Voorbereid zijn

door George A. Barrett



Overal horen we de roep om voorbereid te zijn en om te bewaren. "Bewaar de bronnen van de natiŽn voor toekomstige generaties en huidige onverwachte gebeurtenissen."

De Here Jezus zei: "de zonen van deze aion zijn verstandiger dan de zonen van het licht in hun geslacht"(Lukas 16:8;SW). God heeft binnen het bereik van iedere gelovige in de Here Jezus Christus onbeperkte bronnen gelegd voor iedere behoefte en iedere onverwachte gebeurtenis, voor iedere aanval van de vijand en voor iedere twijfel en verleiding; een test voor iedere leer en ervaring; een kennis van Zijn wil en Zijn doelstelling. En toch zijn de heiligen niet voorbereid op Schriftuurlijk en aanvaardbaar dienstbetoon, en niet in staat in deze probleemvolle en sceptische tijden.

Velen van de heiligen, en ook velen van de erkende leiders en leraren, zijn gediskwalificeerd geworden om deze "machtige" en "al-voldoende" bronnen te gebruiken en de aanslagen en strategie van de gewone vijand van God en mens te weerstaan. Ze zijn ontrouw geworden aan en ongevoelig voor de bronnen die God heeft geleverd, en blind voor de kracht en strategie van Satan, de Lasteraar.

Ze hebben geen vervanging toegestaan voor de zwakheid en onafdoendheid van het vlees, maar zijn afhankelijk geworden van hun eigen kwalificaties en wijsheid. Ze zijn blind geweest voor de wil en het doel van God. Daarom worden veel van de heiligen en de hele belijdende kerk weggevaagd van de fundamentele waarheden van Gods woord.

Gods woord zegt:

Wij zijn niet onwetend van Satans bedenksels (2 Kor. 2:11)
Het vlees brengt geen enkel voordeel (Joh. 6:63)
Leun niet op uw eigen begrip (Spreuk. 3:5)

De wijsheid van de mens is niet de kracht van God
"want Christus zendt mij niet om te dopen, maar om te evangeliseren, niet in wijsheid van woorden, opdat niet het kruis van Christus leeg gemaakt wordt"
(1 Kor. 1:17;SW)

"En ik, naar jullie komend, broeders, kwam niet met superioriteit van woord of van wijsheid, u het geheim van God brengend"
(2 Kor. 2:1;SW)

"en mijn woord en mijn verkondiging kwam niet in overtuigende woorden van wijsheid, maar in betoon van geest en kracht, opdat het geloof van jullie niet zou zijn in de wijsheid van mensen, maar in kracht van God"
1 Kor. 2:4,5;SW)

"onze įbekwaamheid is uit God"
(2 Kor. 3:5;SW)

""compleet in Christus .... in Wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn ... Want in Hem verblijft alle volheid van de Godheid lichamelijk"
(Kol. 2:3,9,10;SW)

Om voor iedere gebeurtenis voorbereid te zijn, voor geestelijk werk, dienstbetoon en dergelijke, moeten we onze "positie" in Christus kennen en onze relatie met God.

Ons verleden.
Wij waren van nature kinderen van verontwaardiging (Efe. 2:3).
Wij waren vijanden van God (Kol. 1:21; Rom. 5:10).
Wij waren kinderen van Satan, en door hem gevangen genomen voor zijn wil (Joh. 8:44; 2 Tim. 2:26).
Wij waren onderschikten van het koninkrijk van de duisternis (Kol. 1:13).
Wij waren niet in staat God een genoegen te doen (Rom. 8:8).
Wij waren zonder Christus, zonder hoop, en zonder God in de wereld (Efe. 2:11,12).
Ons heden.
Onze status, positie en relaties zijn geheel anders geworden:
Alles is nieuw (2 Kor. 5:17)
Alles is geestelijk en hemels (Efe. 1:3).
Alles is op grond van opstanding (Efe. 2:6; Kol. 3:1).
Alles is uit geloof en door Christus Jezus (Joh. 1:16-18; Rom. 11:36; Efe. 3:16-21).
Wij werden gekruisigd met Christus (Gal. 2:20).
Wij werden opgewekt met Christus (Gal. 2:11-13).
Wij zijn gezeten met Christus (Efe. 2:4-6).
Wij zijn overgezet in het koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde (Kol. 1:13).
Wij zijn niet van deze wereld, net zoals Hij niet van deze wereld is (Joh. 17:14; Gal. 6:14).
Wij dienen te wandelen in de nieuwheid van leven (Rom. 6:4).
Wij dienen niet te wandelen zoals de heidenen wandelen (Efe. 4:17-24).
Wij zijn de Besnijdenis die God in geest aanbidden, zich verheugen in Christus Jezus, en geen vertrouwen in het vlees hebben (Filip. 3:3).

Het is alleen door de Geest dat wij geestelijke dingen kunnen aanvaarden en verstaan; want zij zijn voor de zielse mens dwaasheid (1Kor. 2:9-16).

Wij zijn in de wereld, maar niet van de wereld; daarom dienen we hen die gezag dragen te gehoorzamen en te eren, de wetten te gehoorzamen en belastingen te betalen; maar we moeten niet een deel van het wereldsysteem zijn (Rom. 13:1-7; Titus 3:1).

Ons burgerschap is in de hemelen (Filip. 3:20).
Onze zegeningen zijn in de hemelen (Efe. 1:3).
Onze positie is in de hemelen (Efe. 2:6).
Onze oorlogsvoering is in de hemelen (Efe. 6:10-18).
Onze oorlogsvoering is niet vleselijk (2 Kor. 10:3-5).
Onze wapens zijn geestelijk, "het woord van God" (Efe. 6:17; verg. 4:12; Joh. 6:63; Jer. 23:28,29).

Voor zover het ons fysieke leven betreft zijn we vreemdelingen en bijwoners in een vreemd land en in het koninkrijk van de bezetter; en indien we trouw zijn aan onze thuisregering, zullen we in het land van de vijand niet erg welkom of populair zijn (1Thess. 2:14-16).

Christus werd, als de Zoon van God, in de wereld die Hij had gemaakt verworpen, door Zijn eigen volk, omdat ze onwetend waren van Gods woord (Joh. 1:11). Paulus was een ambassadeur in ketenen (Efe. 6:20; Kol. 4:18). Een ieder die goddelijk leeft in Christus Jezus zal vervolging ondervinden (2 Tim. 3:12).

Gods woord is onze voorbereiding

Ons wordt verteld aan het woord van licht en leven vast te houden (Filip. 2:16). We moeten zijn als zonen van God, zonder berisping, te midden van een misdadige en perverse generatie, schijnend als lichtdragers in de wereld (Filip. 2:14,15). Wij dienen de Here Christus (Kol. 3:24).

Hij is de Heer van hemel en aarde (Hand. 17:24; Kol. 1:16). Hij is de Heer van de levenden en de doden (Rom. 14:9). Hij zal Heer van heren en Koning van koningen worden (1Tim. 6:15). Hij heeft alle kracht van de vijand overwonnen. Hij zal iedere vijand overwinnen en allen zullen eens onder Zijn voeten gebracht worden (Filip. 2:9-11; Efe. 1:10; 1 kor. 15;24,28).

Daarom triomferen wij altijd in Christus (2 Kor. 2:14). Daarom vechten we vanuit de overwinning en niet om de overwinning.

Gods woord bereidt ons voor op en past bij iedere noodtoestand, ieder goed werk, iedere beproeving en verleiding, en iedere aanslag van de vijand (2 Tim. 3.16; Efe. 6:17). Het is "levend en krachtig" (Hebr. 4:12). Het is een "lamp voor onze voeten en een licht op ons pad" (Psalm 119:105; 2 Pet. 1:19-21).

Indien wij het bestuderen en het juist snijden (verdelen), zijn we vakkundige werkers en door God goedgekeurd (2Tim. 2.15). Daarom zullen wij, als we trouw zijn en gehoor geven aan deze waarheden, ten volle voorbereid zijn en zijn onze bronnen en energieŽn bewaard. Wij zijn zeker van overwinning en Gods lof (1 Petrus 1:8; 2 Tim. 3:14,15; 1 Kor. 15:58).

[Terug naar de indexpagina]