Voorbestaan of niet voorbestaan, dat is de vraag
door Rick Longva

"Wie ging op naar de hemelen en daalde neer? Wie verzamelde de wind in Zijn beide handen? Wie bundelde de wateren in het kledingstuk? Wie bevestigde alle limieten van de aarde? Wat is Zijn Naam en wat is de Naam van Zijn Zoon? Want jij weet het!"
(Spreuken 30:4)

Er is een leer die ingang aan het verkrijgen is die ons wil doen geloven dat Christus pas ontstond nŠ Zijn geboorte in Bethlehem. Deze leer heeft geen Schrift om die te ondersteunen, tenzij u natuurlijk verscheidene verzen van de Schrift verwijderd. Pas dan zou ze enige waarde hebben. Maar als u de Schrift intact laat en ze met elkaar vergelijkt, zowel het Oude als het Nieuwe Testament, dan zou u al spoedig tot een bewustwording komen dat Christus de Eerstgeborene van de Vader (God) is, het begin van de schepping (Openbaring 3:14), Degene doorheen Wie God alles schiep, Degene Die verscheidene malen naar deze Aarde kwam als de zichtbare uitdrukking van God, lang vůůr Zijn komst in Bethlehem.

We lezen voor het eerst over Christus als Hij aan mensen verschijnt in het boek Genesis.

"En zij horen het geluid van JAHWEH Elohim, wandelend in de tuin in de wind van de dag. En de mens en zijn vrouw verschuilen zich voor het gezicht van JAHWEH Elohim, te midden van de bomen van de tuin."
(Genesis 3:8)

Ik heb veel mensen gevraagd hoe dit mogelijk is, dat het geluid (sommige vertalingen hebben hier "stem") van God wandelde in de tuin, wanneer we weten dat God Geest is (niet "een" geest), wat God onzichtbaar maakt.

"God is geest" - (Johannes 4:24)
"Niemand heeft ooit God gadegeslagen." (1 Johannes 4:12)
"Aan de Koning nu van de aionen, aan de onvergankelijke, onzichtbare, alleen wijze God, zij eer en heerlijkheid tot in de aionen van de aionen. Amen." - (1 TimotheŁs 1:17)

Job zei:

"11 Aanschouw!, Hij passeert mij en ik zie Hem niet, en Hij gaat voorbij en ik begrijp Hem niet." - (Job 9:11)

Toch geloven velen dat God in de tuin wandelde.

Hoe?

Antwoord: Hij kon het niet, maar Zijn Beeld kon het en deed het. Het Beeld waarin Hij Zichzelf onthult wanneer Hij wil dat mensen weten wat Hij te vertellen heeft, of iets doen dat Zijn lichamelijke aanwezigheid vereist. We lezen hiervan in HebreeŽn 1:1-3.

"Die, de afstraling zijnde van de heerlijkheid en afdruk van Zijn aanname, bovendien alle dingen dragend door de uitspraak van Zijn macht, reiniging van de zonden makend, is gaan zitten aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogten" (SW)

De Afdruk en Afstraling zijn beide beschrijvingen van Christus, zoals we in de context kunnen zien.

De Afstraling is de stralende pracht van God's heerlijkheid doorheen Christus. Paulus, zo geloof ik, zag de stralende pracht toen Hij het heldere licht van de heerlijkheid van God zag, doorheen Christus, op de weg naar Damascus. We lezen:

"13 Midden op de dag, koning, nam ik op de weg een licht waar van de hemel, boven de schittering van de zon, mij en die samen met mij gaan omstralend.
14 Wij allen vallen bovendien neer op de aarde. Ik hoor een stem, tot mij zeggend in de Hebreeuwse omgangstaal: "Saul, Saul, waarom vervolg jij mij? Het is voor jou hard naar de stekels te trappen!"
15 Ik nu zeg: "Wie bent u Heer?" De Heer nu zei: "Ik ben Jezus, die jij vervolgt!

(Handelingen 26:13-15;SW)

De Afdruk, Christus, is de rol die God aanneemt wanneer God Zichzelf toont aan Zijn schepping.

In het geval van Adam en diens vrouw was het Beeld Degene Die voor hen vellen maakte als kleding (als je dat letterlijk neemt). Dit is een prachtig vertoon van God's zorg wanneer wij kennelijk niet in staat zijn voor onszelf te zorgen. God's uitdrukking (Christus) kwam en zorgde voor de behoeften van de twee die probeerden te verbergen wat zij hadden gedaan (Gen. 3:7).

HIJ LEEFT

In het vroegste boek dat in de Schrift werd geschreven, het boek Job, lezen we:

"25 Maar ik, ik weet dat mijn schuld inlossende Verwant leeft. En ten laatste zal Hij opstaan op losse aarde.
26 En nadat mijn huid dit lichaam omgeven heeft, zal ik vanuit mijn vlees Eloah waarnemen,
27 Die ik voor mijzelf zal waarnemen. En mijn ogen zien en ik niet een onbekende. Mijn nieren zijn uitgeput in mijn boezem. "
(Job 19:25-27;SW)

Job stelt dat zijn Verlosser leefde ten tijde dat hijzelf leefde, en dat hij God zal zien.

Eloah is de juiste naamtitel. Het is een meervoudig zelfstandig naamwoord voor goden of godheden, en is te vinden een paar letterlijke vertalingen (CLOT, Dabhar vertaling). Elohim is afgeleid van Eloah. Eloah (die Job zal zien) is dezelfde Elohim (Uitdrukking) die Adam en Eva zagen in de tuin. En dat is Christus, Job's verlosser, Degene Die het Beeld (zichtbare uitdrukking) van de onzichtbare God is, het Beeld (de Afdruk) dat God aanneemt wanneer Hij van aangezicht tot aangezicht komt met Zijn schepping.

NA MIJ KOM JIJ EERST

In Genesis hoofdstuk 18 lezen we het verslag van toen God een bezoekje bracht aan Abraham en Sarah.

"1 En JAHWEH verschijnt aan hem te midden van de eiken van Mamre. En hij zit in de opening van de tent, op het warmste van de dag.
2 En hij heft zijn ogen op en hij ziet. En aanschouw, drie mannen staan bij hem. En hij ziet en hij rent vanuit de opening van de tent om hen te ontmoeten. En hij buigt zich naar de aarde.
3 En hij zegt: "Mijn heer, alstublieft, indien ik genade vind ik uw ogen, alstublieft, het moet zo zijn dat u passeert aan uw dienaar.
4 Alstublieft, er zal een klein beetje van het waterp genomen worden en wasm uw voeten en leunm onder de boom.
5 En ik neem een stukje van het brood en versterk uw hart. Daarna zullen jullie passeren, want vanwege dit passeren jullie aan jullie dienaar." En zij zeggen: "Jij doet zoals je spreekt."
...
9 En zij zeggen tot hem: "Waar is Sara, jouw vrouw?" En hij zegt: "Aanschouw! Zij is in de tent."
10 En Hij zegt: "Om terug te keren keer Ik terug tot jou, als het seizoen van het leven daar is. En aanschouw! Sara, jouw vrouw, heeft een zoon." En Sara luistert in de opening van de tent, want zij was achter hem.
...
16 En de mannen staan van daar op en zij staren in de richting van Sodom. En Abraham gaat met hen mee, om hen heen te zenden.
17 En JAHWEH zegt: "Zal Ik voor Abraham bedekken wat Ik doe?
18 En Abraham zal worden, ja worden, tot een natie, groot en robuust, en alle naties van de aarde worden in hem gezegend.

(Genesis 18: 1-5, 9-10,16-18;SW)

Hier lezen we opnieuw van de Uitdrukking die God aanneemt wanneer van Hij van aangezicht tot aangezicht spreekt met Zijn schepping.

Jezus, in het verslag van Johannes, terwijl Hij een gesprek met de Joden heeft, vertelt hen van Zijn bestaan vůůr de tijd van Abraham, maar eerst bevestigt Hij hun (de Joden) afstamming door Abraham.

"33 Zij (de Joden) antwoordden* Hem: "Wij zijn zaad van Abraham en voor niemand zijn wij ooit slaaf geweest. Hoe zegt u: 'Jullie zullen vrij worden'?" ... 37 Ik heb waargenomen dat jullie zaad van Abraham zijn..."
(Johannes 8:33-37:SW)

Het zou opgemerkt moeten worden dat Jezus niet stelt dat Hij van het zaad van Abraham is. Hoe zou Hij ook, wanneer we in Genesis 18 lezen dat Hij van aangezicht tot aangezicht sprak met Abraham. Wat Jezus hen wel vertelt is:

"56 Abraham, jullie vader, jubelt, opdat hij Mijn dag zal waarnemen. En hij nam waar en verheugde zich."
57 De Joden dan zeiden tot Hem: "U heeft nog geen vijftig jaren en u heeft Abraham gezien?"
58 Jezus zei tot hen: "Amen! Amen! Ik zeg tot jullie: Voordat Abraham gebeurde, ben Ik!"

(Johannes 8:56-58;SW)

Jezus vertelt hen dat voordat Abraham er was, Hij al bestond.

EN IN DEZE HOEK

Er is in de Schrift een interessant verslag over Jakob terwijl hij naar zijn broer Esau reisde. Jakob zond heel zijn gezelschap vooruit. Toen hij alleen was kwam een man naar hem toe en ons wordt verteld:

"24 En Jakob wordt alleen achtergelaten. En een Man worstelt met hem tot het opgaan van de dageraad.
25 En Hij ziet dat Hij niet de overhand over hem heeft. En Hij raakt de bocht van zijn dijbeen aan en de bocht van het dijbeen van Jakob wordt geforceerd bij het worstelen met Hem.
26 En Hij zegt: "Laat Mij gaan, want de dageraad breekt aan." En hij zegt: "Ik zal U niet laten gaan, behalve wanneer U mij zegent."
27 En Hij zegt tot hem: "Wat is jouw naam?" En hij zegt: "Jakob."
28 En hij zegt: "Jouw naam wordt niet verder Jakob genoemd, maar veeleer IsraŽl, want jij bent rechtop met Elohim en met mannen, en jij hebt de overhand."
29 En Jakob vraagt en hij zegt: "Vertel alstublieft Uw naam!" En Hij zegt: "Waarom is het dat jij naar Mijn naam vraagt?" En Hij zegent hem daar.
30 En Jakob noemt de naam van de plaats PniŽl. "Want ik zag Elohim van aangezicht tot aangezicht en mijn ziel werd uitgered." "

(Genesis 32:24-30;SW)

Jakob zei: "Ik zag Elohim (God) van aangezicht tot aangezicht."

Zag Jakob werkelijk  "God," de God van Wie wordt gezegd dat Hij onzichtbaar is? (1 Tim. 1:17).

Johannes vertelt ons in een van zijn brieven die eeuwen later geschreven werd:

"Niemand heeft ooit God gadegeslagen." (1 Johannes 4:12)

Johannes schreef ook in zijn evangelie:

"Niemand heeft ooit God gezien. De enigverwekte God, Die is in de boezem van de Vader, Die ontvouwt Hem." (Johannes 1:18;SW)

Door Jezus de enigverwekte te noemen onthult God aan ons wat Paulus zei in Filippenzen:

"Die in de gedaante van God zijnde, het niet beroving achtte gelijke te zijn aan God," (Filippenzen 2:6;SW)

Jakob zag Christus, de enigverwekte gelijke in het voornemen van God, Die in de boezem (hart) van de Vader is, Degen Die Filippus vroeg te mogen zien en Jezus antwoordde:

"8 Filippus zegt tot Hem: "Heer! Toon aan ons de Vader en het is voor ons voldoende."
9 Jezus zegt tot hem: "Zoveel tijd ben Ik met jullie en jullie hebben Mij niet gekend? Filippus! Die Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien! En hoe zeg je: 'Toon aan ons de Vader'?
10 Geloof jij niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De uitspraken die Ik tot jullie spreek, spreek Ik niet vanaf Mijzelf, maar de Vader, in Mij blijvend, Hij doet Zijn werken.
11 Geloof Mij dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is. Maar indien niet, geloof in Mij vanwege de werken zelf."

(Johannes 14:8-11;SW)

Christus is Degene Die gelijk is aan God. Hij openbaart God aan ons, wijst ons naar God (Johannes 1:1). Hij is het Woord dat vlees werd (Johannes 1:14). Hij is de stem van God. Hij is Degene Die aanbeden wordt als God, zoals Thomas zei toen hij eindelijk de verrezen Christus zag:

"Tomas antwoordde en zei tot Hem: "Mijn Heer en mijn God!" (Johannes 20:28;SW)

Hij was Degene met Wie Jakob worstelde.

ZOON VAN DAVID?

"Ik ben de wortel en het ras van David."
(Openbaring 22:16;SW)

In de genealogieŽn in zowel MattheŁs als Lukas lezen we het perspectief van de wereld van Jezus' menselijke afstamming, zowel van Zijn vader, de familie van Jozef, als van Zijn moeder, Maria's familie. Jozef was Jezus' wettelijke vader, en Maria, hoewel de moeder van Zijn geboorte, was niet Zijn biologische moeder; zij was een surrogaatmoeder, zoals wij lezen:

"30 En de boodschapper zei tot haar: "Vrees toch niet, Maria, want jij vond gunst bij God!
31 En neem waar, jij zal bevrucht worden in de buik en jij zal een zoon voortbrengen en jij zal Hem Zijn įnaam Jezus geven.
32 Deze zal groot zijn en Hij zal Zoon van de Hoogste genoemd worden. En de Heer God zal Hem de troon van David geven, Zijn vader.
33 En Hij zal koning zijn over het huis van Jakob tot in de aionen en van Zijn koninkrijk zal geen einde zijn."
34 Maria nu zei tot de boodschapper: "Hoe zal dit zijn, omdat ik geen man ken?"
35 En antwoordend zei de boodschapper tot haar: "Heilige geest zal op jou opkomen en macht van de Hoogste zal jou overschaduwen. Daarom ook zal het heilige, dat verwekt wordt, Zoon van God genoemd worden."
(Lukas 1:30-35)
...
"18 De verwekking nu van Jezus Christus was zo: In ondertrouw gegeven wordend, werd Zijn moeder, Maria, voordat zij met Jozef samengekomen was, gevonden in de buik hebbend vanuit heilige geest.
19 Jozef nu, haar man, rechtvaardig zijnde en toch niet willende haar openlijk te schande te maken, was van plan haar heimelijk weg te zenden.
20 Maar bij zijn van binnen voelen over deze dingen, neem waar, een boodschapper van de Heer verscheen aan hem, overeenkomstig een droomtoestand, zeggend: "Jozef, zoon van David, jij zal toch niet bevreesd worden Maria, jouw vrouw, mee te nemen, want het in haar verwekt wordende is vanuit heilige geest.
21 Zij nu zal een Zoon voortbrengen en jij zal Hem de naam Jezus roepen, want Hij zal Zijn volk redden vanaf hun zonden."

(MattheŁs 1:18-21)
...
"5 Daarom, tot in de wereld binnen komend, zegt Hij: "Slachtoffer en offergave wil U niet, maar een lichaam bereidt U voor Mij toe." (HebreeŽn 10:5).

We zien dit in type wanneer we lezen over Melchizedek:

" 1 Want deze is Melchizedek, koning van Salem, priester van de hoogste God, die Abraham, terugkerend vanaf het verslaan van de koningen, tegemoet kwam en hem zegende,
2 aan wie Abraham ook een tiende vanaf alles toedeelt. Eerst inderdaad vertaald wordend met: "koning van de rechtvaardigheid," en vervolgens ook "koning van Salem", wat is: "koning van vrede"
3 zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, noch begin van dagen, noch einde van leven hebbend, maar vergelijkbaar zijnde met de Zoon van God blijft hij priester tot in het doorlopende."

(HebreeŽn 7:1-3)

Dus hoewel vanuit een menselijk standpunt Jezus een moeder en vader had, en Hij uit Maria was geboren en van de lijn van David was (door Maria en Jozef), werd Hij in feite voortgebracht door heilige geest en was daarom zonder vader en moeder, voor zover een menselijke vader en moeder deel hadden aan Zijn voortgebracht worden. Zijn echte Vader was/is God. We lezen dat:

"6 Die in de gedaante van God zijnde, het niet beroving achtte gelijke te zijn aan God,
7 maar Zichzelf leeg maakte, de gedaante van een slaaf in ontvangst nemend, in gelijkenis van mensen wordend en in Zijn manier van doen gevonden wordend als een mens,
8 Hij vernederde Zichzelf, gehoorzaam wordend tot aan de dood, de dood echter van het kruis."

(Filippenzen 2:6-8;SW)

Het lichaam dat voor Hem werd bereid was in de gelijkenis van een mens, maar (en dat was de reden) het kon geen verval zien, zelfs in de dood.

"35 Omdat hij namelijk ook op een andere plaats zegt: "U zal Uw Rechtschapene niet geven ontbinding waar te nemen."
36 Want David, inderdaad de eigen generatie assisterend in de raad van God, werd ter ruste gelegd en werd toegevoegd aan zijn vaders en nam ontbinding waar,
37 maar Die God wekt nam geen ontbinding waar."

(Handelingen 13:35-37;SW)

Jezus' lichaam lag drie dagen en nachten in een graf, en wat deze verzen ons vertellen was dat er geen verval van het lichaam was. Dat was niet zo met Lazarus, die vier dagen dood was in een graf, en toen Jezus vroeg de steen te verwijderen, kwam Martha tussenbeide: er zal een geur van zijn vervallend lichaam zijn! Dus hoewel Jezus' lichaam kon sterven (het moest wel om de zonde weg te nemen) kon het niet vervallen, omdat het geheel uit heilige geest bestond, maar gemaakt was in de gelijkenis van een mens, om te kunnen doen wat nodig was om allen bij God te brengen. Hij had geen onrechtvaardige aard of een vergankelijk lichaam beŽrfd van Adam, door Maria. Hij had een rechtvaardige heilige aard en een onvergankelijk lichaam, wat onlosmakelijk verbonden was met Zijn Vader, God.

Toen Jezus sprak met de FarizeeŽn met betrekking tot de vraag of de Christus de Zoon van David was, vroeg Hij hen:

"41 Nu de FarizeeŽn verzameld waren, stelt Jezus hen een vraag,
42 zeggend: "Wat denken jullie aangaande de Christus? Van Wie is Hij de Zoon?" Zij zeggen tot Hem: "Van David!"]
43 Hij zegt tot hen: "Hoe dan noemt David, in geest, Hem dan Heer, zeggend:
44 'De Heer zei tot mijn Heer: Zit aan Mijn rechterkanten, totdat ook maar Ik Jouw vijanden zal plaatsen onder Jouw voeten.'
45 Indien dan David Hem Heer noemt, hoe is Hij Zijn Zoon?"
46 En niemand kon Hem met een woord antwoorden; ook niet durfde iemand vanaf die dag Hem meer een vraag te stellen."

(MattheŁs 22:41-46;SW)

Jezus ontkent in bovenstaande verzen enige biologische band met koning David. Hoe zou Hij een Zoon van David kunnen zijn als David Hem Heer noemt?

Jezus vertelde hen dat Hij geen wortels heeft in David. David had zijn wortels in Hem (Openbaring 22:16).

ZOU NEBUKADNESSAR HET BIJ HET RECHTE EIND GEHAD KUNNEN HEBBEN?

Wanneer we bij het boek van DaniŽl komen is daar een verslag van de drie vrienden van DaniŽl (Shadrach, Mesach en Abed-Nego), die in de vurige oven geworpen zijn voor het weigeren te buigen en het gouden beeld te aanbidden dat Nebukadnessar had laten maken. Het vuur was zeven maal heter gestookt dan nodig was om hen te verbranden. Toen ze in de oven geworpen waren vielen de drie naar beneden, maar toen Nebukadnessar in de oven keek zag hij een vierde figuur bij de drie staan. Hij vroeg zijn raadgevers:

"24 Toen werd Nebukadnessar, de koning, gealarmeerd en hij stond geagiteerd op, antwoordend en zeggend tot zijn gevolg: "Hieven wij niet drie machtige mannen, opgebundeld, in het midden van de vlam?" Zij antwoordden en zeiden tot de koning: "Zeker, koning!"
25 Hij antwoordde en zei: "Aha! Ik neem vier machtige mannen waar, losgemaakt, wandelend in het midden van de vlammen. En eigenlijk is er aan hen geen schade. En de aanblik van de vierde gelijkt op een zoon van de elohim."

(DaniŽl 3:24,25;SW)

Nebukadnessar kon onmogelijk weten van de Zoon van God, maar vanwege zijn beperkte begrip van de ware God zegt hij het enige dat voor hem zinnig is: "De vierde gelijkt op een zoon van de elohim." Later, in vers 28, noemt Nebukadnessar de verlosser van de drie die in het vuur geworpen waren een engel die door God gezonden was.

Het was Nebukadnessar die de twee uitspraken deed: een als een zoon van de goden en de engel die door God gezonden was. Dat is wat opgeschreven is, maar niet noodzakelijk de waarheid over Die bij de drie mannen in de oven was. De vierde was de Zoon van God, Die eens tot Zijn volk zal komen in hun tijd van nood.

In Jesaja lezen we:

"1 En nu: zo zegt JAHWEH, jouw Schepper, Jakob, en jouw Vormgever, IsraŽl: Het moet niet zo zijn dat jij vreest, want Ik loste jouw schuld in. Ik riep jou bij naam - jij bent van Mij.
2 Want steek jij over door wateren, Ik ben met jou, en door de rivieren, zij zullen jou niet overspoelen. Wanneer jij door vuur gaat zal jij niet verschroeid worden, en een vuurgloed zal jou niet verteren.
3 Want Ik JAHWEH, ben jouw Elohim, Heilige van IsraŽl, jouw Redder. Ik heb Egypte gegeven als jouw beschutting, Kush en Sheba in jouw plaats."

(Jesaja 43:1-3;SW)

Het was God in de uitdrukking die Hij aanneemt, Christus, Die de drie van de vlammen verloste. Nebukadnessar was dicht bij de waarheid, maar niet helemaal.

DE WIJSHEID VAN GOD

"Christus macht van God en wijsheid van God."(1 Korinthe 1:24;SW)

In Spreuken hoofdstuk acht lezen we over wijsheid. In de eerste paar verzen wordt gesproken over wat wijsheid doet voor allen die haar horen roepen. Als u verder leest verandert er iets. Wijsheid neemt een persoonsvorm aan die geboren is:

"22 JAHWEH, Hij verwierf mij bij het begin van Zijn weg, voorafgaand aan Zijn tot stand brengingen, vanaf toen.
23 Vanaf de aion werd ik ingehuldigd, vanaf het begin van het voorafgaande van de aarde;
24 toen er geen waterdiepten waren werd ik verwekt in barensweeŽn, toen er geen springbronnen waren die zwaar waren van water.
25 Voordat de bergen verzonken werden, vůůr de heuvels, werd ik verwekt in barensweeŽn.
26 Tot aan Hij de aarde en de open vlakten nog niet had gemaakt en een begin van de losse aarde van de wereld,
27 bij Zijn vestigen van de hemelen was ik daar, bij Zijn tekenen van een cirkel op het aangezicht van de waterdiepte,
28 bij Zijn vanaf boven resoluut maken van de luchten, bij Zijn versterken van de bronnen van de waterdiepte,
29 bij Zijn plaatsen van zijn statutaire limiet voor de zee, zodat de wateren niet Zijn mond passeerden, bij Zijn afbakenen van de fundamenten van de aarde,
30 toen was ik naast Hem, als Zijn pleegkind, en was ik vol verrukkingen, dag na dag, iemand die plezier maakte voor Zijn aangezicht, altijd; "

(Spreuken 8:22-30)

Het zou voor allen duidelijk moeten zijn dat God geen wijsheid verkrijgt. God onderwijst wijsheid, maar verkrijgt God wijsheid? Zou wijsheid gevuld zijn met zegen, naast Hem, als een Meesterwerker?

We lezen van het werk van de Meesterwerker (Christus, de Uitdrukking, kracht en wijsheid van God) in Paulus' geschriften:

"15 de overheden en de autoriteiten afstropend stelt Hij ze ten toon, daarin in vrijmoedigheid over hen triomferend.
16 Laat niemand dan jullie oordelen in spijziging of in drinken of in het deelnemen aan een feest of van nieuwe maan of van sabbatten,]
17 welke een schaduw zijn van het op het punt staande. Het lichaam, echter, is van de Christus. 18 Laat niemand jullie diskwalificeren in gewilde nederigheid en in godsdienstige praktijk van de boodschappers, paraderend wat hij heeft gezien, onterecht opgeblazen wordend onder het denken van zijn vlees,
19 en zich niet houdend aan het Hoofd, vanuit Wie heel het lichaam is, door de verstrekt wordende en verenigd wordende assimilaties en banden, groeiend in de groei van God."

(Kolossenzen 2:15-19;SW)

Johannes schreef deze woorden die Jezus sprak met betrekking tot de tijd van zegen die Hij genoot bij Zijn Vader, God, en Zijn verlangen daarnaar terug te keren.

"4 Ik verheerlijk U op de aarde, het werk voleindigend dat U aan Mij gegeven heeft, opdat Ik dat zou doen.
5 En nu, Vader, verheerlijk U Mij bij Uzelf, met de heerlijkheid die Ik bij U had vůůr de wereld was"

(Johannes 17:4,5)

ZIJN DE ANTICHRIST?

"want velen die doen dwalen kwamen uit tot in de wereld, die niet Jezus Christus komend in het vlees belijden. Dit is die doet dwalen en de antichrist."
(2 Johannes 7;SW)

De titel "antichrist" is om de een of andere reden apart gezet voor een toekomstige heerser/dictator. Dus wanneer velen over deze titel denken nemen zij aan dat die niet naar henzelf kan verwijzen of naar hun leer over Jezus Christus, Wie Hij was of Wie Hij is, of wanneer Hij verwekt was.

Johannes vertelt ons in het bovenstaande vers wie de antichrist is. Het is iemand die Jezus Christus' komst in het vlees ontkent. Zij die Zijn voorbestaan (prť-existentie) ontkennen geloven dat Hij hier in het vlees was, zij geloven dat Hij op een bepaalde tijd tijdens Zijn aardse bediening Christus werd. Maar zij ontkennen dat Hij Zichzelf ontledigde van Zijn heerlijkheid, die Hij had bij Zijn Vader, God, ook al vertelt Paulus ons:

"6 Die in de gedaante van God zijnde, het niet beroving achtte gelijke te zijn aan God,
7 maar Zichzelf leeg maakte, de gedaante van een slaaf in ontvangst nemend, in gelijkenis van mensen wordend en in Zijn manier van doen gevonden wordend als een mens, 8 Hij vernederde Zichzelf, gehoorzaam wordend tot aan de dood, de dood echter van het kruis."

(Filippenzen 2:6-8;SW)

Zij ontkennen Zijn komen in het vlees, de komst in het vlees zoals Johannes voor ons beschrijft in 2 Johannes en door Paulus hierboven.

Zij ontkennen dat Hij Degene was Die wandelde in de tuin, sprak met Abraham, de drie in de vurige over beschermde, worstelde met Jakob, en Zijn andere verschijningen, voordat Hij Zichzelf ontledigde en in Bethlehem een kind werd. Zij ontkennen dat alles door(heen) Hem geschapen werd, dat Hij een Meesterwerker was aan de zijde van Zijn Vader; zij ontkennen Zijn eerdere heerlijkheid, de heerlijkheid waar Hij naar verlangde toen Hij hier op aarde was en waar Hij naar verlangde terug te keren.

Zij geloven dat Hij een mens was, de Zoon van David, door de afstamming van Zijn moeder Maria en Jozef, Zijn wettelijke vader, en dat Hij ergens in Zijn leven de Christus werd.

Past hun geloof bij de definitie van een antichrist? Dat is aan u om te beslissen.

CONCLUSIE

Hoewel er velen zijn die geloven in het voorbestaan (de prť-existentie) van Christus, ontkennen ook velen dat Hij vlees aannam voordat Hij vlees werd in Bethlehem. Ik vraag u: Wie was het dat deze mannen en vrouwen zagen, met Wie ze aten, door geholpen werden, gered werden, die zij God noemden of een zoon van de goden of een engel die door God was gezonden? Was dat niet Christus?

De vleselijke uitdrukking waarin Hij werd gezien kon heel wel het vlees zijn geweest dat beŽerfd zal worden in het komende koninkrijk. Zijn vlees was anders dan dat van ons, het was voortgebracht door heilige geest (Lukas 1:35; MattheŁs 1:20; Genesis 3:15), niet door of met de hulp van andere mensen, niet onsterfelijk, maar ook niet sterfelijk en niet vergankelijk. Het was aangepast om het werk te voltooien waarvoor Zijn Vader Hem had gezonden om te bereiken.

"Daarom, tot in de wereld binnen komend, zegt Hij: "Slachtoffer en offergave wil U niet, maar een lichaam bereidt U voor Mij toe."
(HebreeŽn 10:5)

Rick
www.godisgod.ca



www.hetbestenieuws.nl