Wie ben ik? Wie ben ik echt? Sommigen zullen op de vraag wie zij zijn antwoorden door als antwoord te geven wat zij doen, of een antwoord gebaseerd op hun menselijke relaties.
Antwoorden die gerelateerd zijn aan wat ik doe, zijn:
- "ik ben timmerman"
- "Ik ben huisvrouw"
- "ik ben student"
- "ik ben secretaresse"
- "ik ben verkoper"
- "ik ben voorman"
Antwoorden die gerelateerd zijn aan menselijke relaties, zijn:
- "ik ben moeder"
- "ik ben vader"
- "ik ben echtgenote"
- "ik ben echtgenoot"
Nu zijn deze antwoorden niet "fout". Ze zijn best zinnig, want ze geven een deel weer van wie ik ben, maar ze geven niet ten diepste weer wie ik écht ben. Ze zijn niet mijn ware identiteit.
Indien dit de manier is waarop ik mijzelf definieer, wat gebeurt er dan als mijn leven verandert? De omstandigheden van het leven zijn verre van stabiel. Ze kunnen in een enkel moment omslaan; soms is dat drastisch, soms is dat blijvend. Indien ik mijn kern-identiteit zie in de breekbaarheid van wat ik doe, en in mijn relaties, dan is mijn identiteit altijd aan verandering onderhevig. Wat zijn zulke aardse identiteiten toch breekbaar!
Maar is het wie ik echt ben die voortdurend verandert, op of z'n minst onderwerp is voor verandering op elk moment? Wie ben ik sowieso (ik bedoel: echt)?
Voordat ik deze vraag echt kan beantwoorden, moet ik denken aan een paar Bijbelse termen om mijn denken te helpen denken aan wie ik nu precies ben, wat nu mijn ware IDENTITEIT is. Hier zijn slechts een paar van de dingen die God zegt dat ik ben:
- gered - 2Timotheüs 1:9
- gezegend - Efeze 1:3
- vergeven - Kolossenzen 2:13
- compleet - Kolossenzen 2:10
- verzoend - 2Korinthe 5:18
Er is een fout die veelvuldig wordt gemaakt als het er om gaat onszelf te zien zoals we echt zijn. Het is een religieuze leer die we "Het filter" zouden kunnen noemen. Hier is hoe deze leer gaat:
God is heilig. Ik ben een . Voordat God met mij een relatie kan hebben, of zelfs maar naar mij kan kijken, moet Hij een filter tussen Zichzelf en mij plaatsen. Dit filter is Jezus Christus. Nadat dit filter is geplaatst, kijkt Hij, als God naar mij wil kijken, niet meer echt naar "mij"; in plaats daarvan kijkt Hij door het filter, zodat Hij in werkelijkheid Christus ziet. God ziet Zijn Zoon en Zijn geschiedenis van rechtvaardigheid, niet mij (de zondaar en mijn geschiedenis van onrechtvaardigheid.
Wat zou er gebeuren als dit filter zou worden verwijderd? Wat zou God dan zien? Hij zou de echte ik zien, zoals ik echt ben: een zondaar. Met andere woorden: de leer van "het filter" laat mij onveranderd; ik ben nog steeds slechts een zondaar. Dat is wie ik ben, temminste, dat is in ieder geval hoe deze "filterleer" wordt onderwezen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zo velen hun identificatie elders proberen te vinden, want dit begrip doet niets met onze ware identiteit!
Hier is een van religie's tragische gebreken: dat ik alleen iets nieuws kan ONTVANGEN (zoals "rechtvaardigheid"), in plaats van iets nieuws TE WORDEN (zoals "rechtvaardig"). Er is een gigantisch verschil tussen rechtvaardigheid hebben en rechtvaardig zijn. Let er op wat de Schrift hierover zegt:
"Want Degene die geen zonde kent, maakt Hij ten behoeve van ons zonde, opdat wij gerechtigheid van God mogen worden in Hem"
(2Kor. 5:21;SW)
Deze passage zegt niet: "dat wij in Hem de rechtvaardigheid van God mogen hebben"; nee het zegt in plaats daarvan: "opdat wij gerechtigheid van God mogen worden in Hem". Wat zit er een gigantisch verschil tussen deze twee! Rechtvaardig zijn is heilig zijn; en ik ben heilig omdat God zegt dat ik het ben.
"door God gekozenen, heiligen en geliefden"
(Kol. 3:12)
"alle heilige broeders"
(1Thess. 5:27)
"want de tempel van God is heilig en dat zijn jullie"
(1Kor. 3:17;SW)
zijn betekent een heilige zijn, en ik ben een heilige omdat God zegt dat ik het ben. De tragedie van de "Filterleer" van het religieuze systeem wordt uitgedrukt in het oude bekende gezegde: "Ik ben slechts een zondaar, gered door genade." "Een zondaar" is niet wat ik nu ben. Dit wil niet zeggen dat ik niet zondig; dit is alleen niet meer mijn ware identiteit. Mijn ware identiteit is: heilige. "Zondaar" was mijn eerdere identiteit in Adam. Let er op hoe Paulus er in de verleden tijd over spreekt:
"maar God beveelt Zijn liefde aan ons aan, ziende dat, toen wij nog zondaren waren, Christus ten behoeve van ons stierf"
(Rom. 5:8;SW))
Nu, in plaats van mij te noemen bij mijn eerdere identiteit, noemt Paulus mij bij mijn nieuwe identiteit; een "heilige" (vergelijk: 2Kor. 1.1; Efeze 1:1; Filip. 1:1).
Het feit is dat ik een nieuwe schepping ben:
"Daarom: indien iemand in Christus is, die is een nieuwe schepping. Het oude ging voorbij. Neem waar! Het is nieuw geworden!"
(2Kor. 5:17;SW)
Dit brengt me terug bij mij oorspronkelijke vraag: "Wie ben ik, werkelijk?" Eenvoudig gesteld: ik ben wie en wat God zegt dat ik ben! Dat is wie ik werkelijk ben. Ik ben niet alleen een vader of een verkoper: ik ben RECHTVAARDIG - HEILIG - EEN HEILIGE - EEN NIEUWE SCHEPPING. Deze vormen mijn nieuwe identiteit! Mijn eerdere identiteit zou in een relatie met God niet werken, daarom is ze gestorven, ze is "voorbij gegaan."
"Het oude ging voorbij. Neem waar! Het is nieuw geworden!"
(2Kor. 5:17;SW)
Ik ben niet Gods heropvoedings- of hervormingsproject. Ik ben niet Gods "opfrisser", een soort goddelijk reparatieklus. Ik ben Gods nieuwe schepsel - een lid van Zijn nieuwe goddelijke soort!
Ik moet ophouden met te worstelen met mijn eerdere identiteit. Ik ben geroepen om me te koesteren in mijn ware identiteit, die welke God mij heeft gegeven. Het wordt tijd dat mijn identiteitscrisis voorbij is.
Er is een goddelijk verslag van wie en wat God zegt dat ik ben. Wat hier volgt is een korte encyclopedie van geloof; het is de waarheid over mij, puur en alleen omdat dit het God is Die het gezegd heeft. God sprak deze waarheden over mij, over de echte ik. Ik zal Zijn verslag geloven!
IK BEN...
- Aanvaard - Efeze 1:6
- Geadopteerd - Galaten 4:5
- Levend - Galaten 2:20
- Een ambassadeur - 2Korinthe 5:20
- Verhoogd - Efeze 1:3
- Geliefd - Romeinen 1:7
- Smetteloos - Efeze 1:4
- Gezegend - Efeze 1:3
- Gekocht - 1Korinthe 7:23
- Begraven - Kolossenzen 2:20
- Geroepen - Romeinen 8:30
- Gekozen - Efeze 1:4
- Besneden - Kolossenzen 2:11
- Christus - 1Korinthe 12:12
- Compleet - Kolossenzen 2:10
- Gekruisigd - Galaten 2:20
- Dood - Romeinen 6:2, 11
- Verlost - Kolossenzen 1:13; Galaten 3:13
- Medeburgers - Efeze 2:19
- Tevoren gekend - Romeinen 8:29
- Vrij - Galaten 5:1
- Verheerlijkt - Romeinen 8:30
- Zijn lichaam - 1Korinthe 12:27
- Zijn tempel - 1Korinthe 3.16
- Zijn prestatie - Efeze 2.10
- Heilig - Efeze 1.4
- In gemeenschap - 1Korinthe 1:9
- Inwonend - Efeze 4:6
- Gezamenlijk-lotdeler - Romeinen 8:17
- Gerechtvaardigd - Romeinen 8:30
- Nieuwe schepping - 2Korinthe 5:17
- Voorbestemd - Romeinen 8:30
- Verzoend - 2Korinthe 5:18
- Rijk - 2Korinthe 8:9
- Rechtvaardig - 2Korinthe 5:21
- Opgestaan - Kolossenzen 2:12
- Geheiligd - Romeinen 1.7
- Gered - Efeze 2:8
- Verzegeld - Efeze 1:13
- Gezeten - Efeze 2:6
- Een Zoon van God - Romeinen 8:14
- Overgebracht - Kolossenzen 1:13
- Overwinnend - 2Korinthe 2.14
- Overwinnaar - 1Korinthe 15:57
Door naar deel 2.