Het lot van de ongelovige

door A.E.Knoch


De God van het Christendom, te oordelen naar het beweerde lot van de ongelovige, is een slechte vriend, wreder dan de goden van de heidenen. De God van de Schrift is liefde, verbazingwekkender dan het denken van stervelingen. Ik heb heel wat gelezen over de demonen en de afgoden die hen vertegenwoordigen, die in andere landen en op andere tijden aanbeden worden. Sommigen van hen zijn wreed, maar ik heb nooit gehoord dat ook maar ťťn van hen allen tot eeuwige kwelling veroordeelt die niet geloven, jong en oud, klein en groot, onwetend en wijs, onschuldig en belast met misdaad, een kwelling zo vreselijk dat alleen een hardvochtige geest en een hard hart het echt kan overwegen en niet gek zou worden.

Het lot van kinderen

Het is in ieder geval in hun voordeel dat sommigen weigeren te geloven dat kinderen inbesloten zijn. Maar zij kunnen geen echte grond vinden om hen uit te sluiten, want de geloofsregels van het Christendom doen dat niet. Niemand die niet de verdoeming van kinderen aanvaardt heeft een recht zichzelf orthodox te noemen. Hij kan geen enkele tekst in de Bijbel citeren die een onderscheid maakt tussen het lot van de kleintjes en de ouden. Nergens is er een hint over "de tijd van verantwoordelijkheid," vůůr welke kinderen vrijgesteld zijn van een eeuwige hel en waarna zij er zeker van zijn verdoemd te zijn als zij niet luisteren en het evangelie geloven.

De bestemming van de heiden

We zijn blij te kunnen bevestigen dat de harten van sommigen niet zo verhard zijn dat zij staan op de verdoeming van de heidenen die niet het evangelie gehoord hebben. Vraag hen waarom zij dit onderscheid maken en zij kunnen geen enkele beslissende tekst citeren. In feite zijn er in de King James vertaling plaatsen die de zaak schijnen te beklinken, zoals Psalm 9:17. "De boosaardigen zullen in de hel komen," en "alle natiŽn die God vergeten." Natuurlijk zou er "teruggestuurd" moeten staan en de nadruk zou moeten liggen op het feit dat alleen natiŽn die God gekend hebben God kunnen vergeten en dat "hel" vergetelheid is. Er kan geen twijfel over bestaan dat, in deze zaak, de Bijbel vertaald is om de verfoeilijke leerstellingen van een kwade mens te ondersteunen, en niet de rechtvaardige onthullingen van een weldadige Godheid. In werkelijkheid weet de Schrift niets van "heidenen" tegenover "Christenen," of "heidenen" tegenover "Joden." Het Griekse woord is ethnos en duidt natiŽn aan, en kan gebruikt worden voor Israel zelf, als natie, maar gewoonlijk omarmt het alle andere natiŽn, "Christenen" zowel als "heidenen." De orthodoxie heeft een valse lijn getrokken tussen de heidenen en het Christendom, precies zoals zij deden tussen kleintjes en volwassenen, om zo de barbaarse brutaliteit en de schandelijke fouten in de geloofsovertuigingen te verbergen. De onschriftuurlijke term "heiden" is nodig om de vergissing uit te drukken, niet de waarheid, en daarom vermijden we ze gewoonlijk.

"Christus verwerpers"

Het kan zijn dat we de aanhangers van de orthodoxie een grote dienst zouden bewijzen als we hen zouden vragen een publiek standpunt in te nemen over het lot van kinderen en de heiden. Het zou hen onthullen hoe kwetsbaar hun positie is en hoever hun leerstellingen afgeweken zijn van het Woord van God. Sommigen hebben hun toevlucht gezocht in "Christus verwerpers." Dat wil zeggen, alleen zij zijn verdoemd die het evangelie horen het weigeren te geloven. Maar dit is niet alleen buiten de Bijbel, maar dient alleen om verdere problemen te creŽren. Indien de heidenen niet eeuwig verdoemd zijn, dan zijn ze ook niet gered. Wat is dan hun lot? Deze theorie dwingt ons God's onthulling te verlaten voor ijdele speculatie. En met de tijd van verantwoordelijkheid, die niet onthuld wordt, zou de vraag oprijzen: wanneer horen zij het evangelie? Ikzelf verwerp een groot deel van wat vandaag evangelie wordt genoemd, wanneer het gebaseerd is op menselijke werken, niet op God's genade. Er is geen manier om er uit te komen. De Schrift laat alle ongelovigen over aan oordeel, of zij nu het evangelie van God gehoord hebben of niet. Dat kan alleen de mate van oordeel beÔnvloeden.

De verschrikking van de orthodoxie

De enorme omvang van deze laster tegen God en Zijn Woord gaat ons begrip te boven. Het kan ons helpen een kleine glimp er van te krijgen als we gewoon om ons heen kijken in de wereld van vandaag en zien hoeveel miljoenen bestemd zijn voor eeuwigdurend wee, zelfs in een "Christelijk" land, dat honderden zendelingen uitzendt naar de "heidenen," en terugkijkt naar een begin toen het een asyl was voor vluchtelingen die uit hun geboorteland vluchtten om God te kunnen aanbidden en Zijn Woord te gehoorzamen. Er wordt gezegd dat slechts acht procent van de mensen in de Verenigde Staten op zondag naar de kerk gaat (dit werd geschreven in 1943). Dit zou zo'n tien miljoen zijn. En honderd en twintig miljoen zijn niet geÔnteresseerd. Maar hoeveel van deze tien miljoen zijn werkelijk op de hoogte van God en kennen Christus als hun Redder? Helaas! Alleen God weet het! Oordelend naar mijn beperkte ervaring zijn er mogelijk velen van hen wiens religie voor het grootste deel bestaat uit zelf-rechtvaardiging. Maar we zullen veilig zijn als we aannemen dat er minstens honderd miljoen zijn in ťťn "Christelijk" land wiens orthodoxe bestemming eindeloze worsteling en eeuwigdurende angst zal zijn. Elk jaar worden zo'n drie miljoen wezens als onszelf, 300.000 per maand, 10.000 per dag, 400 per uur en 15 per minuut in een eeuwigheid van vreselijke onuitsprekelijk wee geworpen.

Alleen al een klein hoekje van de aarde - het strenge Europa - laat dit goed zien. De enorme bevolkingen van AziŽ - Japan, China, India - zou de ratio van de geredden tot de veroordeelden onder de ťťn procent brengen. Elk van deze miljarden zielen is een wereld op zich. Elk is in staat zijn Schepper zowel lief te hebben als te haten. En allen zullen er mee instemmen dat de meesten van hen zoveel ellende lijden dat de liefde van God maar zelden binnen het bereik van hun waarneming komt. Dolle beroepen zijn gedaan, gebaseerd op hun grote gevaar en de vreselijke kwellingen die hen wachten, alsook hun eindeloze verbanning van God, maar het algemene antwoord is onbetekenend gebleven in vergelijking met de vreselijke situatie. Dit bekritiseert of veroordeelt niet in het minst de missionaire inspanning die gedaan is en de nobele offers die gebracht zijn. Maar het is volkomen ontoereikend. De bevolking neemt sneller toe dan het aantal bekeerlingen. Iedere seconde ziet een andere ziel die naar een zekere en niet ophoudende doem wordt gezonden.

Indien de orthodoxen dit in hun hart bewust zijn, wat zullen we dan van hen vinden? Zijn zij de meest verharde en misdadige van al God's schepselen? Zij zouden moeten lijden voor hun apathie door hun vrienden en buren toe te staan regelrecht in eeuwigdurende kwelling te duiken, zonder ook maar een serieuze poging te doen om hen te stoppen. Maar zie! Indien deze zelfde zondaren op het punt zouden staan te struikelen in een tastbare brand, dan zou bijna ieder orthodox kerklid een heroÔsche inspanning verrichten om hen te redden. Sommige zouden zelfs hun eigen leven in de waagschaal brengen om een vriend uit een brandend gebouw te redden. Waarom is er aan de ene kant zulk heldendom en lafheid aan de andere? Omdat zij niet echt geloven in hun eigen leer! Het is zo niet te beredeneren overdreven, zo afschuwelijk buitensporig, dat hun hart in opstand komt. Hun denken zal formeel toegeven, maar hun gevoelen vindt de spanning te groot, zodat, in de meeste gevallen, zij een laag eelt ontwikkelen. De zeloten onder hen zullen vechten voor hun kostbare verdoemingsleer, maar de grote massa kan niet enthousiast blijven voor zo'n vreselijke gedachte. De meeste van hun betaalde predikanten hebben ingezien dat het maar het beste is de zachte lijn te volgen wanneer ze er naar verwijzen.

"Trouwe" evangelie prediking

Sommigen die oprecht proberen het evangelie trouw te prediken, hebben geprobeerd te antwoorden op de vreselijke last die op hen werd gelegd door deze verschrikkelijke leer. Zij die dit gedaan hebben zijn weggeleid geworden van het evangelie dat in de Schrift te vinden is. Ik heb maandenlang geluisterd naar de "trouwe" prediking over hellevuur. De beste voorbereiding om te prediken, zo werd mij aangeraden, is een "kijkje te nemen over de rand van de hel." De razernij die opgewekt zou worden door het zien van de verdoemden in hun kreunen in ondragelijke pijn, was de beste opwekking om trouw God's liefde en genade te verkondigen! En toch, toen ik de Schrift ging bestuderen om te prediken als de apostelen, vond ik dat zij, in welk evangeliserende werk dan ook, nooit het woord "hel" gebruikten. Petrus bedreigde tijdens Pinksteren nooit zijn toehoorders met de "hel," of dat Christus hen er van zou redden. Integendeel! Hij kondigde aan dat Christus naar "de hel" was gegaan en er van gered werd (Hand. 2:27,31). Geen van de andere apostelen noemde ook maar de "hel," behalve Johannes (AV, Paulus, 1 Kor. 15:55; Openb. 1:18, 6:8, 20:13,14), en dan heeft het in geen enkel geval een verbinding met het evangelie. In zijn uitgebreide besprekingen van de verschillende evangeliŽn verwees Paulus nooit naar de "hel." Het is zelfs geen "evangelie," maar een uitwas, een tumor, die God's genadevolle boodschap vergiftigt. In het evangelie wint God mensen door Zijn liefde. Hij bindt ze niet met Zijn haat.

Verschillende vormen van vagevuur

Als gevolg van het niet te tolereren dogma van een eeuwige hel zijn er vele pogingen gedaan om de gruwelen er van te verzachten of het onrecht er van aan te passen. De Rooms Katholiek kerk heeft haar vagevuur, waarin het lijden van de zondaar tenminste iets bereikt, en, als gevolg, tot een einde kan komen. Omdat dit het lijden van de zondaar in redding vervangt door dat van de Redder, verwerp ik het absoluut, maar ik moet toegeven dat het onmetelijk meer de voorkeur heeft boven de protestantse leer van eeuwige verdoeming, omdat het niet zulk niet te herstellen beschadiging aanbrengt aan God's karakter of Hem zo berooft van Zijn schepping.

Anderen hebben geprobeerd een oplossing te vinden door vanuit de Schrift te redeneren. Het feit dat zwavel theion (goddelijk) genoemd wordt, omdat het gebruikt werd in de reiniging van de goden van de natiŽn, is gebruikt om te bewijzen dat de poel des vuurs goddelijk was en, op de een of andere manier, weldadig. De helderste wenken van de Schrift zijn weggeredeneerd en de regels van de logica zijn over het algemeen omgekeerd. Het feit dat de poel des vuurs de tweede dood wordt genoemd wordt gebruikt om te bewijzen dat het geen dood is, terwijl gezond denken er op staat dat het de tweede dood wordt genoemd omdat het een herhaling van de eerste is.

Redding door werken

Er is zelfs een poging gedaan om te bewijzen dat sommigen die voor de grote witte troon staan niet in de poel des vuurs geworpen worden, maar aionisch leven ontvangen als een beloning voor hun goede gedrag. Dit schijnt gebaseerd te zijn op bedrieglijk redeneren vanuit het negatieve, dat alleen zij die niet gevonden worden in het boek des levens in de poel des vuurs geworpen werden (Openb. 20:15). Men eist zelfs op dat niet allen veroordeeld zullen worden (vers 13) omdat sommige handschriften slechts "geoordeeld" hebben, ondanks de duidelijke passage in Romeinen vijf die het bereik van veroordeling en rechtvaardiging dezelfde maken, inclusief heel de mensheid (Rom. 5:18). De gedachte dat iemand echt aionisch leven zou kunnen verdienen door middel van zijn eigen daden zou voor iedereen die God's genade zo afstotelijk moeten zijn dat allen het zonder onderzoek zouden verwerpen.

Het lot van de ongelovige

De ongelovige, wat zijn of haar leeftijd of toestand ook moge zijn, ziet de "hel" voor ogen, het oordeel, en de poel des vuurs, wat de orthodoxie vult met pure vrees. Deze worden als zo vreselijk beschreven, dat zowel hoofd als hart weigeren ze onder ogen te komen. In feite worden ze gewoonlijk ontweken. Toch moet de orthodoxie er op staan dat ongelovigen naar de "hel" gaan en naar het oordeel en naar het brandende meer, hoe jong en onschuldig ze ook mogen zijn. Om deze vreselijke nachtmerrie te verdrijven en de wegen van God met sommige van de meest hulpeloze en ongevaarlijke van al Zijn schepselen te rechtvaardigen, zullen we hun lot bezien in relatie tot elk van deze. Kort gezegd, wij zullen vinden dat God's Woord zowel "hel" als de poel des vuur als dood laat zien, een slaap, een vergetelheid waarin geen lijden mogelijk is, en het oordelen een proces van correctie dat mild kan zijn vergeleken met dat wat door kinderen in de orthodoxe "hel" doorstaan moet worden. Ja, wij zullen ons verheugen dat onze medemensen gevallen zijn in de liefdevolle handen van God en niet langer in het gevaar zijn van de wrede klauwen van mensen.

Christus gaat naar de "hel

De gruwelijke vertaling, "hel," wordt door ťťn enkele passage ontmaskerd (Hand. 2:27). God liet de ziel van Christus niet in de "hel." Durft iemand te zeggen dat Hij gestraft en gekweld werd voor enig kwaad dat Hij had gedaan? Integendeel, Hij had niet alleen een perfect leven geleid, maar Hij had net Zijn grote offer gebracht, de daad waarvoor Hem de grootste beloning in heel het universum zal worden gegeven. Waarom zou Hij naar de "hel" gezonden worden, als Hij de hoogste hemel verdiende? De "hel" is geworden tot zowat het tegendeel van het Griekse woord hades en het Hebreeuwse sheol, dat het vertaalt. In plaats van een plaats van kwelling duidt het een volkomen onbewustzijn aan. Zij die in het ongeziene zijn zullen niets waarnemen. Er is geen kennis in het graf. De geest gaat bij de dood terug naar God en het lichaam keert terug naar de grond. Hun combinatie bracht gevoel of ziel voort. Wanneer zij gescheiden worden houdt het gevoel op. Dat is de echte "hel" van de Schrift. Niet alleen Christus maar elke gelovige die sterft gaat naar de "hel." Het is niet beperkt tot de ongelovige.

"Hel" is gewoon het niet waarneembare, het ongeziene. In relatie tot menselijke wezens wordt het gebruikt om het totale ophouden van bewustzijn in de dood aan te geven. Het stuurt de ziel terug naar zijn oorspronkelijke staat, voordat die een apart bestaan had, precies zoals de dood de geest terugstuurt naar God, en het lichaam naar de grond. De gedachte aan lijden in deze toestand is belachelijk, tenzij het in een figuurlijke zin wordt gebruikt. Het tegendeel kan alleen "bewezen" worden door de letterlijke beweringen te verwerpen en het figuurlijke verkeerd te gebruiken. Het is voor heiligen en zonden hetzelfde. Jakob aarzelde niet te zeggen: "Ik zal neerdalen in de "hel!" De King James vertaling camoufleert passages als deze door ze met "graf" te vertalen. Zo zijn we misleid. Zowel heiligen als zondaren gaan naar de "hel." Als Jakob de kwellingen van de "hel" duizenden jaren had moeten doorstaan, hoe zou hij dan een plaats in Christus' koninkrijk kunnen hebben? Indien de miljarden babies die in zes duizend jaar naar de "hel" zijn gegaan al zo lang gemarteld zijn geworden, waarom zou je ze bij de grote witte troon opwekken om ze te kunnen oordelen?

Geen moeder die weet wat "hel" werkelijk is in God's Woord, zal zich zorgen maken dat haar kind daarheen zal gaan. Integendeel, wij die onze kinderen wensen te beschermen tegen alle lijden, die hen de vele ellende van het leven zouden willen besparen, zouden zich eerder verheugen dat zij aan de "hel" van het bestaan in deze boze wereld met al haar teleurstellingen ontsnapt zijn, haar vreselijke ziekten, haar onmetelijke ellende, temidden van menselijke wezens, waarvan sommigen lager gevallen zijn dan het niveau van dieren. Het is sterfelijk leven dat zorgen en ellende brengt. De dood, echter, brengt rust en ophouden van verdriet. Er kan alle verschil zijn tussen dat wat we voelen tussen een dag vol zwoegen en wanhoop, en een nacht met bevredigende slaap. Welke zouden we kiezen? Voor zover het onze gevoelens betreft, zouden we duizend maal liever slapen. Zelfs een gelovige zou liever altijd slapen dan terugkeren naar een toneel als dit, met de zwakte en de seniliteit en het verval van de oude dag die haar slijmerige tentakels naar hem uitstrekt.

De dood is vreselijk. Maar hoe onuitsprekelijk meer verschrikkelijk zou het zijn als er geen dood zou zijn! Zou Adam tot op nu geleefd hebben, elke dag iets toevoegend aan zijn zwakte, hulpeloosheid en verval, zijn lichaam verwoest door ziekte en gekraakt door pijn, dan zou hij verlangen te sterven. Wie zou verlangen in zo'n toestand zo lang te leven? Zou een "hel" erger zijn? Laten we de feiten onder ogen zien. Hoe vreselijk de dood ook is, voor stervelingen kan het nauwelijks zo te vrezen zijn als het langzame stervensproces dat wij leven noemen. Indien de wereld vandaag gevuld zou zijn met al de doden die in onze begraafplaatsen liggen, met lichamen vol van ziekten, met geesten die door zonde vernederd zijn en zielen die gekweld worden door hun toestand, dan zou het net zo slecht zijn als de "hel" van de orthodoxie. Sterven terwijl we leven is de bron van al onze verdrukkingen, en de dood is een ophouden, niet het begin, van de weeŽn van de mensheid. Zij moeten opgewekt worden uit de dood voordat het ondergaan van oordeel mogelijk is. Waarom zou je ze laten opstaan als ze in de doodstoestand geoordeeld zouden kunnen worden?

De tweede dood

En wat is de poel des vuurs? Het is de tweede dood. Dit is God's definitie (Openb. 20:14). Zoals de eerste dood het huidige leven afsluit in een genadige vergetelheid tot aan het oordeel, zo volgt de tweede dood het oordelen van de grote witte troon die, opnieuw in genade, allen inpakt in vergetelheid, niet voor een ander oordeel, maar voor een ontwaken voor de redding, de rechtvaardiging en de verzoening die geleverd wordt door het bloed van het kruis voor heel het Adamitische ras. Wanneer Hij Die zit op de grote witte troon allen die er voor staan oordeelt, of recht zet, dan is er geen droefenis of wanhoop meer mogelijk in de poel des vuurs. Het oordelen is voorbij. Allen zijn klaar voor verzoening. Maar dit gebeurt pas een aion later. Hetzelfde probleem wordt gepresenteerd zoals in het geval van de eerdere dood. Toen was het: Hoe kunnen allen in het oordeel gebracht worden onmiddellijk nadat hun leven is beŽindigd? Ze zijn gewoon opgelost in de dood, zodat, in hun ervaring, er geen laatste aion is, maar zij regelrecht van het oordeel toneel gaan in de verzoening, wanneer God hun alles in allen wordt.

De eerste dood komt tot de mensen, niet om wat ze doen, maar om wat ze zijn. Niet alleen de erkende crimineel sterft, maar zelfs het onschuldige kind blaast de adem uit voordat het schade kan aanbrengen. Natuurlijk zijn er ongelukken en executies, maar deze incidenten tasten niet de grote wet aan die bij Adam begon nadat hij had gezondigd en sterfelijk was geworden. Mensen kunnen hun dood bespoedigen door losbandigheid, maar geen handeling van hen zal hen in staat stellen om aan de werking van de dood in zich te ontsnappen, die zij van Adam geŽrfd hebben. Dit punt is van groot belang, speciaal in verband met de tweede dood, die gewoonlijk gezien wordt als de straf die bij de grote witte troon wordt uitgesproken. Daar komt, net zoals nu, het lijden voort uit wat gedaan werd, maar de dood komt voort uit het feit dat geen van hen hun naam heeft in het boek des levens. We moeten zowel de eerste als de tweede dood volkomen scheiden van het oordelen, want geen van beide heeft iets te maken met de daden van de ongelovigen. Als dat wel het geval zou zijn, dan zouden we bewustzijn verwachten, want daden kunnen niet geoordeeld worden in vergetelheid.

Dood door vuur

De eerste dood wordt, in de regel, voortgebracht door een traag, geleidelijk, pijnlijk verval, vaak begeleid door lange perioden van zwakte, ziekte en spanning. Sommigen zijn jaren bedlegerig en sommigen lijden onder folterende kwellingen die bijna ondraaglijk zijn, voordat ze uiteindelijk in de doodsslaap verlichting vinden. Ik ben in de verleiding gekomen om hen die plotseling sterven te benijden, zonder ook maar te weten wat er met hen gebeurde. Wij zouden zo'n einde erg vinden, maar zij, wanneer zij ontwaken, zullen dankbaar zijn dat zij niet de vreselijke strijd van langdurige pijn leden die sommigen moeten doormaken. Al dit lijden heeft haar juiste plaats in God's handelen van vandaag, wanneer Hij ons met opzet de ervaring van kwaad laat ondergaan om ons nederig te maken (Pred. 1:13). Maar nadat Christus de mensheid voor de grote witte troon heeft geoordeeld kan in God's denken geen doel meer zijn. Het doel zal zijn bereikt. De tweede dood wordt niet begeleid door een langdurige, pijnlijke straf. Er is geen wanhopig uitstel of te vrezen ziekte, maar allen worden in ťťn ogenblik in de dood gebracht.

Ik heb zojuist mijn hand gebrand en het doet zeer. Maar ik ben er zeker van dat, als ik in een poel van vuur was gesprongen, ik nu niet zou lijden, want ik zou dood zijn geweest voordat ik iets zou voelen. Zo'n dood is praktisch onmiddellijk. Het heeft geen zin om te discussiŽren over hoe lang een mens in zo'n geval zou lijden. Het zou te kort zijn om te berekenen. In feite zou het zo snel gebeuren dat het leven voorbij zou zijn voordat de gevoelszenuwen zouden reageren. Het zou hen waarschijnlijk ongevoelig verdoven. Voor allen voor wie de poel des vuurs de tweede dood is, die recht gezet zijn voor de grote witte troon, is de poel des vuurs niet een plaats van marteling, maar het instrument van dood. Dit moet niet verward worden met de actie er van op het wilde beest en de valse profeet en de Lasteraar of Tegenstander (Openb. 19:20; 20:10). In hun geval wordt er niets gezegd over de dood. Zij zijn niet door de oordeelszitting heen gegaan. Zij zijn de grootste van alle vijanden van God en ontvangen een lot dat overeenkomt met hun verdiensten.

Gered "door" vuur

De apostel Paulus, sprekend over het werk van de gelovige vandaag, zegt dat vuur het werk van een ieder zal beproeven, welk soort het is. Indien iets er van het zal doorstaan zal hij een beloning ontvangen, maar als iets er van verbrandt, zal hij verlies lijden, maar hijzelf zal gered worden, maar als door vuur (1 Kor. 3:12-15). Redding door vuur, speciaal de poel des vuurs, is slechts een andere vorm van vagevuur. Maar de passage spreekt van het verbranden van onwaardige werken, niet van de gelovige zelf. Werken worden beoordeeld voor de grote witte troon, niet in de poel des vuurs. Het woord "door" is ongelukkig. Het zou "doorheen" moeten zijn. Niemand wordt door vuur gered, hoewel velen er door vernietigd worden. Onze werken die door "hout, hooi en stoppelen" worden uitgebeeld zullen door vuur verloren gaan, niet gered. Wij echter zullen niet verbrand worden, maar gered, als doorheen vuur. Een man van wie het huis in brand staat zal een paar van zijn schatten verliezen terwijl hij een weg naar de veiligheid probeert te vinden. Maar dat is heel iets anders dan verbrand worden om zo veilig te zijn.

Indien de grote witte troon zitting alleen een straf over iedereen zou uitspreken, en die uitgevoerd zou worden in de poel des vuurs, zoals ik ooit dacht, dan worden we geconfronteerd met een onoverkomelijk probleem. Iedereen, van het kleinste kind met nauwelijks enig werk om te beoordelen, en de levenslange overtreder, oud geworden in de misdaad, zou dezelfde "bestraffing" krijgen. De straf zou niet aan de zaak aangepast kunnen worden. Allen zouden hetzelfde lot delen dat zo vreselijk is dat God het reserveert voor de drie allerhoogste en bovenmenselijke zondaren. Maar als het oordelen plaatsvindt tijdens de grote witte troon epoche. zoals getoond door de vorm van het Griekse woord voor oordelen, en niet zozeer "oordeel," dan kan de Rechter rechtvaardig met elk omgaan, individueel, naar diens werken (Rom. 2:6). Wij proberen dit te doen met onze kinderen, vanaf hun prille begin, om hen zo op te voeden het juiste te doen. Maar, helaas!, we falen zo vaak. Kunnen we Hem niet vertrouwen om dit te doen, Hij Die niet faalt en Die door middel hiervan er in zal slagen hen naar juist die plaats te brengen die wij zo zeer verlangen, in complete harmonie met God, zodat Hij hun alles zal worden?

De tweede dood

De poel des vuurs wordt gedefinieerd als de tweede dood. Zou het niet duidelijker gesteld kunnen worden dat het "dood" is, en niets anders? Toch is er een uitgebreid betoog dat, omdat het tweede is, het niet dood maar leven is! In elk voorkomen van tweede in de Schrift (en inderdaad, overal) kan het woord tweede weggelaten worden en het overblijvende betoog blijft waar. Het tweede kind dat gezegd werd de wijngaard in te gaan, was nog steeds een kind, ook al was het tweede (Matt. 21:30). De tweede van de broers die de vrouw van de eerste zou trouwen, was net zo goed broer als de andere zes (Marc. 12:21). De tweede nachtwake was ook een nachtwake, ook al was het niet de eerste of de derde (Luc. 12:38). Het tweede teken dat Jezus deed was niet minder een teken dan het eerste of een van de rest (Joh. 4:54). Indien de tweede Mens niet een mens zou zijn, dan zou Hij geen recht hebben op de titel. Petrus' tweede brief is zeker een brief. In alle gevallen mogen we de term tweede weglaten zonder de waarheid onrecht aan te doen.

In het Engels heeft het woord tweede vaak het figuurlijke gebruik van inferieur, een tweederangs product, een aanvullende school, enz. Maar het woord eerste wordt zo vaak gebruikt voor het hoogste en beste, dat het voor het woord tweede niet mogelijk is de constante betekenis van superieur te verkrijgen, hoewel het daarvoor gebruikt kan worden, zoals de tweede Mens, die zeker oneindig veel beter was dan de eerste mens, Adam. Dat deze abnormale toestand vaker in de Schrift voorkomt dan elders kan gemakkelijk uitgelegd worden door God's methode van het wegdoen van het eerste, zodat Hij het tweede kan vestigen (Hebr. 10:9). Maar er zijn veel gevallen waar dit verschil niet bestaat. In de gelijkenis van de twee kinderen zei de eerste: "Ik wil niet," maar hij ging wel. De tweede zei dat hij zou gaan, maar hij ging niet. Welke was de betere? De eerste, niet de tweede (Matt. 21:28). Er is geen verschil bekend tussen de zeven broers (Marc. 12:21). De tweede nachtwake was op een andere tijd dan de eerste en de derde, maar is geen bewijs dat men er de voorkeur aan gaf (Luc. 12:38). Waarom zou de genezing van de zoon van de hoveling groter zijn dan het veranderen van water in wijn(Joh. 2:1; 4:46)?

De tweede dood is niet minder dood dan de eerste. Er kan verschil zijn tussen eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende broer, en zonder twijfel was die er. Zo ook tussen de tekenen die onze Heer deed. Dit is speciaal het geval tussen de eerste en de tweede Mens. Maar deze verschillen veranderen ze niet in iets anders. Indien de tweede broer een verre verwant zou zijn geweest, dan zou hij nooit de vrouw getrouwd kunnen hebben. Zo ook verschilt de tweede dood op veel manieren van de eerste. De eerste dood gebeurde vůůr de tweede. Zij die er in zijn stierven met heel verschillende tussenpauzen, over een periode van duizenden jaren, terwijl allen rond dezelfde tijd de tweede dood zullen ervaren. Zij die de eerste dood ingaan doen dat op een veelheid aan manieren, door verval, zwakheid, ziekte, geweld, verdrinking en verbranding. De poel des vuurs kent maar ťťn methode, de laatste. Zelfs deze verschilt zeer van de langzame marteling door vuur die sommigen moeten doorstaan, want omdat het een poel is zal ze in een ogenblik doen verteren. De tweede dood verschilt inderdaad van de eerste, maar het blijft nog steeds dood.

De dood is nooit weldadig. De poel des vuurs is voor hen die er in gaan geen reinigingsmiddel. De overwinnaar van Smyrna had de belofte dat hij niet door de tweede dood beschadigd zal worden. De tweede dood beschadigt hen die er in gaan. In de gelijkenis van de werkers in de wijngaard beschouwden zij die heel de dag gewerkt hadden zich beschadigd omdat zij niet meer ontvingen dan zij die maar ťťn uur hadden gewerkt (Matt. 20:13). Deze passage in de King James vertaling laat zien dat de verandering naar pijn doen een verkeerde indruk geeft van fysiek lijden. Het woord beschadigen is letterlijk ON-RECHT, onrecht doen, en houdt niet noodzakelijk in dat de poel des vuurs pijn zal doen, dat wil zeggen, fysieke pijn of lijden zal veroorzaken. Dit komt duidelijk naar voren in de eigen weergaven van de King James: beschadig niet de olie en de wijn (Openb. 6:6), beschadig de aarde (7:2,3), beschadig het gras (9:4). Olie en wijn en de aarde het gras kunnen beschadigd worden, maar nooit pijn gedaan, want zij kunnen geen fysieke pijn voelen. De eerste dood hoeft niet noodzakelijk pijn te doen. Sommigen sterven in hun slaap. Executies worden gewoonlijk op een zo pijnloos mogelijke manier gedaan. Maar de dood brengt altijd schade en beschadiging, de grootste schade die een levend schepsel kan overkomen.

De echte lengte tussen de dood van een ongelovige en zijn/haar uiteindelijke verzoening kan duizenden jaren zijn. Maar in zijn ervaring zal er niets tussen komen dan het grote witte troon oordeel, wat een betrekkelijk korte periode zal zijn. Daarom brengt God op schitterende wijze Zijn grote voleindiging dichtbij elk van Adam's ras, wanneer hij ook maar geleefd heeft. De tijd zal voor een zondaar die leefde vůůr de zondvloed niet langer zijn dan hij/zij die leeft in de aanstaande verontwaardiging. Het is duidelijk verkeerd een mens te straffen voordat zijn schuld is bewezen. Menig mens heeft de onrechtvaardigheid van een langdurige gevangenisstraf ondergaan terwijl hij/zij op zijn/haar rechtszaak wachtte, maar God is niet schuldig aan zoiets. Het moment dat een mens sterft wordt hij (of zij) gewekt om voor de Rechter te staan, samen met heel de rest van de doden. Het moment van zijn/haar beoordeling is voorbij, hij/zij wordt nogmaals opgewekt om te genieten van de verzoening.


©Concordant Publishing Concern