Soms vertrouwen we er op dat we weten wat de betekenis van woorden en uitdrukkingen is. Hun definities schijnen zo vast te staan in ons denken. Bijvoorbeeld: Wat betekent “eeuwig” nu feitelijk? Zijn we er zeker van dat we het weten?
Bij onze eerste blik op het onderwerp “eeuwig” zou het er op lijken dat het iets is waarover we absoluut kunnen zijn; maar wanneer we nauwkeuriger naar de Schrift kijken, zullen we verbaasd staan als we zien dat onze definities in het geheel niet Schriftuurlijk zijn. We zijn misleid door een foute vertaling.
Woorden zijn niet meer dan vervoermiddelen om ideeën van begrippen mede te delen. Zoals een auteur duidelijk heeft geschreven:
“In alle talen is het het gebruik dat de betekenis bepaalt… Aangezien gebruik altijd de betekenis bepaalt, bepaalt zeker Bijbels gebruik altijd de betekenis” (Loyal Hurley, The Outcome of Infinite Grace, Bible Student's Press, 2007.)
Het Schriftuurlijk gebruik van “eeuwig” zal duidelijk aantonen dat het niet de religieuze betekenis van “nooit eindigend” kan overbrengen, waarmee we zijn groot gebracht om het te accepteren. Laten we naar een paar voorbeelden kijken van het gebruik van “eeuwig”(en daarvan afgeleide woorden), waar de Schriftuurlijke betekenis zeer zeker niet “zonder einde” kan betekenen.
De eerste passage waar we naar zullen kijken is een verwijzing naar hoe lang Joan in de buik van de walvis was.
"Tot de grondvesten der bergen zonk ik neer; de grendelen der aarde waren voor altoos achter mij. Toen trokt Gij mijn leven uit de groeve omhoog, o, Here, mijn God!"
(Jona 2:6;NBG)
De woorden “voor altoos” zijn hier vertaald in verband met zijn beproeving, maar hij beperkt de lengte van slechts drie dagen en drie nachten als “voor altoos.”
"en Jona was in het ingewand van de vis drie dagen en drie nachten”
(Jona 1:17;NBG)
De Here Jezus bevestigde de duur van “voor altoos” als zijnde "drie dagen en drie nachten.”
"Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nachten.
Matt. 12:40;NBG)
Het gebruik van “voor altoos” in Jona 2:6 kan gewoon niet de betekenis hebben van “nooit eindigend” of “eeuwig”.
De volgende passage die we zullen bekijken is in verband met hoe lang een gewillige dienaar onder contract zou staan bij zijn meester.
"dan zal zijn heer hem bij de goden brengen, hij zal hem bij de deur of de deurpost brengen, en zijn heer zal zijn oor met een priem doorboren en hij zal hem voor altijd dienen"
(Exo. 21:6;NBG)
Hier zou “voor altijd” onmogelijk voorbij kunnen gaan aan de levensduur van de dienaar. Het gebruik van “voor altijd” in Exodus 21:6 kan gewoon niet de betekenis dragen van “nooit eindigend” of “eeuwig”.
Een ander voorbeeld dat we zien van de vertaling van “voor altijd” is verbonden met de tempel van Salomo. Nadat die was ingewijd, zei de Heer dat Hij Zijn naam daar “voor altijd” zou vestigen.
"En de Here zeide tot hem: Ik heb uw gebed en uw smeking gehoord, die gij voor mijn aangezicht opgezonden hebt; Ik heb dit huis dat gij gebouwd hebt, geheiligd door mijn naam daar voor altijd te vestigen, en mijn ogen en mijn hart zullen daar te allen tijde zijn."
(1Kon. 9:3;NBG)
Het is opvallend dat de tempel van Salomo niet “te allen tijde” stond. Hij stond er voor een periode van ongeveer 400 jaren.
Dus de vertalingen met “te allen tijde” in 1 Koningen 9:3 kan gewoon niet de definitie van “nooit eindigend” of “eeuwig” met zich dragen.
In de volgende passage is het woord “voor altijd” duidelijk gedefinieerd als tien generaties:
"Een Ammoniet of Moabiet zal niet in de gemeente des Heren komen; zelfs hun tiende geslacht zal nimmer in de gemeente des Heren komen"
(Deut. 23:3;NBG).
De vertaling met “nimmer” hier in Deuteronomium 23:3 kan gewoon niet de definitie van “nooit eindigend” dragen, aangezien het door de context als tien geslachten of generaties wordt vastgelegd.
Het laatste voorbeeld dat we zullen overdenken is te vinden in het boek Jesaja.
"…Ofel en Wachttoren zijn voor altijd tot spelonken geworden, een vreugde voor de wilde ezels, een weide voor de kudden. 15 totdat over ons uitgestort wordt de Geest uit den hoge. Dan wordt de woestijn een gaarde en de gaarde gelijkt een woud;"
(Jes. 32:14,15;NBG)
In deze profetie zou deze “voor altijd” toestand blijven bestaan “totdat” de Geest uitgestort zou worden. Dus opnieuw kan de vertaling met “voor altijd”, zoals we al in eerdere passages hebben overdacht, gewoon niet de betekenis van “nooit eindigend” of “eeuwig” met zich dragen.
Loyal Hurley heeft het belang van “voor altijd” in de eerste drie passages opgemerkt:
“Hier is iets dat voor iedere verstandige en eerlijke man duidelijk moet ziijn. Een woord dat in het ene geval drie dagen en nachten moet betekenen en in een ander geval de duur van een mensenleven, en in weer een ander geval een periode van ongeveer vier eeuwen, betekent zeer zeker niet “nooit eindigend” of “eeuwig”, met welk woord het ook vertaald wordt. Gebruik bepaalt de betekenis.”