Heb ik een identiteitscrisis?
Ik ben wie en wat God zegt dat ik ben!
---
Deel 6:
Ik ben geroepen.
Ik ben Zijn prestatie.

door
Clyde L. Pilkington Jr.

Ik ben geroepen.

"onder welke ook jullie zijn, de geroepenen van Jezus Christus"
Rom. 1:6;HBN)

"die naar Zijn doelstelling geroepenen zijn"
(Rom. 8:28;HBN)

Dit is wie en wat Vader zegt dat ik ben.

Ik ben geroepen.

Zij die God vertrouwen zijn "De geroepenen"; zij zijn God's uitverkorenen. Deze roeping is een uitverkiezing ten behoeve van goddelijk dienstbetoon.

"Een ieder neme waar het eigen vat te verwerven in heiliging en eer"
(1Thess. 1:4;HBN)

"Wie zal uitverkorenen van God aanklagen? God is de rechtvaardigende!"
(Rom. 8:38;HBN)

"want de kinderen nog niet geboren zijnde - en nog niet iets goeds of kwaads doende, opdat het naar keuze van de doelstelling van God zal blijven, niet uit werken, maar uit de Roepende"
(Rom. 9:11;HBN)

God heeft mij niet gered en geroepen met een heilige roeping, om daarna de rest van de mensheid achter te laten in eeuwige kwelling. Ik ben slechts een deel van de eerstelingen van Christus' verlossende werk. Door Zijn roeping van genade ben ik één van de eersten die Hem vertrouwen. God's uiteindelijke plan omvat heel Zijn schepping. Niemand zal blijvend verloren zijn.

God probeert op dit moment niet Zichzelf of Zijn plan te onthullen aan de massa. Indien dat Zijn plan zou zijn, zou Hij het al lang geleden gedaan hebben. Hij heeft eigenlijk uitgebreide stappen ondernomen om zeker te stellen dat Hij en Zijn plan afdoende voor de massa verborgen blijven.

"In die tijd zei Jezus, antwoordend: Ik belijd aan U, Vader, Heer van de hemel en van de Aarde, dat U deze dingen verbergt voor wijzen en intelligenten, en U ze onthult aan de kleintjes"
(Matt. 11:25;HBN)

"Doch zij waren onwetend van deze uitspraak en ze werd van hen weg gehouden, opdat zij het niet zouden begrijpen. En zij vreesden Hem te vragen over deze uitspraak"
(Luc. 9:45;HBN)

In plaats daarvan kiest God uit wie Hij wil om op dit moment Zijn onthulling te ontvangen.

"Doch Hij zei tot hen: Niet allen vatten dit woord, maar wie het is gegeven"
(Matt. 19:11;HBN)

God's plan op het toneel van de menselijke geschiedenis is om Zichzelf aan een paar te onthullen - het overblijfsel, de geroepenen, de uitverkorenen. Daarom is mij redding en roeping "naar Zijn voornemen en genade"(2Tim. 1:9), die beide "vóór aionische tijden" aan mij werden gegeven.

"Die ons redt en roept met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar Zijn voornemen en genade, die ons is gegeven in Christus Jezus vóór aionische tijden "
(2Tim. 1:9;HBN)

God trekt hen die Hij heeft gekozen, of dat nu in Zijn voorbije handelen met Israel is, of in Zijn hedendaagse handelen met de leden van het Lichaam van Christus.

Israel:

"6 Want jij bent een heilig volk voor Jahweh, jouw Elohim. Jahweh, jouw Elohim, koos jou om van Hem te worden, een bijzonder volk uit alle volken die op het oppervlak van de grond zijn.
7 Het was niet vanwege de veelheid van jullie boven alle volken dat Jahweh met jullie verbonden werd, want jullie zijn de kleine van alle volken."

(Deut. 7:6,7;HBN)

"gij nakroost van Israel, zijn knecht, gij kinderen van Jakob, zijn uitverkorenen."
(1Kron. 16:13;NBG)

"Niet jullie kiezen Mij, maar Ik kies jullie en Ik benoem jullie, .. maar Ik jullie uit de wereld kies"
(Joh. 15:16,19;HBN)

Het Lichaam van Christus:

"zoals Hij ons verkiest in Hem vóór de nederwerping van de wereld, opdat wij heiligen en vlekkelozen zijn voor Zijn aangezicht, in liefde"
(Efe. 1:4;HBN)

"dat God aan jullie de voorkeur geeft als eerstelingen tot redding, in heiliging van de geest en geloof in de waarheid,"
(2Thess. 2.13;HBN)

God's roeping is altijd tot een paar mensen beperkt geweest. De reden dat God, doorheen de loop van de menselijke geschiedenis, alleen een paar enkelingen heeft geroepen, is dat Hij een klein gezelschap van dienaren voor Zijn Naam uitroept.

De geroepenen zijn de voorbereiders van al God's toekomstige doelstellingen. Hij heeft een paar mensen geroepen die Hij voorbereidt om met Hem te heersen. Een zoektocht naar het Schriftelijk gebruik van het woord "gekozen" zal aantonen dat God's roeping er duidelijk een is tot dienstbetoon:

"Want hem koos Jahweh, jouw Elohim, uit al jouw stammen, om te staan en te dienen in de naam van Jahweh."
(Deut. 18:5;HBN)

"want hen koos Jahweh, jouw Elohim, om Hem te dienen en om te zegenen in de naam van Jahweh;"
(Deut. 21:5;HBN)

"want hen heeft de Here uitverkoren om de ark des Heren te dragen en Hem voor altijd te dienen."
(1Kron. 15:2;NBG)

"want Hij verkoos Juda tot een vorst"
(1Kron. 28:4;NBG)

"Uit al mijn zonen (want de Here heeft mij vele zonen gegeven) verkoos Hij mijn zoon Salomo om te zitten op de troon van het koningschap des Heren over Israel."
(1Kron. 28:5;NBG)

"want u heeft de Here verkoren om in zijn dienst te staan, om zijn dienaren te zijn"
(2Kron. 29:11;NBG)

"Zie, Mijn Jongen, die Ik verkies, Mijn Geliefde, in Wie Mijn ziel zich verheugt."
(Matt. 12:18;HBN)

"Niet jullie kiezen Mij, maar Ik kies jullie en Ik benoem jullie."
(Joh. 15:16;HBN)

"Deze is voor Mij een uitverkoren instrument om Mijn naam te dragen"
(Hand. 9:15;HBN)

Jesaja 43:10 is van bijzonder belang voor mij waar het mijn roeping betreft in relatie met God Zelf.

".. mijn knecht, die Ik verkoren heb, opdat gij het weet en in Mij gelooft en inziet, dat Ik dezelfde ben.."
(Jes. 43:10;NBG)

Vader heeft mij gekozen om mij in een persoonlijke relatie met Hemzelf te trekken. Hij heeft mij gekozen met als doel Hem te kennen, Hem te geloven, en Hem te begrijpen. Dit is mijn roeping.

Velen zijn tevreden over Hem te leren, de gekozenen wordt het hart gegeven om Hem werkelijk te kennen. Paulus schreef:

"om Hem te kennen en de kracht van Zijn opstanding en de deelname aan Zijn lijden, gelijkvormig wordend aan Zijn dood,"
(Filip. 3:10;HBN)

Vader leidt mij nu op voor dienstbetoon in de "hemelse gewesten". Ik ben een deel van de vele leden tellende Christus, de Eerstgeborene. Deze roeping voorziet me in een rijke catalogus van Schriftuurlijke waarheid:

Ik ben een geroepene van Jezus Christus!

"onder welke ook jullie zijn, de geroepenen van Jezus Christus"
(Rom. 1:6;HBN)

In ben een geroepene in de gemeenschap van Jezus Christus:

"Trouw is God, door Wie jullie geroepen werden in de gemeenschap van Zijn Zoon, Jezus Christus, onze Heer"
(1Kor. 1:9;HBN)

Ik ben een geroepene in de genade van Christus:

"die jullie roept in genade van Christus"
(Gal. 1:6;HBN)

Ik ben geroepen tot vrede:

"God heeft jullie tot vrede geroepen"
(1Kor. 7:15;HBN)

Ik ben geroepen tot vrijheid:

"Want jullie, broeders, werden tot vrijheid geroepen"
(Gal. 5:13;HBN)

Ik ben geroepen in God's Koninkrijk:

"Die jullie roept in Zijn koninkrijk"
(1Thess. 2:12;HBN)

Ik ben geroepen in God's heerlijkheid:

"Die jullie roept in Zijn ... heerlijkheid"
(1Thess. 2:12;HBN)

Wij zijn geroepen in Christus' heerlijkheid:

"waarin Hij ook jullie roept ..., tot verkrijging van de heerlijkheid van onze Heer, Jezus Christus."
(2Thess. 2.14;HBN)

Ik ben geroepen door Paulus' evangelie:

"waarin Hij ook jullie roept door ons evangelie"
(2Thess. 2.14;HBN)

Mijn roeping is een Goddelijke roeping:

"waardig de roeping waarmee jullie geroepen werden"
(Efe. 4:1;HBN)

Ik heb een hoge roeping:

"de hoge roeping van God in Christus Jezus."
(Filip. 3:14;HBN)

Ik heb een heilige roeping:

"Die ons redt en roept met een heilige roeping."
((2Tim. 1:9;HBN)

Mijn roeping was voorbestemd:

"die Hij tevoren bestemt, dezen roept Hij ook, en die Hij roept dezen ook rechtvaardigt Hij"
(Rom. 8:30;HBN)

Mijn roeping was besloten vóór de nederwerping van de wereld:

"zoals Hij ons verkiest in Hem vóór de nederwerping van de wereld"
(Efe. 1:4;HBN)

Mijn roeping is een "niet velen" roeping:

"Want zie de roeping van jullie, broeders, dat niet velen wijzen naar het vlees waren, niet velen machtigen en niet velen aanzienlijken."
(1Kor. 1:26;HBN)

Mijn roeping is een uit-roeping:

"En Hij is het hoofd van het lichaam, de ecclesia "[ecclesia - de uitgeroepenen]
Kol. 1:18;HBN)

Mijn roeping is gegrondvest op God's trouw:

"Trouw is de Roepende, Die het ook zal doen"
(1Thess. 5:24;HBN)

"Trouw is God, door Wie jullie geroepen werden"
(1Kor. 1:9;HBN)

Mijn roeping is blijvend:

"Want de genadegeschenken en de roep van °God zijn onberouwelijk"
(Rom. 11:29;HBN)

Mijn roeping is een onveranderlijke roeping:

"wij hebben waargenomen dat voor hen die liefhebben, God alle dingen doet samenwerken ten goede van degenen die naar Zijn doelstelling geroepenen zijn"
(Rom. 8:28;HBN)

Mijn roeping is een van de meest verbazingwekkende en heerlijke waarheden van mijn relatie met God. Deze catalogus van details van mijn roeping is zwanger van goddelijke rijkdommen.

Ik ben wie en wat Vader zegt dat ik ben.

Ik ben geroepen.


Ik ben Zijn prestatie.

"Want wij zijn Zijn prestatie"
(Efe. 2.10;HBN)

Ik ben ZIJN prestatie.

Ongeacht hoe zaken in mijn leven er op een bepaalde moment schijnen uit te zien, ben ik ZIJN prestatie!

Dat is wie en wat Vader zegt dat ik ben.

Ik ben ZIJN prestatie! Hoe zeker stellend is deze waarheid voor mijn hart. Vader is druk bezig iets in mij te bereiken, ongeacht hoe ik zaken zie, of hoe ik ze voel - Hij is in mij aan het werk!

"Hem nu, Die in staat is meer dan overvloedig te doen boven al wat wij vragen of begrijpen, naar de kracht, die in ons werkt"
Efe. 3:20;HBN)

"Want God is het Die in jullie zowel het willen en het werken werkt, ten behoeve van het welbehagen"
(Filip. 2:13;HBN)

"uit Wie heel het lichaam is, een passend geheel zijnde en bijeengehouden door iedere opneming van de voorraad naar de werking van de maat van ieders deel. De groei van het lichaam wordt gemaakt tot opbouw van zichzelf in liefde"
(Efe. 4:16;HBN)

William R. Newell drukte de basis van de benauwdheden in het Christelijk leven goed uit, toen hij schreef:

"'Hopen beter te worden' betekent falen jezelf alleen in Christus te zien
'Teleurgesteld zijn met jezelf' betekent dat je in jezelf geloofde.
'Ontmoedigd zijn' betekent ongeloof waar het God's doelstelling en zegenplan voor jou betreft.

Ik ben niet door mijzelf gemaakt, ik ben door God gemaakt. Ik ben ZIJN prestatie. De grote, wijze en almachtige God van het universum is steeds aan het werk in mijn leven, en Hij doet niet zomaar een werkje: Hij maakt meesterwerken.

Hij is vanaf de eerste dag vakkundig in mijn leven aan het werk geweest. Hij werkt Zijn doelstelling uit, ook al ben ik me daar niet altijd bewust van. En zoals altijd doet Hij het goed en bereikt Hij Zijn doelstelling.

"Want God is het Die in jullie ... werkt."
(Filip. 2:13;HBN)

"Weet, dat de HEERE is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij)."(Psalm 100:3;SV)

Vader begon Zijn goede werk in mij en Hij zal het tot aan het einde volbrengen.

"dit vertrouwend, dat Die in jullie goed werk begint, het zal volbrengen tot de dag van Christus Jezus,"
(Filip. 1:6;HBN)

Aan het einde van de rit kijkt God altijd naar Zijn werkzaamheden en zegt: "Het is goed."

Aangezien mijn Vader in mij aan het werk is - en ik Zijn meesterwerk ben - en Hij Zijn werk helemaal zal uitwerken tot aan de heerlijke voltooiing er van, zal ik lof ontvangen van de Heer.

"dan zal een ieder van God applaus krijgen"
(1Kor. 4:5;HBN)

Deze waarheid ontlast mij van nodeloze ergernis, angst, frustratie en ontmoediging. Hij is, tenslotte, GOD. Hij heeft de leiding. Hij is de Schepper, en ik ben Zijn schepping.

Ik ben wie en wat Vader zegt dat ik ben.

Ik ben Zijn prestatie.




Door naar deel 7.



Dit artikel is hier geplaatst met de toestemming van Clyde L. Pilkington Jr.
© www.hetbestenieuws.nl