Het verborgen leven
door William Mealand
1873 - 1957

Geestelijk leven is grotendeels verborgen van aard, verborgen voor wat de oorsprong en bron van voeding betreft. Er zijn geen uiterlijke kentekenen van de oorsprong, geen praal van de geheime kracht. Geen uniform duidt z'n regering of verbindtenis aan. Er is geen symbool van z'n bestaan. "want jullie stierven, en het leven van jullie werd verborgen, samen met Christus, in God."(Kol. 3:3;SW)

De dood gaat vooraf aan een soort leven als dit. Want "indien wij nu stierven samen met Christus, geloven wij dat wij ook samen met Hem zullen leven"(Rom. 6:8;SW). Het is in elke geval een gezegende eenheid, van leven net als ook van dood. Aan deze wereld, dit huidige systeem, dingen van voorbijgaande heerlijkheid, sterven we. Maar terwijl we dat doen leven we waarlijk. We zullen dat zoeken wat boven is, om daartoe gezind te zijn. Dit is de houding die naar boven komt vanuit het bewustzijn van eenheid met Christus. Daarom is ons leven verborgen. Het is in God.

Maar het is, hoewel onzichtbaar, een heerlijk leven. En het zou een leven moeten zijn van vruchtbare bediening. Het mag onbekend zijn, maar het is rustig, want onderhoud en onderdak hebbend "is de godsvrucht met tevredenheid groot kapitaal" (1 Tim. 6:6;SW). Hoewel een onzichtbaar, maar waardevol, leven, de waarden ervan worden eerder gevoeld dan gezien. En wat een grootsheid brengen zulke levens aan hun omgeving! Rijkdom wordt gebracht aan mensen die zich misschien nooit bewust worden van de bron, en het daarom niet bevestigen. Jozef is een passend voorbeeld. Potifars huis werd ten behoeve van Jozef gezegend.

Het verborgen leven kan zeer wel een buitengewoon weldadig leven zijn. Het kan smaak en zoetheid toedelen aan een wereld die onwetend is van haar voorzeggende kracht. Een schrijver heeft hiervan een glimpje opgevangen wanneer hij zegt: "Het groeiende goed van de wereld is deels afhankelijk van niet-historische daden. En dat dingen met u en mij niet zo slecht zijn als ze hadden kunnen zijn, is deels te danken aan het aantal dat trouw een verborgen leven leidde en rust in onbezochte graven."

We hebben het verhaal over de publieke bediening van onze Heer, maar er blijven nog die lange voorbereidende jaren in de verborgenheid van Nazareth. Van dit verborgen leven hebben we geen verslag. Maar Nathanael laat een gangbaar idee horen over het kleine belang van de plaats: "Kan er iets goeds zijn uit Nazareth?"(Joh. 1:46;SW). En het stigma leeft voort zoals toegepast door de wijzen en trotsen van de wereld. Maar God beveelt zoals Hij wil. En niet zozeer door het geziene en spectaculaire, als wel door middel van het ongeziene en onopvallende. Dit zijn de krachten die echt vertellen.

Er is ook een diepere manier waarin het verborgen leven telt. Buiten effecten door woord en daad zijn er de gedachten, de verheffing van de geest, die alleen bij God bekend zijn. En zo'n gedachte moet Hem zeker een genoegen doen, de erkenning, het Hem vertellen van onze grote verplichting. Dit, inderdaad, is levend zijn voor God. Hoe schitterend ook zijn die bijzondere gelegenheden, wanneer onze God, vol aandacht voor de Zijnen, op een verrassende manier onze noden te hulp schiet. En de stroom van zegeningen vloeit voort zoals een verborgen beekje om wachtende weiden te verfrissen.

Het geheim van leven en wandel in geest is echt in overeenstemming met geloof. Voor de ogen van geloof is het gezicht van het hart, het ongeziene, echte werkelijkheid. Daarom zijn we des te meer afhankelijk van de levende God, Die onzichtbaar is, en we jubelen zelfs in het verbergen van Zijn macht. En ons afhankelijk zijn is goed geplaatst, want vaak zullen we alleen maar zien hoe Hij, voor onze bestwil, verwerpt, omzeilt en benoemt. Zo kan zelfs teleurstelling beschouwd worden als Zijn benoeming!

Dit huidige systeem heeft diplomatie en psychologie hoog zitten. Maar deze verborgen stromen van gedachten en daden vloeien niet altijd uit in de gewenste richting. Men is vergeten dat God altijd de macht heeft om de stroom om te leiden. Maar soms wordt het de gelovige gegeven deze werkzaamheid van God te zien, om als het ware stil te staan en Zijn redding te zien. Maar zo vele van Gods mensen denken alleen aan redding in z'n aanvankelijke vorm. Het schijnt niet bij hen op te komen dat hoewel ze verzoend zijn met God door de dood van Zijn Zoon, ze verder en voortdurend gered worden in Zijn leven (Rom. 5:10). En dat worden ze, het is waar. Maar ze kunnen het niet zien langs die besliste lijnen die het hoge voorrecht zijn van Gods eigen om waar te nemen.

Om het evenwichtige karakter van leven te zien als "tezamen verborgen met Christus in God", moet er de verwezenlijking van Gods eigen Woord zijn. Hiertoe zijn vele van zijn uitspraken geschreven. Ze werden opgetekend opdat wij een absolute overtuiging mogen hebben over de Ene Die vasthoudt, als het ware een kijkluikje voor de Zijnen. Ja, er zijn tijden waarin we dit sterk voelen en waarnemen. Paulus moet een meester zijn geweest met zo'n waarnemingsvermogen en hij verlangde er naar dat anderen het ook hadden.

Let er op hoe hij er bij de heiligen op aandringt de weelde van overtuiging te krijgen die voortkomt uit inzicht, hoe hij hen zou willen leiden naar een "bovenkennis van het geheim van de God van Christus, in Wie al de schatten van de wijsheid en kennis verborgen zijn"(Kol. 2:2,3;SW).

In Christus zijn al deze schatten verborgen. Ze zijn in Hem opgeslagen, opdat de Zijnen zich de waarde bewust zouden worden van zo'n kostbaar geheim van God. Al sinds oude tijden leidde de zoektocht naar de ware kennis voor het vinden van de kennis over God. Het was toen de God van de natiŽn, of Jehovah, de God van Israel. Vol ontferming en genadevol, dat is waar, maar met altijd de gedachte aan de SinaÔ, zoals zo goed uitgedrukt door Habbakuk (Hab. 3:3-6).

Hoe dichtbij onze harten is nu de God en Vader van onze Heer Jezus Christus! En hoe kostbaar is de dagelijkse kennis die de onze is met het oog op wat Christus is, aan de rechterhand van God! Maar ons leven is niet altijd verborgen. "Wanneer Christus, jullie leven, openbaar mag worden, dan ook zullen jullie, samen met Hem, openbaar gemaakt worden, in heerlijkheid" (Kol. 3:4;SW).

Wat een versterkende, viervoudige gedachte die ons leven in God aanraakt! U stierf samen met Christus (Kol. 2:20). U werd samen met Christus gewekt (Kol. 3:1). Uw leven is samen met Christus verborgen. En u zal samen met Hem openbaar gemaakt worden, in heerlijkheid. Wat zijn hier verbindende voorvallen! Wat een wonderlijke mengeling van genade en heerlijkheid! We stierven aan de elementen van de wereld. We werden gewekt om de dingen boven te zoeken. Vandaar de gezegendheid van het verborgen leven, gevoed als het wordt vanuit een machtige, ongeziene bron. En het gaat om de rijkelijk beloonde, open-einde bekendmaking in heerlijkheid.

De nabije aanrakingen van het verborgen leven zullen altijd als kostbaar gevoeld worden in de momenten die nu zijn. Ze zijn alleen de onze. En in hen kan ons leven in God vol en zoet zijn. De toekomst van dit aardse leven rust bij God. Hoe minder we het [dit aardse leven] in ons huidig denken brengen, des te beter.

"Mijn hart dankt voor die verre heuvel,
die deze vallei veilig en stil maakt.
Die mijn verdere weg afsluit voor mijn gezicht,
en een grens stelt aan mijn dag.
Die mijn denken bewaart, zo moe en zwak,
voor het zoeken wat het niet zou moeten zoeken.
Ze beschermt me voor de dag die komt,
en maakt het huidig uur mijn thuis."

Ja, er is inderdaad een zegen in niet weten. De heldere waarheid dat  "God de sleutel bezit van al het onbekende" is een zeer genadevolle. Maar zelfs wanneer we ons bewust zijn van naderend onheil, hebben wij de Ene Die, als het ware, met ons daar doorheen wandelt. Christus wist wat voor Hem lag, maar was, krachtig in rustig geloof, niet bang. En voor ons is er nu de ongeziene Redder, voor ons aanwezig bij God. En het is echt. En Hij Die was, en Die weer zal zijn "als de nachtmist voor Israel," zal, als de zachtjes vallende regen, ons dag na dag verfrissen.

We zien dan welke beloning er ligt in het leven dat "werd verborgen, samen met Christus, in God" (Kol. 3:3;SW). Het doet er niet toe hoe nederig en verborgen ons lot zal zijn, noch wat de beroving zijn. De rijkdom is te vinden in het zo vitaal verbonden zijn met het karakter er van, door te zoeken, gezind zijnde "naar de dingen boven, niet die van de aarde" (Kol. 3:2;SW). Het is een krachtig contrast: positief en negatief.

Stellen we dit of dat voor als het houden van onze taken en verplichtingen? Laten we dan altijd tevreden zijn met Gods orde en beschikking. En terwijl we des te meer de diepte van de werkingen van dit verborgen leven voelen, zo zullen we meer dan ooit tevreden zijn met de doeltreffendheid die in het vermogen van de Vader wordt getoond. Ja, als we het zo willen hebben geeft God ons te zien dat Hij naar ons leven kijkt op manieren waar de wereld geen weet van heeft. Zouden we dan niet zulk zicht en kennis behagen, als een rijke aanleiding voor lofprijzing en rustige voortgang in het leven dat zo wonderlijk in God is?

Dingen zijn in onze handen gelegd, in ons leven, die alle des te zoeter zijn omdat we gezien hebben dat God Zelf, buiten onszelf om, bezig was met de zorgen. Publiciteitsagenten speelden, zo gezegd, geen rol. Onze God verorderde, blies in, gaf er gewoon vorm aan op een wijze overeenkomstig Zijn wil voor ons, en de zegen was voor ons. Dit is inderdaad ontvangst, iets om volmaaktheid in te blazen in het aardse leven.

Indien dan leven in God hier al zo scherp bewust van de wil en gunst van de Vader kan zijn, gehinderd als het is door de aanwezigheid van zonde, wat moet dan de bewustwording zijn wanneer we "openbaar gemaakt worden, in heerlijkheid" (Kol. 3:4;SW)? Want dan zullen onze vermogens ideaal perfect zijn. Er zal niet, zoals nu, innerlijk conflict zijn. Geest zal overheersen en een volle en ware uitdrukking vinden. We zullen voor altijd ophouden het falen van het "lichaam van onze vernedering"(Filip. 3:21;SW) te betreuren, want het zal zo schitterend veranderd worden. Maar... het zal nog steeds een lichaam zijn.

Een geestelijk lichaam zal het onze zijn, energie ontvangend door Christus, ons Leven. Zicht, beweging, denken en spraak zullen uitgeoefend worden in een graad die het huidig denken overtreft. Het is zo gewoon geworden aan een geestelijke staat te denken als totaal afgezonderd van een lichaam. Een indringerige tussenstaat heeft het heilzame en verstandige begrip vervuild dat we zouden houden: een geestelijk lichaam, dat perfect functioneert, met versterkte en zelfs nieuwe mogelijkheden voor onze nieuwe omgeving.

Zo zal er, in overeenkomst met "Zijn heerlijk lichaam," leven zijn zoals het zou moeten zijn. Vrij van een gevoel van verdriet en slavernij, de geest ongebonden en ononderdrukt, zullen we met vreugde opstaan voor alle gelegenheden van de wil van de Vader. We zullen Zijn genade communiceren op manieren die zonder vergissingen Zijn heerlijkheid promoten. Want staan wij niet voor de lof van Zijn heerlijkheid? Het karakter van de genade, die we zo goed kennen, is nu verborgen, zoals gebeurt met een kwaliteit die zo stilletjes maar wonderlijk hier beneden werkt. Maar daar, "te midden van de hemelingen," zal de uitvloeiing openlijk kenbaar zijn en in een schittering die de God van genade waardig is. Dienen zal een voortdurend genoegen zijn en de voortgang van tijd zal nauwelijks een markering nodig hebben om de loop er van te tonen, behalve in tekenen van het steeds toenemende getij van lofprijzing.

Is het niet heerlijk dat een zo kostbaar, verborgen leven en een zo heerlijk open toekomstig leven, zo duidelijk voor ons gedefinieerd wordt op de heilige paginas? De stralende woorden waren toen waar, lange eeuwen geleden, en zijn nu net zo waar, onaangedaan door alle pochende "vooruitgang" van de veranderende wereld. Ze waren toen troost en dat zijn ze nog. Het hart is onveranderd, de wereld onbevredigend. God alleen kan verlichten, bevredigen, zoals Hij heeft bewezen in de Zoon van Zijn liefde.

In Hem is er genade voor het huidig verborgen leven. En wanneer we "samen met Hem openbaar gemaakt worden in heerlijkheid," zal genade nog steeds de voetstappen van Zijn heersende manier begeleiden. Maar hoe dat tentoongespreid zal worden en welke nieuwe toepassingen het zal vertonen, dat moeten we nog leren.

 "We kunnen niet zeggen hoe ieder gebied zal aanbidden,
wanneer, op Zijn bevel, iedere storm wordt gestild.
Noch kunnen we zeggen hoe groot het gejubel is,
wanneer ieder hart met gedachten van genade is gevuld.
Maar dit weten we, de hemelen zullen sidderen van blijdschap,
en myriaden, myriaden met bloed gekochte stemmen zullen zingen.
En de aarde aan de hemel en de hemel aan de aarde zal antwoorden:
Eindelijk! De Redder, Heer van ieder gebied, is Koning!


Uit: Unsearchable Richess Magazine, Jaargang 27, pagina 17 e.v.

© Concordant Publishing Concern




www.hetbestenieuws.nl