De tien plagen en de Egyptische goden

door Wim Janse

"Ik ben de HERE en er is geen ander; buiten Mij is er geen God."
(Jes. 45:5;NBG)

De nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jakob zaten al jaren in Egypte en werden daar als derderangs burgers beschouwd. Ze werden door hun Egyptische "gastheren" behoorlijk uitgebuit en moesten het minste werk uitvoeren.

Op een bepaald moment vind God dat het nu wel genoeg is geweest en Hij stelt Mozes aan om, samen met zijn broer Aäron, naar de Farao van Egypte te gaan en bij hem te eisen dat hij Gods volk zou laten gaan. Om zeker te zijn dat Farao niet al te gemakkelijk zal toegeven, maakt God het hart van Farao sterk (Ex. 4:21). Farao geeft niet toe en dan volgt er een serie van tien vreselijke plagen. In die plagen pakt God rechtstreeks alle godheden van Egypte aan. Stuk voor stuk laat de God van Mozes zien dat hij ver uitsteekt boven de goden die door de Egyptenaren werden aanbeden. Farao echter, met zijn versterkte hart, weet van geen wijken en geeft niet toe. Hij blijft vertrouwen op zijn goden. De gevolgen zijn indrukwekkend... Iedere plaag pakt één of meer goden aan.

"en aan alle goden van Egypte zal Ik gerichten oefenen, Ik, de HERE."
(Ex. 12:12b;NBG)
  Plaag Schriftplaats Egyptische godheid
1. Nijl verandert in bloed Ex. 7:14-25 Chunum: Hoeder van de Nijl
Hapi: geest van de Nijl
Osiris: de Nijl is zijn bloedstroom
2. Kikkers Ex. 8:1-15 Heqet: godin met kikvorsenkop, godin van de opstanding, vrouw van Chunum
3. Steekmuggen Ex. 8:16-19 Bes (een van de oudste goden): beschermer tegen wilde dieren, slangen en insecten
4. Vliegen Ex. 8:20-32 Bes
5. Runderpest Ex. 9:1-7 Hathor: moedergodin in de vorm van een koe. Dochter van Ra (of Re, de zonnegod).
Apis: stier van de god Ptah. Symbool van de vruchtbaarheid.
Mer-Wer: heilige stiergod van Heliopolis
6. Zweren Ex. 9:8-12 Imhotep: godin van de geneeskunde.
Sechmet: schutspatroon van de artsen
7. Hagel
de graanoogst werd vrijwel geheel vernietigd.
Ex. 9:13-35 Nut: godin van de hemel.
Seth: beschermer van de oogst.
Nepri: godheid van het graan.
8. Sprinkhanen Ex. 10:1-20 Nut: godin van de hemel.
Seth: beschermer van de oogst.
Nepri: godheid van het graan.
9. Duisternis Ex. 10:21-29 Ra, Aton, Atum, Horus. Allen zonnegoden.
10. Dood van de eerstgeborenen Ex. 11:1-12 Isis: godin van het leven.
Osiris: de levengever, de god van Farao.

Alle goden van Egypte worden door wat God doet volkomen belachelijk gemaakt! Ze konden er niet tegenop!

Na afloop, als het volk uit het land is vertrokken, kan Jetro, de schoonvader van Mozes, alleen maar uitroepen:

"Nu weet ik, dat de HERE groter is dan alle goden; want Hij heeft het volk uit de macht der Egyptenaren gered, omdat dezen overmoedig tegen hen waren opgetreden."
(Ex. 18:11;NBG)
"daags na het Pascha trokken de IsraŽlieten uit door een opgeheven hand, voor de ogen van alle Egyptenaren, terwijl de Egyptenaren bezig waren degenen te begraven, die de HERE onder hen geslagen had, alle eerstgeborenen; de HERE toch had aan hun goden strafgerichten geoefend."
(Num. 33:3,4;NBG)

Gegevens ontleend aan Die Welt der Engel




© www.hetbestenieuws.nl