Het geheim van Babylon
Deel 11 - De "openingen" van de Openbaring

door A.E.Knoch

   
Voor de massa van de mensheid is de Bijbel een gesloten boek. Zij hebben iemand nodig om het boek te openen. In mindere mate is dit ook waar voor Zijn geliefde heiligen. Net als de discipelen op de weg naar Emmaus zijn ze verdrietig omdat het boek gesloten is voor hun harten, zodat zij niet de vreemde tonelen kunnen begrijpen waarvan zij getuigen waren geweest, Maar hoe gloeide hun hart toen Hij hun verstand opende opdat zij de Schriften mochten verstaan! En wat is zoeter dan dat het Woord zijn schatten aan ons ontvouwt en Hem onthult Die de Auteur is in al Zijn verscheidene voortreffelijkheden?

Geen deel van de Schrift schijnt zo veilig gesloten als Openbaring. In plaats van de openbaring van Jezus Christus te zijn, wordt het over het algemeen gezien als een bedekking, dik en ondoordringbaar, eerder bedoeld om te verbergen dan te onthullen, op de wijze van een gelijkenis. Maar de bedekking is niet op het boek. Het ligt aan onze eigen begrip. Het is een openbaring in de ware zin van het woord, Een zeer passende bevestiging van dit feit ligt in het frequent voorkomen van het woord "open." Dingen die nu gesloten en bedekt zijn zullen dan open en bloot worden.

Openbaring onthult de heerlijkheden van Jezus Christus door middel van vier paren "openingen." De hemel boven, de aarde beneden, de goddelijke rollen, en God's heilige verblijfplaats worden voor ons staren geopend. Zodra we de verschillende openingen de baas zijn zoals ze aangekondigd worden, zullen we een goed begrip van het hele boek hebben. Deze "openingen" zijn als het openende gordijn dat het toneel onthult dat klaar staat om te passen bij de toneeltjes van de volgende acte in de grootste van menselijke tragedies. Zij geven een sleutel aan de aard en het bereik van het volgende visioen.

De interesse en instructie van deze openingen wordt zeer versterkt wanneer wij opmerken dat ze in paren gebeuren. We lezen eerst van een deur die in de hemel geopend is (4:1) en tenslotte de hemel zelf geopend (19:11). De aarde heeft een put, waarvan de schacht geopend is om de helse cavalerie toe te staan te voorschijn te komen voor haar vijf maanden durende carrière van kwelling (9:2); en de aarde opent haar mond om de vloed op te slokken waarmee de draak dreigt de vrouw te overspoelen (12:16). Let op het contrast: de rook en de sprinkhanen komen voort uit de aarde om de mensheid te plagen. Het is het portaal van Apollyon's menigte. Maar aan de andere kant doet God de aarde haar mond openen en redt Zijn volk van de draak. De aanbidders van het beest worden gekweld met een doodloze steek; het heilige volk wordt levend bewaard in de wildernis.

Naast dit worden boeken (of rollen) geopend. Het grootste deel van de hele profetie houdt zich bezig met de twaalf maal herhaalde "opening" van de zevenvoudig verzegelde rol. Deze rol kan het best in moderne termen beschreven worden als een hypotheek. De mens heeft zijn recht op de aarde verhypotheekt aan de vijand. Wie kan de prijs voldoen en het lotdeel verlossen?

Wanneer in het oude Israel een lotdeel zo verhypotheekt was, werd het beschreven en verzegeld, met de handtekeningen van de getuigen aan de buitenzijde. Wanneer het lotdeel was verlost werden de zegels verbroken en het lotdeel terugbezorgd bij de juiste eigenaar. Zo geeft de opening van de zegels ons een hint over wat moet volgen. De overweldigers moeten van hun wetteloze bezetting verdreven worden en de rechten en titels, die door de eerste Adam verspeeld werden, moeten door de laatste Adam opnieuw verkregen worden. Hij heeft het recht dat te doen, want Hij is het Lam: Hij heeft de kracht om het te doen omdat Hij de Leeuw is.

De bijgaande opening is die in hoofdstuk 20:12. Hier worden de boeken geopend die God's verslagen met Zijn schepselen bevatten en zij worden geoordeeld in overeenstemming met wat daarin geschreven is.

Het paar openingen dat zich bezighoudt met de hemel zijn van bijzonder belang. Op dit moment is de hemel gesloten; de deur is gebarricadeerd. Communicatie tussen hemel en aarde is afgesneden. De mens gaat nu zijn eigen gang; God komt er niet tussen. Maar wanneer de tijd komt voor de openbaarmaking van Zijn Christus, is de eerste aanduiding de opening van de deur van de hemel. Dit onthult de oordeelstroon en is de sleutel tot de oordelen die volgen. Elk onderdeel is van belang. De volledige regenboog is het teken van God's overeenkomst de aarde niet te doen ondergaan in een watergraf. Het weerlicht en de donder tonen de krachtige reiniging die de aarde staat te wachten. En wanneer de actie die door deze scene wordt aangegeven volkomen is bereikt, wat zien we dan? Wel, de hemel zelf is geopend (19:11) en de Ruiter op het witte paard komt uit om het zware oordeel te beëindigen. Vanaf dan zijn hemel en aarde niet langer gescheiden, maar zijn ze zoals ze zouden moeten zijn, beste buren. De deur die geopend is in de hemel is indirect oordeel, obscuur, wonderbaarlijk; de geopende hemel onthult de Rechter Zelf.

Het belangrijkste paar openingen wordt gevonden in het hart van heel het boek. Een is de opening van de tempel van God (11:19) en de andere is de opening van de tabernakel van het getuigenis (15:5). Deze twee openingen bevatten de kern van de apocalypse. Deze beide openingen houden zich bezig met de verblijfplaats van God. Dit is van belang. Geen natie, behalve Israel, had iets van doen met God's huis. Zij alleen zullen betrokken zijn met wat zich afspeelt binnen die heilige gebieden.

Deze verdeling (11:19-19:11) geeft ons dezelfde periode, dezelfde gebeurtenissen, die de voorafgaande verdelingen bezette (4:1-11:19). Daar worden ze gezien vanaf de troon. Nu worden ze gezien vanuit de tempel. Precies zoals de boeken van de Koningen ons de menselijke kant van Israel's geschiedenis laten zien en de Kronieken de goddelijke kant van precies dezelfde periode, zo hebben we hier dezelfde tijdsperiode, dezelfde personages en dezelfde gebeurtenissen, maar alles wordt beschouwd met verwijzing naar hun betrekking op de natie van priesters.

Als de gebeurtenissen onder de twee tempelopeningen de voorafgaande verdeling volgen, dan volgen hun scenes het opzetten van het koninkrijk in kracht, want het zevende zegel is gebroken en het wereldrijk is van onze Heer en Zijn Christus geworden. Dit kan niet zo zijn. Het koninkrijk komt pas na de afsluiting van deze gezichten. Het beest wordt verslagen en Babylon vernietigd voordat het koninkrijk opgericht kan worden.

De vier paren van openingen kunnen alsvolgt in tabellen weergegeven worden:

HEMEL
een deur geopend in de hemel (4:1)
de hemel zelf geopend (19:11)

AARDE
een bron of put geopend voor de helse cavalerie (9:2)
de aarde opent haar mond om de rivier op te slokken (12:16)

ROLLEN
de zevenvoudig verzegelde rol geopend (6:1-8:1)
de rollen van de grote witte troon geopend (20:12)

TEMPEL
de tempel van God geopend, Zijn verbond tonend (11:19)
de tempel van de tent van het getuigenis geopend, de wet blootleggend (15:5)

Er zijn twee tempelopeningen. Eerst wordt de tempel van God geopend en wordt Zijn verbond gezien (11:19). Weer wordt de tempel van de tent van het getuigenis geopend. Er wordt geen verbond gezien, maar de wet wordt blootgelegd om te zien. Wat op het eerste gezicht gelijk lijkt te zijn is, bij nader onderzoek, een opmerkelijke antithese. Zowel het verbond als de wet zijn de bijzondere bezittingen van Israel (Rom. 9:4). Onder de eerste hebben zij een claim op Yahweh, want Hij moet waar zijn aan Zijn verbonden. Hij zal hen zegenen zoals Hij beloofde. Onder de wet, echter, verbonden zij zich Hem te dienen. Hun dure falen om Zijn bevelen te houden moet haar vloek over hen brengen. "Vervloekt is een ieder die voortgaat niet alle dingen te doen die geschreven zijn het boek van het boek van de wet."

Zo zien we dat de twee tempelopeningen zich beide bezig houden met de priesternatie, maar met twee onderscheiden doelen in beeld. De een is een zegen, de ander is een vloek. De een schrijft Jahweh's zorg op om Zijn verbond met hen te vervullen; de andere voert Zijn vloek uit over de afvalligen voor het breken van Zijn heilige wet. De een presenteert een vrouw die gekleed is met de symbolen van gezag en overheersing, met de krachten van duisternis onder haar voeten; de andere toont ons een valse vrouw die ondersteunt wordt door de vijanden van de Messias, in samenwerking met de krachten van het kwaad. De eerste vrouw wordt wonderbaarlijk bewaard doorheen de grote verdrukking; de tweede wordt bij haar afsluiting vernietigd.

Wanneer de "tempel van God" wordt geopend, verschijnt de ark van Zijn verbond. We worden onmiddellijk herinnerd aan Zijn verbond met Israel en vertrouwen er op dat, wat er ook mag komen, Hij trouw zal zijn aan Zijn overeenkomst. Hij zal niet rusten totdat Hij hen het land gegeven zal hebben dat aan hun vaders beloofd was. De troon van David moet weer gevestigd worden en Jeruzalem moet een lofprijs op de aarde zijn. Bliksem en stemmen en donder en de aardbeving en grote hagel kunnen uitgaan vanuit de tempel, maar met het oog op het verbond zijn we er zeker van dat Zijn eigen volk geheel onbeschadigd zal zijn.

Noch zijn we teleurgesteld in de hoofdstukken die volgen. Daar zien we Israel opgesteld in de heerlijkheden waarin het verbond voorziet. Als de zon heerst zij over de dag en haar kroon is samengesteld uit de twaalf sterren die op twaalf tronen zullen zitten, de twaalf stammen oordelend. De maan, het symbool van de krachten van duisternis, is onder haar voeten.

Te midden van verdrukking helpt Hij haar. En aan het einde vinden we het trouwe, overwinnende overblijfsel, het lied van Mozes zingend, de dienaar van God, en het lied van het Lam (15:3).

Hoe anders is de opening van de tabernakel van het getuigenis! (15:5).

Het verbond leunde op God's trouw; het getuigenis, of de wet, vervloekte hen voor hun ontrouw. Daarom lezen we dat zeven engelen uit de tempel kwamen, zeven rampen hebbend. Deze waren gevat in schalen vol van de toorn van God. "En de tempel was gevuld met rook van de heerlijkheid van God en van Zijn kracht, en niemand was in staat de tempel binnen te gaan totdat de zeven plagen van de zeven engelen vervuld waren" (16:7,8).

Nu hadden de natiën nooit de wet gehad (Rom. 2:14). De wet spreekt alleen tot hen die er onder zijn (Rom. 3:19). Waar geen wet is is geen overtreding (Rom. 4:15).

Alleen Israel had de wet. Het getuigenis was alleen aan hen gegeven. En alleen zij worden verantwoordelijk gehouden voor het breken er van.

De aanstotelijkheid van zonde wordt zeer versterkt door wet. Zonde kan niet verontschuldigd worden door onwetendheid waar het licht van de wet verlicht. Dus terwijl de wet hen groot voordeel gaf in de kennis van God's rechtvaardigheid, maakt het hen schuldig aan het zwaarste oordeel van heel de mensheid indien zij tekort schieten aan haar hoge standaard.

De schalen completeren de toorn van God of putten die uit. Het zijn Zijn zwaarste oordelen. Het is niet alleen dat deze zouden vallen op hen die toegang hadden tot het getuigenis, maar toch waren afgevallen.

Deze overwegingen, samen met de nauwe relatie van deze "opening" naar de voorafgaande, tonen ons dat beide als exclusief geacht worden voor Israel, maar toch beschouwt één de natie van de kant van God's trouw, de ander van de kant van hun ontrouw.

De gevolgen van deze conclusie zijn gewichtig wanneer we waarnemen dat Babylon, het onderwerp van ons huidige onderzoek, behandeld wordt in deze beide secties van Openbaring, en nergens anders.

Wij worden daarom gedwongen te concluderen dat Babylon te maken heeft met Israel en niet met de andere natiën.

Geen serie van oordelen bezet onze aandacht wanneer Yahweh Zijn verbond gedenkt; wanneer de gebroken wet verschijnt, de schalen, gevuld met de furie van goddelijke toorn, uitgegoten worden op de afvallige natie. Het verbreken van de zegels en het blazen van de trompetten zijn de passende symbolen voor de inwijding van het koninkrijk, maar de priesterlijke functie van het uitgieten van de opgespaarde toorn van de hemel wordt bereikt door middel van de schalen van het heiligdom. Het is meer dan waarschijnlijk dat de schalen niet anders dan de gelokaliseerde en versterkte trompet-oordelen zijn die vallen op hen die niet onder de wet zijn. Het breken van de wet is een overtreding en een directe belediging van God Zelf en moet daarom gereserveerd worden voor die afscheidt, hoewel een oordeel dat apart is van de schalen.

Het punt van dit alles voor ons huidige doel zit hem in het feit dat Babylon alleen voor ons komt in deze afdeling van de Apocalypse. Het wordt alleen gezien in de tempeldelen die zich bezighouden met de natie Israel. Daarom moet het niet onder de andere natiën gezocht worden. Het is niet Rome of het Protestantisme, maar Israel. Nogmaals, er wordt maar kort naar verwezen wanneer het verbond in beeld is (14:8), maar er wordt uitgebreid over gesproken wanneer de tent van het getuigenis wordt geopend. Het wordt gevonden in dat deel van de Apocalypse dat zich bezig houdt met de vernietiging van het afvallige Israel.

Het geheim van Babylon - deel 12

   


© Concordant Publishing Concern