De Grootheid van Gods Doel
deel 1: Inleidende scènes

door John H. Essex


Deel 1: Inleidende scènes
Deel 2: Scènes van verwoesting
Deel 3: Scène Zes
Deel 4: Ere zij God
Deel 5: Stefanus en Paulus
Deel 6: Toekomst scènes


Inleidende scènes.

Dat God een doel heeft is duidelijk af te leiden uit Paulus' woorden in Efeze 1 vers 11

"...krachtens het voornemen van Hem, die in alles werkt naar de raad van Zijn wil,"

en in Efeze 3:11(Conc. NT)

"...naar het aionisch voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, uitvoert,"

Het uiteindelijke doel van Gods doelstelling is dat Hij zal zijn Alles in Allen(1 Cor. 15:28) en dit moeten we altijd in gedachten houden wanneer Zijn doelstelling wordt overdacht. Er is, natuurlijk, een hoogtepunt van de grootheid tijdens de voleinding -tijdens de scène waarin alles is bereikt- maar we stellen dat er grootheid is te vinden die loopt door geheel Gods uitvoering van Zijn doelstelling. Deze grootheid is niet beperkt tot die scènes waarin vele duizenden, ja vele tienduizenden, Hem zullen aannemen, maar kan ook worden gevonden op vele andere plaatsen waar de gebeurtenissen minder spectaculair zijn. Zo zijn er bijvoorbeeld momenten van grootheid in Eden, in Bethlehem, op Golgotha en op de weg naar Damascus

In deze korte serie artikelen, kunnen we slechts pogen een paar van de scènes te bekijken van het ontvouwen van Gods grote plan. We zullen niet proberen iets nieuws naar voren te brengen, immers Gods doelstelling was al bedacht en uitgewerkt nog voordat ook maar het kleinste deel tot stand kwam. Maar, door middel van een aantal opeenvolgende geestelijke beelden, we zullen proberen u de onlosmakelijke grootheid in al Gods wonderbaarlijke handelingen duidelijk te maken.

Laten we daarom ons boek openen en met het begin van ons verhaal beginnen.

Scène Een
Onze eerste scène is er een van Geest - Geest bestaande in een unieke majesteit. Die Geest is God. De apostel Johannes verklaart dat "God is geest" (letterlijk: geest de God - Joh. 4:24). Er is niemand anders dan Hij.

Kunt u zich dit tafereel voorstellen? God, alleen, in een schitterende grootheid? Geest, met niemand dan Hijzelf om mee om te gaan? Licht, maar niemand buiten zich om op te schijnen? Liefde, maar niemand, maar dan ook werkelijk niemand, om die liefde aan te uiten!

Ergens in die tijd, toen God alles in Zichzelf was, werd zijn schitterende doelstelling bedacht. Dezelfde apostel, Johannes, die ons vertelde dat God Geest (is), onthulde ook dat God licht is (1 Joh. 1:5) en dat God Liefde is (1 Joh. 4:8). Deze twee laatste zijn figuurlijke uitdrukkingen, maar vol van lading. Licht heeft, om enige waarde te hebben, iets nodig om op te schijnen en liefde kan zichzelf niet uiten zonder dat er iemand is om lief te hebben. En zo komen we bij....



Scène Twee
Het toneel verandert en we horen dat uit Hemzelf (want alles is uit Hem, Rom. 11:36), God een ander schitterend Wezen schept. Deze noemt Johannes (in Openbaring) "het begin der schepping Gods"(letterlijk: Gods originele creatie - Openb. 3:14), maar Paulus noemt Hem >"De Zoon Zijner Liefde"(Kol. 1:13).

Wat een weelde aan betekenis zit er in de laatste tekst verborgen!! We kunnen niet ons niet voorstellen dat we in staat zijn de totale diepte ervan te doorgronden. Degene die zo beschreven wordt, Die later bekend werd als de Heer Jezus Christus, is in feite Gods volmaking - datgene wat God kompleet maakte. Daarmee willen we zeggen dat Hij dezelfde relatie heeft met God zoals de eerste vrouw tot de eerste man had, alleen op een veel en veel grotere en hogere schaal. Net zoals Mannin (Eva's originele naam - zie Gen 2:23) uit de man gemaakt werd en aan de eerste man, Adam, werd gegeven, zo werd Christus uit de Vader geschapen. God gaf Zichzelf het meest prachtige kado aller tijden toen Hij Zichzelf deze Ene gaf, Die tot in het uiterste kon en wilde antwoorden op Zijn Liefde.

Van hieruit kunnen we zien dat Gods doelstelling van begin tot eind is toegespitst op de "Zoon Zijner Liefde". En ook (en dit is een diepe en sublieme gedachte!) dat de verwerkelijking van Zijn doelstelling afhankelijk is van die ene factor: dat Christus antwoord geeft op Gods liefde in en onder iedere omstandigheid. Alles hangt daar van af!!!

Die Ene, Gods Volmaking, werd zodoende het kanaal voor al Gods daarop volgende handelen. In ieder fase wordt Gods doelstelling uitgewerkt door deze "Zoon Zijner Liefde". In Kolossenzen lezen we dat alles is geschapen "In Hem en door Hem" en "tot Hem" (Kol. 1:16,17). In deze Originele Creatie van God werd niet alleen het zaad gezaaid voor alle nog volgende scheppingen (Joh. 1:3), maar daarbij ook de liefde van God voor het hele universum, want door deze Ene heen werd iedere druppel van Gods liefde voor Zijn schepselen uitgegoten. Christus is het kanaal doorheen wie deze liefde de rest bereikt. Absoluut, Hij is DE Weg tot de Vader.

Hoe prachtig is het dat Gods doelstelling was bedacht in liefde! Het feit dat alles samen komt in de "Zoon Zijner Liefde" verzekert ons dat het plan zal worden uitgevoerd met liefde en ook zijn volmaking zal vinden in Liefde!!

En op het moment dat God de "Zoon Zijner Liefde" schiep, maakte Hij ook ruimte voor Hem (Christus) om een kompletering te hebben, de ecclesia - de uitgeroepen gemeente, die Zijn Lichaam zal worden, net zo nauw met Hem verbonden als Mannin was met Adam. Want de ecclesia werd verkozen in Christus nog voor de nederwerping van de wereld (Ef. 1:4; de NBG heeft hier grondlegging. Dit is een foutieve vertaling.) en werd de gift van de genade geschonken in Christus Jezus nog voor aionische tijden (2 Tim. 1:9). Ook nog voor de aionische tijden werd de schepping leven beloofd; ook deze belofte werd gedaan in Christus Jezus en (sterk vooruitlopend op onze studie) Paulus' apostelschap later zou ook zijn in overeenstemming met deze belofte (2Tim. 1:1; Titus 1:2). Want Paulus' evangelie is er in essentie een van leven, met alles wat nodig is voor het volledig genieten er van, namelijk rechtvaardiging, vrede tot God en levendmaking voor allen!

Zoveel was er betrokken bij de schepping van de Zoon van Gods Liefde. Hij is het zichtbare beeld van de onzichtbare God, Eerstgeborene van elk schepsel, want in Hem is alles geschapen (Kol. 1:15). Hij is voor alles en alles heeft haar samenhang in Hem (vers 17).

Scène Drie
Maar nu verandert het toneel weer en en we zien dat de schepping aan de gang is:

"In begin schiep God de hemelen en de aarde."
(Gen.1:1; Conc NT).

Heeft u wel eens nagedacht over de ongerijmdheid van deze verklaring? Er staat zoiets als "God schiep de Atlantische oceaan en een regendruppel". De hemelen zijn zo oneindig groot; de aarde, in vergelijking, zo ongelofelijk klein. Onze globe is als een stofdeeltje in de uitgestrektheid van de schepping. En toch besloot God, op dat kleine stofje, veel van de belangrijkste gebeurtenissen in werking te stellen in verband met zijn uiteindelijke doelstelling voor het universum. Wat een eer voor de Aarde!!

In Gods schepping van de hemelen zijn alle geestelijke schepselen inbegrepen. Hun aantal is nergens gegeven, maar slechts verondersteld als onvoorstelbaar groot.

Dat de hemelen werden geschapen voordat de aarde werd gemaakt, wordt duidelijk uit uitspraken in Job 38: 4-7:

"Waar waart gij, toen Ik de aarde grondvestte? Vertel het, indien gij inzicht hebt!
5 Wie heeft haar afmetingen bepaald? Gij weet het immers! Of wie heeft over haar het meetsnoer gespannen?
6 Waarop zijn haar pijlers neergelaten, of wie heeft haar hoeksteen gelegd,
7 terwijl de morgensterren tezamen juichten, en al de zonen Gods jubelden?"

Er bestonden dus wezens buiten de aarde toen deze werd gegrondvest!

Maar waarom werd de aarde eigenlijk geschapen? De hemelse wezens, die bij haar ontstaan toekeken, mogen zich dat hebben afgevraagd. Maar wij kunnen het nu zien als een toneel waarop het grote drama zou worden gespeeld, een drama dat zelfs de dood van de Zoon van Gods liefde zou inhouden. Maar nu lopen we weer op onze studie vooruit, darom zullen we hier nu niet verder op ingaan, maar een aantal bijzondere zaken bekijken die toen zijn ontstaan.

In Genesis 1:2 bijvoorbeeld, wordt de eerst keer duisternis genoemd. In de eerste twee scènes was geen duisternis. Jesaja verteld ons dat de duisternis moest worden geschapen en dat God voor deze scheppingsdaad verantwoordelijk was. In dezelfde tekst (Jes. 45:7) lezen we dat God ook het kwaad schiep. Kwaad is geen onderdeel van God, net zo min als duisternis dat is; beide moesten worden geschapen. En als het God is Die het kwaad schiep, dan moet Hij ook verantwoordelijk zijn voor degene die het meeste kwaad uitoefent, namelijk de Tegenstander. Ja, Gods doelstelling vereiste dat er een "vernieler om te vernielen" (Jes 54:16) moest zijn, een serpent om te verleiden (Job 26:13).

Het was nodig dat de Tegenstander groter en machtiger moest zijn dan enig ander geschapen wezen in Gods universum, met uitzondering van de Zoon van Gods liefde. Geen enkel minder wezen mocht hopen het leiderschap van de Here Jezus uit te dagen, want zo iemand zou uiteindelijk weer worden uitgedaagd door anderen. Geen enkel minder wezen kon hopen legers van boodschappers (engelen) te misleiden en weg te trekken van God. Geen enkel minder wezen kon een onophoudelijke weerstand tegen God volhouden gedurende een tijdvak van meerdere aionen.

Het noemen van de aionen herinnert ons er aan dat, bij het eerste begin van Zijn scheppend handelen, God ze maakte door Christus Jezus (Heb. 1:2). De aionen hebben zowel een begin als een einde, zodat Gods doelstelling in hen besloten mag liggen en niet los door de grenzeloze eeuwigheid zwerven, daarmee zeker stellend dat Hij in staat zal zijn ze tot een einde te brengen. Daarom spreken we over "Gods aionische doelstelling" in plaats van "Gods eeuwige doelstelling". De Schrift noemt het "de doelstelling der aionen" (Ef.3:11; Conc. NT). Hoewel de resultaten ervan zullen blijven bestaan tot inderdaad in eeuwigheid, zal Gods doelstelling zelf een einde vinden in de voleinding.


John H. Essex

Ga naar deel 2



© Grace and Truth Magazine