Jezus ook openbaar zou worden in ons stervend vlees."
(2Kor. 4:10,11;SW)
" maar indien ik traag mocht zijn, dat jij moge waarnemen hoe het hoort zich in het huis van God te gedragen, dat is de ecclesia van de levende God, de pijler en het fundament van de waarheid. En uitgesproken groot is het geheim van de godsvrucht, die werd geopenbaard in vlees,"
(1Tim. 3:15,16a;SW)
Er staat in deze passage niets over "me gedragen in de kerk", een gebouw dat specifiek voor religieuze activiteiten wordt gebruikt. Je kunt ouders tegen hun kinderen horen zeggen: "Ik wil dat je je vandaag gedraagt in de kerk!" Dit is NIET de betekenis van "zich in het huis van God .. gedragen." Dit is NIET een vermaning over passend gedrag in religieuze gebouwen. Het gaat over het gedrag van gelovigen in hun leven.
Hoe dien ik mij, als gelovige, te gedragen? Paulus leert mij me te gedragen zoals ik ben! Ik ben in het Lichaam van Christus, Gods levende kerk. Ik dien me overeenkomstig te gedragen! Op deze manier kan de God Die in mij woont, bekend gemaakt worden door mijn vlees (dwz. door Zijn tempel), in mijn dagelijks leven.
"7 Maar wij hebben deze schat in aarden vaten, opdat de overstijging van de kracht van God zou zijn en niet uit ons.
...
10 altijd het sterven van Jezus in het lichaam meedragend, opdat het leven van Jezus ook in ons lichaam openbaar zou worden.
11 Want wij, die leven, worden in de dood overgeleverd, omwille van Jezus, opdat het leven van Jezus ook openbaar zou worden in ons stervend vlees."
(2Kor. 4:7, 10,11;SW)
Paulus stopte daar niet (met Christus openbaar zou worden); zijn verlangen was naar iets nog veel groters: dat Christus groot gemaakt zou worden.
"naar mijn waarschuwing en verwachting, opdat ik in niets beschaamd zal worden, maar met alle vrijmoedigheid, zoals steeds, ook nu Christus groot gemaakt zal worden in mijn lichaam, hetzij door leven, hetzij door dood"
(Filip. 1:20;SW)
Ik gedraag mij als een lid van Christus' Lichaam, wanneer Hij bekend en groot gemaakt wordt in mijn lichaam - Zijn heilige tempel - "wij zijn de tempel"
Hoe ziet het gedrag van de gelovige er uit? Hoe ziet de bekendmaking en grootmaking van Gods leven door Christus er uit?
"22 Maar de vrucht van de geest is liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw,
23 zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Tegen de zulke is geen wet."
(Gal. 5:22,23;SW)
"Maar een slaaf van de Heer moet niet vechten, maar zachtaardig zijn tegen allen, geschikt om te onderwijzen, geduldig onder kwaad."
(2Tim. 2:24;SW)
"1 Herinner hen eraan onderschikt te zijn aan soevereinen en gezaghebbers, meegaand, klaar zijnd voor alle goede werk,
2 niemand lasterend, vredelievend te zijn, mild, zachtmoedigheid tonend aan alle mensen."
(Titus 3:1,2;SW)
"1 Ik, de gevangene in de Heer, moedig jullie dan aan te wandelen waardig de roeping waarmee jullie geroepen werden,
2 met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met geduld elkaar verdragend in liefde,
3 pogend de eenheid van de geest te bewaren in de band van de vrede."
(Efe. 4:1-3;SW)
"12 Doet dan aan, als door God gekozenen, heiligen en geliefden: mededogen, medelijden, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld,
13 elkaar tolererend en genadevol met elkaar omgaand. Indien iemand een klacht zou hebben tegen de ander: zoals ook de Heer genadevol met jullie omgaat, zo ook jullie.
14 Maar over dit alles de liefde, die een band van de volwassenheid is."
(Kol. 3:12-14;SW)
"in broederlijke liefde voor elkaar, elkaar teder beminnend in eerbetoon, elkaar hoog achtend,"
(Rom. 12:10;SW)
"Daarom dan: als we de gelegenheid hebben, werken wij het goede voor allen, maar speciaal voor de familieleden van het geloof."
(Gal. 6:10;SW)
"Wees niet overwonnen door het kwaad, maar wees het kwade overwinnende door het goede!"
(Rom. 12:21;SW)
God woont in mij. Ik ben Zijn tempel. Ik ben "het huis van God ..., dat is de ecclesia van de levende God, de pijler en het fundament van de waarheid" (1Tim. 3:15;SW).
Dit is wie en wat Vader zegt dat ik ben. Ik zal me overkomstig daarmee gedragen.
Ik ben Zijn tempel.
Door naar deel 8.