De minder bewandelde weg - deel 9
door
Rick Longva

(Ga met de muis op een onderstreepte tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
(Alle Schriftteksten zijn uit de SchriftWoord vertaling, tenzij anders aangegeven)

Onze bijeenkomst

Is er een plaats zoals een hogere bijeenkomst?

Is er een plaats waarheen zij die geloven naar toe kunnen gaan om diepere waarheid te leren aangaande de wegen van God?

Als die er is, is die plaats dan te vinden op deze planeet, in een theologisch seminarie, of in een tempel of in een kerk of in een synagoge? De Schrift dringt er bij de gelovige op aan: "vergeet niet jullie bijeenkomst." En ja, dat zou de bovenstaande plaatsen van onderwijs en aanbidding omsluiten, maar de student van de Schriften, als hij of zij werkelijk de waarheid zoekt, zal spoedig ondervinden dat er een grens is aan het onderwijs in deze aardse plaatsen, omdat de kennis die gedeeld wordt vaak deel uitmaakt van dat bijzondere denominatiale systeem van geloof en begripsvorming.

Zij die op de minder bewandelde weg zijn zijn meer dan waarschijnlijk tenminste door n van die kampen van onderwijs gegaan en hebben verzameld wat zij konden van zij die voor hen gesteld werden om hen te verlichten; maar iets in hen deed hen naar voren vluchten, en dat "iets" is de waarheid betreffende Christus en het verlangen het niet alleen te zoeken, maar ook anderen er over te vertellen:

"Maar waarachtig zijnde in liefde zouden wij groeien in Hem, de Alles, Die het hoofd is: Christus, vanuit Wie heel het lichaam is, samen verbonden wordend en verenigd wordend door elke assimilatie van de verstrekking overeenkomstig de inwerking van de maat van ieders deel. De groei van het lichaam wordt gedaan tot opbouw van zichzelf in liefde" (Efe. 4:15,16;SW)

We hebben allen de uitspraak gehoord dat niemand een eiland is, en dat is vaak wat zij die op de minder bewandelde weg zijn worden beschuldigd te zijn; een eenzaam eiland liggend in een grote oceaan, ver van de tempels en gebouwen waar velen die Christus als hun Redder noemen samenkomen. Allen worden er van beschuldigd van het verlaten van de gemeenschap met anderen, ook al hebben velen, nu, gemeenschap via de sociale media en zo nu en dan van aangezicht tot aangezicht, al is dat op veel kleinere schaal dan de meerderheid van het Christendom die samenkomen op Zaterdag of Zondag.

Maar is die aanklacht een Schriftuurlijke aanklacht?

Verlaten zij die op de minder bewandelde weg zijn onze eigen bijeenkomst?

Gaan wij tegen de woorden van Paulus?

"Vergeet niet jullie eigen bijeenkomsten."

Ik geloof dat het antwoord ja en nee is. Ja, we komen niet samen in een regelmatige dienst, en Nee, we vergeten niet onze eigen bijeenkomsten.

Het vers van Hebreen (10:25) dat ons toegeworpen wordt gaat in werkelijkheid veel dieper dan wat oppervlakkig gelezen wordt. Zodra begrepen wordt wat het woord bijeenkomen in het Grieks betekent, zal men al snel zien dat zij die gekozen zijn door die nauwe poort naar de minder bewandelde weg in feite bijeen komen, maar dan wel op een hoger niveau. Laten we dit woord bijeenkomen uit elkaar halen en zien of dat het geval is.

BIJEENKOMEN

Het woord bijeenkomen is in het Grieks: "EPISUNAGOGE." De Nederlandse elementen zijn: Te-zamen-leiden. Het voorzetsel "epi'betekent in het Grieks op of boven. Sunagoge is waar wij het woord Synagoge vandaan hebben. Synagoge = samen leiden - bijeenkomen.

Wanneer dan ook Paulus ons vertelt niet onze eigen bijeenkomst (op/boven synagoge) te vergeten, dan geloof ik dat hij zegt dat zij die op de minder bewandelde weg zijn voorbij moeten gaan het zelf bijeenkomen in een gebouw, en in plaats daarvan opstijgen tot een hoger niveau van bijeenkomen (op/boven samen leiden).

We lezen tenminste twee maal in het Nieuwe Testament over een hogere plaats van bijeenkomen waarin diepere onthullingen van God bekend gemaakt werden over Zijn wegen; de ene is van Paulus en de andere van Johannes.

JOHANNES

Toen aan de apostel Johannes zijn gezichten gegeven werden in het boek Openbaringen, zag hij de Heer, wandelend te midden van de zeven gouden lampstandaarden (de zeven kerken):

"en het geheim van de zeven sterren die jij waarnam op Mijn rechterhand, en de zeven gouden lampstandaarden. De zeven sterren zijn boodschappers van de zeven ekklesias en de zeven lampstandaarden zijn de zeven ekklesias. Schrijf aan de boodschapper van de ekklesia in Efeze: "Deze dingen nu zegt Die de zeven sterren in Zijn rechterhand houdt, Die wandelt te midden van de zeven gouden lampstandaarden(Openbaring 1:20-2:1)

Dit bewegen van de Heer te midden van deze kerken zou ook over vandaag gezegd kunnen worden, dat de Heer (figuurlijk gesproken) wandelt te midden van de vele denominaties (kerken) van onze tijd, en dat doorheen de tijd van het kerksysteem heeft gedaan. Terwijl Hij tussen hen wandelt kiest Hij een klasse van gelovigen vanuit de uitgeroepenen van het kerksysteem waarin Hij wandelt (een ecclesia binnen een ecclesia, zogezegd), hen die Hij tot een groter begrip zal brengen van wat zal zijn en al door en in Christus is bereikt. Dit is niet iets nieuws, dit heeft doorheen heel de Bijbel en kerkgeschiedenis plaatsgevonden. God heeft vaten getrokken uit het volk om waarheden te onthullen die de meerderheid of nooit heeft gezien, of niet wil zien, en in sommige gevallen zelfs hen vervolgd heeft die deze diepere dingen van God onthuld kregen. Vele malen zijn deze waarheden er de oorzaak van geweest dat deze personen, die ze ontvingen, een schuilplaats zochten, of ze werden belachelijk gemaakt door niet alleen zij die God hun Redder noemen, maar ook door hun eigen familieleden en vrienden.

Wanneer we de eerste paar hoofdstukken van Openbaring lezen (hoofdstukken 1-3), dan valt ons op dat, terwijl Jezus te midden van deze kerken wandelde, Hij een deel van hen vertelt (de overwinnaars in elke ecclesia) dat hen een speciale plaats is geschonken, boven de rest van de kerk die niet overwonnen hebben:

Efeze: "Die een oor heeft, laat hem horen wat de geest zegt tot de ekklesias: Aan de overwinnende. Ik zal hem te eten geven vanuit het hout van het leven, welke is in het midden van het paradijs van God." (Openb. 2:7)

Smyrna: "Die overwint zal niet beschadigd worden vanuit de tweede dood." Openb. 2:11)

Pergamum: "Die overwint, hem zal Ik geven van het verborgen zijnde manna, en Ik zal aan hem een wit kiezelsteentje geven en op het kiezelsteentje een nieuw geschreven naam, die niemand heeft waargenomen dan die hem in ontvangst neemt." (Openb. 2:17)

Thyatira: "En aan die overwint en die Mijn werken bewaart tot op het einde, aan hem zal Ik autoriteit over de natin geven." (Openb. 2:26)

Sardis: "Die overwint, deze zal omhuld worden in witte bovenkleding en Ik zal zijn naam niet uitwissen vanuit het boek van het leven en Ik zal zijn naam belijden vlak voor Mijn Vader en in het zicht van Zijn boodschappers." (Openb. 3:5)

Filadefia: " Die overwint, hem zal Ik maken tot een steunpilaar in de tempel van Mijn God en hij zal er niet nog uit naar buiten komen en Ik zal op hem de naam van Mijn God schrijven en de naam van de stad van Mijn God, van het nieuwe Jeruzalem, van het neerdalende vanuit de hemel vanaf Mijn God, en Mijn naam, de nieuwe." (Openb. 3:12)

Laodicea: "Die overwint, hem zal Ik geven met Mij te gaan zitten op Mijn troon zoals ook Ik overwin en met Mijn Vader ga zitten op Zijn troon."

Alle mensen in de kerken door welke Hij loopt zijn van Hem, maar alleen een kleine groep uit elk heeft Hij de kracht gegeven te overwinnen, en dit heeft een reden: Hij roept hen binnen en geeft hen een dieper begrip en helderder verwerkelijking van Wie Hij is en wat Hij zal doen. Zij zijn degenen aan wie het verborgen manna wordt geschonken en gezag over de natin, om met Hem gezeten te zijn op Zijn troon, enz....

In hoofdstuk 4 lezen we de woorden die Hij tot Johannes spreekt (een vertegenwoordiger van de overwinnaars), aan wie Hij meer wil onthullen:

"Na deze dingen nam ik waar en neem waar, een deur, geopend zijnde in de hemel! En neem waar: de eerste stem die ik hoor is als van een bazuin, sprekend met mij, zeggend: 'Kom omhoog naar hier en Ik zal jou de dingen tonen die na deze dingen moeten gebeuren.'"
(Openb. 4:1)

Zoals al gezegd, ik geloof dat Johannes een vertegenwoordiger is van die overwinnaars die naar boven geroepen zijn voor een bijeenkomst 'boven' om dingen te tonen die anderen op dit moment niet in staat zijn te kennen.

PAULUS

Toen de apostel Paulus buiten Lystra gestenigd werd (Hand. 14:19) en voor dood achter gelaten, schreef hij later over wat hij had meegemaakt terwijl hij daar op de grond lag, bedekt met stenen:

"Ik heb een mens waargenomen in Christus, vr veertien jaren, hetzij in het lichaam, dat heb ik niet waargenomen, hetzij buiten het lichaam, dat heb ik niet waargenomen, God heeft het waargenomen, deze werd weggegrist tot de derde hemel. En ik heb deze mens waargenomen, hetzij in het lichaam, hetzij buiten om het lichaam, dat heb ik niet waargenomen, God heeft het waargenomen, dat hij weggegrist werd tot in het paradijs en hij hoorde onzegbare woorden, die aan een mens niet geoorloofd zijn te spreken."
(2 Joh. 12:2-4)

Ik geloof dat Paulus weggegrist werd in de geest ("hetzij in het lichaam, dat heb ik niet waargenomen, hetzij buiten het lichaam, dat heb ik niet waargenomen"), op dezelfde wijze als Johannes dat werd toen hij overgezet werd in het hemelse gebied. Johannes schreef:

"En ik kwam in de geest in de bij de Heer behorende dag en ik hoorde achter mij een stem, als van een grote bazuin, zeggend: 'Wat jij bekijkt, schrijf dat in de boekrol en zend die aan de zeven ekklesias,..' ... Na deze dingen nam ik waar en neem waar, een deur, geopend zijnde in de hemel! En neem waar: de eerste stem die ik hoor is als van een bazuin, sprekend met mij, zeggend: 'Kom omhoog naar hier en Ik zal jou de dingen tonen die na deze dingen moeten gebeuren.'"
(Openb. 1:10-11; 4:1)

Het is alleen in geest dat iemand de dingen kan zien die deze beide mannen zagen; geen vlees en bloed is in staat deze dingen te zien, noch is vlees en bloed ooit opgestegen in de hemelse gewesten.

Paulus werd, terwijl hij daar voor dood lag, in geest weggegrist naar de derde hemel (in tijd) en hij hoorde en zag daar dingen die een mens niet was toegestaan uit te spreken.

Waarom was het een mens niet toegestaan deze dingen uit te spreken?

Het was omdat dit dingen waren die alleen de geest kon onthullen. Geen mens kon de dingen spreken (onthullen) die Paulus zag. Ooit dacht ik dat het Paulus niet was toegestaan te spreken over die dingen die hij zag, en dat hij daarom zei: "die aan een mens niet geoorloofd zijn te spreken." Ik geloof nu dat geen mens over deze dingen "kon spreken" omdat zij de dingen waren die alleen door de geest onthuld konden worden. In zijn brief aan de Efezirs wijdt Paulus uit over deze hemelse dingen die hij zag. Paulus moest, net als Johannes, overgezet worden in geest (het tegenovergestelde aan het gebied waarin zij letterlijk wandelden), voordat zij zich de diepere dingen van God bewust konden worden.

Paulus vertelt ons dat, wanneer het op zijn evangelie aankwam, hij niet vertrouwde op menselijk redeneren en wijsheid:

"En ik kwam in zwakheid en in vrees en in veel siddering naar jullie toe, en mijn woord en mijn proclamatie kwamen niet in overredende woorden van menselijke wijsheid, maar in betoning van geest en van macht, opdat het geloof van jullie niet zal zijn in wijsheid van mensen, maar in macht van God. Maar wij spreken wijsheid onder degenen die volwassen zijn, maar niet wijsheid van deze aion, noch van de oversten van deze aion, die buiten werking wordt gesteld, maar wij spreken wijsheid van God in een geheim dat verhuld was, dat God tevoren bestemd had, vr de aionen, tot in onze heerlijkheid, dat niemand van de oversten van deze aion heeft geweten, want indien zij het wisten, kruisigden zij nooit de Heer van de heerlijkheid."
(1 Kor. 2:3-8)

Hij vertelt ons ook: "de dingen ook die wij spreken, niet onderwezen in woorden van menselijke wijsheid, maar in onderwijs van geest, geestelijke dingen met geestelijke woorden vergelijkend."
(1 Kor. 2:13))

Paulus vertrouwde op het onderwijs van de geest.

KOM HIER

Terwijl u dichter naar God toe gaat zal u gaan opvallen dat veel van wat aan u geopenbaard wordt geen plek heeft in de wereld waarin u nu leeft. Dit wil niet zeggen dat iets van wat onthuld wordt niet helpt, troost en bemoedigd, en ons soms beschermt op onze reizen in het hier en nu, maar veel van wat onthuld wordt heeft geen belang in deze wereld; het is niet voor nu, het is voor de komende aionen (1 Kor. 6:2,3).

Paulus vroeg in zijn dag: "Wie bent U heer?"(Hand. 9:5).

En de Heer antwoordde en doorheen heel de rest van Paulus' leven tilde Hij hem in een hogere kennis van Hemzelf.

Vandaag roept Hij ons toe: "Kom hier!"

Niemand die uitgeroepen is kan blijven waar hij of zij eens was en niemand kan terug gaan naar waar hij of zij ooit vandaan kwam. Mij werd onlangs gevraagd waarom ik niet naar een kerk ga. Ik antwoordde: "Ik kan niet terug gaan tijdens mijn reis." Dit betekent niet dat zij die in de kerken zijn terug gaan, dat is zeker niet zo. Zij zijn waar zij verondersteld zijn te zijn, waar zij geplaatst zijn, daar is waar hun voeding vandaan komt, daar is waar Jezus onder hen wandelt: "Die wandelt te midden van de zeven gouden lampstandaarden.

Maar zij die op de smalle weg zijn, zij gaan vooruit en de plaatsen waar zij doorheen gaan zijn niet hun thuis. Paulus vertelt ons van zijn reis naar een hogere kennis van de Heer:

"Broeders! Ik reken mijzelf het nog niet te hebben gegrepen. Maar n ding - inderdaad de dingen achter mij liggende vergetend, maar mij helemaal uitstrekkend naar de dingen van voren - jaag ik na, overeenkomstig het doel, tot de trofee van de omhoog roeping van God in Christus Jezus. Zovelen als dan volwassen zijn, dit zullen wij gezind zijn. En indien jullie iets op andere wijze gezind zijn, ook dit zal God aan jullie onthullen."
(Filip. 3:13-15)

Indien onze aanhankelijkheden voortdurend in dit gebied zijn waarin we nu leven, zullen we nooit voorbij gaan aan de dingen die we zien. We zullen nooit onze roeping boven zien, want onze harten zullen zijn bij de zorgen en ween van deze wereld, dit systeem en dit leven. We moeten hier leven en we moeten hier overleven, maar onze plaats is niet met dit systeem verbonden:

"Want van ons is het burgerschap in de hemelen, van waaruit ook wij de Redder afwachten, de Heer, Jezus Christus, Die het lichaam van onze vernedering een ander aanzien zal geven, gelijkvormig aan het lichaam van Zijn heerlijkheid, overeenkomstig de inwerking van Die Hem die het al aan Zichzelf kan onderschikken."
(Filip. 3:20,21)

Dat is waarom onze bijeenkomst onlosmakelijk in de hemelen is, nu in geest, dat is de bijeenkomst die we niet moeten vergeten:

"Maar het uur komt, en is nu, wanneer de waarachtige aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en ook in waarheid, want de Vader zoekt zulken die Hem aanbidden. God is geest en voor die Hem aanbidden is het bindend te aanbidden in geest en in waarheid."
(Joh. 4:23,24)
"Maar wij vragen jullie, broeders, ten behoeve van de aanwezigheid van onze Heer, Jezus Christus, en onze bijeenkomst met Hem."
(2 Thess. 2:1)

Maar voor nu geldt:

"Indien dan jullie samen werden gewekt met Christus, zoek dan de dingen boven, waar Christus is, zittend aan de rechterhand van God. Wees gezind naar de dingen boven, niet de dingen op de aarde, want jullie stierven en het leven van jullie is verborgen, samen met Christus, in God."
(Kol. 3:1-3)

Rick
www.godisgod.ca



www.hetbestenieuws.nl