Ik ben aanvaard. Dat is wat Vader zegt dat ik ben. Hoe ik er ook over mag denken, de Vader heeft mij aanvaard in de persoon van Zijn Zoon.
"voor de lofprijzing van de heerlijkheid van Zijn genade, die ons begenadigt in de Geliefde"
(Efe. 1:6;SW)
Ik ben aanvaard (of begenadigd) in de Geliefde. Mijn Vader is ten volle tevreden met mij, omdat ik een levende eenheid ben met Zijn "Geliefde Zoon". Deze eenheid is niet slechts van Zijn "Zoon,", maar in Zijn "Geliefde Zoon".
Ik verbaas me steeds weer wanneer ik nadenk over de eenheid waarin Hij mij heeft gebracht. Paulus' gebruik van "Geliefde" als verwijzing naar de Here Jezus Christus, is fenomenaal. Twee maal in Christus' aardse leven, een maal bij de aanvang van Zijn bediening, en een maal bij het einde, sprak de Vader uit de hemel en zei van Hem:
"Dit is Mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik welbehagen vind"
(Matt. 3:17; 17:5)
De Vader noemde Hem niet de Zoon van Wie Hij hield. Nee, Hij noemde Hem Zijn "Geliefde Zoon". Noah Webster definieert "geliefde" als "zeer geliefd, dicht bij het hart" (American Dictionary of the English Language, 1828.)
Het woord "begenadigd" is vertaald uit het Griekse woord charitoo (Strong’s Greek Lexicon #5487), en betekent: "speciale eer bewijzen," wat ook met "de voorkeur geven aan" wordt vertaald in Lucas 1:28).
"En tot haar binnengaand, zei hij: 'Verheug je, die de voorkeur heeft! De Heer is met jou!'"
(Luc. 1:28;SW)
Dit alles spreekt boekdelen tot mijn hart, het feit dat ik zo zeer begenadigd ben geworden "in de Geliefde". Wat is er verbonden met dit "Geliefde" tussen de Vader en de Zoon? Het volle genoegen van de Vader in Zijn "Geliefde Zoon". Zijn onvoorwaardelijke aanvaarding van mij is te vinden in mijn zekere eenheid met Zijn "Geliefde". Ik ben zeer begenadigd!
Paulus gebruikt deze term "Geliefde," zodat ik in staat zal zijn te waarderen dat dit is waar mijn aanvaarding ligt. Vader heeft mij aanvaard en is tevreden met mij, omdat ik in Zijn "Geliefde Zoon" ben. Zijn onvoorwaardelijke aanvaarding van mij is te vinden in mijn zekere eenheid met Zijn "Geliefde".
Zelfs al doe ik niet altijd die dingen die aanvaardbaar zijn, ikzelf ben, echter, altijd in Hem aanvaard.
A.J. Gordon (1836-1895) schreef over deze goddelijke aanvaarding:
"Wat wij zijn in Christus is iets dat volkomen los staat van alle fluctuaties van Christelijke ervaring. Het staat nog valt met het getij van het gevoel. Het kent geen gradaties.
Christus is de standaard waaraan het wordt afgemeten, het wordt absoluut en zonder de mogelijkheid van verandering, omdat Jezus Christus is ""gisteren en vandaag, Dezelfde, ook voor de aionen."(Hebr. 13:8;SW).
Aangezien wij in Hem zijn en één met Hem, delen we Zijn plaats in het hart van de Vader, en mogen we zonder twijfel weten dat we aanvaardt zijn in "de Geliefde". (Efe. 1:6).
Wat is dit een gezegende zinsnede: "in de Geliefde". In die stem die uit de hemel naar beneden kwam en zei: "Dit is Mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik welbehagen vind"(Matt. 3:17;SW), mogen we nu Gods goedkeurend oordeel over onszelf horen, net als over onze Heer. Want omdat we in Christus zijn, moeten de stralen van eeuwige liefde die op Hem vallen, ook op ons vallen, omdat wij in Hem besloten zijn. In Hem zijn betekent geliefd te zijn door de Vader, omdat we in het brandpunt staan van de goddelijke aanhankelijkheid.
Is niet de oorzaak van veel van ons wantrouwen en duisternis te vinden in het feit dat we onszelf door onszelf inschatten, naar de maatstaven van een mens, in plaats van overeenkomstig de maat van Christus? Hij is het ware voorbeeld van ons staan voor God.
"Hierin is de liefde in ons geperfectioneerd geworden: dat wij vrijmoedigheid zullen hebben in de dag van het oordelen, omdat zoals Hij is, ook wij in deze wereld zijn"
(1Joh. 4.17;SW)
Jezus Christus vertegenwoordigt God bij ons niet slechts in Zijn eigen wezen, "de schittering zijnde van de heerlijkheid en embleem van Zijn aanneming,"(Hebr. 1:3;SW), maar Hij vertegenwoordigt ons bij God. Wij zien God in Christus, God ziet ons in Christus.
We mogen zonder tegenspraak deelnemen aan de belijdenis van een zwak geloof en dik gestoffeerd ongeloof, met het triomfantelijke vertrouwen: "indien wij ontrouw zijn, Hij blijft trouw, want Hij is niet in staat Zichzelf te ontkennen"(2Tim. 2:13;SW). (In Christ, Boston, 1872).
Ik ben wie en wat de Vader zegt dat ik ben.
Ik ben aanvaard!
Ik ben geadopteerd. Dat is wat de Vader zegt dat ik ben.
"opdat Hij degenen die onder de wet zijn zou opeisen*, opdat wij de plaats van een zoon zouden krijgen"
(Gal. 4:5;SW)
Door mijn eenheid met de Here Jezus Christus, ben ik in Zijn Zoonschap gebracht. Jezus Christus is de ZOON VAN GOD, "Hij de eerstgeborene ... onder vele broeders," (Rom. 8:29). Ik ben de broeder van Christus, en ook een "Zoon van God" (Filip. 2.15).
Dit is een heerlijke werkelijkheid die vaak gemist wordt door het modernere gebruik van het woord "adoptie": iemand van buiten de familie nemen en hem tot een lid maken. Dit is NIET de Schriftuurlijke gedachte; die is dat iemand die al in de familie is, wordt geplaatst in de positie van een volle VOLWASSEN (zoonschap) positie.
Het woord dat in de tekst met "plaats van een zoon" wordt vertaald is het Griekse huiothesia. Dit is Strong's Greek Lexicon #5206, en betekent "zoonschap" of "zoonplaatsing". Het wordt gedefinieerd met:
"Zoonschap. letterlijk zoonplaatsing, de positie in het leven overeenkomend met een zoon" - A.E. Knoch (1874-1965), Babe, Child, Sonship and Firstborn.
"Adoptie is de daad van God waarbij kinderen van God, verlost door Christus, gemaakt worden tot volwassen zonen, van wie de volle manifestaties wachten op de opstanding." C.I. Scofield, The Scofield Bible Correspondence Course (1907), Vol. III, page 412.
De Bijbelse leer van "adoptie" betekent dat ik niet slechts een KIND VAN GOD ben, hoe heerlijk genoeg deze waarheid ook is. Ik ben veel meer dan dat: door mijn eenheid met Christus, als lid van Zijn lichaam, ben ik een ZOON VAN GOD. Mijn staan voor God is niet dat van een minderjarig kind, nee, ik heb de goddelijke positie van een volgroeide zoon, een volwassen zoon van God.
Het woord "minderjarig" wordt gedefinieerd als "een toestand van kinderlijkheid; iemand die nog niet de leeftijd van een volwassene heeft verkregen." Het woord "minderjarig" is tegengesteld aan "meerderjarig" of "volwassen". Het woord "meerderjarig" wordt gedefinieerd als "iemand die zijn volle leeftijd heeft bereikt en alle wettelijke rechten heeft verworven; iemand die niet langer een minderjarige is, een volwassene." Dit is een wettelijk concept dat bekend staat als meerderjarigheid - "De toestand van een persoon die aangekomen is op de volle leeftijd. Van hem wordt dan gezegd dat hij een meerderjarige is, in tegenstelling tot een minderjarige, wat zijn toestand is tijden de kindertijd" - Bouvier's Law Dictionary, 1856.
Sprekend over dit onderscheid, schrijft A.E. Knoch:
"In de Schrift zijn het die te jong zijn om inspraak te hebben in zaken, die nog een begeleider nodig hebben, minderjarigen. ... De King James vertaling geeft dit weer als "babe", "child" en "childish". ... Het staat in tegenstelling tot verstandig en intelligent. ... Een volwassen man (1Kor. 13:10,11) ... In Israel was een man fysiek volwassen wanneer hij de leeftijd van 20 jaren had bereikt (Lev. 27:3,5). Dan werd hij opgeroepen voor het leger, en moest hij militaire dienst doen, omdat hij als volwassen lid van de natie werd beschouwd." (Babe, Child, Sonship and Firstborn.)
Deze positie van Zoonschap die ik heb is die van de Here Jezus Christus Zelf. Ik ben in die eenheid geplaatst met Zijn volle volwassen zoonschap. Dit is het heerlijke principe dat we kennen als "adoptie".
"opdat Hij degenen die onder de wet zijn zou opeisen, opdat wij de plaats van een zoon zouden krijgen"
(Gal. 4:5;SW)
"Want jullie hebben niet een geest van slavernij gekregen, om opnieuw vrees te hebben, maar jullie hebben de geest van zoonschap gekregen, door welke wij roepen: ABBA, Vader!"
(Rom. 8:15;SW)
Natuurlijk weet de wereld nog niet wie ik ben. Mijn goddelijke zoonschap is voor hen op dit moment volledig verborgen; maar op een dag zal ik openbaar gemaakt worden. In de opstanding zal God aan allen van Zijn schepping onthullen wie Zijn zonen zijn. Dat zal mijn heerlijke kroningsdag zijn.
"want vol spanning verwacht de schepping de openbaring van de zonen van God."
(Rom. 8:19;SW)
Het woord "openbaring" hier is Strong's Greek Lexicon #602, apokalupsis - wordt gedefinieerd als "onthulling" en elders in de King James vertaling vertaald als "appearing" en "revelation". De Concordant Literal Translation gebruikt het woord "unveiling" (onthulling). "De zonen van God" zijn op dit moment verhuld. Tot mijn bekendmaking met "de zonen van God", weet de rest van Gods schepping niet wie ik ben.
Terwijl ik door het leven wandel, zullen de omstandigheden niet mijn ware identiteit laten zien. Feitelijk ben ik niet vrij van alle kennelijke ijdelheden van dit duistere land. Ik zal mijn deel hebben aan de duistere kant: lijden, pijn, tegenslagen, moeilijkheden, vermoeidheid, druk en zo meer. Maar ik wordt door deze details niet gedefinieerd.
Hoewel ik op iedere manier naar het tegendeel wordt getrokken, heb ik een hoger leven - het hoge leven van boven, uit het licht-land, de lichtkant van goddelijk leven. Ik ben geroepen te wandelen in dit stralende leven de volgroeide, volwassen zoon van mijn Vader.
Ik ben wat mijn Vader zegt dat ik ben.
Ik ben geadopteerd!
Door naar deel 3.