De ecclesia en het koninkrijk
-
De oorsprong, ontwikkeling en doelstelling van de ecclesia en het koninkrijk in Gods plan


Deel 8
Onze uitverkiezing in Christus

door
M.Jaegle


Welke schepselen overwoog God, in zijn voortijdse doelstelling, eerst en aan welke, vr alle anderen, werd een heerlijke bestemming gegeven? Zouden we proberen deze vraag te beantwoorden zonder enige informatie uit Gods Woord door Zijn geest, dan zouden we mogelijk denken aan de hoogsten van de hemelse menigte. Maar zie, niet zij die, vanaf de vroegste tijden, de hemelen bewoonden, maar veeleer aardgebonden schepselen zullen verheerlijkt worden met deze hoge eer! Zo'n gunst behoort toe aan de mensen die het lichaam van Christus vormen.

Zouden we verder vragen naar waar dit uit bestond, dan zullen we een heldere uitleg vinden in die naam die God er aan heeft gegeven. Het was een selectie, een uitverkiezing, een keuze. In deze daad kan ieder lid van Christus' lichaam voor zichzelf persoonlijk alles overstijgende rijkdommen van Gods vaderlijke goedheid en minzaamheid vinden. Op deze wijze presenteert Hij Zijn ecclesia met Zijn eigen heerlijkheid in de volste volheid. Wij staan voor de deur van een paradijs dat, het is triest om te zeggen, gesloten is voor veel van de leden van de ecclesia door een groot aantal in de weg liggende hindernissen. Ook al is geen enkele andere waarheid het onderwerp van zulke volle verklaringen als de uitverkiezing, toch is ze, in het begripsvermogen van de kerk, nog steeds gehuld in verborgenheid. Juist deze gift van Gods meest pure, diepe liefde, die de warmste dankbaarheid naar Hem, de Gever, zou moeten oproepen, wordt grotendeels genegeerd. Dit moet een bron van veel verdriet zijn voor onze grote God.

Sekten uit deze laatste dagen van deze bedeling claimen, met aanvallende arrogantie, valselijk de titel van uitverkorene, door zichzelf te tellen onder de honderd en vier en veertig duizend, ondanks het feit dat van deze met name wordt verteld dat ze komen uit de twaalf stammen van Israel (Openb. 7:4-6). Ze hebben niets dan veroordeling, niet alleen voor ongelovigen, maar ook voor gelovigen, als deze zich niet bij hen aansluiten en deze valse leer aanvaarden. Wat een geweld en verdraaiing wordt door zulke praktijken de goddelijke uitverkiezing aangedaan!

Terwijl het in dit geval valselijk wordt toegeigend en op flagrante wijze misbruikt, ontvangt het vaak precies de tegengestelde behandeling. De heiligen zijn bedeesd om het op zichzelf toe te passen, zijn er bang voor en vermijden het. In veel kringen van gelovigen is hetzelfde waar voor "predestinatie." wat tevoren bestemd betekent.

Deze beschroomde houding van de heiligen ten opzichte van hun eigen uitverkiezing is, in grote mate, te danken aan onwetendheid over het lot van de niet uitverkorenen. Natuurlijk, als wij aannemen dat dezen voor eeuwig verdoemd zijn, kan geen logisch denkende gelovige zich verheugen over zijn eigen verkiezing, want er zijn maar weinigen, als ze er al zijn, die kunnen zeggen dat al hun verwanten, nabij en veraf, gekomen zijn tot een levend, reddend geloof in Christus. Nu kan iemand die van zijn ongelovige verwanten houdt zoals hij zou moeten, en niet weet of ziet dat zij gered zijn, zichzelf niet met recht een van de uitverkorenen noemen, zonder de indruk te wekken dat hij vasthoudt aan de oude, donkere en sombere dogma dat God, vr de schepping, de een voorbestemd had voor eeuwige gelukzaligheid en de ander voor nooit eindigende verdoemenis. O, hoeveel gelovigen zijn innerlijk verscheurd en geplaagd door onwetendheid over de leer van uitverkiezing! Ja, in dit gebied van kennis heeft de liefdeloze leer van eeuwige kwelling gezorgd voor niet te peilen verwoesting.

Je kunt je afvragen waarom er niet meer begrip is over Bijbelse uitverkiezing, en waarom het zo verkeerd begrepen wordt. De essentie er van wordt weerspiegeld door de verkiezingen die onder de mensen plaatsvinden. Steeds weer worden lokale en nationale hoofden gekozen, en niemand krijgt het idee dan zij die geen kandidaten waren daarom verworpen en buiten geworpen worden. Integendeel. Wanneer dit verstandig en juist gedaan wordt, kan het resulteren in een verscheidenheid aan aardse zegeningen. En juist deze gedachte, zegen voor de rest via de uitverkorenen, is het goddelijke principe en vormt een omvangrijk onderwerp in de heilige Schrift. Het is jammer dat de kerk niet kan zien dat God, naast de zegen voor de uitverkorenen, er ook een heeft voor de anderen. Deze onwetendheid is de voornaamste oorzaak waarom uitverkiezing een gemeden onderwerp is geworden. Om te voorzien in de levering van een ongehinderde toegang tot vele harten, en het te herstellen in een leer die een onvermengde blijdschap en diepe dan zal brengen, zal nu ons volgende onderwerp zijn:

Het lot van de niet uitverkorenen

Dat God Zichzelf niet ontledigt wanneer Hij sommigen kiest en hen begenadigt met speciale geschenken, maar ook een heerlijke redding in reserve heeft voor anderen, is een van de meest kostbare en ook niet te doorgronden trekken van Zijn hart, wat de overstijgende volheden van Zijn liefde bewijst. Zelfs wanneer deze anderen door een pijnlijke periode van oordeel moeten gaan heeft God toch iets anders dan vernietiging voor Zijn lijdende schepselen. Het moet daarom geheel in overeenstemming zijn met Zijn wil voor de uitverkorenen dat zij zich bezig houden met de toekomstige bestemming van de anderen, en Hem te danken voor de beloften van redding die er zijn voor hen die hun leven zonder hoop of verwachting moeten doorbrengen.

Met betrekking tot deze "anderen," de ongelovigen, moeten we niet altijd de afstotelijke gedachte aan hun zondigheid en vijandschap tegen God in gedachte houden. Ze hebben iets anders in zich dat onze grootste sympathie verdient. Denk aan de enorme aantallen die geboren werden in de meest zondige omstandigheden, er in opgroeiden en vaak, zelfs voor hun geboorte, beladen waren met de meest verschrikkelijke, gerfde slavernij aan de zonde. Trouwens, velen zullen in heel hun leven nooit horen van redding in Christus. Anderen, die een goede houding tegenover God hebben, horen meestal alleen een verdund evangelie, dat vaak tegengesteld is aan de waarheid die essentieel is voor een grondige ommekeer en een gezond geloofsleven. We hoeven alleen maar te wijzen op een religie waarin geld en macht zeer prominent aanwezig zijn en die afstotelijk werkt op rechtvaardige en nobele mensen. Wie zou durven al de ontelbare stervelingen die misleid werden verantwoordelijk te houden? En deze arme, beklagenswaardige schepselen zullen voor altijd verloren gaan "omdat zij Christus niet aanvaard hebben" toen Hij al of niet aan hen werd aangeboden? Dat is niet zo volgens de Schrift!

Zullen we dan het misfortuin van deze schepselen terugvoeren op het feit dat God hen niet selecteerde? Kan iemand er vreemd van opkijken dat, waar gelovigen ingeprent zijn met het dogma van eindeloze bestraffing, zij de leer van de uitverkiezing wantrouwen? Ja, hoe kan een logisch denkende heilige zijn uitverkiezing doen overeenkomen met de eeuwige verdoemenis van anderen? Een mentale toestand die roemt in de eigen uitverkiezing en een eeuwige hel over laat voor heel de rest, is een gelovige, kind van onze hemelse Vader, totaal onwaardig. Het hart van onze apostel Paulus was anders geneigd. Met het oog op de toestand van het Christus verwerpende Israel, zijn broeders en verwanten naar het vlees, had hij groot verdriet en niet ophoudende pijn in zijn hart, en wenste zichzelf wel anathema (vervloekt) van Christus te zijn (Rom. 9:1-3). God, echter, keerde zijn verdriet om in blijdschap door aan hem de redding van heel Israel te onthullen (Rom. 11:1-36), en de verzoening van het hele universum (Kol. 1:20).

Het lijkt er bijna op alsof we nooit een innerlijke jubel kunnen genieten over de uiteindelijke redding van allen, tenzij we, zoals Paulus deed, geleden hebben voor lieve mensen die wij eens, in onze onwetendheid, gedoemd tot eeuwige kwelling gedoemd achtten. Maar Gode zij dank dat er zegen is voor allen, zelfs als zwaar oordeel er aan vooraf moet gaan. Want wanneer allen de rechtvaardiging ten leven hebben (Rom. 5:18,19), zal dat hen dankbaarheid en genoegen brengen. En wanneer God Alles in iedereen wordt, zal dat ieder hart doen overvloeien van diepgaande vreugde (1 kor. 15:28). Bovendien zal de toekomstige samenbrenging van allen in Christus (Efe. 1:10) allen tot redding en zegen brengen. En het buigen van de knien en de bevestiging van iedere tong dat Jezus Christus Heer is, is dat niet de uitdrukking van diepe dankbaarheid aan de Gever van dit geschenk van blijdschap(Filip. 2:10,11)? Ja, dat is de grote les die wij, de uitverkorenen, zouden moeten leren, dat Gods mededogen en genade ook aan de niet uitverkorenen zal worden toebedeeld.

Er is een verschil tussen onze zegen en de hunne, en dat is dat de anderen de genieting er van pas veel later in de tijd zullen verkrijgen. De Schrift herinnert ons hier voortdurend aan, dat het proces van redding plaatsvindt volgens een vastgelegde volgorde, en de uitverkorenen hebben voorrang, later gevolgd door de anderen. Wanneer we lezen dat de schepping wacht op de onthulling van de zonen van God (Rom. 8:9), kunnen we begrijpen dat, samen met het volhardend, hoopvolle verwachten dat leeft in het onderbewustzijn van de schepping, er een licht begrip is dat de zonen van God eerst onthuld moeten worden. Dat wil zeggen: de ecclesia moet voltooid zijn voordat andere reddingen ondernomen kunnen worden. Daarna zal de schepping bevrijd worden van de slavernij van verval naar de heerlijke vrijheid van de kinderen van god (Rom. 8:21).

Een andere passage maakt deze verdelingen van het goddelijk plan nog duidelijker((1 Kor. 15:22). Deze onthulling zegt nadrukkelijk dat allen levend gemaakt zullen worden, in Christus, en wanneer onvergankelijk leven uitgedeeld wordt, geen enkele van Adams ras over het hoofd gezien zal worden. Maar elk behoort tot een bepaalde orde, en dit zal de passende tijd bepalen voor zijn beurt. De levendmaking van Christus heeft het begin gemaakt. Vervolgens komen de leden van Zijn lichaam. Vanaf die tijd, gedurende de laatste twee lange aionen, zal Hij Zijn koninklijke macht uitoefenen, zodat, aan het einde, God Alles in allen zal zijn (1Kor. 15:28). Een andere passage geeft ook deze goddelijke volgorde. "God is de Redder van alle mensen" is het getuigenis van Paulus (1 Tim. 4:10). Maar hij scheidt onmiddellijk de redding van gelovigen van die van de ongelovigen, door toe te voegen: "speciaal van gelovigen"(SW). Daarom zijn deze niet de enigen die gered worden, maar slechts de eersten, waarna de redding van de anderen zal volgen.

Het is moeilijk te begrijpen waarom deze heldere, ondubbelzinnige en niet mis te verstane waarheden, die onherroepelijk Gods liefdevolle bedoeling onthullen, in de ecclesia zo misverstaan en verworpen worden (1 Tim. 4:10). De uitspraken over hun eigen redding worden genomen zoals ze staan geschreven, maar aan de beloften van de uiteindelijke redding van ongelovigen wordt getwijfeld, ja, verdraaid en los gemaakt door het dogma van eindeloze kwelling. Natuurlijk, als dit de uitkomst zou zijn van Gods plan van redding, dan zou iedere gezond denkende gelovige zijn Godgegeven verkiezing onmogelijk te begrijpen vinden. Maar als we in staat zijn de beloften van de verzoening van ongelovigen te aanvaarden, door geloof, dan staan we open voor de waarheid dat God een speciale plaats heeft voor een deel van de mensheid. En als we verder gaan en ons bewust worden dat de goddelijke voorkeur er is met als doel te voorzien in middelen om de rest te bereiken en ze binnen de cirkel van redding te brengen, dan verdwijnt de te vrezen achtergrond van de doem van de ongelovige helemaal.

Iedere verkiezing in de Schrift houdt een zegen in voor hen die niet verkozen worden. Abram werd gekozen opdat, door hem en zijn zaad, alle families van de aarde gezegend zouden worden (Gen. 12:3). En Israel, het uitverkoren volk, was, en is nog steeds!, aangewezen om een kanaal te zijn voor Gods onthulling aan alle andere volken van de aarde. De ecclesia, dat is zeker, is bestemd om een zegen te zijn onder de hemelingen, maar hoeveel goeds is er al door aan de wereld gekomen! Doorheen de geschiedenis zijn gelovigen altijd het zout geweest dat een zondige mensheid bewaarde voor totaal verderf, en de dam die het overvloeiend getij van zonde heeft tegen gehouden.

God heeft Zijn Zoon inbesloten in dit principe van redding door de uitverkorenen, want Hij zei: "Deze is Mijn Zoon, de Gekozene"(Luk. 9:35;SW). Zoals op alle andere gebieden, is de Zoon ook hier de eerste van de uitverkorenen, en in Hem wordt het doel van verkiezing zeer eenvoudig en heerlijk onthuld, want Hij, de grootste van de uitverkorenen, is de Verzoener van allen.

Verkiezing is een goddelijk ontwerp dat anderen niet uitsluit van zegen, maar, in tegendeel, hun redding garandeert. Dit is de Schriftuurlijke uitleg van de relatie tussen de uitverkorenen en de niet uitverkorenen. Ja, deze stelling is een waardige proloog voor de volgende overdenking. Het zet de poort op waardoor wij binnen kunnen gaan, om zo het gebied van onze redding in het beste licht te zien.

Ten eerste is het waard er op te wijzen dat God, in Zijn plan, meerdere uitverkiezingen gebruikt. Het gaat ons niet aan onszelf ieder in Zijn Woord gevonden voorval toe te eigen. Israels keuze had een vooraanstaande plaats in de Schrift. Wanneer we lezen dat de apostel Petrus schrijft aan de uitverkoren landgenoten in de verstrooiing, verwijst dat niet naar ons, maar naar de Israelieten, leden van de koninkrijks-ecclesia (1Petrus 1:1). Als we zouden denken dat het "uitverkoren ras," het "koninklijk priesterschap" en de "heilige natie" slaan op de ecclesia die Christus' lichaam is, dan hebben we niet veel begrepen van onze ware roeping en plaats (1 Petrus 2:9). Zo'n vermenging heeft veel gelovigen veel verwarring gebracht, omdat zij zich inbeeldden dat zij die uitverkorenen zijn, omwille van wie de grootste verdrukking die ooit op aarde gebeurt ingekort zal worden, ook de huidige ecclesia is, en dat zij gedoemd zijn er deel aan te hebben (Matt. 24:22). Laten we voor onze verkiezing alleen kijken in de brieven van de apostel Paulus, en het andere toepassen op hen bij wie het behoort.

Verder lezen we n maal van de "uitverkoren boodschappers"(1Tim. 5:21), die, volgens de context, hemelse wezens schijnen te zijn. Mogelijk verwijst dit naar wezens als Gabril, die een speciaal ambt hebben. Er is in de Schrift verder niets over deze verkiezing te vinden, daarom kan ze nauwelijks zo belangrijk zijn als die van ons.

We zijn nu klaar om een cursus te beginnen over onze eigen uitverkiezing.

M. JAEGLE

Door naar deel 9.




www.hetbestenieuws.nl