Het geheim van Babylon
Deel 1 - Het vrijen en het winnen

door A.E.Knoch

   
"... het verbond dat Ik maakte met hun vaders in de dag dat Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte te brengen, welk verbond van Mij zij verbraken, ook al was Ik als een echtgenoot voor hen, zegt de Heer" (Jer.31-32)
"En zij zal daar antwoorden als in de dagen van haar jeugd, als in de dag toen zij opkwam uit het land van Egypte"(Hosea 2:15b).

Liefde verlangt naar vrijheid om zichzelf te tonen in tekenen en gedurfde daden van toewijding. Welke vurige liefhebber heeft er niet naar gestreefd de held van een spannende scene te zijn, zijn leven aan de voeten van zijn geliefde te leggen, zijn altijddurende zegel te leggen op zijn loyaliteit?

En zo won Jahweh Zijn vrouw. Egypte's bittere gevangenschap bracht Zijn macht en majesteit naar voren. Met een overbelast hart zien zij de Egyptenaren op de kust en barsten uit in gezang voor Hem:

"JAHWEH, wie is als U onder de godheden?
Wie is als U,
edel gemaakt zijnde in de heiligheid,
gevreesd wordend in lofprijzingen,
wonderen doende?
U strekte Uw rechterhand uit.
De aarde verzwolg hen.
U gidst in Uw getrouwheid dit volk.
U lost schuld in.
U dirigeert hen in Uw sterkte naar de hofstee van Uw heiligheid."
(Exo. 15:11-13)
"Jullie zagen wat Ik deed aan de Egyptenaren. En Ik draag jullie op vleugels van gieren en Ik breng jullie bij Mij." (Exo. 19:4)

Een kostbare kwaliteit doordrenkt dit alles. Zijn machtige daden werden voor het aangezicht van allen gedaan, zowel de Egyptenaren als de Zijnen. Hij verheerlijkte Zichzelf voor het aangezicht van allen; maar voor de een maakte Hij het pad van vrede beproefd, voor de anderen was het de weg van toorn. Oordeel was de achtergrond die de wonderen van Zijn vriendelijkheid voor de zonen van Israel versierde. Zijn ontblootte arm onthulde Zijn hart.

Maar Hij zond hen niet weg; Hij bracht ze - niet alleen uit Egypte, niet alleen in de wildernis - maar naar Zichzelf.

Hij had hen bezocht in Egypte, maar nu verbleef Hij onder hen. Ook verbleef Hij niet op een passende afstand, maar in hun midden.

Kunnen we in dit alles niet het verlangen van Zijn hart naar haar ontdekken? Wat anders zoekt Hij dan haar antwoord?

Met een overvloeiend hart zingt zij:

"Ik zing tot JAHWEH, want Hij is zeer indrukwekkend.
Het paard en zijn ruiter wierp Hij in de zee.
JAH is mijn sterkte en melodie,
en Hij is mij tot redding, Deze is mijn El.
En ik vereer Hem, de Elohim van mijn vader
en Ik verhoog Hem" (Exo. 15:1,2)

O, het vuur van de eerste liefde! In latere dagen keert Zijn hart steeds weer hier naar terug. Zijn hart kan nooit tevreden met minder dan dit rusten - haar eerste, haar vurige liefde.

"Zo zegt JAHWEH! Ik gedenk jouw getrouwheid van jouw jeugd,
de liefde van jouw bruidsdagen,
jouw achter mij gaan in de wildernis,
in een land dat niet gezaaid is." (Jer. 2:2)
"En Ik passeerde jou en Ik zag jou. En aanschouw!, jouw tijd is een tijd van liefdeblijken. En Ik spreidde Mijn zoom over jou uit en Ik bedekte jouw naaktheid. En Ik zwoer tot jou en Ik kwam met jou in een verbond, zegt mijn Heer JAHWEH met nadruk, en jij werd van Mij.
En Ik waste jou in water en Ik spoelde jouw bloed van jou af en Ik smeerde jou in met olie.
En Ik kleedde jou met borduurwerk en Ik gaf jou hemelsblauwe sandalen. En Ik bond jou op in glanzend batist en Ik bedekte jou met ragfijne stof.
En Ik versierde jou met versiering en Ik gaf armbanden om jouw handen en een decoratieve ketting om jou keel.
En Ik gaf een hanger op jouw neus en oorringen aan jouw oren en een kroon van schoonheid op jouw hoofd.
En jij versierde jezelf met goud en zilver en jouw kleding was van glanzend batist en ragfijne stof en borduurwerk; fijn meel en honing en olie at jij en jij was uitermate, uitermate mooi. En jij was geschikt voor koningschap.
En jouw naam ging uit onder de naties vanwege jouw lieflijkheid, want die was volmaakt door Mijn eer die Ik op jou plaatste, zegt mijn Heer JAHWEH met nadruk."(Ezech. 16:8-14).

Hoe wonderlijk wijs zijn al Gods handelingen! Hij weet niet alleen alle dingen, maar Zijn daden worden geregeerd door Zijn kennis. "Voor alles is een vastgestelde tijd en er is een seizoen voor elke gebeurtenis onder de hemelen"(Pred. 3:1). In de natuur is elk seizoen verbonden met zijn eigen speciale vruchten. Het leven van een mens is verdeeld in seizoenen. Er is de babytijd en kindertijd en de jeugd. Het binnen gaan in de volwassenheid gaat via de deur van de liefde. Dus toen Israel op het punt stond tot een volwassen staat te komen, toen was het de gepaste tijd die Hij koos om haar voor Zichzelf te nemen. En toen was het dat zij een wederzijds verbond aangingen en zij gehoorzaamheid en onderschikking beloofde en Hij Zich verplichtte haar lief te hebben en te zegenen.

Welke natie was toen zo groot dat die statuten en oordelen had die zo rechtvaardig waren als de wet aan haar gaf? Daarom waste Hij haar van de vuiligheid van de natiŽn rondom en gaf haar een rechtvaardigheid om aan te trekken.

Het is de weg van liefde om te geven. En daarom gaf Hij haar overvloedig van alle goede dingen. Hij verhoogde haar in de ogen van de andere natiŽn.

Al haar liefelijkheid was van Hemzelf. Was zij zwak? Hij was haar kracht. Was ze ziek? Hij was haar Genezer. Koppig en verkeerd? Hij was haar rechtvaardigheid.

Wat zou Hij nog meer gedaan kunnen hebben om haar naar Zich toe te trekken?

Het geheim van Babylon - deel 2

   


© ©Concordant Publishing Concern