“want aan jullie is het genadevol gegeven ten behoeve van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden.”
(Filippenzen 1:29; SW)
Twee geschenken die aan de gelovigen worden gegeven, worden door Paulus genoemd in Filippenzen 1:29. De eerste is “in Hem te geloven.” Dit is een heerlijk geschenk. Iedere gelovige heeft dit geschenk van God ontvangen. Zij die het bezitten zullen het misschien niet ten volle herkennen als een geschenk van Hem, maar geloof is inderdaad Gods heerlijke geschenk aan ons. Paulus noemt dit geschenk ook in zijn brief aan de heiligen in Efeze.
Want door de genade zijn jullie geredden, door geloof en dat niet uit jullie zelf; het is het naderingsgeschenk van God
(Efe. 2:8;SW)
Paulus spreekt ook van deze grote waarheid tot de gelovigen in Rome.
zoals God toebedeelt naar de maat van het geloof
(Romeinen 12:3; SW)
Geloof is een rijk geschenk van God, maar er is ook een ander geschenk van God voor de gelovige, door Paulus genoemd in Filippenzen 1:29, dat net zo heerlijk is. Het tweede geschenk is “ook voor Hem te lijden.” Ook dit is een heerlijk geschenk. Iedere gelovigen heeft ook dit geschenk van God ontvangen, maar zij die het bezitten herkennen het vaak niet voor wat het is. Ja, lijden ten behoeve van Hem is Gods heerlijke geschenk voor ons. Paulus leert ons dit tweede geschenk net zo te omarmen als we het eerste doen!
Paulus, onze apostel – de apostel van de natiën (Rom. 11:13)- werd een bijzondere bediening van lijden gegeven. Ananias werd door de Heer gezonden om hem een boodschap te brengen:
want Ik zal hem bekendmaken hoeveel hij moet lijden ten behoeve van Mijn naam
(Hand. 9:16;SW)
Het laatste deel van het boek Handelingen en Paulus’ eigen brieven staan vol met de verslagen van dit grote lijden. Schrijvend aan de Korinthische gelovigen somt Paulus iets van zijn lijden op:
24 Van Joden kreeg ik vijf maal de veertig min één slagen,
25 drie maal ben ik met staven gegeseld, eenmaal ben ik gestenigd, drie maal heb ik schipbreuk geleden, een dag en een nacht heb ik in een moeras doorgebracht,
26 op reizen vele malen in gevaren van rivieren, in gevaren van rovers, in gevaren door rasgenoten, in gevaren door heidenen, in gevaren in de stad, in gevaren in de verlatenheid, in gevaren op zee, in gevaren onder valse broeders,
27 met zwoegen en werken, vaak in waken, in honger en dorst, in vele malen vasten, in koude en naaktheid
(2Kor. 11:24-27;SW)
Terwijl de gelovige Paulus’ brieven leest, wordt hem de enorme waarde van lijden geleerd – zoals Paulus het had geleerd en ervaren. Vandaag is veel van het onderwijs over lijden gericht op de gedachte aan “verlossing.” Toch is lijden een geschenk van God, en speelt, zoals we zullen zien, feitelijk een grote rol in de levens van de leden van Christus’ Lichaam.
Want de momentele lichtheid van onze verdrukking bewerkt voor ons, overstijgend in overstijging, een aionisch gewicht van heerlijkheid
(2Kor. 4:17;SW)
Door naar deel 2.