De zeven dagen van Genesis,
creatie of ...re-creatie?

door
Wim Janse

Creationisme of evolutionisme?
Met deze vraag hebben heel wat mensen moeite. De wetenschap schijnt te bewijzen dat de Aarde in ieder geval veel ouder is dan de chronologie van de tijd aangeeft. Wie de gegevens uit de Schrift op waarde schat, komt, gerekend vanaf Adam tot heden, slechts op zo'n 6.000 jaar. Toch toont de wetenschap aan dat er materialen op Aarde zijn die ooit hebben geleefd, maar toch veel en veel ouder zijn. Zelfs al stelt men vragen bij de gebruikte methoden, er blijft een probleem!

Als we echter kijken naar de beschrijving die de Schrift ons geeft en we een betere, correcte, vertaling van het boek Genesis ter beschikking hebben, dan kunnen we een poging wagen de puzzel op te lossen.

"1.In den beginne schiep God de hemel en de aarde.
2 De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren".

(Gen.1:1,2 NBG).
Dit zijn de eerste verzen uit onze Bijbel. Met het eerste vers is er vrijwel geen probleem. Een andere vertaling geeft "in begin".
Het woord 'schiep' is de vertaling van het Hebreeuwse 'bara' = iets nieuws maken dat nog nooit heeft bestaan; creatie.
Het tweede vers echter bevat een groter probleem, een fundamenteel probleem: "de Aarde nu was woest en ledig...", wordt beter vertaald met "werd woest en ledig". De reden is niet alleen taal-/vertaalkundig, maar komt ook voort uit wat volgt in het vers: "woest en ledig, en duisternis lag op de vloed". Het Hebreeuws heeft hier: "tohu wa bohu". Dit "tohu wa bohu" is in de Schrift altijd verbonden met zonde! Het is altijd het resultaat van zonde.
Dit wijst er op dat er vůůr de wereld die wij nu kennen werd geschapen, een andere wereld moet hebben bestaan. Immers, in een niets kan geen zonde ontstaan!

De eerste dagen van onze wereld.
"En God zeide: Er zij licht; en er was licht.
4 En God zag, dat het licht goed was, en God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis.
5 En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag".

(Gen. 1:3-5 NBG)
"God zeide". Hier gebruikt God het Hebreeuwse woord "amar". Dit betekent: spreken, opdracht geven.
God creŽert hier niet, dat komt later pas.
"En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren, en dit make scheiding tussen wateren en wateren.
7 En God maakte het uitspansel en Hij scheidde de wateren die onder het uitspansel waren, van de wateren die boven het uitspansel waren; en het was alzo.
8 En God noemde het uitspansel hemel. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de tweede dag."

(Gen. 1:6-8 NBG)
In vers 7 zien we de eerste "actie" van God. God "maakte" het uitspansel dat dat scheiding brengt tussen de wateren onder en boven het uitspansel. Het woord "maakte" is in het Hebreeuws "asah", dat het best kan worden vertaald met "maken" in de betekenis van repareren, iets herstellen in zijn vorige staat.
Het betekent zeker niet "creŽren", dat is iets maken dat nog nooit heeft bestaan.
"En God zeide: Dat de wateren onder de hemel op een plaats samenvloeien en het droge te voorschijn kome; en het was alzo.
10 En God noemde het droge aarde, en de samengevloeide wateren noemde Hij zeeen. En God zag, dat het goed was.
11 En God zeide: Dat de aarde jong groen voortbrenge, zaadgevend gewas, vruchtbomen, die naar hun aard vruchten dragen, welke zaad bevatten, op de aarde; en het was alzo.
12 En de aarde bracht jong groen voort, gewas, dat naar zijn aard zaad geeft, en geboomte, dat naar zijn aard vruchten draagt, welke zaad bevatten. En God zag, dat het goed was.
13 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de derde dag."

(Gen. 1:9-13 NBG)
Ook hier zien we geen creatieve handeling. Hier geeft God opdracht aan de wateren om samen te vloeien in zeeën. Daardoor komt het land droog te liggen. Geen creatie, maar opnieuw een herstel van oude waarden.
"En God zeide: Dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel van vaste tijden als van dagen en jaren;
15 en dat zij tot lichten zijn aan het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde; en het was alzo.
16 En God maakte de beide grote lichten, het grootste licht tot heerschappij over de dag, en het kleinere licht tot heerschappij over de nacht, benevens de sterren.
17 En God stelde ze aan het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde,
18 en om te heersen over de dag en over de nacht, en om het licht en de duisternis te scheiden. En God zag, dat het goed was.
19 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vierde dag".

(Gen. 1:14-19 NBG)
We zijn nu al op de vierde dag en ook hier geen spoor van iets nieuws. Ook hier vinden we bekende woorden: 'amar' (opdracht geven) en 'asah' (16) = repareren. De 'lichten' waren er al eerder, God herstelde ze in hun oorspronkelijke staat.
"Toen schiep God de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens, waarvan de wateren wemelen, naar hun aard, en allerlei gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
22 En God zegende ze en zeide: Weest vruchtbaar, wordt talrijk en vervult de wateren in de zeeen, en het gevogelte worde talrijk op de aarde.
23 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vijfde dag".

(Gen. 1:21-23 NBG)
Pas nu, op de vijfde dag komen we voor het eerst weer het woord 'creŽren' tegen. Hier worden de grote zeedieren en alle krioelende wezens in de wateren geschapen=gecreŽerd! Het Hebreeuwse woord is hier anders dan dat in de vorige verzen. Hier is 'bara' gebruikt: iets nieuws maken dat nog nooit heeft bestaan: creatie! Pas op de vijfde dag wordt er iets nieuws gemaakt, tot dan is er sprake van herstel. Tot dan toe heeft God alleen hersteld, gerepareerd wat in een eerdere creatie zo zwaar was beschadigd door zonde!
"En God maakte het wild gedierte naar zijn aard en het vee naar zijn aard en alles wat op de aardbodem kruipt naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
26 En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.
27 En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.
28 En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt.
29 En God zeide: Zie, Ik geef u al het zaaddragend gewas op de gehele aarde en al het geboomte, waaraan zaaddragende vruchten zijn; het zal u tot spijze dienen.
30 Maar aan al het gedierte der aarde en al het gevogelte des hemels en al wat op de aarde kruipt, waarin leven is, geef Ik al het groene kruid tot spijze; en het was alzo.
31 En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag."

(Gen. 1:25-31 NBG)
Hier wordt voor de tweede maal in de her-scheppingsweek het woord 'bara' gebruikt. De beesten op de aarde en de mens worden geschapen. Toch is hier ook een probleem te melden. In verband met de dieren wordt ook het woord 'asah', repareren, gebruikt. Toch is het duidelijk dat hier niet kan worden gesproken van een 'herstelklus'. De beesten moeten wel allen verdronken zijn in de grote vloed die over de Aarde kwam zoals beschreven in vers 1 en 2. We mogen dus concluderen dat God de beesten her-schiep, re-creŽerde, en daarna Zijn meesterstuk schiep: de mens. Ook hier weer het woord 'asah', herstellen (vers 26), maar ook hier wordt dit weer recht gezet door 'bara', scheppen, in vers 27. CREATIE!

Wat nu met evolutionisme?
Geven de bovengenoemde feiten ons aanleiding tot de aanname van de theorie van het evolutionisme?
Nee, zeker niet!
Het feit dat er al een Aarde was voor de Aarde die wij nu kennen, mag niet leiden tot de veronderstelling dat het evolutionisme een feit is. Het simpele feit van de inhoud van de Tweede Wet van de Thermodynamica maakt evolutionisme onmogelijk! Alle dingen ontwikkelen zich van een hoge naar een lagere vorm, dus van een hoge vorm van ontwikkeling naar, op den duur, chaos; nooit andersom.

Wat we hebben gezien in deze studie van Genesis 1 is dat God een eerdere creatie, die werd vernield als gevolg van zonde, heeft hersteld. Over hoe lang de eerste Aarde heeft geduurd en de duur van de vloed van Genesis 1:2 wordt in de Schrift niet gesproken.


© www.hetbestenieuws.nl